Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen

donderdag 4 januari 2024

Louison Bobet: 1956

Gebeurtenissen in je eigen geboortejaar hebben op de een of andere manier meer aantrekkingskracht dan van een ander willekeurig jaar.
Zo ook deze editie van Parijs-Roubaix.
Bobet had al een indrukwekkende erelijst bij elkaar gefietst toen hij op de druilerige zondag in april zich aan de start kwam melden.
Wat te denken van drie maal overwinnaar in de Tour. Bobet was al een keer wereldkampioen geweest en zeges in Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen (als wereldkampioen) en Ronde van Lombardije.
Met zo'n bagage kan je aan de start komen voor een nieuwe poging in Noord Frankrijk.

Driemaal was Bobet al heel dicht in de buurt gekomen. Tweede in 1951, vierde in 1953 en derde in 1955.

Sommige kenners zijn van mening dat Bobet over een uitzonderlijk talent beschikte. Kan zijn maar het is natuurlijk niet zo simpel. Wellicht had hij wat extra aanleg voor de fiets, maar daar rij je nog niet zo'n erelijst bij elkaar.
Vooral z'n doorzettingsvermogen en z'n wilskracht hebben hem een dergelijk palmares bezorgt.
Bobet was daarnaast ook een verzorgde sporter en was daardoor ook bij de dames een graag geziene sporter.

Om z'n erelijst compleet te maken wil Bobet daar graag een overwinning in Parijs-Roubaix aan toevoegen. Tot dat moment had het seizoen nog niet meegezeten maar Bobet liet zich daardoor niet van de wijs brengen.

Direct vanuit de start werden er ontsnappingen op poten gezet alsof het een junioren koers betrof.
Een aantal kleinere goden namen 5 minuten maar dat vonden de grote namen genoeg. Iets voor half koers komt alles samen om daarna een spetterende koers te worden.
Mons-en-Pévèle (toen nog met klim) speelde weer een belangrijke rol maar alle grote namen waren op de afspraak: Forestier, De Bruyne, Derycke, Van Looy Van Steenbergen, Cerami wisten alle één of meer keer Parijs-Roubaix te winnen en lieten zich in de finale zien.
Uiteindelijke weten zes renners te ontsnappen waaronder de razendsnelle Van Steenbergen.
De Bruyne is ook niet traag en Forestier was ook een gevaarlijke gast. Forestier had een week eerder in een ultieme jump zo'n beetje dezelfde renners achter zich gelaten in de Ronde van Vlaanderen. Een dubbel hoorde tot de mogelijkheden.
Wie er ook ging zitten rekenen en welke logica er ook werd gehanteerd, die hield geen rekening met Bobet.
Vooraf niet genoemd bij de kanshebbers maar toen hij eenmaal met de eerste op het beton van Roubaix was aangekomen liet Bobet het niet meer glippen.
Van Steenbergen wilde een trilogie volmaken, maar was 20 kilometer lang achter iedere ontsnappingspoging aangegaan. Van Steenbergen - normaal razendsnel - was volledig door z'n krachten heen.
Dan was er nog die andere snelle Belg Fred De Bruyne.
De Bruyne zou z'n kopman zeker niet in de wegrijden, maar Bobet moest er toch vanuit gaan dat De Bruyne voor eigen kans zou rijden.
Met een indrukwekkende sprint liet Bobet er echter geen twijfel over bestaan en liet met ruime voorsprong zijn medevluchters achter zich.
De Fransen werden gek van enthousiasme. Bobet had hier zo lang op moeten wachten.

Opmerkelijk is de notering van acht man op de twaalfde plaats. De Franse jury had blijkbaar even niet op zitten letten en genoot blijkbaar van de schitterende overwinning van hun landgenoot.

Bobet is ook als fietsenmerk actief geweest en tevens sponsor van de ploeg van Bobet. Toen Bobet echter een punt achter z'n prof carrière had gezet was het in een paar jaar met de sponsoring gedaan.

Podium 1956
1. Louison Bobet
2. Fred De Bruyne
3. Jean Forestier


Foto: Bobet tweemaal op postzegels van het oliestaatje Manama (Bahrain). Serieuze verzamelaars gruwelen van 
dit soort zegels maar wie het leven met een knipoog neemt zal er toch van kunnen genieten.

vrijdag 15 december 2023

Paul Maye: 1945

Een opmerkelijk editie want een groot deel van Europa staat nog in brand. De Duitsers hadden een paar maanden eerder via het Ardennenoffensief nog een laatste poging gedaan om de oorlog in hun voordeel te draaien.
Tussen half december 1944 en eind januari 1945 vond er in de Ardennen immers een verbeten en bloedige strijd plaats die we ook wel kennen onder de naam Battle of the Bulge.
Een strijd die het leven kost aan vele, vele jonge mannen. Enorme verliezen aan beide kanten.
Ook wordt er aan beide kanten een enorme hoeveelheid materiaal verwoest.
Materiaal wat opnieuw over lange transportlijnen moet worden aangevoerd en daarmee heeft de Slag om de Ardennen de oorlog aantoonbaar verlengd.

Na deze strijd is Parijs-Roubaix niet meer de enige klassieker met een zwaar oorlogsverleden. Het zal niet ieder opvallen, maar als de renners keren tijdens Luik-Bastenaken-Luik zijn daar genoeg markeringen zichtbaar aan deze gruwelijke strijd.
Toch zal er een paar maanden na de slag om de Ardennen een Luik-Bastenaken-Luik worden gereden evenals dat er in 1945 een Parijs-Roubaix wordt gereden.

In een ander artikel haal ik het ook al een keer aan. Wie nu terug kijkt in de geschiedenis zal dat vreemd of zelfs bizar vinden.
Maar bedenk dat Europa jaren onder het juk van de Nazi's zwaar gebukt was gegaan.
De mensen wilde leuke dingen. De mensen wilde vermaak. De mensen wilde vooral andere dingen dan oorlog.
De sympathieke Fransman Paul Maye zorgde voor dat vermaak. Over deze editie is niet heel veel te vinden anders dan een groep van zeven renners die om de zege moeten sprinten.
De kleine Maye is echt razendsnel en pakt zijn mooiste overwinning.

Maye had al een mooie erelijst met maar liefst vier nationale titels, waarvan één bij de amateurs en militairen en twee (1938 en 1943) bij de beroepsrenners.
Naast zijn overwinning in 1945 van Parijs-Roubaix wist Maye driemaal Parijs-Tours te winnen en is daarmee een van de vier recordhouders. De andere drie zijn Zabel, Danneels, en Reybrouck.

In zijn eerste jaar als prof won Maye twee etappes in de Tour en natuurlijk dacht de Franse pers de komende jaren een mooie rittenkaper te hebben.
Maye was echter niet graag van huis en het is bij die twee etappes gebleven. Maye nam zesmaal deel aan de Tour maar wist slechts één maal Parijs te halen.

Maye is een van de renners waarbij hun sportcarrière door het gruwelijke oorlogsgeweld werd onderbroken. Juist daarom is zijn erelijst er een om heel trots op te zijn.

Na 14 jaar als prof te hebben rondgereden hing Maye z'n fiets aan de wilgen. Toch bleef zijn hart de wielersport volgen. Zo heeft hij een tijd in een fietsenwinkel gewerkt en is hij geruime tijd ploegleider geweest.
Daarnaast heeft Maye een slijter gehad en is hij vertegenwoordiger geweest van speelautomaten die begin jaren 50 enorm in opkomst kwamen.
Een veelzijdig baasje en dat kwam nog extra tot uitdrukking door zijn optredens als zanger. Soms in een duet met een zangeres en soms solo. Het bezorgde hem de titel "La Plus Belle Voix Du Peloton".
Ook qua dames wist Maye wat hij wilde en trouwde kort voor de oorlog met een prachtig model en samen kregen ze een dochter.

Een kleurrijk persoon in een zwarte periode.

Podium 1945
1. Paul Maye
2. Lucien Teisseire
4. Kléber Piot

Foto: Paul Maye tijdens de Tour de France

zaterdag 16 april 2022

Henri Pélissier: 1919 en 1921

Waarschijnlijk een van de kleurrijkste coureurs die er ooit is geweest. Geen makkelijke jongen voor z'n omgeving en zeker niet voor zichzelf.
We hebben nog wel eens de neiging om topsporters ook op persoonlijk vlak te idealiseren.
Dat is niet handig want topsporters zijn in de regel egoïstisch, meedogenloos, rücksichtslos en vooral eerzuchtig.
Als topsporter moet je ook bijna maniakaal zijn. Zeker in de wielersport waar je veel en hard moet trainen. Waar je vaak van huis bent en veel onder extreme (hitte, kou, wind, nat, slechte wegen) omstandigheden aan het sporten bent.

De moderne top wielrenners lijken vaak van die aardige jongens, maar beschikken nog steeds over de eigenschappen van de topsporters van weleer.
Alleen door een stuk mediatraining hebben ze geleerd wanneer ze bepaalde dingen beter niet kunnen zeggen.

In de tijd van Henri Pélissier bestond er nog geen mediatraining. Henri Pélissier (niet te verwarren met z'n fietsende broers Francis en Charles) presteerde het dan ook met iedereen wel een keer ruzie te krijgen.
Hij floepte alles eruit wat op z'n tong kwam en dat leverde wel eens ruzie op. Met collega's, sponsors, organisatoren, media, z'n vrouw en z'n tweede vrouw.
Hoewel de laatste ruzie hem noodlottig werd trok Henri zich overal niks maar dan ook niks van aan.

Z'n leven - met name z'n wielercarrière - werd letterlijk verscheurd door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en dat zal Henri ook geen goed hebben gedaan.
Hij verloor door de oorlog sowieso een aantal (Lapize, Faber) collega coureurs wat je als mens toch zal doen nadenken.
Voor iemand die z'n carrière deels verloren zag gaan in oorlogsjaren heeft hij een zeer imposante erelijst bij elkaar gefietst.

De Tour de France is natuurlijk z'n grootste overwinning. Maar Henri deed het ook erg goed in eendagskoersen. In Italië haalde hij het zowel in Milaan-San Remo als in de Ronde van Lombardije (3x!).
Dat laatste leverde hem ook een mooie bijnaam in Italië op: De Koning van de Lombardije.
Hij won ook alle drie de grote Franse klassiekers: Parijs-Tours, Bordeaux-Parijs en Parijs Roubaix.

Z'n eerste overwinning in Parijs-Roubaix was in 1919. De renners trokken voor het eerst na de Grote Oorlog door een totaal verwoest gebied richting Roubaix.
Aan die editie heeft de koers ook haar naam te danken. L'Enfer schreven de kranten. Tijdens de oorlog was de pers maar mondjesmaat in het frontgebied aanwezig geweest.
De gruwelijkheden in de loopgraven werden immers voor het gewone volk zo veel mogelijk weggehouden.
Er was onder soldaten immers steeds meer weerstand om naar het front te gaan en met name aan het einde van de oorlog had het Franse leger te kampen met veel deserteurs.

Toen in 1919 de karavaan van Parijs-Roubaix door dit hopeloze, trieste en totaal verwoeste landschap trok werd voor het grote publiek pijnlijk concreet wat er vier jaar lang gebeurd was.
De renners fietsen van ruïne naar bomkrater. Iedere ruïne stond symbool voor een verwoest gezin. Iedere loopgraaf voor de dood van honderden soldaten. Iedere heuvel voor een slagveld waar duizenden jonge mannen zijn gesneuveld.

Henri had de bijnaam Fil de Fer en was inderdaad van ijzer. Natuurlijk zal het aanzicht van de oorlogswonden ook hem wat gedaan zal hebben. Toch was Pélissier na vier jaar inactiviteit gebrand om deze Parijs-Roubaix te winnen. Hij moest en zou deze eerste editie na de oorlog winnen.
De gedrevenheid van Henri is zo groot dat als de renners voor een stilstaande trein moeten wachten hij met de fiets op de nek door de trein naar de andere kant loopt. Het typeert z'n rebelse karakter, maar ook z'n gedrevenheid om een koers te winnen.
Net iets meer dan 20 coureurs halen de finish  Niet gek want de meeste  hebben de laatste jaren nauwelijks getraind.
Voor Henri was de feestvreugde overigens snel over want na z'n winst moet hij nog een paar maanden terug naar het leger.

Podium 1919
1 Henri Pelissier
2 Philippe Thys
3 Honoré Barthélémy

In 1921 wist Henri Pélissier nog een keer de Helleklassieker te winnen en ook toen was het landschap nog steeds bezaait met puinhopen van de oorlog.
Z'n broer Francis werd tweede en in de familie werden er geen cadeaus uitgedeeld. Henri was te eergierig en wilde gewoon alles zelf winnen.

Podium 1921
1 Henri Pelissier
2 Francis Pelissier
3 Léon Scieur

Charles was de derde fietsende broer en wist twee keer op het podium van Parijs-Roubaix te komen: 1927 (3e) en 1931 (2e).

Foto (bron BNF): Over de oorlogsjaren van
Henri Pélissier is niet veel te vinden.

Na z'n loopbaan als coureur is het leven van Henri eigenlijk één groot drama geworden. Z'n vrouw pleegt zelfmoord en een paar jaar later wordt hij met het zelfde wapen door z'n nieuwe lief vermoord.
Een triest einde van één van de grootste kampioenen die Frankrijk heeft voortgebracht.

zaterdag 8 januari 2022

Marc Madiot: 1985 en 1991

Madiot was geen erg groot coureur maar hij heeft twee belangrijke talenten: hij kan gruwelijk hard over de stenen rijden en hij heeft een zeer sterk organisatievermogen.
Dat laatste zorgt ervoor dat hij al 31 (!!) jaar in de wielersport werkzaam is. De laatste jaren als ploegleider maar als coureur vooral als kapitein van de ploeg.
Madiot heeft een groot inzicht en gevoel voor wat er gaande is.

Het goed kunnen rijden op de stenen heeft Marc wellicht te danken aan z'n flirt met het cyclecrossen.
Ik blijf erbij dat het voor veel renners goed zou zijn daar wat meer mee bezig te zijn.
Wordt veel te weinig in ploegen gedaan aan stuurkunst en hier iets meer in investeren kan in een aantal gevallen geen kwaad.

Opmerkelijk is dat het juist Franse ploegen zijn die dit helemaal begrijpen en regelmatig met hun ploegen op excursie (cyclocross of MTB) gaan.
Madiot is iemand die daar in gelooft en met z'n beperkte mogelijkheden wist hij twee keer Parijs-Roubaix te winnen.
Eén keer kan een mazzeltje zijn maar twee keer? Dan ben je gewoon goed in "De Hel". Heel goed zelfs!
Eigenlijk won Madiot drie keer want als jong renner wist hij ook al een keer de amateur editie van de kasseienklassieker te winnen. Voor kenners kwam zijn eerste prof-overwinning in Roubaix dan ook niet uit de lucht vallen.

1985 Kenners wisten het
Een bizarre koers was het. Veel belangen en Madiot wist daar handig van gebruik te maken. Kelly wilde zichzelf opvolgen. Kuiper had geproefd dat hij dit kon dus wilde nog wel een keer winnen in "De Hel".
Moser, niet super jong meer maar na z'n top jaar van 1984 vol vertrouwen om het record van De Vlaeminck te evenaren. Een jonge hongerige Eddy Planckaert maar ook gretige jongens als Lemond en van der Poel. Veel kanshebbers dus!

Vooral ook veel snelle mannen en Madiot nam geen enkel risico. Een kleine 20 kilometer voor de streep ging hij alleen op pad. Carrefour de L'Arbre was het decor waar hij fors aan de boom schudden en kwam prachtig onder het slijk als eerste op de wielerbaan. Schitterende solo!

Podium 1985
1. Marc Madiot
2. Bruno Wojtinek
3. Sean Kelly

1991 Zoete wraak
Zonder wat af te doen aan de prestatie van Madiot was dit een van de "slappe" Helletochten. Natuurlijk is dat nooit de schuld van de winnaar en het blijft natuurlijk altijd een stoer potje wielrennen.
Er is echter relatief langzaam gereden. Meer dan 7 uur deden de renners er over.
Daarom ook veel renners in de officiële uitslag namelijk net geen 100.
Madiot kan daar niks aan doen en liet de kans van z'n leven niet van z'n bord eten en pakte keurige z'n tweede Parijs-Roubaix.
Ook nu koos Madiot op Carrefour het hazenpad. Hij moest een heel stuk harder op de tanden bijten dan in 1985 maar Marc wist dat dit een kans uit duizenden was.
Deze kans kwam nooit meer. Z'n benen branden van de pijn maar het moest, het moest!
Hij wist dat hij een dergelijke solo aankon en dat vertrouwen bezorgde hem wederom een gigantisch mooie overwinning
De overwinning zal erg zoet gesmaakt hebben want Marc was in de ogen van heel wat ploegen (en ploegleiders) toch een beetje een afdankertje.
Cyrille Guimard kwam in 1985 een paar kilometer voor de finish nog naast Madiot rijden om hem uitvoerig te feliciteren. Een paar jaar later werd Madiot door diezelfde Guimard afgedankt. Daarnaast had Madiot ook wat met de gezondheid lopen sukkelen.
Het koste Madiot dan ook heel wat moeite om bij een ploeg te komen. De ploeg van R.M.O. had wel vertrouwen in Madiot en zullen zeker geen spijt van hun keuze hebben gehad.

Nederlander Nico Verhoeven werd netjes zevende.

Podium 1991
1. Marc Madiot
2. Jean Claud Colotti
3. Carlo Bomans

Madiot is de enige renner die het tot nu toe gelukt is om zowel bij de amateurs als bij de profs Parijs-Roubaix te winnen.


Foto: Als waardering voor de prestaties van Madiot is een van de stroken naar hem vernoemd. Lastige strook trouwens.
 Loopt op en ligt deels in de schaduw dus droogt slecht op en de stenen liggen in het eerste deel ver uit elkaar.

zaterdag 4 juli 2020

Louis Trousselier: 1905

Trousselier had de eer om de tiende editie van Parijs-Roubaix te winnen. Eigenlijk al direct vanaf het begin was Parijs-Roubaix een grote koers waar veel internationale belasting voor was.
In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de wielersport zich in een razend tempo. De koersen schoten werkelijk als paddenstoelen uit de grond.
Veel koersen waar we nu nog naar zitten te kijken hebben hun oorsprong eind negentiende en begin twintigste eeuw.

Trousselier was een allrounder en vooral het jaar waarin hij z;n overwinning in Parijs-Roubaix haalde wist hij een unieke erelijst bij elkaar te rijden.
In dat jaar won hij naast de stenen-klassieker maar liefst vijf etappes in de Tour De France en het eindklassement.
Tevens won hij dat jaar de semi-klassiekers Parijs-Valenciennes en Brussel-Roubaix.
In de Tour won hij nog meermaals een etappe en in 1908 wist hij Bordeaux-Parijs te winnen.

De eerste zes deelnames van Trousselier aan Parijs-Roubaix zijn echt indrukwekkend. Tussen 1904 en 1909 was een vijfde plek zijn slechtste resultaat en stond hij vier keer op het podium.

In 1905 was dat op de hoogste treden en Trousselier moest heel lang wachten voor er iemand naast hem kwam te staan.
René Pottier die tweede werd had maar liefst 7 minuten meer nodig en Henri Cornet die een jaar later zou winnen kwam op 16 minuten binnen.
Hippolyte Aucouturier die in 1903 en 1904 had gewonnen kreeg 23 minuten aan z'n koersbroek.
Slechts 26 renners wisten de streep te halen maar allen op enorme achterstanden.

De Eerste Wereldoorlog zorgde dat Trousselier stopte met koersen en begon hij in Parijs een bloemenwinkel.Voor iemand die gewend was veel bloemen te winnen een logisch keuze.

Podium 1905
1. Louis Trousselier
2. René Pottier
3.  Henri Cornet

zondag 7 juni 2020

Maurice Garin: 1897 & 1898

Een mooie carriere maar aan het eind verprutst door gesjoemel. Garin zal voor altijd in de boeken staan als de winnaar van de eerste Tour de France.
Hij zal helaas ook in de boeken staan als iemand die het op een bepaald moment niet zo nauw nam met de spelregels.

Geen doping of omkoping zoals het moderne wielrennen het laatste decennia helaas te vaak in het nieuws is gekomen.
Nee Garin werd geschorst voor het nemen van de trein!

Nu is met de trein reizen een prima idee, maar niet als je deelneemt aan een koers. Een vorm van fraude die begin vorige eeuw vaker voorkwam.
Maar dat iets vaker voorkomt legitimeert niet dat je het ook maar mag doen. Dat is hetzelfde smoesje waar sommige renners de afgelopen jaren het doping verleden mee achter zich willen laten.

"ze deden het allemaal"

Dat kan best zijn maar of je nu doping of de trein pakt het is een lastig verhaal als het uitlekt.

Laten we toch aannemen dat Garin z'n Tour-overwinningen en z'n twee zege's in Parijs-Roubaix op eerlijke wijze heeft behaald.
Een Tour die toen nog bestond uit zes etappes, maar wel vier langer dan 400 kilometer. De verleiding om de trein te nemen is dan ook wel heel erg groot moet ik zeggen.

Bij zijn eerste overwinning in Parijs-Roubaix was hij gelijk de eerste Fransman (geboren in Italië) die wist te winnen.
Een jaar eerder bij de eerste editie was de bloementuil immers naar een Duitser gegaan.
Toch was het Franse publiek over de overwinning van Garin in 1897 verdeeld. Het was een zware koers geweest en er melden zich twee renners aan de poort van oude wielerbaan.
Garin was in het gezelschap van de Nederlander Cordang die bij het oprijden van de baan een uitglijder maakte.
De baan was 333 meter en er moesten nog zes ronden worden afgelegd. In een kolkende massa probeerde de Nederlander de Fransman nog bij te benen.
Het publiek was uitzinnig en de inrichters die met hun nieuwe koers reclame voor het velodroom wilde maken konden geen mooier slot wensen.

Cordang nadert meter bij meter maar komt een paar fietslengte te kort. De beide renners worden oorverdovend toegejuicht en met een finale als deze staat Parijs-Roubaix definitief op de kaart.

Maar ook de naam van Garin stond definitief op de kaart. Hoewel hij in 1897 had toegegeven dat Cordang de sterkste was wilde hij een jaar later afgetekend winnen.

Een beetje een gekkenhuis werd het wel in 1898 want de wedstrijd werd niet alleen voor wielrenners gehouden. Gelijk met de wielrenners werd er ook een Parijs-Roubaix voor motorrijders gehouden.
In die laatste categorie overigens geen hoogvliegers, want Garin had maar net een uurtje meer nodig dan de snelste motor.
Garin maakte er bij z'n tweede niet zo'n spannend nummer van en kwam met bijna een half uur voorsprong aan in Roubaix.
De overwinning smaakte extra zoet want er kon geen misverstand bestaan dat hij de snelste was.

Twee keer op rij in regen en blubber en Garin is niet alleen de eerste Fransman die de stenenkoers wint maar tevens de eerste renner die een eerste dubbel haalt.

Podium 1897
1. Maurice Garin
2. Mathieu Cordang
3. Michel Frederick

Podium 1898
1. Maurice Garin
2. Auguste Stéphane
3. Edouard Wattelier

Garin begon na zijn actieve loopbaan een werkplaats en garage en er is ook een tijd een fietsmerk met zijn naam op de markt geweest.

Foto (AFP): Prachtig tijdsbeeld en we kunnen ons niet voorstellen dat de komende 
winnaar van Parijs-Roubaix zich zo laat huldigen.

dinsdag 26 mei 2020

Octave Lapize: 1909, 1910 en 1911

Het grote publiek kent Lapize van zijn overwinning in de Tour de France van 1910. Lapize was echter een alleskunner. Hij was de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen en deed dat ook nog op rij.
Tevens won hij driemaal Parijs-Brussel. Een wedstrijd die in die jaren meer glans had dan tegenwoordig.
Vreemd ook dat een koers als Parijs-Brussel nooit de status van een topklassieker heeft gekregen. De koers wordt immers als sinds 1893 georganiseerd en geen enkele van de vijf topklassiekers doet beter.

Naast Parijs-Tours prijkt ook de monsterrit Parijs-Brest-Parijs op zijn palmares.
Wedstrijden als Parijst-Brest-Parijs zijn in het moderne wielrennen niet meer denkbaar, maar hadden in die jaren een enorme status en aantrekkingskracht.

Naast de weg was Lapize een verdienstelijk veldrijder met een Franse titel bij de amateurs en een podium bij de profs.

Maar ook op de baan stond Lapize z'n mannetje. Overwinningen in zesdaagse maar meest opvallend zijn zijn records.
Wat te denken van 82,758 kilometer in een uur achter de grote motoren. We noteren het in 1908!!! Dat is ruim een eeuw geleden.
Gegangmaakt door een tandem brak Lapize zowel het uurrecord met een indrukwekkende dikke 50 kilometer en om de 100 kilometer vol te maken had hij slecht 2 uur en 2 minuten nodig.
Ik nodig graag ieder die een beetje kan fietsen uit dit nu (100 jaar later) eens te evenaren.

Lapize vergaarde in z'n wielercarrière een grote hoeveelheid bossen met bloemen en kransen. Helaas was zijn laatste bloemenkrans een met een triest verhaal.
De carrière van Lapize werd hard onderbroken door de eerste wereldoorlog. Lapize die z'n verantwoording niet uit de weg ging melde zich als vrijwilliger en koos voor de luchtmacht.
Ondanks dat hij doof was werd hij in een vliegtuig gezet. Tijdens een van z'n vluchten was hij kansloos toen er meerder tegenstanders tegelijk opdoken.
Hoewel hij de beschieting overleefde stierf hij even later aan z'n verwondingen.

Triest genoeg vond hij zijn einde boven het Noord Franse land waar hij zoveel successen had behaald.
Weliswaar iets oostelijker dan waar het parcours van Parijs-Roubaix loopt, maar de tragiek in dit verhaal is toch heel erg groot.

Driemaal wist hij het Noord Franse land wel te bedwingen en ook nog in een zuivere hattrick.

Podium 1909
1. Octave Lapize
2. Louis Trousselier
3. Jules Masselis

Podium 1910
1. Octave Lapize
2. Cyrille Van Hauwaert
3. Eugène Christophe

Podium 1911
1. Octave Lapize
2. André Charpiot
3. Cyrille Van Hauwaert


Foto: In die jaren was het heel populair om van wielerkoersen als een soort van souvenir 
een ansichtkaart te versturen. Deze doet het wel heel erg goed in een verzameling.

zondag 26 april 2020

Lucien Lesna: 1901 & 1902

Parijs-Roubaix werd ooit in het leven geroepen om Roubaix op de kaart te zetten, maar was tevens bedoeld als voorbereidingskoers voor Bordeaux-Parijs.
Lesna gaf daar in in 1901 op een indrukwekkende wijze invulling aan.
Ruim voor de helft van de koers was hij er alleen vandoor gegaan en had bijna een half uur voorsprong toen hij op het velodroom aankwam.

Het was toch nog even een heel gedoe in 1901. L'Auto Vélo was organisator van de koers maar de concurrerende krant Le Vélo wilde op dezelfde dag ook een Parijs-Roubaix organiseren.
Het geeft aan hoe snel de koers een grote populariteit kende. In die jaren bevochten kranten elkaar werkelijk op leven en dood.
Een rechtszaak voorkwam dat er twee edities werden verreden. In een conflict om de naam van de krant trok Le Vélo dan weer aan het langste eind. L'Auto Vélo moest de toevoeging Vélo laten vallen.

L'Auto zou een paar jaar later echter met een nog veel groter wielersport project uitpakken: De Tour de France. L'Auto kennen we inmiddels al jaren onder de naam L'Équipe.
Het zal Lesna allemaal een zorg zijn geweest en na een schitterende overwinning in Parijs-Roubaix plakte hij er in 1901 dan ook nog die monsterrit van Bordeaux aan vast.
Lesna was niet vies van monsterritten, maar was ook op de baan actief maar was in 1901 negenendertig geworden en het einde van z'n carrière naderde.

In 1902 zijn de verschillen dan ook een stuk kleiner, maar het weer is een serieus slechter dan in 1901.
Voor een deel zien we dezelfde hoofdrolspelers en maar liefst vijf renners uit de top tien van 1901 zullen ook nu weer in de top tien eindigen.
De populariteit van de koers blijft maar groeien en Lesna wordt als een held op het velodroom van Roubaix onthaalt.

Een mooi afscheid want Lesna zou dat jaar 40 jaar worden en het was genoeg. Hij was vrij laat in aanraking gekomen met de fiets en had daarnaast een grote liefde voor motorsport.
Als wielrenner kwam hij regelmatig uit achter de grote motor en haalde daar ook een aantal titels.
De motor is hem uiteindelijk ook noodlottig geworden. In 1932 kwam Lesna om in een motorongeluk. Niet tijdens een race maar gewoon tijdens een gewone rit op de weg.

Podium 1901
1. Lucien Lesna
2. Ambroise Garin
3. Lucien Itsweire

Podium 1902
1. Lucien Lesna
2. Edouard Wattelier
3. Ambroise Garin


Foto: Lesna op z'n fiets die hij op de baan gebruikte. Let op de blokketting waarbij 
tandwielen werden gebruikt waar steeds een tandje werd "overgeslagen".

donderdag 17 oktober 2019

François Faber: 1913

In 1913 waren de spanning in Europa al aardig aan het oplopen. In de Balkan laait de oorlog weer op en in Griekenland wordt koning George I vermoord.
Heel Europa vraagt zich al lang niet meer af of er oorlog gaat komen, maar vooral wanneer deze gaat komen.
Zolang het nog niet zover is proberen de mensen te genieten van grote evenementen zoals Parijs-Roubaix.
Een jaar eerder was het de plaatselijk renner Charles Crupelandt gelukt z'n "eerste" binnen te halen. Ging specialist en thuisrijder Crupelandt op weg naar een zelfde indrukwekkend rijtje als Lapize?
Octave Lapize was het als eerste gelukt om de Helleklassieker drie keer op rij te winnen. Overigens een kunstje dat tot nu toe alleen nog Francesco Moser is gelukt.

In 1913 stonden er echter nog een paar kanshebbers aan de start. Faber was er daar een van en stond met een prachtige erelijst aan de start.
Tour en toen al 15 etappes (kwamen er nog 4 bij) maar ook de Ronde van Lombardije, Parijs-Tours (2x) en Parijs-Brussel.

Faber was oorspronkelijk Luxemburger maar bracht nagenoeg z'n hele leven door in Frankrijk.
Hij was overigens wel de eerste niet Fransman die de Tour wist te winnen.
Een mooie erelijst en Faber wilde daar graag de toen al hoog aangeschreven Parijs-Roubaix aan toevoegen.
Het was een zware editie met hagel, wind en veel valpartijen. Ook top favoriet Crupelandt was gevallen en een aantal keren lek. Toch zat Crupelandt in de kopgroep maar zijn wanhopige poging om het in een lange sprint te halen mislukte.
Allrounder Faber beschikte na 265 kilometer over de meeste inhoud en mocht op de hoogste trede van het podium plaats gaan nemen.

Podium 1913
1 François Faber
2 Charles Deruyter
3 Charles Crupelandt

Faber kwam zoals zo veel jonge mannen in de Eerste Wereldoorlog om het leven. De verschillende berichten over hoe Faber om het leven is gekomen zijn wat tegenstrijdig.
Wel staat vast dat de eenheid waar hij deel van uitmaakte voor twee derde is gesneuveld.
Faber kreeg postuum de Militaire Medaille. Op de militaire begraafplaats Notre-Dame de Lorette bij Ablain-Saint-Nazaire hangt in de kapel een gedenksteen ter nagedachtenis aan François Faber.

Een groot kampioen die net als zovelen door de oorlog geen kans kreeg z'n dromen verder te leven.

Foto (Bron BNF): Prachtig hoe statig Faber hier poseert.

zaterdag 4 april 2015

Albert Champion: 1899

De naam Champion zal bij de meeste kenners van autotechniek een andere associatie opleveren dan wielersport.
Champion is natuurlijk vooral bekend van bougies in de rode doosjes.
Albert Champion was constante bezig om sneller te zijn. Met de auto, met de motor en met de fiets.

Als jonge knaap wist hij direct Parijs-Roubaix te winnen. Zijn hang naar het ontwikkelen van verbeteringen voor motoren zorgde dat z’n overige wielersuccessen wat aan de magere kant zijn gebleven.
Champion is wel een zeer markant figuur in de geschiedenis van Parijs-Roubaix. Daar waar andere noeste bonken bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het slagveld optrokken verkaste Champion naar Amerika.
Een aantal winnaars van Parijs-Roubaix zijn overigens ook op datzelfde slagveld gesneuveld. Lapize die uit de lucht is geschoten en Faber die sneuvelde tijden een bestorming van een loopgraaf.

Voor vele was je in de beginjaren van de oorlog een lafaard als je niet naar het front ging, maar de verhuizing van Champion naar Amerika heeft hem geen windeieren gelegd.
Hij richten er z’n bedrijf op wat bekend is geworden van de bougies. Ook nam hij er deel aan auto en motorraces om verbeteringen te testen in de praktijk.
Tijdens een van deze races kreeg hij een ongeval. Heel gewoon in die jaren want veiligheid was een aspect dat nauwelijks aandacht kreeg.
Albert moest na het ongeluk wel worden opgekalefaterd en het resultaat was twee ongelijke benen.
Voor Albert geen probleem om het jaar erop op de baan Frans wielerkampioen te worden.

Toch bleek hij teveel last te hebben van z’n blessure en Champion ging zich volledig toeleggen op z’n bedrijf.
In een paar jaar tijd was hij een welgesteld man en dat trekt nu eenmaal wat dubieuze vrouwen aan.
Z’n eerste huwelijk strand en de vrouw uit z’n tweede huwelijk valt niet alleen op rijke, maar daarnaast ook nog op wat foute mannen.
Een van die mannen waar ze parallel afspraakjes mee maakte was bokser geweest. Toen Albert verhaal kwam halen dat het toch echt zijn vrouw was kreeg hij een fors pak slaag.
Een paar uur later overleed hij op z’n hotelkamer.
Door justitie is er geen relatie aangebracht tussen z’n dood en de vechtpartij. Toch roept het vraagtekens op en het is heel aannemelijk dat tegenwoordig een zorgvuldig onderzoek zou plaatsvinden.

Albert Champion ligt begraven op de grootste begraafplaats van Parijs namelijk Cimetière du Père-Lachaise. Een andere bekende wielrenner die hier z’n laatste rust vindt is Laurent Fignon.
Maar we kennen de begraafplaats natuurlijk vooral van Jim Morrisson, Oscar Wilde, Rossini, Edith Piaf, Jean de La Fontaine en een zeer groot aantal Frans kunstenaars en wetenschappers.

Een mooie rustplaats maar voor iemand van nog geen 50 wel veel en veel te vroeg.

Toen de jonge Albert in 1899 Parijs-Roubaix wist te winnen konden we dat allemaal niet weten, maar dat hij een kleurrijk figuur is geweest is wel duidelijk.

Podium 1899
1. Albert Champion
2. Paul Bor
3. Ambroise Garin

zondag 15 maart 2015

Gilbert Duclos-Lassalle: 1992 en 1993

Iedereen heeft z'n favorieten coureurs. Bij sommige wordt dat wat chauvinistisch ingegeven. Andere door een sponsor waar ze sympathie voor hebben.
Bij mij komt mijn sympathie voor bepaalde renners vooral voort uit hun gedrevenheid.
Trainingsbeesten en commitment zijn dan sleutelwoorden. Als we naar de laatste 50 jaar kijken dan hebben we het over De Vlaeminck, Moser, Ballerini, Kuiper, Hincapie, van der Poel, Tafi maar vooral Gilbert Duclos Lassalle.

Wat is dat een heerlijke vent!

Afkomstig uit de uitlopers van de Pyreneeën maar vooral succesvol in "Le Nord".
Ik heb Duclos-Lassalle altijd een pracht coureur gevonden. Lastig als hij het dan andere van je helden lastig maakt.

1992 Eindelijk
Ik veerde helemaal op toen Gilbert in 1992 z'n eerste Parijs-Roubaix won. Kippenvel! Sinds 1978 had deze held zich gegeven in "De Hel" en nu was er de beloning.
De grote beloning!

In 1980 was Duclos-Lassalle al eens tweede geworden achter een ontketende Moser. In 1983 weer een tweede plaats en nu was het Hennie Kuiper die voorkwam dat Duclos-Lassalle in Roubaix kwam winnen.
Duclos-Lassalle reed altijd een korte uitslag in "de Hel".
Toch was hij in 1992 al vijftien (!!!) jaar prof toen hij z'n eerste zege behaald in Parijs-Roubaix.
Het zolang proberen in je favoriete koers. Geweldige rapportcijfers neer kunnen leggen en..............en.......niet die hoogste tree.
Niet die sokkel met die kassei. Niet die koppen in de krant. Niet de complimentjes van collega's.
Hoe prachtig is het dat zo'n vent dan keer op keer toch gemotiveerd in Compiègne aan de start gaat staan. Het weer probeert.
Misschien een ander type tubes. Een andere voorbereiding. Een andere tactiek.
Kan allemaal zijn, maar Duclos-Lassalle beschikte vooral over volharding. Heel veel volharding.
Het is ook ondenkbaar dat er iemand het Gilbert niet gunde toen hij op zondag 12 april solo de wielerbaan op kwam rijden.
De Fransen werden bijkans helemaal gek want Duclos-Lassalle was ook nog eens het nationale knuffeldier.
Een status die je in Frankrijks niet snel verdient. Fransen zijn best chauvinistisch, maar om een knuffelheld te worden moet je toch wel wat bij ze losmaken.
Dat deed Gilbert op deze zondag. Menig wielerfan heeft bij de TV toch even moeten slikken en de ogen zullen best even aangedrongen hebben om wat tranen te laten.
Bij mijn prikte ze ook even. Wat een prachtig sportmoment!

Podium 1992
1 Gilbert Duclos-Lassalle
2 Olaf Ludwig
3 Johan Capiot

1993 IJzingwekkend
Een jaar later deed Gilbert het nog even dunnetjes over. Alleen nu was het een stuk lastiger.
Ook voor mij als toeschouwer was het een stuk lastiger. Duclos-Lassalle kwam namelijk samen met Franco Ballerini de wielerbaan oprijden.
Ballerini had al een paar jaar op de deur geklopt en laten zien dat hij uit het juiste hout gesneden was om de Koningin van de Klassiekers een keer te winnnen.
Op de wielerbaan gaat de bel voor de laatste ronde en als supporter van beide renners zit je nerveus voor de buis.
Natuurlijk gaat een van je helden winnen maar............er gaat ook een van je helden verliezen.
Je probeert in 500 meter een keuze te maken. Gilbert, Franco, Gilbert, Franco.
Ik zie ze over de pompeuze baan rijden en frommel de laatste chips naar binnen en neem nog gehaast een slokje cola.
Gilbert, Franco, Gilbert, Franco.................... 
Ik bedacht dat Gilbert met zijn staat van dienst best wel twee keer deze koers op z'n erelijst mag hebben. Ik bedacht dat het tijd was voor Ballerini om definitief door te breken.

Vervolgens bedacht ik dat ze het maar samen uit moesten vechten. Zoek het maar uit. Je neemt even emotioneel afstand om een nakende teleurstelling aan te kunnen.
Je hoopt dan op een sprint waarbij het resultaat een dikke fiets verschil is. Dan is er geen kater. Dan weet je dat het zo was. Dan was een van de twee op afstand de sterkste.
Nu maakte beide heren er een triller van. Met minimaal verschil gingen ze over de streep.
Ballerini gooide direct de handen in de lucht.
Ik gunde het hem maar was er niet zo zeker van. Met een opera alsof er niet zoiets als een fotofinish is probeerde Ballerini niet alleen zichzelf, maar iedereen te overtuigen dat hij en niemand anders de winnaar was.
Ballerini was geen onsportieve renner, maar in een aantal deelnames had hij geproefd dat hij deze koers ooit zou gaan winnen. Wat wilde hij graag dat dit waar zou zijn.

Ooit maar niet die dag. De camera's waren meedogenloos.

Duclos-Lassalle mocht plaats nemen op het hoogste schavot. Een verdiend winnaar en ieder had gezien dat Ballerini klaar was om deze koers zeker een keer te komen winnen.

Podium 1993
1 Gilbert Duclos-Lassalle
2 Franco Ballerini
3 Olaf Ludwig

Als renners zoals Duclos-Lassalle stoppen met koersen heb ik altijd een beetje het gevoel dat de wielersport een beetje dood gaat.

Wat een vent, wat een coureur, wat een held!

Foto: De kasseistrook even buiten Cysoing is vernoemd naar onze Franse held. 
Links van de weg staat bij het oprijden van de kasseien dit fraaie schild.

Bij Ballerini was de teleurstelling enorm groot. Op de vraag waar het fout ging antwoorden Franco heel emotioneel: "Dat ik ooit aan wielrennen ben gaan doen"
Hij bezwoer nooit meer in Roubaix te verschijnen.
Gelukkige heeft Franco zich niet aan z'n woord gehouden en heeft z'n hart (Franco hield van koers) het van de teleurstelling gewonnen.
Neemt niet weg dat deze prachtige overwinning van Duclos-Lassalle voor Franco even een forse mand zure appels was.

dinsdag 18 februari 2014

Charles Crupelandt: 1912 en 1914

Heroïsche verhalen zijn mooi, maar van het verhaal van Crupelandt wordt ik altijd wat verdrietig.
Verstoten door de Franse wielerbond en blind sterven met twee geamputeerde benen.
Hoeveel leed kan een mens hebben.

Charles was bij het uitbreken van de oorlog (WWI) aan het smokkelen gegaan. Tegenwoordig zou hij tot held worden uitgeroepen want het was niet zonder gevaar.
In de Eerste Wereldoorlog ging dat er allemaal wat anders aan toe en hadden we heel andere normen.

Vergruist en geschorst door de bond. Na de oorlog waren er voor Crupelandt dan ook geen mogelijkheden meer voor een derde overwinning in zijn Roubaix.
Hoe zoet en tegelijk wrang is het eerherstel voor Charles dat laatste strook in Roubaix naar hem is vernoemd.
Crupelandt was een echte Nordist en kwam uit het industriële Roubaix. Hij was een zeer verdienstelijk coureur met een palmares waar je op een feestje best mee voor de dag kan komen..
Binnen het kader van deze blog is het nog noemenswaardig dat Charles in 1910 de eerste etappe van de Tour de France wist te winnen: Paris-Roubaix.
Nu klagen renners als er in een Tour etappe een paar sukkelige strookjes gedaan moeten worden. Vroeger reden ze als eerste etappe een complete Parijs-Roubaix!
In 1912 won Crupelandt - bijna als een traditie - de eerste etappe die eveneens door Le Nord ging maar nu eindigde in Duinkerken.

Aantoonbaar een groot specialist die zonder de gruwelijke oorlog beslist een onnavolgbare erelijst in Le Nord bij elkaar had gereden.
Bedenk dat Crupelandt al op z'n zeventiende aan de start stond en deze sterke vent gerust tot z'n vijfendertigste had kunnen koersen.

Helaas is het bij twee overwinningen gebleven en juist mooi om vandaag de sterfdag van Charles nog eens stil te staan bij zijn prestaties in zijn Roubaix.

Podium 1912
1 Charles Crupelandt
2 Gustave Garrigou
3 Maurice Léturgie

Podium 1914
1 Charles Crupelandt
2 Louis Luguet
3 Louis Mottiat

zondag 16 februari 2014

Bernard Hinault: 1981

Een strontkoers noemde Hinault het. De kasseien vond hij maar helemaal niks. Net zoals hindernissen als de Koppenberg.
Geweldig om iets een strontkoers te vinden en er dan toch naar toe gaan om hem een keer te gaan winnen. Dan ook nog in de regenboogtrui!

1981 was een prachtige natte Parijs-Roubaix met een hoofdrol voor Roger De Vlaeminck die er niet aan moest denken dat Francesco Moser een vierde op rij ging scoren.
Moser was daar natuurlijk op gebrand want dat was nog niemand gelukt. Buiten de koers konden (en nog) die twee samen prima een bordje pasta slurpen maar op de stenen richting Roubaix was het water en vuur.
Dat had alles te maken met gemiste kans voor De Vlaeminck toen hij voor de ploeg van Moser fietsten. Roger letten in 1981 dus vooral op Moser.
Hennie Kuiper had de week ervoor de Ronde van Vlaanderen gewonnen en wilde graag wat terug doen voor ploegmaat De Vlaeminck.
Wie had ooit gedacht dat die twee nog eens in één ploeg voor elkaar zouden werken. Toen Kuiper wereldkampioen werd kon De Vlaeminck z'n tranen van verdriet niet bedwingen.
Roger heeft z'n hart op z'n tong liggen en iedere journalist die het maar horen wilde kreeg hetzelfde verhaal: "Kuiper is geen waardig kampioen".
Tijdens dat WK was Kuiper natuurlijk de oorzaak dat De Vlaeminck op twee kwam te staan, maar nu op de baan in Roubaix had De Vlaeminck het aan zichzelf te danken.
Kuiper had z'n werk gedaan door Hinault terug te halen en het was nu aan Roger om met een vijfde overwinning onsterfelijk te worden.
Na een zeer geanimeerd koers bereikt een kopgroep van zes de wielerbaan in Roubaix.

Hinault was meermaals gevallen maar keerde steeds terug. Andere kassei-specialisten zoals Kelly, Planckaert, De Wolf, Braun, Delcroix en Duclos-Lassalle was het niet gelukt om terug te keren. De zes man in de kopgroep konden gaan uitmaken wie er met de bloemen en de kassei naar huis mocht.
Vrij snel kwam Hinault op kop en ging steeds een beetje harder rijden. Harder, harder, harder, harder, harder, winnen!

De Vlaeminck gunde hem geen blik toen ze aan het uitbollen waren. Verslagen in een strontkoers.
De Fransen waren door het dollen heen. Het was immers al even geleden (Bobet 1956) dat er een Fransman op het hoogste podium had gestaan.

Schitterende overwinning!

Toch nog wel een kritische noot aan het adres van onze Hinault. Als je nou als coureur echt vond dat dit soort koersen niet gehouden moeten worden, dan ga je na je carrière toch niet in een officiële rol na diezelfde koers op het podium handjes staan schudden?

Podium 1981:
1 Bernard Hinault
2 Roger De Vlaeminck
3 Francesco Moser


Foto: Ondank dat hij het een strontkoers vindt is er zelfs een kasseistrook naar Hinault genoemd. Het gaat om de strook bij Haveluy en bij het oprijden van de strook staat een kleine stenen zuil met zijn naam.

Diverse gerenommeerde TV journalisten blijven hardnekkig beweren dat Hinault maar één keer heeft deelgenomen aan Parijs-Roubaix. Een mooi verhaal maar niet gebaseerd op de feiten.
De uitslagen van Hinault in Parijs-Roubaix zijn:
1978 - 13
1979 - 11e
1980 - 4e
1981 - 1e
1982 - 9e

vrijdag 31 januari 2014

Hippolyte Aucouturier: 1903 en 1904

Een opmerkelijke naam maar Hippolyte Aucouturier was mogelijk nog meer een opmerkelijke verschijning. In z'n gestreepte trui en snor (meestal met punten) was hij bijna een karikatuur van de wielrenner uit die jaren.

1903 zal het laatste jaar zijn dat er met gangmakers wordt gewerkt. Het parcours loopt in die jaren nog in rechte lijn van Parijs naar Roubaix. Zo vinden we dus onderweg de hellingen van Saint-Germain, Ennery en naturlijk die van Doullens.
Aucouturier heeft die dag de koers zeer zwaar gemaakt en met een chique gezelschap bereiken ze de wielerbaan. Vroeger werd en nog een halve baanwedstrijd gereden over meerdere ronden wat het de moeite maakte een echte (schone) baanfiets te pakken. De chaos was echter groot en verspreid over de baan reden meerdere renners min of meer een achtervolging die voor Aucouturier het beste uitpakte.
Later dat jaar wist hij ook nog Bordeaux-Parijs te winnen en twee etappes in de eerste Ronde van Frankrijk. Duidelijk een sterke gast die Aucouturier en iemand van de lange adem. Ter illustratie de Touretappes die hij dat jaar wist te winnen waren 374 en 423 kilometer lang! Op doorgaans slechte wegen en loodzware fietsen! Als je dan dit soort overwinningen binnensleept ben je echt een brute gast.
Hippolyte kreeg dan ook de bijnaam "De Verschrikkelijke".

Een jaar later was het weer raak. Nu zonder gangmakers en ondanks het gemis van een extra "zetje" was Aucouturier vooraf overtuigd te gaan winnen. Niet zuinig over z'n ambities mengt hij zich ook direct in het begin van de koers in de strijd.
Als beginnelingen gaan de renners uit het vertrek en ondanks het wegvallen van de gangmakers wordt er een enorm tempo gereden. Uiteindelijk zouden de renners op ruim 32 gemiddeld wat voor die jaren een indrukwekkend (verschroeiend is een beter woord) gemiddelde is.
Het publiek is nog nauwelijks aanwezig als de eerste renners zich melden voor een sprint. De sterke Aucouturier trekt aan het langste eind en haalt z'n tweede overwinning in Roubaix.
Een jaar later zal hij nogmaals Bordeaux-Parijs winnen en maar liefst drie Touretappes.

Podium 1903
1. Hippolyte Aucouturier
2. Claude Chapperon
3. Louis Tousselier

Podium 1904
1. Hippolyte Aucouturier
2. Cesar Garin
3. Lucien Pothier


Foto: Prachtig beeld van een coureur die doorgaans opgewekt door het
 leven ging en een keurige erelijst bij elkaar wist te trappen.

woensdag 22 januari 2014

Georges Speicher: 1936

Het bekend maken van de uitslag na een prangende sprint stond wellicht model voor het kruitvat dat Europa aan het worden was. De Belgische fans waren er van overtuigd dat Maes gewonnen had en een en ander zorgde voor een bovenmatige commotie. Sommige bronnen melden vechtpartijen andere houden het op net niet.
Niet gek want strikt genomen waren op de Noord Franse kasseien de Belgen superieur in die jaren. Wist door een ander was gewoon niet mogelijk!
Persoonlijk vind ik dat er onvoldoende duidelijk beeldmateriaal beschikbaar is om een hard oordeel over de fotofinish te geven.
Neemt niet weg dat 1936 toch een jaar met een sportieve smet is. Die viel natuurlijk in het niet bij Olympische zomerspelen die een paar maanden later in Berlijn werden gehouden. Eerder dat jaar waren de winterspelen al gehouden in Garmisch-Partenkirchen.
De zomerspelen werden echter een stuk complexer en vooral propaganda voor de Nazi's
Daar waar we nu wel eens denken dat de discussie over een Olympische boycot van de laatste jaren is waren de Olympische Spelen een gruwel voor de echte sportfan.
Overigens de directe concurrent van Berlijn was Barcelona. Ook dat was geen goede keuze geweest want daar woede inmiddels een serieuze burgeroorlog waar de Duitsers overigens schaamteloos een handje toestaken.
De VS maar ook Nederland protesteerde fel tegen het Nazi-beleid wat tot een tijdelijke versoepeling heeft geleid ten aanzien van de opstelling tegen de Joden.
Toch moet die veroordeling van de VS eigenlijk met afschuw beoordeeld worden. Juist een land waar apartheid zo extreem was doorgevoerd had in deze zaak beter haar mond gehouden.
Kleurlingen achterin de bus, aparte scholen en fabrieken voor kleurlingen. Zelfs bij de bevrijding van Europa werden kleurlingen in aparte eenheden gestopt! Een oorlog om vrijheid? Dream on!
De Jim Crow wet (rassenseparatie in de VS) die toen van toepassing was rechtvaardigt het op geen enkele manier om op welke manier dan ook kritiek te hebben op welke vorm van segregatie in welk land dan ook.
Zelfs tien (!!!) jaar na de oorlog moest Rosa Parks (de gekleurde dame niet niet in de bus wilde gaan staan) een statement maken om stapje voor stapje de VS een beetje in de richting van een fatsoenlijk land te leiden.
Maar de Joden waren nu eenmaal belangrijk onderdeel van de economische motor dus de VS had geen andere keuze om de Olympische Spelen te veroordelen. Opportunistisch als ze waren gingen ze toch een handje medailles halen maar minder dan hun bekritiseerde gastheer.
De Duitsers wonnen namelijk het medaille klassement, maar daar zijn heel wat apothekers bij aan te pas gekomen.

Vele, vele staatshoofden werden er in 1936 gewisseld en de wereld stond aan de vooravond van een onvergelijkbare crisis.

De drie renners die in de Roubaix de sintelbaan (het huidige velodroom was nog niet in gebruik) op kwamen rijden zullen er geen gedachte bij hebben gehad.
Rebry die zelf drie keer Parijs-Roubaix wist te winnen was in een sprint kansloos tegen z'n medevluchters. Hij zal ook niet erg fris meer hebben gezeten want hij had de laatste uren van de koers keer op keer aangevallen om van snellere medevluchters af te komen.
Het zou gaan tussen de snelle Georges Speicher en de toch ook niet trage Romain Maes. Het Franse publieke hoopte en de talrijke Vlamingen wisten het. Toch was een deels van de fans ontroostbaar en dat lieten ze weten ook.
Een roerige gebeurtenis die in het groter geheel volledig in het niet viel en de komende jaren zou Europa steeds dieper en dieper gaan bukken.

Podium 1936
1. Georges Speicher
2. Romain Maes
3. Gaston rebry

Van deze editie zijn bewegende beelden maar ook deze geven definitief oordeel over de winnaar.

donderdag 2 januari 2014

Emile Bouhours: 1900

Oppervlakkig gezien is dit een van de meest verdachte uitslagen uit de historie van Parijs-Roubaix.
In iets meer dan 7 uur raasde Bouhours naar de wielerbaan. Het is 1900 en in iets meer dan 7 uur? De duivel op z'n hielen, maar de uitvinding van "De Hel" kwam pas in 1919.

7 uur? Dat is een gemiddelde van dik 37 kilometer per uur!

Sneller dan Marc Madiot in 1985 en 1991. Rapper dan in 1987 door Vanderaerden.
Eerder in het velodroom dan Raas in 1982. Maakt de editie van De Vlaeminck in 1972 een uitstap voor wielertoeristen. Wat te denk van twee keer rapper dan Merckx (68 en 73). Klopt ook nog een keer Moser, Tchmil en Kelly?

Dat alles in 1900? Ik ben een goedgelovig mens, maar dat gaat er bij mij niet in. In die jaren was het niet vreemd dat renners zo nu en dan een stukje de trein namen. Geen live beelden dus met zoiets kwam je meestal wel weg.

Toch is er in 1900 iets heel anders aan de hand. Net als het jaar daarvoor mochten de renners gebruik maken van motorische gangmakers. Niet gek dus dat uitgesproken Bouhours goed voor de dag kwam. Bouhours was namelijk een zeer succesvol stayer met onder andere vier Franse titels stayeren.
Ook was hij een man van de records en zo legde hij ooit bij de 24 uurs van Parijs maar liefst dik 1300 kilometer af! Gangmaker of niet dat is wel 24 uur lang dik 54 kilometer per uur fietsen! Zelfs NU nog een uitzonderlijke prestatie.
Dus dat Emile het goed deed achter de gangmakers was niet zo heel vreemd, maar dat gold niet voor iedereen.
Slechts 10 van de 23 renners kwamen in 1900 aan de finish en dat was mede het gevolg van een aantal ongelukken met motoren. Dit betekende tevens het einde van gemotoriseerde gangmakers. Een verstandig besluit wat de klassieke vorming van de koers zeker ten goede is gekomen.

Ondanks de gangmakers een indrukwekkend podium met kleppers op plaatsen twee en drie die zelf ook al eens waren komen winnen.
Hoewel Bouhours op de weg verder een vrij magere erelijst heeft, mag deze overwinning als een huzarenstukje worden gezien.

Podium 1900
1. Emile Bouhours
2. Josef Fischer
3. Maurice Garin


Foto: Gangmaking zag er in die jaren heel anders uit en niet zo gek dat het regelmatig fout ging.

woensdag 18 januari 2012

Frédéric Guesdon: 1997

Toen Guesdon in 1997 een omvangrijke kopgroep op de wielerbaan verraste door een extra lange sprint, was dat voor veel toeschouwers een verrassing.
Niet voor ploegleider Madiot (zelf twee keer winnaar) die Guesdon op z'n hart had gedrukt dat hij na een dergelijk koers beslist niet kansloos in een sprint zou zijn.
Madiot wist als geen ander dat na 260 kilometer (waarvan 50 kasseien) bij de meeste sprinters de benen er behoorlijk zijn afgedraaid.
1997 was een zeer opmerkelijke editie en echt een beslissing is er nooit gevallen. Er ontstonden in de finale wel kopgroepje maar niet één groep slaagde erin echt ver weg te rijden.
Bloedstollend was wel het moment dat Tchmil en Moncasssin pas bij het oprijden van de wielerbaan werden teruggepakt.
Daardoor draaide deze editie bijna uit op een uitgedunde massaspurt. Bijna 30 renners binnen een halve minuut over de streep.

Toch bleek maar weer dat Parijs-Roubaix vooral om de individuele kwaliteiten gaat. Sommige ploegen hadden veel renners vooraan maar konden geen vuist maken.
Voor Lotto zal de appel het zuurst geweest zijn. Drie man in de kopgroep van acht en de bloemen laten lopen.

Overigens heeft Guesdon in "De Hel" een zeer indrukwekkende staat van dienst:
16 keer aan de start (klopt 2002?) , 1 keer winnaar, 10 keer bij de eerste twintig.
Met een overwinning in Parijs-Tours maakte Guesdon z'n erelijst betreft Franse klassiekers compleet.

Ook prijkt de Tro Bro Leon op de erelijst van Guesdon. In Nederland een totaal onbekende koers. Dit omdat de koers vaak gereden wordt in het weekend van de Amstel Gold Race.
Kasseispecialisten gaan dan echter in Bretagne nog even een robbetje met elkaar vechten. Zeer slechte wegen die eerder lijken op de strade bianche van L'Eroica dan op de Noord Franse kasseien. Toch zien we hier in Bretange veel dezelfde namen als in Le Nord.

Ondanks z'n 40 jarige leeftijd heeft Guesdon er nog geen genoeg van en wil hij nog één keer een keer vlammen in zijn koers. In zijn Parijs-Roubaix. In zijn koers! Als laatste koers en wat een mooi afscheid om dat in zo'n koers te doen.
8 april 2012 staat in de agenda van Frédéric dan ook al maanden dik omcirkelt. Maximaal gesteund door Madiot die weet hoe het is om aan het eind van je carrière bij het grof vuil gezet te worden.
Nog één keer door "De Hel" trekken als een afscheid aan de fans, een afscheid aan de kasseien en een afscheid aan een kleine 20 jaar hard labeur.

Helaas kwam Guesdon afgelopen week in de Tour Down Under zeer zwaar ten val. De kans is groot dat dit het einde van z'n carrière betekend. Frédéric heeft z'n heup gebroken en dat betekend doorgaans een operatie en een vrij lange revalidatie periode.

Triest want Guesdon is al 17 jaar niet weg te denken in deze koers. Als hij de komende editie aan de finish had weten te komen was hij mede recordhouder geworden. Dit samen met Servais Knaven en Raymond Impanis die beide 16 keer de finish wisten te halen.
Hopelijk komt het goed, maar de berichten op dit moment (18 januari 2012) zijn niet goed.

Van hier: Sterkte Frédéric en hopelijk krijg je je afscheid wat je verdient!

Om de moed erin te houden genieten we nog even van z'n overwinning in 1997:



Podium 1997
1 Frédéric Guesdon
2 Jo Planckaert
3 Johan Museeuw