zaterdag 26 februari 2022

Gaston Rebry: 1931, 1934 en 1935

Rebry was niet de eerste coureur die Parijs-Roubaix drie keer wist te winnen. Octave Lapize was hem voorgegaan en had zelfs als eerste drie op een rij gescoord.
Toch viel aan Rebry de beurt om als eerste de mooie eretitel Monsieur Paris-Roubaix te mogen dragen.
In dit geval spreken we immers niet van zomaar over een bijnaam maar van een eretitel.
Overigens had Gaston nog wel wat bijnamen zoals de Bulldog en de Locomotief. Die bijnamen waren niet zomaar uit de lucht komen vallen.

Rebry was een matige sprinter en moest het dus hebben van de ontsnapping. Voor Gaston geen probleem en z'n hele carrière was hij veroordeeld om te soleren.
Het heeft hem een aantal indrukwekkende overwinningen opgeleverd. De drie in Parijs-Roubaix spreken natuurlijk enorm tot de verbeelding.
Het is Merckx niet gelukt om aan meer te komen. Ook een super specialist als Moser is niet voorbij de drie weten te komen.
In 1934 scoorde Rebry een prachtige dubbel door zowel De Ronde Van Vlaanderen als Parijs-Roubaix te winnen.

Gaston had een ondeugende stoere kop en zat vrij gedrongen op de fiets. Hij straalde power uit en als hij de pedalen ging ranselen dan liet hij de tegenstanders flink in de sturen bijten.
Drie keer kwam Rebry solo aan hoewel het verschil in 34 slechts een paar seconden was.
De overwinning van 1934 werd enigszins ontsiert omdat de oorspronkelijke winnaar een ilegale fietswissel had uitgevoerd.
In 1935 reed Rebry het ongelooflijke gemiddelde van 37,363km pu. Aardig is om het gemiddelde van tempobeul Andrei Tchmil in 1994 eens tegen aan te houden: 36.160
In 1936 zat Gaston er weer erg dicht bij met een derde plaats. Z'n matig sprint zorgde ervoor dat de teller op drie bleef staan.

De top drie van de drie edities die Rebry wist te winnen:

Podium 1931
1 Gaston Rebry
2 Charles Pelissier
3 Emile Decroix

Podium 1934
1 Gaston Rebry
2 Jean Wauters
3 Frans Bonduel

Podium 1935
1 Gaston Rebry
2 André Leducq
3 Jean Aerts

Toen Rebry in 1939 deelnam aan z'n laatste Parijs-Roubaix had hij drie records waardoor de titel "Monsieur Paris Roubaix" geheel terecht was.
- meeste overwinningen: 3 stuks (samen met Lapize)
- meest aantal deelnames 14 stuks
- snelste editie 1935 met 37,363km pu

Rebry was niet alleen een kerel die hard kon fietsen. Na z'n carrière wist hij als zakenman een aardig bestaan op te bouwen.
Helaas heeft hij daar niet lang van mogen genieten en op 48 jarige leeftijd stierf hij in Wevelgem.


Foto: Met drie jaartallen achter z'n naam is Rebry een deftige verschijning in de douches van het velodrome.

donderdag 10 februari 2022

Francesco Moser: 1980

Bernard Hinault laat met z'n vierde plaats zien klaar te zijn voor een overwinning wat een jaar later ook zou lukken. De jonge Fons de Wolf laat met een zesde plaats zien dat zijn overwinning in 1978 bij de amateurs geen toeval is geweest.
Helaas ontpopt het talent de Wolf onvoldoende. Ondanks overwinningen in Milaan-San Remo en De Ronde van Lombardije is er in mijn ogen aan Fons een groot talent verloren gegaan. Een zeer groot talent.

Aan Moser is er echter geen talent verloren gegaan en met zijn palmares neemt hij plaats in de top tien aller tijden.
Na zijn droomdebuut in Parijs-Roubaix van 1974 - tevens z'n eerste podiumplaats in een klassieker - stoomde Moser op als klassiekerspecialist.

Moser haalde in zijn carrière in alle klassiekers podiumplaatsen, maar Parijs-Roubaix was toch zijn absolute specialiteit.

In 1980 ronde hij een perfecte hattrick af en evenaarde daarmee de prestatie van Octave Lapize.
Met nummer 1 (winnaar vorige editie) en in de Italiaanse driekleur maakt Moser er een groots nummer van.
Met een enorm verzet stormde Moser richting velodroom. Duclos-Lassalle was een van de weinige die nog enige tegenstand probeerde te geven.
Maar Gilbert was nog jong maar vooral nog onervaren en in z'n eerste twee deelnames in de hel eindigde hij op een 28 en 25e plaats.

Voor Duclos-Lassalle was 1980 het jaar van de doorbraak. Eerder dat jaar had hij Parijs-Nice weten te winnen. Dan heb je echt wat in je mars en in deze Parijs-Roubaix liet hij zien dat hij een bijter is en een geboren kassei-specialist.
Gilbert moest echter nog 12 (!!!) jaar wachten voor hij z'n eerste Roubaix ging winnen.
In 1980 zat hij er dicht bij, maar 'Checco' was gewoon niet te houden. Op een monster van een verzet dendert Moser door de Hel heen.
Soms bruusk dat je met het zweet in je handen het zit te aanschouwen. Maar de Italiaan weet wat hij doet en komt met ruime voorsprong aan op de wielerbaan.

Even later komt de dapper Duclos-Lassalle binnenrijden en de Fransen weten z'n prestatie te waarderen.

Thurau wordt derde en dit was het laatste grote resultaat van Didi op de weg. Jammer want een talent als Thurau zou toch minimaal vijf klassiekers in z'n carrière moeten winnen.
Hinault eindigde zoals reeds genoemd op de vierde plaats en liet duidelijk zien in "De Hel" progressie te tonen. Voor iemand die het maar een strontkoers vond deed hij toch al drie jaar erg enthousiast mee. Dat hij grotere plannen had dan alleen maar meedoen werd een jaar later wel duidelijk.

In 1980 was Moser echter nog de sterkste en dat zonder enige vorm van discussie. Een indrukwekkende overwinning en een fenomenale hattrick.

Podium 1980
1. Francesco Moser
2. Gilbert Duclos-Lassalle
3. Dietrich Thurau

Ruim 50 minuten van deze editie op Youtube. Let op welk verzet Moser trapt en hoe Duclos-Lassalle met de moed der wanhoop het gat probeert te dichten. Smullen!