Rik II zoals Rik Van Looy ook wel genoemd werd wist drie keer Parijs-Roubaix te winnen waarmee hij in die jaren mede-recordhouder was.
Zijn eerste overwinning op de Noord Franse kasseien was deze in 1961. Ook een jaar later wist Van Looy te winnen en zijn derde pakte hij in 1965. Overigens hadden het zomaar 4-5 overwinningen kunnen zijn want Van Looy stond nog drie keer op het podium en finishte totaal maar liefst acht keer bij de eerste tien.
Bij de eerste overwinning van Van Looy in 1961 leek het overigens wel het Belgisch wegkampioenschap. In de top tien staan maar liefst acht Belgen aangevuld met twee Nederlanders.
Kijken we verder in de uitslag dan staan er 16 Belgen in de top 20............ Gouden jaren voor onze Zuiderburen!
Toen Van Looy zijn eerste Roubaix won had hij al een heel knappe erelijst en zo was hij het jaar ervoor wereldkampioen geworden.
Veel mooier kan het ook niet worden om in een regenboogtrui als eerste over de streep te gaan op de wielerbaan van Roubaix.
Van Looy draaide bij deze 59e editie samen met vijf andere de wielerbaan op. Toch altijd een lastige sprint. Vraag dat maar aan Roger de Vlaeminck en Tom Boonen. Van Looy liet zich echter niet in de luren leggen en won overtuigd.
Rebry was niet de eerste coureur die Parijs-Roubaix drie keer wist te winnen. Octave Lapize was hem voorgegaan en had zelfs als eerste drie op een rij gescoord.
Toch viel aan Rebry de beurt om als eerste de mooie eretitel Monsieur Paris-Roubaix te mogen dragen.
In dit geval spreken we immers niet van zomaar over een bijnaam maar van een eretitel.
Overigens had Gaston nog wel wat bijnamen zoals de Bulldog en de Locomotief. Die bijnamen waren niet zomaar uit de lucht komen vallen.
Rebry was een matige sprinter en moest het dus hebben van de ontsnapping. Voor Gaston geen probleem en z'n hele carrière was hij veroordeeld om te soleren.
Het heeft hem een aantal indrukwekkende overwinningen opgeleverd. De drie in Parijs-Roubaix spreken natuurlijk enorm tot de verbeelding.
Het is Merckx niet gelukt om aan meer te komen. Ook een super specialist als Moser is niet voorbij de drie weten te komen.
In 1934 scoorde Rebry een prachtige dubbel door zowel De Ronde Van Vlaanderen als Parijs-Roubaix te winnen.
Gaston had een ondeugende stoere kop en zat vrij gedrongen op de fiets. Hij straalde power uit en als hij de pedalen ging ranselen dan liet hij de tegenstanders flink in de sturen bijten.
Drie keer kwam Rebry solo aan hoewel het verschil in 34 slechts een paar seconden was.
De overwinning van 1934 werd enigszins ontsiert omdat de oorspronkelijke winnaar een ilegale fietswissel had uitgevoerd.
In 1935 reed Rebry het ongelooflijke gemiddelde van 37,363km pu. Aardig is om het gemiddelde van tempobeul Andrei Tchmil in 1994 eens tegen aan te houden: 36.160
In 1936 zat Gaston er weer erg dicht bij met een derde plaats. Z'n matig sprint zorgde ervoor dat de teller op drie bleef staan.
De top drie van de drie edities die Rebry wist te winnen:
Podium 1934
1 Gaston Rebry
2 Jean Wauters
3 Frans Bonduel
Podium 1935
1 Gaston Rebry
2 André Leducq
3 Jean Aerts
Toen Rebry in 1939 deelnam aan z'n laatste Parijs-Roubaix had hij drie records waardoor de titel "Monsieur Paris Roubaix" geheel terecht was.
- meeste overwinningen: 3 stuks (samen met Lapize)
- meest aantal deelnames 14 stuks
- snelste editie 1935 met 37,363km pu
Rebry was niet alleen een kerel die hard kon fietsen. Na z'n carrière wist hij als zakenman een aardig bestaan op te bouwen.
Helaas heeft hij daar niet lang van mogen genieten en op 48 jarige leeftijd stierf hij in Wevelgem.
Foto: Met drie jaartallen achter z'n naam is Rebry een deftige verschijning in de douches van het velodrome.
Als je de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix op je erelijst weet te zetten kan je echt een knap stukje fietsen.
Zeker als je dat doet in de periode van van Looy.
Van Looy was een echte alles winnaar en het gevecht om de kruimels was hard. Als van Looy een keer niet de beste was mocht je die kans niet laten gaan.
Daems was in 1962 al tweede geworden en rook dat hij een kans maakte om deze koers een keer aan z'n palmares toe te voegen. Dat jaar had hij in de ronde van Vlaanderen met een achtste plek laten zien dat het met de vorm wel in orde was.
De Belgen stonden maar liefst met zes renners in de top tien. Nederland mocht echter ook een danspasje maken met de derde plaats van Jan Janssen en Peter Post op plaats zeven.
Beide lieten zien helemaal klaar te zijn voor een overwinning in deze loodzware koers. Post hoefde slechts 12 maanden te wachten terwijl Janssen tot 1967 moest wachten voor het raak was.
De ruim 130 renners die in deze editie van start gaan zorgen voor een geanimeerde koers, maar de venijn zit in de laatste kilometers. Een thriller voor een live TV uitzending waarbij om de paar honderd meter het weer een andere winnaar leek te worden. Foré werd ingelopen. Wolhshohl zag z'n kans verloren gaan en uiteindelijk ging een groep voor de zege sprinten.
Ieder die de wielersport een beetje volgde zal z'n geld direct op Van Looy hebben gezet of anders op de twee snelle Nederlanders.
Van Looy en Janssen maakte het elkaar niet makkelijk en de compacte Daems had aan een klein gaatje genoeg om naar de bloemen te grijpen. De verontwaardiging bij Emile zelf was nog het grootst en met een ingetogen grijns maakte hij zijn ererondje.
Daems maakte een vrij korte carrière maar met drie klassiekers, vier Tour-etappes, twee ritten in de Giro fietste Emile in acht jaar prof een knappe erelijst bij elkaar.
Deze Parijs-Roubaix zal ongetwijfeld z'n mooiste zijn geweest. Zeker als hij links en recht van zich keek wie er naast hem op het podium stond.
Mooie overwinning!
Podium 1963
1. Emile Daems
2. Rik Van Looy
3. Jan Janssen
Wat hebben Algerije en deze editie met elkaar gemeen?
Op zondag 8 april 1962 werd er in Frankrijk een referendum gehouden over de onafhankelijkheid van Algerije. 90% procent van de stemmen was voor een onafhankelijk Algerije want de sleutel was aan een einde van een zeer bloedige onafhankelijkheidsstrijd.
Stemmen voor een dergelijk referendum is verplicht en dat zou veel toeschouwers bij de koers weghouden. Dus besloten de inrichters om de koers één dag door te schuiven naar maandag 9 april.
Voor Van Looy maakte het niet uit want die kon wel een dagje extra rust gebruiken.
Een week daarvoor had Rik immers de Ronde Van Vlaanderen gewonnen en winst in Roubaix zou een mooie dubbel betekenen.
We waren toe aan de 60e editie van Parijs-Roubaix en Rik was al een gearriveerd kampioen met een schitterende palmares.
Als wereldkampioen had hij zich dat jaar al goed laten zien met overwinningen in de reeds genoemde Ronde Van Vlaanderen en in Gent-Wevelgem.
In 1961 won Van Looy in de sprint, maar dit keer wilde hij geen risico's lopen. Daems was er in 1961 bij geweest toen Van Looy ze er op het velodroom allemaal oplegde.
Daems wilde in 1962 echter geen risico lopen en maakte het Van Looy niet eenvoudig. Van Looy nam daarom het heft in eigen hand en trok zelfzeker met een krachtige solo richting Roubaix.
Dit waren de top jaren van Van Looy en als Rik iets in z'n kop had dan zat het echt nergens anders.
Bijna mechanisch en voor sommige wellicht ook wat afstandelijkheid.
Rik II was natuurlijk een tikje arrogante meneer maar met zijn erelijst? Dat mag he!
Wederom een overwinning in de regenboogtrui en als wereldkampioen Parijs-Roubaix winnen blijft toch wel iets heel speciaals.
Podium 1962
1 Rik Van Looy
2 Emile Daems
3 Frans Schoubben
Als je zowel de Ronde van Vlaanderen, Gent Wevelgem en Parijs-Roubaix weet te winnen dan ben je toch een echte Flandrien.
Daarbovenop nog de E3 Prijs, Kuurne-Brussel-Kuurne en tweemaal de Ronde van Belgie.
Foré was een echte Flandrien en een beetje wind of regen maakte hem niet zoveel uit.
We rijden nog over het traditionele parcours, maar de doortocht op Doullens is niet meer het breekpunt wat het geweest is.
De wegen worden beter en het materiaal een stuk geavanceerder. Renners rijden inmiddels met 10 versnellingen en een helling als die van Doullens is geen hindernis meer.
Het duurt tot half koers voor er de eerste serieuze gaten gaan vallen. Het is werkelijk pleuris weer en het zijn de Belgen die de eerste viool spelen.
Vooral van Looy (zelf drie maal winnaar), De Bruyn (winnaar in '57), Janssens (winnaar Touretappe naar Roubaix), Desmet en de latere winnaar Foré laten zien dat dit vooral een spelletje is voor flinke Vlaamse bonken.
Toch kunnen toppers als Van Looy en De Bruyn niet voorkomen dat hun drie landgenoten ervandoor gaan. Van Looy is gehinderd door een incident met een motor.
Iets wat tegenwoordig 20 keer op TV wordt herhaald maar er vroeger gewoon bij hoorden.
Van Looy was misschien de sterkste, maar moest tot 1961 nog op z'n honger gaan zitten. Foré heeft de koers overigens niet gestolen en de hele dag in de vuurlijn gefietst.
Op de wielerbaan liet hij in een felle sprint zijn twee landgenoten vrij makkelijk z'n achterwiel zien.
Hoe het is om Parijs-Roubaix te winnen dat wist Rik al. In 1961 won hij namelijk z'n eerste Roubaix.
Ook wist Rik inmiddels hoe het is om solo aan te komen op de wielerbaan. Een kunstje dat hij opvoerde in 1962.
Twee juweeltjes van overwinningen mede omdat ze beide werden behaald in de regenboogtrui. Parijs-Roubaix winnen in de regenboogtrui? Veel mooier kan het toch niet zijn!
Het smaakte naar meer, maar een jaar later stranden van Looy op een ijzersterke Daems. Deze was in '62 nog tweede achter van Looy geworden en gaf daarmee aan een lastige klant te zijn als het om dit soort koersen ging.
In '63 en '64 kwam er geen grote eendagskoers op het imposante palmares van Rik. We hebben allemaal wel eens een mindere periode maar dat moest in 1965 maar eens worden rechtgezet.
Met een zesde plaats in de Ronde van Vlaanderen had Rik laten zien klaar te zijn voor z'n derde zege in Parijs-Roubaix.
Mede doordat Rik even op z'n honger had gezeten smaakte de overwinning in deze Parijs-Roubaix zoeter dan zoet.
De hele dag is de koers geanimeerd, maar Roubaix is al in zicht voor de beslissing valt.
Vanaf de helling van Doullens - die toen nog deel uitmaakte van het parcours - zijn er schermutselingen maar geen van de pogingen zet echt door.
Naar mate de koers verder verloopt worden de wegen smaller en de pogingen serieuzer. Zo'n beetje alle toppers uit die tijd mengen zich wel in de debatten.
Poulidor altijd goed in de hel doet een poging. Simpson laat van zich horen. Er zijn echter in de eerste 200 kilometer ook de nodige valpartijen.
In de buurt van Mons en Pévèle trekt crosser Wolfshohl eens flink de toeclipriempjes aan. Het is nog 50 kilometer en de koers wordt steeds feller maar ook onrustiger.
Vele pogingen volgen die uiteindelijke een stevige kopgroep oplevert.
De volgende renner sluiten aan bij een zeer gemotiveerde Wolfshohl: Sels, Janssen, van Schil, Herman, Foré, Huymans, Vannisten, Adorni, Simpson en Van Looy.
Wolfshohl blijft proberen maar komt niet alleen weg en krijgt bovendien met pech te maken. Ook onze landgenoot heeft niet z'n dag en het pechspookje achtervolgt hem de hele dag. Geheel tegen het z'n karakter in geeft Janssen er de brui aan.
Van Looy is echter ontketend en alleen Foré kan volgen. Toch zal Foré bijna blij geweest zijn met z'n lekke band, want Van Looy is een onwaarschijnlijk tempo aan het voeren.
Z'n vlucht wordt afgeschermd door een ijzersterk Sels die keurig tweede wordt.
Van Looy komt solo aan op de wielerbaan met een voorsprong van een minuut op z'n ploegmaat.
Solo? Ja solo. Het stond nog wel op z'n trui................
Podium 1965
1. Rik van Looy
2. Edward Sels
3. Willy Vannitsen
Met Walter Godefroot heb ik altijd een heel dubbel gevoel. Voor z'n erelijst als renner heb ik zonder meer bewondering. Voor zijn periode als ploegleider heb ik echter heel wat minder bewondering.
Vooral de T-Mobile periode bezorgt mij een grote hoeveelheid jeuk. Nu is er het afgelopen jaar genoeg over doping geschreven en laten we het vooral over Walter z'n prestaties op de fiets hebben.
Dat was ook in een periode dat we toch een stuk genuanceerder met doping omgingen. De belangen waren in die jaren natuurlijk ook een stuk minder.
Veel knechten fietste echt voor een broek en een band.
Godefroot echter niet en na zijn derde plaatst op de Olympische spelen was duidelijk dat Walter regelmatig een grote hoofdprijs zou gaan pakken.
Godefroot had echter de pech dat z'n carrière gelijk opliep met die van Eddy Merckx. Het was een prachtige lichting eind 60er en begin 70er jaren.
Prachtig voor het publiek en de fans, maar als renner had je het zwaar om je te bewijzen.
Godefroot fietste echter een indrukwekkende erelijst bij elkaar. Zo won hij tweemaal Vlaanderens Mooiste, Luik-Bastenaken-Luik, Gent-Wevelgem, Bordeaux-Parijs, Parijs-Roubaix en maar liefst tien etappes in de Tour de France. Daar wist hij in 1970 ook met de groene trui naar huis te komen en ook die concurrentie was moordend.
Godefroot behoorde tot de snelle mannen van het peloton en kon doorgaans op z'n sprint rekenen.
Maar niet in Parijs-Roubaix van 1969. Godefroot nam geen enkel risico en aan het einde van een zware koers nam hij het heft in handen en eindige met een comfortabele voorsprong op nummer twee.
Tweede werd nota bene Eddy Merckx wat - als we de kranten in die jaren mochten geloven - water en vuur was.
Overwinningen waar Merckx tweede werd smaakte bij alle renners extra zoet, maar het deed Walter extra goed.
Opmerkelijk in de uitslag is de 8e plek die door Patrick Sercu wordt bezet. Roger de Vlaeminck ploeggenoot van Godefroot debuteerde met een keurige 5e plaats.
De Nederlander Cees Zoontjes werd netjes zesde, maar dat was al op bijna 11 minuten van Godefroot.
De editie van 1927 leek in eerste instantie op een uitstap voor wielertoeristen. Tot de helling van Doullens welke in die jaren de eerste grote hindernis was lag het tempo vrij laag.
Hier trekt Ronsse eens flink door en Charles Pélissier gaat met hem mee. Charles moet bij afwezigheid van Henri de eer van de familie hooghouden.
Vanaf Doullens valt het niet meer stil en Ronsse rijdt zelfs voorbij aan de bevoorrading waar in die jaren zelfs nog werd afgestapt.
Toch rijdt er uiteindelijk een kopgroep van 16 man richting finish. Ronsse neemt geen risico en muist er met Curtel tussenuit.
De twee maken er een bloedstollende sprint van die voor veel tumult gaat zorgen. Veel ophef wie er gewonnen zou hebben. Na wat opstootjes durft de jury de Fransman toch op de tweede plaatst te zetten.
De jongen Pélissier wint de sprint van de achtervolgers en laat zien dat het wielerbloed door de hele familie stroomt.
Ronsse trapt met deze overwinning de deur open naar een prachtige carrière. George was niet iemand die veel koersen won, maar alles wat hij won kon kon zo worden ingelijst.
Zo won naast Parijs-Roubaix maar liefst driemaal Bordeaux-Parijs. Verder staat Luik-Bastenaken-Luik, De Grote Scheldeprijs en Parijs-Brussel op z'n palmares.
Ook werd Ronsse twee maal wereldkampioen op de weg. Bij zijn eerste wereldtitel werden ze in België bijna gek want George was de eerste Belg die wereldkampioen werd.
De wijze waarop de jonge Antwerpenaar in 1927 Parijs-Roubaix had gewonnen was dan ook voor kenners een duidelijk indicatie dat Ronsse heel wat in z'n mars had.
Podium 1927
1. Georges Ronsse
2. Joseph Curtel
3. Charles Pélissier
Foto: In zijn succesjaren kwam George Ronsse uit voor Automoto.
Deze fabrikant van motroen is later overgenomen door Peugeot.
Wie heeft er geen zwak voor Peter Van Petegem? Een goedlachse knaap die gewoon graag koerste. Er zijn interviews waar hij gevraagd wordt naar kasseien en vervolgens gaan z'n oogjes glimmen.
Toch had de Zwarte van Brakel minder moeite met de Vlaamse kasseien dan met die van Noord Frankrijk.
In de ronde van Vlaanderen eindigde "De Peet" maar liefst negen (!) keer bij de eerste tien en wist deze twee keer te winnen. Dat zijn wel heel indrukwekkende cijfers!
Z'n lijst van Parijs-Roubaix is daarbij toch wat bleekjes. Drie keer top tien waarvan twee keer podium waaronder de winst in 2003.
Niet slecht en genoeg renners zouden er voor tekenen maar in zijn Vlaanderen deed hij het veel beter.
Toch werd na zijn altijd sterke optreden in de Ronde van Vlaanderen "De Peet" altijd als favoriet voor Parijs-Roubaix genoemd.
Overigens volledig terecht want van Petegem kon gruwelijk hard over de stenen rijden en kon zich zelf nog meer pijn doen dan z'n concurrenten.
Met een dergelijk houding moet het dan een keer gaan lukken zoals op die zondag in april 2003.
De verschillen blijven de hele dag vrij klein en op Carrefour de L'Arbre zijn er eigenlijk nog tien kanshebbers.
De drie renners die uiteindelijk het podium halen willen het zover niet laten komen.
Van Petegem was met zijn overwinning een week eerder in de Ronde van Vlaanderen duidelijk in een topvorm.
Jekimov - toch al 37 jaar - streed als een jonge god en Pieri was altijd al goed in "De Hel".
Alleen Pieri had hetzelfde probleem als ik. Passie voor wielrennen maar lekker eten staat op "uno".
Buiten de E3 prijs wist Pieri verder ook geen grote koers te winnen terwijl hij echt wel een stukje fietsen kon. Zeker als de wegen erg slecht waren.
Helaas heeft z'n hang naar lekker eten z'n wielercarrière verkort.
De drie vluchters werkte goed samen maar op de wielerbaan stond er geen maar op "De Peet" die op deze manier een prachtige dubbel pakte.
Podium 2003
1 Peter van Petegem
2 Dario Pieri
3 Vjatsjeslav Jekimov
Foto: In de laatste kasseistrook voor het oprijden van de wielerbaan ligt natuurlijk ook een siersteen voor "De Peet"
of "De Zwarte van Brakel". Uiteraard worden in deze sierstenen de officiële namen van de renners gerbuikt.
Ik ben echt van de oude stempel en vind dat grote koersen door grote renners gewonnen moeten worden.
Dan moeten die grote renners wel hun best doen, want cadeau geven doen we niet in Noord Frankrijk.
Duclos-Lassalle, Madiot en Planckaert zaten allemaal in de top tien maar waren die dag gewoon niet goed genoeg.
Slecht een paar stroken met blubber en verder lag de hel er zomers bij. Jammer want een droge editie en toppers die niet top zijn levert doorgaans een wat mindere editie op.
Toch hebben de renners die het podium halen de koers niet gestolen. Op anderhalf uur voor de wielerbaan gaan ze in de aanval: Dewolf, Planckaert, Wampers, Duclos-Lassalle, Van Hooydonck en Madiot. Serieus gezelschap!
Dewolf is zoals altijd te ongeduldig en kan zich niet inhouden. Planckaert die de steun van knecht Wampers bij zich heeft hypoticeert z'n kans door een valpartij.
Wampers die dat voorjaar in een uitstekende conditie is laat deze kans niet voorbij gaan. Dirk Dewolf heeft altijd mijn hart gestolen.
Ik herinner me het nog of het gister was. Ik heb uiteraard niks tegen Wampers maar ik had het Dewolf zo gegund.
Dirk is echter geen killer in dit soort situaties en de snellere en vooral leppe Wampers mag de bloemen gaan halen.
Misschien geen groot kampioen maar datzelfde voorjaar wint Wampers ook nog de Scheldeprijs en Rund um den Henniger Turm.
Er zijn in het seizoen van 1989 toch toppers die voor zo'n rijtje graag hadden getekend.
Podium 1989
1 Jeam-Marie Wampers
2 Dirk De Wolf
3 Edwig van Hooydonck
Op Youtube vond ik de finale van deze zomerse editie.
Een jaar later zou Wampers ploegmaat Eddy Planckaert naar de overwinningen loodsen.
Met 57 op 117 edities heeft België (lees Vlaanderen) het leeuwendeel (what's in a name) van de overwinningen binnen weten te halen.
Maar liefst 19 keer was het podium volledig gevuld met Belgen. NEGENTIEN KEER!
In 1959 wist de Fransman Tino Sabbadini te voorkomen dat de Belgen een volledige top tien gingen vullen.
Dit zijn de kille cijfers en dat maakt iets nog geen Vlaamse koers. Opmerkelijk is dat het juist meerdere Fransen journalisten zijn die deze stelling wel eens droppen.
Puur geografisch gezien kan je ook stellen dat het een Vlaamse koers is. Als we maar ver genoeg teruggaan is het wellicht zelfs een Hollandse koers. Zeker de finale!
Overigens gaat de laatste 40 kilometer wel heel dicht langs de Belgische grens. Maar ook dat maakt iets nog geen Vlaamse koers.
Parijs-Roubaix heeft natuurlijk al helemaal niks met de mondaine lichtjesstad te maken waar voorheen de start werd gehouden.
De besmeurde renners, de kuilen in de weg, krakende wielen, vloekende coureurs, stof, modder en zweet. Het staat lijnrecht tegenover waar Parijs voor staat.
Toen de inrichters van de koers voor Parijs als startplaats kozen was dat puur een marketing truc. Niks meer en niks minder. Een start in Parijs zou veel volk trekken en voor veel publiciteit zorgen.
De koers zelf is natuurlijk al ruim 100 jaar lang het slagveld van de echte Flandrien. Dit is geen terrein voor verfijnde moederskindjes. Geen koers voor verwende jongetjes uit de grote stad.
Hier ben je niet welkom als je AFZIEN niet standaard met hoofdletters schrijft.
Deze streek is er ook een van eenvoud en hard werken. Werken? Labeur!
Iets wat beslist - qua beleving - beter aansluit bij het eenvoudige Vlaanderen dan bij het wat hautaine Parijs.
De laatste jaren kunnen de Belgisch verslaggevers op TV echter nog wel een chauvinistisch doorslaan. Een beetje mag, want niemand zit onafhankelijk naar de TV te kijken en een beetje supporteren is prima.
Graag zelfs....maar....
Als er een Belg wint dan is het gelijk Merckxiaans, terwijl het in die gevallen toch goed is om de erelijst van Eddy er nog eens bij te pakken.
Wint er een Noord Europeaan, een Kroaat of een Zuid Afrikaan? Geen nood want deze heeft vast een Belgische oom of tante. Anders verblijft hij wel bij een Belgisch gastgezin.
Het kan wel eens wat minder..........
Toch zal ik niet gaan staan steigeren als Parijs-Roubaix een Vlaamse koers wordt genoemd.
Want wees nu eerlijk. Het decor kan niet Vlaamser en het is toch een koers waar alleen de echte Flandriens de dienst uit maken?
Foto: Gedicht van Willie Verhegghe
op de gevel van t'Hemelryck
(café top Muur van Geraardsbergen)
Bij Eric Vanderaerden heb ik altijd het gevoel gehad dat er veel meer in zat dan er is uitgekomen.
In het eerste deel van z’n carrière toen Eric bij Peter Post fietste haalde Eric z’n meeste en grootste successen.
Toch werd hij toen geremd door een rij sterke ploeggenoten, die zo nu en dan ook een dikke vis uit de vijver wisten te halen.
In de Post-jaren haalde Eric een Belgische titel binnen en overwinningen in de Ronde van Vlaanderen (in werkelijk pleuris weer), Parijs-Roubaix, Gent-Wevelgem en Parijs-Brussel.
Ook won hij in de Post-jaren een viertal etappes in de Tour de France.
Toen Vanderaerden begin 1990 overstapte naar de ploeg van Raas werd het allemaal een heel stuk dunner op zijn palmares.
Jammer want Eric was een groot talent en bovendien een toffe gast. Misschien was dat laatste wel een beetje z’n handicap.
Natuurlijk kon hij als iedere sporter z’n heftige momenten hebben, maar als je Eric in die jaren in een interview zag dan ontstond toch wel eens het beeld dat hij naar andere (lees: ploegmaats) wat harder mocht zijn.
De Bucklerploeg waar hij in 1990 terecht kwam bestond natuurlijk uit de nodige haantjes. Bovendien was de sfeer van het anti-Post kamp er natuurlijk ook een die niet bij ieder voor positieve resultaten gaat zorgen. Zeker niet bij Vanderaerden die vooral fietste om te winnen en niet om en ander te laten verliezen.
In Parijs-Roubaix van 1987 was Eric Vanderaerden echter op z’n best en zoals we hem graag zagen. Het was een geanimeerde koers en met vier blijven ze in de finale over. Er moet gesprint worden bij een sponsor voor de deur wat natuurlijk een grote smet is op de 100e verjaardag van deze koers.
Gelukkig was er aan het aantal stroken niet gemorreld. Een strook meer of minder maakte voor Eric niet uit en in de sprint stonden de overige drie koplopers niet eens op de foto.
Toch een kleine teleurstelling voor Eric. Hij kreeg namelijk niet een grote kassei op een sokkel maar een miniatuur in goud. Dit naar aanleiding van het honderdjarig bestaan.
Een teleurstelling die in de jaren daarna wellicht alleen maar groter werd. In 2010 is dat rechtgezet en dankzij Les Amis de Paris-Roubaix staat er ook bij Eric inmiddels een echte pavé op de schoorsteenmantel.
Tijdens de Superklassieker (uitstap voor wielertoeristen met finish op het velodroom van Roubaix) een aantal jaar geleden kreeg Eric een echt kassei zoals sinds eind jaren 70 aan de winnaar wordt overhandigd.
Het is hem gegund want het was een overwinning om je vingers bij af te likken!
Podium 1987
1. Eric Vanderaerden
2. Patrick Versluys
3. Rudy Dhaenens
Op het filmpje is goed te zien dat de overige drie andere koplopers in de sprint volledig kansloos waren.
Voor mij is dit een zwarte dag in de geschiedenis van Parijs-Roubaix. Natuurlijk was de Mapei ploeg uitzonderlijk sterk, maar wat mij betreft ga je in de koningin van de klassiekers niet als drie wielertoeristen over de streep.
Het was knap dat Museeuw, Bortolami en Tafi met z'n drieën op kop kwamen. Toch was het een schande dat er niet om gesprint werd.
Een criterium geef je weg aan een ploegmaat, desnoods een nationale titel of een Tour etappe, maar Parijs-Roubaix?
Dan sprint je om op leven en dood. Ook al betekend dat je ontslag.
Museeuw had er niet helemaal vertrouwen in en bleef tot het laatste moment zenuwachtig achterom kijken. Maar de twee Italianen fietsten als twee makke schapen op keurige afstand achter Johan over de streep.
Of ze door een mafiabaas waren ingefluisterd dat ongehoorzaamheid in deze "de kogel" zou betekenen.
Vreselijk om te zien. Topsporters - en dat waren ze alle drie - moeten altijd proberen te winnen.
Als een ploegmaat is ontsnapt dan rij je daar niet achteraan maar je remmen dichttrekken op de wielerbaan als je een van mooiste koeren kan winnen.
Onvergefelijk!
Normaal kan ik na een middagje Parijs-Roubaix er nog weken over nagenieten. Niet dit keer.
Onwaardig voor een ploeg als Mapei. Onwaardig voor een kampioen als Museeuw, maar vooral onwaardig voor een monumentale koers als Parijs-Roubaix.
Museeuw en Tafi zetten in volgende edities deze misser recht door als echte winnaar over de streep te gaan.
Bortolami zal echter op z'n honger blijven zitten en die zal van de drie het meest wrang terugdenken aan deze gemiste kans.
Podium 1996:
1. Johan Museeuw
2. Gianluca Bortolami
3. Andrea Tafi
In 1973 beleefde Merckx een van z'n topjaren. Wat te denken van een voorjaar met overwinningen in: Omloop Het Volk, Gent-Wevelgem, Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Roubaix.
Verderop in dat jaar won hij de Vuelta en de Giro waar hij in beide vijf etappes won en in de Giro won hij ook nog eens de proloog.
Dat voorjaar waren alleen Leman en Roger De Vlaeminck er met andere hoofdprijzen vandoor gegaan.
Eric Leman had zijn geliefde Vlaanderens Mooiste weer eens gewonnen en De Vlaeminck was superieur in de Primavera.
Het was ook De Vlaeminck waar Merckx in deze editie van Parijs-Roubaix op een kleine 60 kilometer mee op avontuur ging.
De Vlaeminck was echter in Gent-Wevelgem ongelukkig gevallen en kon met z'n geblesseerde arm Merckx onmogelijk volgen.
Uiteindelijk werd De Vlaeminck "slechts" zevende wat gelijk z'n slechtste resultaat is op veertien deelnames! Veertien keer aan een koers meedoen slecht één keer niet aan de finish en je slechtste resultaat is zevende? Dat zal niet vaak zijn nagedaan.
Overigens is het lijstje wat Merckx ten aanzien van Parijs-Roubaix neerlegt ook niet flauw: twaalf deelnames en tien keer top 10 en twee keer top 15. Vijf keer podium en drie overwinningen.
Deze van 1973 was de laatste keer dat Merckx in Roubaix op het hoogste treetje mocht gaan staan. Eerder deed hij dat in 1968 en 1970.
Nadat hij De Vlaeminck achter zich had gelaten reed Merckx in een bovenmenselijke solo naar de wielerbaan.
Met name Godefroot en Rosiers deden er alles aan om zelf op zoek te gaan naar een tweede overwinning. Zowel Godefroot (1969) als Rosiers (1971) hadden immers de zoete smaak van een overwinning in Roubaix al eens mogen proeven.
Dit was een van de vele dagen dat Merckx ver boven de rest uitstak en alle andere fietste slechts voor de tweede en volgende plaatsen.
Met z'n drie overwinningen in Parijs-Roubaix staat Eddy tussen een indrukwekkend rijtje specialisten. Maar Merckx was natuurlijk ook een specialist in alles en dit was wederom een indrukwekkende demonstratie en dik verdiende overwinning.
Filmpje is van een slechte kwaliteit en zonder geluid. Toch genieten......
Podium 1973:
1 Eddy Merckx
2 Walter Godefroot
3 Roger Rosiers
De jaren tussen de twee oorlogen waren geen jaren van overvloed. Het leven was eenvoudig en er moest hard worden gewerkt.
Veel mannen kozen voor de wielersport als vlucht van de fabriek of akkers.
Gewoon arbeider betekende immers simpele kost, werkweken van 6 dagen, werkdagen van 10 en meer uur. Daarnaast zag je helemaal niks van de wereld.
In hoeverre dit ook voor Gijssels heeft geteld is nu wat lastig te achterhalen. Wel is bekend dat Gijssels in 1931 bij de profs een droom debuut maakte door direct de Ronde van Vlaanderen te winnen.
Nu had De Ronde in die jaren nog niet de status die deze nu heeft, maar ieder wist dat je met Gijssels rekening moest houden.
Zeker toen hij dat kunstje in 1932 herhaalde en er direct een overwinning in Parijs-Roubaix aanplakte en zo "de dubbel" realiseerde.
Parijs-Roubaix winnen was echt een straf staaltje want dit waren de jaren van Gaston Rebry.
Gaston was met een offensief bezig om de eerste "Monsieur Paris-Roubaix" te worden en gaf geen cadeaus.
Overigens was Gijssels niet vies van een stukje fietsen en of het nu honderd kilometer meer of minder was maakte hem niet uit.
Die eigenschap kwam goed van pas en in zijn topjaar 1932 haalde hij ook nog een overwinning in Bordeaux-Parijs.
Toen nam Gijssels op een overdreven manier rust om zich te prepareren voor het wereldkampioenschap.
Eigenlijk is het daarna nooit meer wat geworden met Gijssels.
Met deze kampioen heb ik een beetje zo'n zelfde gevoel als met Fons de Wolf. De eerste paar jaar een aantal prachtige overwinningen en daarna komt zo'n carriere toch niet echt op gang.
Jammer want iemand die in een jaar "de dubbel" weet te scoren die heeft echt heel wat in z'n mars.
Romain liet zich door de teleurstellingen echter niet gek maken en zetten een eigen fietsenmerk op en begon een hotel in Parijs.
Podium 1932
1 Romain Gijssels
2 Georges Ronsse
3 Herbert Sieronski
Foto (Bron BNF): Prachtig sfeerbeeld van de aankomst in 1932. Let eens op de massa publiek. Prachtig!
In Nederland misschien niet zo'n grote naam maar bij onze zuiderburen een hele grote meneer. Niet alleen door z'n wielercarrière maar ook wat hij daarnaast wist te bereiken.
Tijdens z'n actieve loopbaan behaald Van Hauwaert overwinningen in Bordeaux-Parijs, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix.
Het is duidelijk dat we te maken hebben met iemand van de lange adem.
Verder haalde hij nog driemaal podium in Parijs-Roubaix en podiumplaatsen in Parijs-Brussel (3x), Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije.
Daarbovenop een nationale titel en een etappe in de Tour de France. Van Hauwaert wordt gezien als een pionier van de Belgische wielersport. Er is zelfs een boek met die titel over hem gemaakt.
In Moorslede staat een monument met een plaquette ter ere van Van Hauwaert en ook daar wordt hij bewierookt als een pionier van de wielersport.
In z'n tweede deel van z'n fietsloopbaan richt Van Hauwaert zich meer op de baan en won tweemaal de Zesdaagse van Brussel.
Het tweede deel van z'n loopbaan als profs was hij tevens bezig met het opzetten van een fietsenfabriek.
Dat niet zonder succes. Naast fietsen produceerde hij ook licht gemotoriseerde twee- en driewielers.
Van Hauwaert was een enorme sterke mens en werd ruim 90 jaar.
In 1908 haalde Van Hauwaert voor hij de winst in Roubaix binnenhaalde ook al de overwinning in Milaan-San Remo.
De editie van Parijs-Roubaix van 1908 neemt op een gegeven moment apocalyptische vormen aan. De hele dag is het beestenweer en op de slechte wegen is het glibberen en glijden.
Faber trekt zich van het weer niks aan en op 70 kilometer van Roubaix zoekt hij de eenzaamheid van een heroïsche solo op.
De achtervolgers hebben hun krachten echter beter verdeeld en naarmate Roubaix dichterbij komt naderen ook de achtervolgers.
Vlak voor het velodroom valt Faber en een ontketende Van Hauwaert komt aan de leiding. Maar ook Cyrille blijft niet vrij van pech en wordt op het velodroom door een seingevers van de fiets gelopen.
Van Hauwaert is echter van gewapend beton. Hij schud een keer het hoofd en springt direct weer op de fiets om de zes (!!!!) ronden op de wielerbaan af te leggen.
Faber is in de achtervolging maar ook Lorgeou heeft zich gemeld.
De verschillen lijken te groot om nog veel aan de uitslag te veranderen maar het publiek is dol enthousiast.
De uitgeputte Faber valt echter nog een keer en Lorgeou weet op deze wijze de tweede plaats te pakken.
270 kilometer in beestenweer en een thriller van zes rondjes op de wielerbaan.
Samen met een overwinning in "La Primavera" kon Van Haewaert fier terugkeren naar Moorslede waar het feest al was losgebarsten.
Podium 1908
1. Cyrille Van Hauwaert
2. Georges Lorgeou
3. François Faber
Een kleurrijke gast was Rik. Na de opkomst van Rik Van Looy ook wel Rik I genoemd.
Van Steenbergen wist na zijn lange en rijke carrière niet zo goed hoe hij het leven aan moest pakken.
Iets waar veel sporters last van hebben en Van Steenbergen kwam maar niet om het "zwarte gat" heen.
Dan gaan gelijk de meest wilde verhalen in het rond, maar we moeten het niet erger maken dan het is.
Rik was iemand die graag in de belangstelling stond en zoiets mocht ook wat kosten. Als je stopt met fietsen en er geen centen meer binnenkomen is dat toch een lastig verhaal.
Rik koerste tot hoge leeftijd en koerste maar liefst 25 jaar bij de beroepswielrenners.
Dat is een half leven en als je dan stopt weet je je echt geen raad.
Zeker niet omdat Rik het hele jaar door op de fiets zat.
Het wegseizoen voor de voorjaarsklassiekers met overwinningen in Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen (2) en Parijs-Roubaix (2) en de Waalse Pijl(2).
Op de weg is Rik tevens mede recordhouder van het aantal wereldtitels en in 1949, 1956 en 1957 ging Rik met de mooiste trui lopen.
Opmerkelijk is zijn tweede plaats in het eindklassement van de Giro in 1951. Toch was het rondewerk niet Rik's ding.
Eendagskoersen en het liefst met zwaar labeur zodat hij z'n tegenstanders in een vernietigende sprint kon afmaken.
Naast z'n enorme lijst overwinningen op de weg was Van Steenbergen een zeer succesvol zesdaagse renner.
Om een indruk te geven welke tijdspanne Van Steenbergen heeft overbrugt is het aardig een naar z'n ploegmaats in zesdaagse te kijken.
Hij fietste met Kint die in 1936 (!!) begon als prof, maar was ook koppelgenoot van Motta die pas in 1974 (!!) stopte.
De renners waar van Steenbergen mee gekoerst hebben overspannen 50 jaar van de wielergeschiedenis.
Wat moet een mens dan als hij stopt?
In 1952 dacht Rik nog lang niet aan stoppen. De eer in 52 komt echter niet alleen toe aan van Steenbergen maar ook aan Fausto Coppi.
De twee kampioenen maken er een groots nummer van. Het weer is prima en alle kleppers uit die tijd zijn op appel.
Bobet, Kubler, Ockers, Impanis, Darrigade en Mahe om er maar eens een paar te noemen.
Het was toch vooral Coppi die de koers kleurde en keer op keer van z'n tegenstanders weg probeerde te rijden.
Van Steenbergen moest ook alles uit de kast rijden om samen met de Campionissimo op het velodroom aan te komen.
Eenmaal op de wielerbaan rook Van Steenbergen z'n kansen. Fausto was niet traag maar geen krachtige sprinter zoals Van Steenbergen en begreep dat het deze keer voor Rik was.
Met een machtige rush trok Van Steenbergen z'n tweede Parijs-Roubaix naar zich toe. Coppi die een schitterende koers had gereden moest genoegen nemen met de tweede plaats.
Maar Coppi liet z'n kopje niet hangen want verliezen van Van Steenbergen kan je moeilijk een drama noemen en de tengere Fausto was al bezig met andere doelen voor dat jaar.
Zo wist hij in 1952 nog de Giro en de Tour te winnen. Een huzarenstukje wat hij ook al 1949 had opgevoerd.
Podium 1952
1. Rik Van Steenbergen
2. Fausto Coppi
3. André Mahé
Voor Eddy Planckaert heb ik altijd een enorme sympathie gehad. Ik veerde ook helemaal op toen hij als winnaar over de streep ging.
Dit na een ijzingwekkende sprint tegen Steve Bauer. Overigens had ik het Bauer ook gegund, want ook hij was een van de kleurgevers in die periode van de wielersport.
Maar Eddy heeft altijd een speciaal plaatsje gehad. Hart op z'n tong, altijd een grap, maar toch afzien als een otter.
Ik vind het ook prachtig hoe Planckaert na z'n fietscarrière invulling aan z'n leven heeft gegeven. Buiten wonen als vlucht van de moderne maatschappij, maar wel meedoen aan real life soap.
De laatste jaren vooral als een gewaardeerd analist in allerlei sportprogramma's.
Eigenzinnig maar altijd met veel zelfspot.
In Parijs-Roubaix valt er echter niet te spotten. Toch was het in 1990 behoorlijk mooi weer en eigenlijk een niet zo'n heel spectaculaire editie. Er werd ook zeer traag gereden en dit is de twee na langzaamste editie sinds de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel er veel uitvallen waren bleven er heel veel renners binnen een window van een paar minuten fietsen.
Binnen een achterstand van 2 minuten waren er al 27 renners over de streep en bijna 100 aan de finish! Binnen 10 seconden al 13!
Toch is zelfs een wat minder spannende editie van deze koers een lust om naar te kijken en het waren weer prachtige beelden.
Uit het laatste stof kwam een wat rommelige kopgroep en wat achtervolgers naar voren. Pas in de straten van Roubaix en op de wielerbaan komt alles in een plooi.
Met nog één ronde op de wielerbaan komen twee achtervolgers bij de drie koplopers. Wampers - ploegmaat van Planckaert en winnaar in 1998 - houdt het tempo hoog maar op 300 meter kan van Hooydonck z'n zenuwen niet meer beheersen.
Bauer reageert direct gevolgd door Planckaert. Een ijzingwekkende sprint met een huize hoge inzet.
De finishfoto moest met de loep bekeken worden.
Het verdict was voor Bauer genadeloos hard en voor Planckaert zoet als honing.
De essentie de wielersport in minder dan 1 luttele centimeter. Dit keer geen dramatiek op de kasseien maar in de laatste centimeter.
Beide kampioenen zullen er nog regelmatig aan terugdenken en de sprint maakte het uiteindelijk ook nog tot een onvergetelijke editie. Prachtig!
Het Youtube filmpje is met Engels commentaar en de beste man slaat in de laatste 50 meter helemaal over. Schitterend om te zien maar vooral om te horen.
Podium 1990
1 Eddy Planckaert
2 Steve Bauer
3 Edwig Van Hooydonck
Veelvraat Merckx kon alles, deed alles en won alles. De Helleklassieker wist hij maar liefst drie keer te winnen.
Daarmee staat hij op gelijke hoogte met experts als Octave Lapize, Gaston Rebry, Rik Van Looy, Francesco Moser, en Johan Museeuw. Alleen top specialisten Tom Boonen en Roger De Vlaeminck doen met vier overwinningen beter.
De jonge Merckx was 23 toen hij aan de start stond van deze geheel vernieuwde editie van Parijs-Roubaix.
Door het oprukkend asfalt was de organisatie genoodzaakt het parcours een stuk naar het oosten te verplaatsen waar nog wel prehistorische wegen te vinden zijn.
In de loop van de zestiger jaren was het aantal kasseistroken fors terug gelopen. De organisatie wilde kost wat het kost een statement maken dat deze koers behouden moest worden.
Maar dan wel met voldoende kasseien.
In deze editie van 1968 zat een kleine 60 kilometer kasseien.
Voor het eerst werd het roemruchte Bos van Wallers opgenomen. Indrukwekkend is ook de 15 kilometer lange strook die diep in de finale zit. Van Templeuve via Nomain naar Bachy en hierna was het nog slechts 20 kilometer (en 5 kasseistroken) naar de finish.
Aan z'n erelijst kon je niet zien dat Merckx pas 23 was. Op dat moment bevatten de erelijst van Merckx immers al: twee wereldtitels (amateurs en profs), twee maal Milaan-San Remo, tweemaal Trofeo Baracchi, Gent-Wevelgem, de Waalse Pijl en etappes in Parijs-Nice en de Giro.
Een erelijst waar menigeen over z'n hele carrière trots op zou zijn, maar voor de veelvraat Merckx was het pas het begin.
De amuse van z'n erelijst en Merckx was klaar voor een stevig voorgerecht!
Een koers als Parijs-Roubaix hoort op je erelijst als je bij de groten der aarde wilt horen. Hoe mooi zou het ook zijn om in de regenboogtrui als winnaar in Roubaix over de streep te rijden. Mooier is er niet!
Een jaar eerder had Eddy in een bloedstollende sprint Jan Janssen op een paar millimeter van een "in huis" wereldtitel weten te houden. Deze trui tonen wilde Eddy maar al te graag en deed dat in deze prachtige editie van Parijs-Roubaix.
Mede door het extreem zware en onbekende parcours doen de renners in de eerste uren rustig aan, maar zodra de eerste kasseien zijn bereikt slaat de boel op hol.
Het wordt een (z)ware afvalrace. Tourwinnaar (67) Roger Pingeon blijft over van een vroege kopgroep en trekt als eerste door het Bos van Wallers.
Omdat het het Bos van Wallers voor de eerste keer in de koers zit is dit voor de Fransman een geweldig glorieus moment.
Bijna euforisch begint Roger aan de eerste doortocht door de loopgraaf van Arenberg. Het is nog 80 kilometer tot de meet en Pingeon is duidelijk met een zelfmoordactie bezig.
Pingeon valt uiteindelijk weg uit de kop van de wedstrijd en komt zelfs niet in de uitslag voor.
Hierna wordt het niet meer rustig in de koers en na diverse pogingen komen er vier man aan de leiding: Eddy Merckx, Herman van Springel, Ward Sels en Willy Bocklant.
Willy is al blij als hij nog weet hoe je Roubaix moet schrijven. Wanhopig over z'n fiets gevouwen probeert hij aan te klampen maar bezwijkt en zal uiteindelijk eindigen op een 25e plaats.
In het laatste uur koers verliest hij 9 (negen!) minuten.
Maar niet alleen Willy maar het hele peloton krijgt vandaag een stukje fietsles.
Fietsles? Op hun duvel kregen ze! Op hun duvel in De Hel.
Slecht 44 renners bereiken de finish van deze vernieuwde en vooral verzwaarde editie. De parcoursbouwers hadden hun werk prima gedaan. Maar ook Merckx had zijn werk gedaan en voor een ware slachting gezorgt.
Van de drie koplopers rijdt Sels lek en Merckx besluit met Van Springel naar de wielerbaan te rijden.
De sprint voor de overwinning in Roubaix was echter een formaliteit. Herman komt als eerste op de baan en drong wel aan maar was in de spurt een "vogel voor de kat" zoals onze zuiderburen zo mooi kunnen zeggen.
De zuiderburen zullen echter wel in hun nopjes zijn geweest want Walter Godefroot zorgde voor een compleet Belgisch podium.
Podium 1968:
1 Eddy Merckx
2 Herman Van Springel
3 Walter Godefroot
Commentaar in het filmpje is in het Frans maar de beelden geven een prachtig tijdsbeeld. Let ook op de kale wielerbaan. Deze is tegenwoordig licht kleurig geschilderd en voorzien van de nodige reclame.
Het publiek is zichtbaar content met de overwinning van Eddy Merckx.
In 1970 en 1973 zou Eddy eveneens de stenenklassieker op z'n naam weten te schrijven.
De Belgische Italiaan genoot een enorme populariteit. Vooral onder de Walen. Die moesten immers keer op keer toezien hoe maar weer een Vlaming met een grote vis ging lopen.
Cerami was geen heel groot kampioen, maar naast deze Parijs-Roubaix heeft hij ook Parijs-Brussel en de Waalse Pijl op z'n naam staan.
Een superknecht die prima als wisselkopman kon worden uitgespeeld.
Dat hem dat uitgesproken in de editie van Parijs-Roubaix van 1960 lukte is wel opmerkelijk.
We zitten immers in een periode van een aantal zeer grote kampioenen. Van Looy aast op z'n eerste Roubaix.
Andere Belgen die de bloemen ruiken zijn Fore, Desmet, De Bruyn, De Cabooter en Impanis om er maar een paar te noemen.
Van Looy was de week ervoor derde geworden in de Vlaamse hoogmis en het doel was duidelijk.
Maar er waren ook niet Belgen die als eerste in Roubaix op de poort van de wielerbaan wilde kloppen.
Tom Simpson was nog een broekie maar had op het wereldkampioenschap van het jaar daarvoor laten zien dat hij wat in z'n mars had. Hij belande daar net naast het podium en daardoor was hij alleen bij de echte kenners opgevallen.
We hadden verder de Louison Bobet. Aan het eind van z'n carrière maar winst in Roubaix gaat vaak gepaard met veel jaren ervaring. Cerami zou dat gaan bewijzen in deze editie.
Vanaf het begin was het volle bak. De renners hadden de laatste nieuwtjes nog niet uitgewisseld of de eerste ontsnappingen waren al een feit.
Geen knechten of renners van het tweede garnituur.
Toppers Bobet en Riviere kleuren het begin van de koers. Tot halfweg lijken ze zelfs een kans te maken op een bizar lange vlucht maar beide hebben hun kaart fors overspeeld.
Nadat ze zijn ingerekend volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Van Looy speelt een belangrijke rol maar zal het niet redden.
Ook Simpson geeft een show weg en op Youtube is nog steeds deze solo te bewonderen. Deze solo heeft in de Britse wielerhistorie een vooraanstaande status.
Tom is echter nog niet rijp genoeg en ook hij is een vogel voor de kat.
Er wordt de hele dag duivels hard gereden en het zou op een paar meter na de snelste Parijs-Roubaix worden.
Inmiddels worstelt Cerami zich lenig door de gevechten. Zonder druk want niemand verwacht grote dingen van de import Waal.
In de laatste plaats hijzelf en Pino koerst gewoon lekker mee. Steeds van voren.
Met minder dan een half uur koers weet hij samen met Sabbadini op kop te komen.
Met de huidige TV en multimedia had dat zeker een hoop grappen opgeleverd. Pino & Tino op kop in koningin van de klassiekers. Er zou zeker om gelachen worden, maar wie naar de snelheden keek zou helemaal niet lachen.
Met een verschroeiend tempo stormde de twee richting Roubaix. Geen van beide met een groot palmares.
Beide steeds in dienst van een kopman. Sterker...........beide in dienst van DEZELFDE kopman.
Nog een kwartier koers en wie moest dit gaan winnen? Gelukkig geen ploegleider die in verbinding staat met het hoofdkantoor.
De thriller wordt echter niet tot het maximale gedreven en in de bochtige finale is Cerami de coureur met net iets meer ervaring.
Voor Pino een "doorbraak" op twee weken van z'n veertigste verjaardag en nadien zou hij in een paar jaar nog een schitterende palmares bij elkaar rijden. Voor Tino was het echter "slechts" een tweede plaats en hij zou de rest van z'n carrière vooral knecht blijven.
Opmerkelijk is de derde plaats van Poblet. Tweede keer dat hij hier op het podium stond en tot de ereplaatsen van Flecha de enige Spanjaard die in Roubaix het podium wist te halen.
Na z'n actieve carrière kreeg Cerami een koers die naar hem is vernoemd de GP Cerami.
Deze Parijs-Roubaix was de eerste topklassieker die uitgezonden werd op de Franse TV. De beelden laten vooral de solo van Tom Simpson zien maar zijn van grote historische waarde.