Posts tonen met het label Wereldkampioen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wereldkampioen. Alle posts tonen

dinsdag 19 mei 2020

Het zegegebaar

Geen zorg want deze blog wordt niet ineens een liturgische blog met allerlei kerkelijke rituelen.
Daarentegen blijf ik erbij dat wielrennen een katholieke sport is en dat die kerk een belangrijke rol heeft gespeeld in het dna van deze sport.
Aan de andere kant verwerp ik iedere vorm van institutioneel geloof. Neemt niet weg dat iedereen natuurlijk vooral lekker moet geloven wat hij/zij wil geloven. Allemaal prima zolang mensen mij maar niet proberen te bekeren.

Zegegebaar binnen deze blog is niks meer dan één of twee handen de lucht in bij een overwinning in een wielerkoers.
Halsstarrige gelovigen zullen het uitleggen als een orante houding, waarmee de renner het opperwezen (welke variant dan ook) wil danken voor de overwinning.

Als je als winnaar van Parijs-Roubaix al iemand moet danken, is het doorgaans degene die je die ochtend in de spiegel een knipoog hebt gegeven omdat je het helemaal zag zitten.
Bij eerdere gelegenheid heb ik al eens uit de doeken gedaan dat Parijs-Roubaix helemaal niet zo'n loterij is. Laat staan een spelletje van God.
Ik geloof niet in God en ik geloof niet in de Duivel. Ik geloof wel in "De Hel" en deze begint na 90 kilometer bij Troisville en eindigt in Hem op een steenworp (het zal een kassei zijn) van Roubaix.
Om je armen op de wielerbaan van Roubaix richting de hemel te heffen moet je vooral zelf sterk zijn. Hard getraind hebben, het juiste materiaal, goed eten en drinken, een uitgekiende ploegentactiek en vooral de hele dag van voren koersen.
Dat koersen moet met passie, je benen maar zeker ook met het hoofd.

Alleen al over alle verschillende manieren van zegegebaren kan je al bijna een blog maken. Helaas kiezen renners meer en meer voor een wat commercieel gebaar. Jammer want ik zie zelf toch het liefst oprechte emotie.
Zelf zie ik het liefst een renner die NIET z'n truitje schoonveegt en die NIET het ritsje dichtdoet. Een renner die maar net z'n armen van z'n stuur kan tillen. Een renner die na zeven uur zwaar labeur door "De Hel" de armen richting de hemel heft.
In een enkele seconden het lijden uit je lijf laten zaken en met een grijns de overwinning binnen haalt.

Geen mooiere plek om het zegegebaar te maken is natuurlijk die verwaarloosde betonnen piste in Roubaix. Een renner die de Tour wint weet doorgaans al een paar dagen dat het eraan zit te komen en de ontlading is dan van een heel andere orde.
250 kilometer dikke koers en ruim 50 daarvan over de meest bizarre wegen. Als je er als wielertoerist rijdt kan je je nauwelijks voorstellen dat hier gekoerst kan worden. Rij alleen eens de strook van Carrefour de l'Arbe op een gewone fiets met comfortabele brede banden.

Als wielertoerist kan ik me soms ook niet inhouden om een zegegebaar te maken. Vooral als ik solo uren in de regen heb gereden. Bij het oprijden van het erf zou ik dan het liefst de armen omhoog gooien. De solo is succesvol afgerond. Ik heb het gehaald. De inspanningen zijn beloond.

Tot ik in militaire dienst moest heb ik een aantal jaren gekoerst. Van de jeugd tot de amateurs. Een paar kleine koersjes gewonnen. Vooral bij de onderste categorieën. Alleen je mocht toen niet je armen omhoog steken als je gewonnen had.
We hebben het nog over de jaren dat sokken verplicht wit moesten zijn en broeken zwart. Als ik zie hoe sommige renners er nu bij rijden is die regel van die zwarte broek misschien wat ouderwets, maar wel getuigen van een betere smaak.
Witte sokken en zwarte broek vond ik prima. Alleen dat je je armen niet omhoog mocht steken vond ik betuttelend.

Soms heel soms als ik alleen in de polder fiets kan ik het niet laten. Een fractie sluit ik de ogen en waan me op het velodroom. Het gevoel is extra intens als ik dan al uren in de wind heb gefietst. Het liefst met wat winterse neerslag. Zand wat tussen je ogenleden zit. Handschoenen die steenkoud en zompig aanvoelen en een doordrenkte zeem tussen je billen.

Heel soms en welke wielertoerist heeft nu niet gedroomd om eens Parijs-Roubaix te winnen. Want als het ergens mooi is om een zegegebaar te maken, dan is het wel op het velodroom bij het uitrijden van "De Hel".

Foto (2010): Jasper Stuyven wint als wereldkampioen de editie voor junioren. Een van de mooiste die we hebben  gezien.
Jasper rijdt al een aantal jaren bij de profs en won begin dit jaar op fraaie wijze Omloop Het Nieuwsblad.

woensdag 11 april 2018

Wereldkampioenen

Heel vaak wordt gesteld dat de wereldkampioen het jaar erop niet veel bakt. Nu is er in de loop der jaren natuurlijk een aantal keer een "klein" renner in de regenboogtrui gestoken, maar ook toppers hebben vaak last om de trui te bewijzen. Zo'n trui hangt blijkbaar toch wat zwaar op de schouders.

Het mooiste wat je als renner kan doen is natuurlijk om direct na het wereldkampioenschap de Ronde van Lombardije te winnen zoals Bettini in 2006. Maar andere renners waren hem voor zoals Saronni, Gimondi, Merckx (in welk lijstje staat hij niet?) en Simpson.
Ook mooi is natuurlijk in je regenboogtrui gelijk in het nieuwe seizoen Milaan-San Remo te winnen. Die trui behaalt in het vorige seizoen was geen toeval! Gelijk een statement maken!
Merckx deed het twee keer, maar ook Gimondi en Binda voerde dit nummer op.

De lijstjes dat een renner in de regenboogtrui een topklassieker wint zijn kort. In de rijke historie van Parijs-Roubaix is het zes keer voorgekomen dat een renner in de regenboogtrui als eerste over de streep kwam.

In 1961 Van Looy in een sprint met een kopgroep. In 1962 kwam van Looy solo aan.
Merckx kwam in 1968 samen met Van Springel aan die in de sprint een vogel voor de kat was.
Moser voerde wellicht het meest imposante nummer op in een regenboogtrui. Na een prachtige solo alleen aankomen.
In 1981 voerde Bernard Hinault een nummer op en in een sprint met een ijzersterke kopgroep gaf hij topfavorieten De Vlaeminck en Moser geen enkele kans iets aan hun palmares te doen.
Na Hinault was het lang wachten voor er weer een regenboogtrui op het podium stond. Afgelopen zondag was topfavoriet Peter Sagan de snelst in een sprint met twee na heerlijke koers.

1961 - Rik Van Looy
1962 - Rik Van Looy
1968 - Eddy Merckx
1978 - Francesco Moser
1981 - Bernard Hinault
2018 - Peter Sagan

Een vreemde eend in de bijt is Marcel Kint. Winnaar van Parijs-Roubaix in 1943. De eerste Parijs-Roubaix na het laatste wereldkampioenschap in 1938. Daar was Kint eerste geworden en formeel was hij dus de regerend wereldkampioen.
Kint fietste overigens niet in een regenboogtrui, maar had de kenmerkende Mercier trui aan toen hij zegevierend over de streep van het velodroom kwam.

Het regenboogtrui-syndroom zal er best wel zijn en de lijstjes laten zien dat het ook niet eenvoudig is om in z'n trui een topklassieker te winnen.

Foto: In een regenboogtrui een kassei ophalen is tot nu toe pas door zes keer voorgekomen.

Naast de vijf renners die in een regenboogtrui Parijs-Roubaix wisten te winnen zijn er wel een groot aantal renners die beide koersen hebben gewonnen.
Hier alle renners die beide koersen op hun erelijst hebben staan:
Philippe Gilbert, Tom Boonen, Johan Museeuw, Hennie Kuiper, Jan Raas, Bernard Hinault, Francesco Moser, Eddy Merckx, Felice Gimondi, Jan Janssen, Rik van Looy, Rik van Steenbergen, Louison Bobet, Fausto Coppi, Marcel Kint, Georges Speicher en Georges Ronsse.
Totaal 16 renners die minimaal één keer wereldkampioen werden en minimaal één keer Parijs-Roubaix wisten te winnen.

woensdag 16 september 2015

Het WK

Onderstaande kolom heb ik al eens voor een andere blog beschikbaar gesteld. Met het WK voor de deur even afgestoft, want het WK blijft toch een unieke koers.

Na de grote rondes kan ik zelf altijd enorm naar het WK uitkijken. Het is een andere dan alle andere wedstrijden. Dat komt door een paar aspecten. Belangrijkste is natuurlijk dat het WK volgens het landenconcept wordt gereden. Dit heeft als effect dat grote wielerlanden de betere knechten vaak thuis laten omdat “alle” kopmannen worden uitgezonden. Of een gevecht over welke kopman krijgt welke knechten.

Daarnaast wordt het WK op een omloop gereden. Ook dat heeft een bepaald effect op een koers. Verder is de transfermarkt een belangrijker beïnvloeder van de koers. Renners kunnen in één dag hun seizoen goedmaken. Maar nog meer invloed is het magische spel van een renner uit land A die voor ploeg X uit land B rijdt maar volgend jaar voor ploeg Y uit land C gaat rijden.

Voor mij – en dan ga ik helemaal niks geks zeggen – is Parijs Roubaix de allermooiste koers die er is. De schoonste zoals mijn Belgische vrienden zeggen. Maar het WK is de meest fascinerende. Ruim voor de start rol je al over de belangen. Forse geldbedragen (liefkozend premies genoemd) rollen bij een titel over tafel. Renners, sponsors, toekomstige sponsors, bonden en zelfs de media stellen eisen. Een ingewikkeld spel waarbij de huidige financiële crisis een flauw potje “Mens erger je niet” is.

Er is bij ieder WK ook altijd wel wat aan de hand. Daarom gewoon een luchtige greep uit de historie…..als warmloper.

1963 – In een dolle massaspurt klopt knecht Benoni Beheyt de Keizer van Herentals. Dat laatste is de bijnaam voor Rik van Looy ook wel Rik II genoemd. Van Looy was snel en zo zegen zeker. De clan van Looy heeft sinds dien het leven van Benoni tot een hel gemaakt. Hoewel ik groot respect heb voor de erelijst van Looy heb ik het altijd een naar mens gevonden. De vriendschap tussen Rik en Benoni is ook nooit meer wat geworden. Ik begrijp Benoni wel.

1969 – Harm Ottenbros was voor mij een van de inspiraties om aan wielrennen te gaan doen. Ik heb vele foto’s en kaarten met handtekeningen van Harm. Merckx en Van Looy misdroegen zich beide weer eens op vaderlandse bodem en knecht Stevens kon Harm niet van de titel houden. Heel België weende en Harm was een onwenselijk kampioen. Harm werd verguist want Belgisch supporters zijn niet de meest sportieve als het resultaat niet bevalt. De vriendschap tussen Harm en de wielersport was dan ook ver te zoeken en Harm kapte te vroeg met z’n carrière. Triest!

1973 – Ocana, Maertens, Merckx en Gimondi gaan als keizer-kwartet naar de finish. Freddy is de snelste, Luis rijdt een thuiswedstrijd, Merckx kan een record vestigen en Gimondi mist nog een regenboogtrui op z’n palmares. De twee Belgen… de twee Belgen gunnen elkaar het licht niet in de ogen. Eddy en Felice zijn al jaren bevriend en Merckx speelt het spel in het voordeel van z’n vriend. Heel België staat op z’n kop en de vriendschap tussen Eddy en Freddy had het nodige onderhoud nodig.

1977 – Francesco Moser klopt “Der Didi” in een zeer dubieuze spurt. Thurau hangt zelfs aan z’n remmen. Het is overigens niet alleen Checco die met de duiten wuift. Ook de toekomstige sponsor van Didi ziet de Duitser liever in een sponsortrui rijden dan in een regenboogtrui. De vriendschap tussen Moser en Thurau werd er niet minder door en later werden ze ploegmaten en zesdaagse koppel.

1978 – Checco wilde weer met een zak geld rammelen. Nu naar onze eigen Gerrie. De Kneet was natuurlijk niet de domste en liet Moser in de waan dat hij met een tweede plek ook heel gelukkig zou zijn. De hemel had de hele dag gehuild maar Gerrie deed er nog een schepje bovenop. Tranen op het podium! Prachtig! Ondanks dat ik een groot Moser fan ben genoot ik enorm van dit WK. De vriendschap tussen Gerrie en Moser is nooit meer wat geworden. Toch praat Moser nog steeds oprecht met respect over De Kneet.

1979 – Nu is het Raas die Thurau klopt. Niet omdat Didi in de remmen hing maar Raas had geen al te zware dag gehad. Jan werd iedere beklimming de Cauberg opgeduwd en de NOS bracht het keurig in beeld. De vriendschap tussen Jan en de NOS is nooit meer wat geworden.

1988 – Maurizo Fondriest stond aan het begin van z’n carrière en profiteerde optimaal van de strijd tussen Bauer en Criquelion. Nu heb ik Criquelion altijd een jankebankerd gevonden en Bauer nooit een echt onsportieve vent. Maar we waren in België (Ronse) dus Bauer ging op het offerblok. Dit zijn ook van die momenten dat ik ineens een stuk minder van België hou. Het supporters-cross-sfeertje zeg maar. Lijkt mij teveel op voetbal. Maar de vriendschap tussen Bauer en Criquelion was natuurlijk definitief naar vaantjes.

2007 – Bettini bolt met een symbolisch pistoolschot als winnaar over de finish in het “brave” Stuttgart. Getergd door politici die hem niet wilde laten starten. Ik kon zelf ook m’n grijns niet onderdrukken toen ik hem zag winnen.

2010 – Pozzato heeft een half jaar geen sex omdat dat een goed resultaat op het WK zou brengen. De ijdele Pipo haalt net het podium niet en is het lachertje van het peloton. Thor had die week veel “zondiger” geleefd als we z’n glimlach op het podium mogen geloven.

2011 – De Italiaanse bond heeft besloten geen ex-dopingzondaars mee te nemen. Dat doet Pettachi mogelijk besluiten Kazak te worden. Kijk eens naar het doping verleden van dat land en wat een wrange keuze moet dat dan zijn.

Gewoon een paar voorbeelden en het geeft zo prachtige aan dat het WK altijd een beladen koers is. Daarom ook zo jammer dat deze in de achterkant van de kalender is geduwd. Ik zie het WK veel liever tussen Tour en Vuelta. Is ook voor de Vuelta beter want die wordt nu door teveel renners als trainingskoers gebruikt.

Het WK.... het duurt nog even maar ik ben er helemaal klaar voor.


Foto: Een van m'n plakboeken en een foto van Harm Ottenbros met handtekening