Posts tonen met het label Achtergrond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Achtergrond. Alle posts tonen

maandag 14 april 2025

Landenklassement

Twaalf landen hebben tot nu toe winnaars geleverd voor Parijs-Roubaix. Italië heeft met 10% van de buit een aardige kluif als je bedenkt dat Italianen heel lang niet graag buiten Italië gingen koersen.
Strikt genomen ook niet het parcours omdat de meeste Italianen die er voor kiezen om wielrenner te worden toch over enige klimtalenten beschikken. Frêle klimmers zijn welkom in De Hel, maar slechts een enkele weet het er goed af te brengen.
Nederland doet het met na de derde overwinning van van der Poel met tien stuks niet slecht, maar is geen hoogvlieger. Van de vijf top klassiekers (monumenten) doen Nederlanders het nog het beste in de Ronde van Vlaanderen.
Nederlandse winst in top klassiekers die we ook wel monumenten noemen:
  • Milaan-San Remo 5x
  • Ronde van Vlaanderen 13x
  • Parijs-Roubaix 10x
  • Luik-Bastenaken-Luik 4x
  • Ronde van Lombardije 4x
Het is duidelijk! Hoe dichter bij huis en hoe korter de beklimmingen hoe beter we het doen. Het is wel goed om te weten dat tot de Tweede Wereldoorlog er in Nederland geen tot nauwelijks wegwedstrijden werden gereden en er dus ook geen of nauwelijks Nederlanders deelnamen aan dit soort koersen.

Mathieu van der Poel heeft er met z'n prachtige overwinningen voor gezorgd dat de teller voor Nederland op tien is komen staan en wellicht geeft dat wat inspiratie voor de komende jaren.

Opmerkelijk zijn de twee van Ierland, maar in beide gevallen was King Kelly de leverancier.
Andrei Tchmil heeft maar liefst vier nationaliteiten gehad. Op het moment dat hij Parijs-Roubaix wist te winnen was hij Moldaviër.

De Fransen doen het met 28 stuks erg goed in eigen land. Dit is mede opmerkelijk omdat Parijs-Roubaix van het begin al een internationale koers was. De eerste editie werd ook gewonnen door een Duitser, maar onze oosterburen hebben met John Degenkolb tot 2015 moeten wachten op een opvolger.

Grote slokop zijn natuurlijk onze zuiderburen. 57 keer wist er een Belg te winnen en eigenlijk ging bijna steeds om een Vlaming.
Een Frans journalist heeft ook wel eens geschreven: "Parijs-Roubaix is de meest Vlaamse koers die er is."

En zo is het! Een Vlaamse koers voor stoere knapen!

Landenklassement 
57 België
28 Frankrijk
14 Italië
10 Nederland
4 Zwitserland
2 Ierland, Australië, Duitsland
1 Luxemburg, Moldavië, Zweden, Slowakije

Totaal 123 winnaars op 122 edities. Dit heeft te maken met de dubbele winnaar in 1949 waar zowel Serse Coppi als Mahé tot winnaar zijn uitgeroepen.
 
Foto: Naamplaatje in de douches van Roubaix. Fabian Cancellara heeft een 
zeer belangrijke bijdrage geleverd aan het Zwitserse saldo.

maandag 24 maart 2025

Compiègne en haar trein

Deze historische stad ligt een kleine 100 kilometer ten noorden van Parijs. Sinds 1977 vormt Compiègne het decor voor de start van Parijs-Roubaix. Dit heeft alles te maken met de oprukkende asfaltmachines.
Het werd steeds moeilijker om het traditionele traject te handhaven en geschikte kasseistroken waren alleen nog te vinden ten oosten van Roubaix.
Hierdoor was het noodzakelijk om de start naar het Noorden te verplaatsen.
Een belangrijke stap was al eens gezet door de start naar Chantilly te verplaatsen. Deze overigens eveneens historische stad met het prachtige kasteel van Chantilly ligt 45 kilometer ten noorden van Parijs.
Om toch voldoende kasseien in het parcours te stoppen en binnen de grens van de 270 kilometer te blijven besloot de organisatie nog een keer op te kruipen richting het noorden.

Compiègne kan moeilijk als een flauw compromis worden gezien, want de stad heeft impliciet alles, maar dan ook alles met Parijs-Roubaix te maken.

De stad barst bijna uit haar voegen van de kerken, kastelen, statige panden en musea. Compiègne is een etappeplaats in de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella en massa aan historie komt hier samen.
Het Franse koningshuis (van Karel de vijfde tot Lodewijk XV) wist hier haar weg wel te vinden.
Opmerkelijk zijn de banden van Jeanne d'Arc die hier haar laatste campagne starten. Meer oorlog is te vinden in het museum la Figurine Historique met de Slag bij Waterloo in miniatuur soldaatjes.
De absolute link met Parijs-Roubaix vormt natuurlijk het Forêt de Compiègne met het indrukwekkende oorlogsmuseum.

Compiègne was in de Eerste Wereldoorlog het commandocentrum van de Franse troepen en en lag voor de hand dat hier de wapenstilstand werd getekend. Dat gebeurde op 11 november 1918 onder aanvoering van generaal Ferdinand Foch. Later werd Foch benoemd tot maarschalk van het Franse leger.
Het tekenen van de wapenstilstand vond plaats in een treinwagon van Wagon-Lits. Deze wagon heeft deel uitgemaakt van de legendarische Oriënt-Express. De vernedering voor de Duitsers was groot. De wapenstilstand betekende overigens wel het einde van deze oorlog.
Toch was de Franse generaal Foch niet erg optimistisch en hoewel hij vooral een theoreticus was prevelde hij de pijnlijke woorden: "Dit is geen vrede maar een wapenstilstand voor 20 jaar".
Hoewel de Duitsers hun munitie moesten inleveren, kregen ze door het onzorgvuldig afhandelen van deze oorlog eigenlijk genoeg munitie in handen om een volgde oorlog te starten.

Deze kwam er dan ook en toen in 1939 West Europa onder de voet werd gelopen, kwam Hitler hoogste persoonlijk naar Compiègne om de Fransen op 22 juli 1940 te laten capituleren.
Nadat de Fransen de treinwagon een aantal jaren als trofee hadden rondgesjouwd was het nu de beurt aan de Duitsers.
Veel plezier hebben ze er niet van gehad en in 1945 is de houten bovenbouw (op bevel van Hitler?) vernietigd om een volgende vernedering in deze wagon te voorkomen.
Het metalen onderstel heeft de brand overleefd en heeft in Oost Duitsland een aantal jaren dienst gedaan al werktrein.
In Compiègne bevindt zich in het oorlogsmuseum een replica van de treinwagon.

Of veel renners zich realiseren dat ze met hun rit van Van Compiègne naar Roubaix zo'n historisch reis maken laat zich wel raden. Renners zullen vooral bezig zijn of ze niet lek rijden, of de materiaalwagen in de buurt is, of ploegmaten niet vallen en of de regen wacht tot maandag.

Toch heeft Parijs-Roubaix haar naam te danken aan een oorlog die door de Fransen vanuit Compiègne werd gevoerd en waar uiteindelijk ook de wapenstilstand van die oorlog werd getekend.
Enkele maanden na het tekenen van de wapenstilstand in 1918 werden de renners al door de slagvelden gejaagd en dat moet toch een bizarre metafoor zijn geweest voor soldaten die uit hun loopgraaf richting vijand werden gestuurd.

De volgende dag in de kranten werd dan ook voor het eerst de term "De Hel Van Het Noorden" gebruikt. Het slagveld was voor de meeste gewone burgers tot dat moment onzichtbaar gebleven. Maar nu was het gewezen slagveld het decors voor de renners en je hoefde geen groot voorstellingsvermogen te hebben om je te realiseren wat een gruwelijkheden hier hadden plaatsgevonden.

De start van Parijs-Roubaix wordt gehouden bij het kasteel van Compiègne. In het kasteel is een museum met onder andere een uitvoerige collectie oude fietsen.

Foto: Het legendarische rijtuig van Wagon Lits wat uiteindelijk eindigde als werktrein in Oost Duitsland.
Compiègne is een stad die om meer redenen meer dan de moeite waard is om eens te bezoeken.

donderdag 21 mei 2020

Tragische doden

Parijs-Roubaix is een koers met een bepaalde tragiek. De echte specialist weet dat je het geluk kan afdwingen, maar voor het grote publiek is het een en al tragedie.Toch weten de specialisten beter. Op kasseien rijden is immers vooral je fiets heel laten zodat je niet hoeft te wisselen.
Maar niet ieder die zonder kleerscheuren door de Franse Hel trekt komt zonder problemen door het leven.
Heel wat winnaars van Parijs-Roubaix zijn op een tragische wijze om het leven gekomen.
We zijn in oktober toe aan de 118e editie en we hebben op dit moment iets meer dan 80 verschillende winnaars.
Ruim 50 van hen zijn inmiddels overleden. Sommige op hoge leeftijd, andere te jong en de meeste toch via een natuurlijke dood. Sommige na een lang ziekbed en weer andere abrupt zoals de lucht uit een band kan knallen.

Een dozijn van de winnaars heeft echter toch op een zeer tragische wijze de weg naar de eeuwige kasseistroken gevonden.

Albert Champion ( † 26 oktober 1927)
Bekend van de bougies en winnaar van Parijs-Roubaix in 1899. Z'n tweede vrouw nam het niet zo serieus en toen hij verhaal ging halen kreeg hij van een minnaar van z'n vrouw raken klappen. Albert trof het niet want de minnaar was een ex-bokser. Een paar uur later werd Champion dood in z'n hotelkamer gevonden.

Lucien Lesna ( † 11 juli 1932)
Triomfator van Parijs-Roubaix in 1901 en 1902 en een enthousiast motor-racer. De motor zou hem ook noodlottig worden en in 1932 kwam hij om bij een motorongeluk.

Octave Lapize ( † 14 juli 1917)
Een aas op de fiets en de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen. Nog wel drie keer op rij: 1909, 1910 en 1911.
Ook als piloot in de Eerste Wereldoorlog wilde Octave een aas zijn. Op de fiets durfde hij gerust het tegen meerdere tegenstanders tegelijk op te nemen. Op 14 juli 1917 in de lucht was het echter toch teveel.

Charles Crupelandt ( † 18 februari 1955)
De inwoner van Roubaix had twee maal gewonnen op zijn velodroom. Toch was hij een persona non grata omdat hij in de oorlog (WWI) had gesmokkeld. Het eerherstel kwam pas veel later. Strikt genomen stierf Crupelandt een natuurlijk dood en vele die hier niet genoemd zijn hebben toch een lang ziekbed gehad.
Dat Crupelandt verbannen, blind en met beide benen geamputeerd het aardse verliet rechtvaardigt een vermelding in dit trieste overzicht.

François Faber ( † 9 mei 1915)
De Luxemburger had in 1913 Parijs-Roubaix gewonnen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog melde Faber zich bij het vreemdelingenlegioen.
Tijdens een van de bloedige veldslagen sneuvelde hij tijdens het redden van een kameraad.

Henri Pélissier ( † 1 mei 1935)
Een lastpak eersteklas maar wel winnaar van Parijs-Roubaix in 1919 en 1921. Maar de dood heeft hem z'n hele leven gevolgd. Eerst de oorlogsjaren en toen de zelfmoord van z'n vrouw. Tragisch - als een plot een van een goedkope film - schoot z'n tweede vrouw hem dood met hetzelfde wapen waar z'n eerste vrouw zelfmoord mee pleegde.

Julien Vervaecke ( † mei 1940)
Tien jaar voor z'n dood was Julien nog de beste in Parijs-Roubaix. Het uitbreken van de Tweede wereldoorlog zorgde voor veel onrust, paniek en chaos. In die chaos probeerde Julien het zich iets makkelijker te maken, maar tijdens het wegwerken van de nodige goederen is hij door Engelse soldaten doodgeschoten.

Lucien Storm ( † 10 april 1945)
Een leven en dood van twee oorlogen. Lucien werd geboren in de Eerste Wereldoorlog en werd vlak voor de bevrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog in een werkkamp door een misverstand doodgeschoten.
In 1938 had Lucien Parijs-Roubaix gewonnen en na de oorlog hadden er nog zeker veel overwinningen gevolgd.

Serse Coppi ( † 29 juni 1951)
In 1949 won Serse samen met André Mahé. Een compromis na een hoop touwtrekkerij. Lang heeft Serse niet van z'n overwinning mogen genieten. Twee jaar na zijn zege in Parijs-Roubaix kwam hij zeer zwaar ten val in de Ronde Piemonte. Serse werd nog overgebracht naar het ziekenhuis, maar stierf daar in de armen van z'n broer Fausto

Fausto Coppi ( † 2 januari 1960)
De kampioen der kampioenen had in 1950 Parijs-Roubaix gewonnen. Een van de vele grote overwinningen. Coppi bleef tot hoge leeftijd koersen maar daar kwam begin 1960 een eind aan. Door een vreemde ziekte overleed jij op 2 januari in een ziekenhuis in Tortona. Later zou blijken dat het om malaria ging.

Marc Demeyer ( † 20 januari 1982)
Verrassend klopte Marc in 1976 een aantal topfavorieten. Begin 82 - en formeel nog een contract bij Splendor - kwam het bericht dat Demeyer was overleden.
De meest wilde verhalen deden de ronde en het D-woord komt dan al snel om de hoek kijken. Het was echter nog veel tragischer, want Marc had zelf de keuze gemaakt om het einde van z'n carrière als prof gelijk te laten vallen met het einde van z'n leven.

Franco Ballerini ( † 7 februari 2010)
De razend populaire bondscoach van de Azzurri was zelf een succesvol wielrenner met overwinningen in Parijs-Roubaix in 1995 en 1998.
Franco was niet alleen dol op de fiets, maar ook gek van snelle auto's. De liefde voor de autosport werd hem noodlottig tijdens een rally in Toscana. Een onfortuinlijke crash deed heel Italië wenen.

Foto: Het graf van Serse en Fausto Coppi. Wie had kunnen denken
 dat de broers beide zo snel weer bij elkaar zouden zijn......

woensdag 20 mei 2020

Meervoudige winnaars

Nagenoeg alle koersen kennen een groot aantal meervoudige winnaars. Deels zal dat te maken hebben dat de ene koers een renner wat meer of minder zal liggen.
Maar het werkt natuurlijk ook motiverend. Als je een koers een keer gewonnen hebt, wil je als renner natuurlijk in de daaropvolgende jaren laten zien dat het geen toeval was.

Meervoudige winnaars zien we in allerhande koersen en de meest opvallende naast de bekende rijtjes van de Tour zijn toch:
Sean Kelly: 7x Parijs-Nice
Roger de Vlaeminck: 6x Tirreno-Adriatico
Eddy Merckx: 7x Milaan-San Remo
Jan Raas: 5x Amstel Gold Race
Eddy Merckx: 5x Luik-Bastenaken-Luik
Fausto Coppi: 5x Ronde van Lombardije
Herman van Springel: 7x Bordeaux-Parijs

Ook bij Parijs-Roubaix kennen we een groot aantal meervoudige winnaars. Nog niemand heeft het echter tot 5, 6 of laat staan 7 keer weten te brengen.
Als dit jaar nog editie gereden gaat worden kunnen een handje renners voor een tweede overwinning gaan.
Van de actieve renners heeft niemand al twee of meer keren gewonnen.
Actieve renners die één keer hebben gewonnen zijn: Niki Terpstra (2014), John Degenkolb (2015), Greg Van Avermaet (2017), Peter Sagan (2018) en Philippe Gilbert (2019).
Wie van deze toppers voegt er in oktober een tweede aan zijn lijstje?

4 Overwinningen
Roger de Vlaeminck (1972, 1974, 1975, 1977)
Tom Boonen (2005, 2008, 2009, 2012)

3 Overwinningen
Octave Lapize (1909, 1910, 1911)
Gaston Rebry (1931, 1934, 1935)
Rik Van Looy (1961, 1962, 1965)
Eddy Merckx (1968, 1970, 1973)
Francesco Moser(1978, 1979, 1980)
Johan Museeuw (1996, 2000, 2002)
Fabian Cancellara (2006, 2010, 2013)

2 Overwinningen
Maurice Garin (1897, 1898)
Lucien Lesna (1901, 1902)
Hippolyte Aucouturier (1903, 1904)
Charles Crupelandt (1912, 1914)
Henri Pélissier (1919, 1921)
Georges Claes (1946, 1947)
Rik Van Steenbergen (1948, 1952)
Seán Kelly (1984, 1986)
Marc Madiot (1985, 1991)
Gilbert Duclos-Lassalle (1992, 1993)
Franco Ballerini (1995, 1998)

Maurice Garin was de eerste die twee overwinningen behaalde en dat ook nog op rij deed. Twee op een rij is daarna door meer renners verwezenlijkt. Drie op een rij is maar twee renners gelukt namelijk Octave Lapize en Francesco Moser.

Foto: In de legendarische douches van het velodroom van Roubaix. Moser driemaal winnaar op een rij. 
Alleen Lapize was hem voorgegaan en dat kunstje is nog niet geëvenaard.

zaterdag 9 mei 2020

Pavé

Natuurlijk denken we bij pavé direct aan de stenen in Noord Frankrijk.

Pavé heeft echter nog een paar betekenissen.

De belangrijkste zijn soorten kaas. Een groot aantal soorten kaas heeft pavé in de naam. Denk aan Pavé d’Auge, Pavé Blesois en Pave d'Affinois.
Meer eetbare pavé is brood. Het gaat doorgaans om brood ter grote van een kassei. Vaak zeer stoer brood wat vrij compact gebakken is.
Het begrip pavé wordt veel gebruik in namen van recepten waar een blok vis (zalm), vlees of taart wordt geserveerd.
Pavé au chocolat zal beslist van vele een favoriet zijn en een stuk beter te verteren dan de Noord Franse stenen.
Erg lekker - vooral voor liefhebbers van Tiramisu - is de Brazilian pave.

Een ander opmerkelijke pavé is de zetting van edelsteenjes. Hierbij wordt een bepaald oppervlak van een sieraad met steentje "geplaveid".

Pavé is natuurlijk een mooi krachtig woord, maar wij wielerliefhebbers kennen het natuurlijk vooral als die verduivelde stenen.

Vroeger werden heel veel belangrijke wegen waar zwaar verkeer over moest bestraat met kasseien. Zelfs tot de jaren 80 waren veel oude industriegebieden nog bestraat met kasseien.
Ook in Nederland zoals in het havengebied van Rotterdam.
Nu zijn het vooral in België en Noord Frankrijk nog wat kleine wegen die maar minimaal van belang zijn voor de infrastructuur.
De pavé is de afgelopen tientallen jaren echter wel enorm populair voor sierbestrating in tuinen en oprijlaantjes.

In ieder land worden ze natuurlijk weer anders genoemd. Hier de belangrijkste:

Frans: Pavé
Belgie: Kassei(en)
Nederland Kinderkopjes
Duitsland: Kopfsteinpflaster
Engeland: Cobblestones
In Spanje en Italie wordt in wielerkringen doorgaans pavé gebruikt.
Japans: 石畳

Tijdens commentaar bij wielerwedstrijden wordt ook gebruik gemaakt van "stenen" zoals in: "dames en heren we gaan de stenen weer op".
Eigenlijk vind ik dat een heel mooie uitdrukking: "we gaan de stenen weer op".
Dat klinkt als muziek in de oren en is een signaal om weer op het puntje van je stoel te gaan zitten.....

Foto: Hier een heel slechte strook met heel slechte pavés. De strook (Chemin de Bourghelles) wordt niet meer 
gebruikt in de koers. Einde van deze strook komt uit op het eindpunt van Carrefour de L'Abre.
 Voor wie een keer wil: aan de achterkant van het restaurant naar het noorden rijden.

vrijdag 8 mei 2020

Bordeaux-Parijs

Dit is een van de oudste klassiekers maar wordt helaas niet meer gehouden. Jammer want de koers had een aantal unieke elementen.
Om te beginnen was daar natuurlijk de finish in Parijs. Slechts weinig koersen hebben 86 keer hun finish in Parijs gehad. Uniek!
Dan de lengte van deze koers. Niet alle jaren was de koers even lang maar rond de 600 kilometer moesten de renners iedere keer wel wegtrappen.
Voor een eendagskoers een serieus stukje fietsen.
Om het de renners iets makkelijker te maken werden er halverwege de koers gangmakers ingezet.
In eerste instantie werd zo'n beetje alles gebruikt als gangmaker, maar toen de organisatie wat stabieler werd liet men alleen nog derny's toe.

Bordeaux-Parijs werd voor het eerst georganiseerd in 1891. Dat is vijf jaar eerder dan de eerste Parijs-Roubaix.
Toen Parijs-Roubaix voor het eerst georganiseerd werd was een van de doelstelling dat deze koers een voorbereidingswedstrijd zou worden voor Bordeaux-Parijs.
Uiteindelijk heeft het voorprogramma het hoofdprogramma ingehaald.

Daar waar een koers als Parijs-Roubaix door sommige wielerliefhebbers wordt afgedaan als een prehistorisch monster, is Bordeaux-Parijs met haar 600 kilometer op één dag natuurlijk echt niet meer van deze tijd.

Daarom stierf de koers een mooie dood en in 1988 werd deze voor het laatst gehouden.

Er zijn behoorlijk wat renners die beide koersen een keer hebben weten te winnen. Toch is het rijtje dat dat in één kalenderjaar heeft weten te doen relatief kort. Het voorprogramma winnen en daarna de hoofdschotel pakken - zoals de inrichters oorspronkelijk hadden bedacht - lukte uiteindelijk maar een zestal renners.

Maar wat een mooi rijtje!

Parijs-Roubaix & Bordeaux -Parijs in één jaar:
1901 Lucien Lesna
1903 Hippolyte Aucouturier
1919 Henri Pélissier
1927 Georges Ronsse
1932 Romain Gijssels
1969 Walter Godefroot

Foto: Jan Janssen is een van de de renners die zowel Bordeaux-Parijs (66) als 
Parijs-Roubaix wist te winnen. Niet in hetzelfde kalenderjaar, maar toch een unieke
 prestatie om beide zware koersen op je palmares te zetten.

maandag 4 mei 2020

De kassei trofee

Er is geen koers waar de winnaar zo'n aansprekende trofee krijgt als bij Parijs-Roubaix.
Ook nog eens een trofee die als geen ander het parcours uitbeeld.
Veel bekers en prijzen verdwijnen bij de meeste renners vrij snel naar zolder. De kassei staat echter bij de meeste in hun werkkamer of zelfs gewoon op de schoorsteenmantel.
Dit is met recht een kei van een trofee. De kasseien waar je als winnaar net je zweet, snot en wellicht ook wat bloed hebt achtergelaten krijg je er nu een mee naar huis.
De verduvelde stenen maar nu was jij de baas. De meeste winnaars hebben nauwelijks de kracht om na afloop de steen boven hun hoofd te tillen.
Iedere winnaar moet haar ook even kussen. Zacht en teder als een contrast tegenover de 7 gruwelijke uren die vooraf zijn gegaan.
De winnaar krijgt een echte kassei en sinds een paar jaar krijgen de nummers 2 en 3 een kleine kassei. 

Foto: In cafe Au Pave op het velodrome van Roubaix kan iedere wielertoerist 
heel even voelen hoe het is om de mooiste trofee te kussen.

De kassei als trofee is eind jaren 70 ingevoerd en zo hebben een heleboel winnaars geen kassei ontvangen.
De vereniging Les Amis de Paris-Roubaix stelt echter alles in het werk om alle nog levende winnaars alsnog van een kassei trofee te voorzien.
Het liefst halen ze tijdens de verschillende evenementen de ex-winnaars naar Roubaix om in een gepaste huldiging de kassei te overhandigen.
Dit gebeurd doorgaans bij evenementen voor wielertoeristen of meetings van Les Amis.

Foto: Ook voor de wielertoerist die de Helleklassieker voltooid is er een kassei. Kleiner dan de 
overwinningstrofee bij de profs natuurlijk, maar ieder gaat trots met het steentje naar huis.

Na de tragische dood van Franco Ballerini in februari 2010 is er een prijs uitgereikt voor de eerst aankomende Italiaan. Deze prijs is een iets kleinere kassei dan voor de winnaar. De naam van de prijs is Souvenir Franco Ballerini en werd in 2010 door Filippo Pozzato gewonnen.
Pozzato was op dat moment de regerende Italiaanse kampioen en fietste in de Italiaanse driekleur naar een zevende plek.
Voor zover we kunnen achterhalen is uitreiken van deze prijs helaas bij die ene keer gebleven.

dinsdag 14 april 2020

Douches

Bij de meeste klassiekers is het na de streep gedaan. Bij Parijs-Roubaix volgen er nog twee coupletten.
De huldiging met de kassei en de douches. Een huldiging vindt er natuurlijk na iedere klassieker plaats, maar niet met zo'n toepasselijke trofee.
Na de prijsuitreiking mogen de renners onder de meest legendarische douches die er zijn.
Niet alleen binnen de wielersport. Vraag gewoon eens aan iemand om een aantal bijzondere douches te noemen.
Heel wat keren zullen de douches van het velodroom van Roubaix worden genoemd?

Foto: Na hun editie van Parijs-Roubaix gaan wielertoeristen graag in de rij staan voor de ultieme experience.

De douches liggen achter het kantoor in een sobere ruimte. Als je hier naar binnen loopt waan je je in een zwembad zo'n 60 jaar geleden. Of 70? 80?
Een stap over deze drempel geeft je het gevoel in een tijdmachine te zijn meegesleurd.
Eenvoudige betonnen kleedhokjes. Zonder deur. Een simpel bankje.
Je twijfel of je wel goed zit wordt slechts ontnomen door het naambordje op het kleedhokje: Cancellara, Merckx, Coppi, Van Looy.
Alle winnaars hangen hier en het is het enige tastbare bewijs dat deze vooroorlogse douches inderdaad bij Parijs-Roubaix horen.

Foto: Samen douchen na het sporten blijft een speciaal ritueel, maar nergens beklijft dit 
zoals in de douches van het Velodroom van Roubaix.

Het rijden op kasseien is bijna een magisch ritueel. Dat is het douchen op het velodroom misschien nog wel meer.
Het is meer dan het zweet, stof en blubber van je afspoelen.
Wellicht een bijna spirituele overpeinzing. Alle renners kunnen gebruik maken van de moderne douches in de ploegbus. Toch gaan heel veel renners juist douchen in dit stuk prehistorie.
Waarom?
Worden ze schoner dan in de ploegbus? Nee........dit douchegebouw heeft iets mythisch wat zich niet in woorden en foto's vast laat leggen.
Er gewoon een keer rondlopen is ook niet voldoende. Je zal de kasseien moeten getrotseerd om het te voelen.
Menig prof strijkt bij het verlaten met z'n vinger over het naambordje. Als een ritueel van bloedbroeders. Jij en ik. Jij en ik weten wat het is..........

Foto: Van alle winnaars hangt een bordje met z'n naam en jaar (of jaren) waarin hij
gewonnen heeft. Van het jaar 1949 hangen er dus twee namen.

In 2010 was er redelijk wat commotie dat de wielerbaan en het volledige complex inclusief de douches zou worden afgebroken.
De oude kantine lag immers al tegen de grond en er zou een nieuwe wielerbaan komen welke inmiddels is geopend.
Dit is echter een overdekte piste en deze staat naast de open wielerbaan.
Wielerbaan en douches blijven voorlopig nog velen jaren onderdeel uit maken van de erfenis van Parijs-Roubaix.
Gelukkig maar en je moet er een keer gedoucht hebben om het te begrijpen! Wel het liefst nadat jezelf over de kasseien hebt gedokkerd.

woensdag 11 april 2018

Wereldkampioenen

Heel vaak wordt gesteld dat de wereldkampioen het jaar erop niet veel bakt. Nu is er in de loop der jaren natuurlijk een aantal keer een "klein" renner in de regenboogtrui gestoken, maar ook toppers hebben vaak last om de trui te bewijzen. Zo'n trui hangt blijkbaar toch wat zwaar op de schouders.

Het mooiste wat je als renner kan doen is natuurlijk om direct na het wereldkampioenschap de Ronde van Lombardije te winnen zoals Bettini in 2006. Maar andere renners waren hem voor zoals Saronni, Gimondi, Merckx (in welk lijstje staat hij niet?) en Simpson.
Ook mooi is natuurlijk in je regenboogtrui gelijk in het nieuwe seizoen Milaan-San Remo te winnen. Die trui behaalt in het vorige seizoen was geen toeval! Gelijk een statement maken!
Merckx deed het twee keer, maar ook Gimondi en Binda voerde dit nummer op.

De lijstjes dat een renner in de regenboogtrui een topklassieker wint zijn kort. In de rijke historie van Parijs-Roubaix is het zes keer voorgekomen dat een renner in de regenboogtrui als eerste over de streep kwam.

In 1961 Van Looy in een sprint met een kopgroep. In 1962 kwam van Looy solo aan.
Merckx kwam in 1968 samen met Van Springel aan die in de sprint een vogel voor de kat was.
Moser voerde wellicht het meest imposante nummer op in een regenboogtrui. Na een prachtige solo alleen aankomen.
In 1981 voerde Bernard Hinault een nummer op en in een sprint met een ijzersterke kopgroep gaf hij topfavorieten De Vlaeminck en Moser geen enkele kans iets aan hun palmares te doen.
Na Hinault was het lang wachten voor er weer een regenboogtrui op het podium stond. Afgelopen zondag was topfavoriet Peter Sagan de snelst in een sprint met twee na heerlijke koers.

1961 - Rik Van Looy
1962 - Rik Van Looy
1968 - Eddy Merckx
1978 - Francesco Moser
1981 - Bernard Hinault
2018 - Peter Sagan

Een vreemde eend in de bijt is Marcel Kint. Winnaar van Parijs-Roubaix in 1943. De eerste Parijs-Roubaix na het laatste wereldkampioenschap in 1938. Daar was Kint eerste geworden en formeel was hij dus de regerend wereldkampioen.
Kint fietste overigens niet in een regenboogtrui, maar had de kenmerkende Mercier trui aan toen hij zegevierend over de streep van het velodroom kwam.

Het regenboogtrui-syndroom zal er best wel zijn en de lijstjes laten zien dat het ook niet eenvoudig is om in z'n trui een topklassieker te winnen.

Foto: In een regenboogtrui een kassei ophalen is tot nu toe pas door zes keer voorgekomen.

Naast de vijf renners die in een regenboogtrui Parijs-Roubaix wisten te winnen zijn er wel een groot aantal renners die beide koersen hebben gewonnen.
Hier alle renners die beide koersen op hun erelijst hebben staan:
Philippe Gilbert, Tom Boonen, Johan Museeuw, Hennie Kuiper, Jan Raas, Bernard Hinault, Francesco Moser, Eddy Merckx, Felice Gimondi, Jan Janssen, Rik van Looy, Rik van Steenbergen, Louison Bobet, Fausto Coppi, Marcel Kint, Georges Speicher en Georges Ronsse.
Totaal 16 renners die minimaal één keer wereldkampioen werden en minimaal één keer Parijs-Roubaix wisten te winnen.

zondag 5 april 2015

Vélodrome Roubaix

Een van de doelstellingen van de eerste edities van Parijs-Roubaix was het onder de aandacht brengen van de wielerbaan van Roubaix.
In die jaren (eind 19e eeuw) werden de meeste wielerwedstrijden op wielerbanen gehouden.
Op de baan was in die jaren ook een veelvoud te verdienen ten opzichte van wedstrijden op de weg.
Toch ontbrak het aan wedstrijden op de baan aan een heroïsche component.
Door lange afstand wedstrijden te organiseren die van stad tot stad gingen ontstond er meer heroïek. In die jaren barsten het van de wielerbanen en veel lange afstandswedstrijden eindigde op een wielerbaan.
De aankomst werd vooraf gegaan door een programma op de baan, zodat het publiek de hele dag vermaakt werd.

Foto: Voor een wielerbaan is het velodroom van Roubaix met een lengte van 500 meter aan de forse kant.

De huidige wielerbaan wordt sinds de Tweede Wereldoorlog gebruikt met uitzondering van de jaren 1986-1988. In die jaren zorgde een sponsor voor enige verloedering in het gemeengoed van Parijs-Roubaix.
In de eerste 50 jaar van de koers is de finish op diverse plaatsen gefinisht waaronder de paardenbaan van Marqc. De oude wielerbaan bestaat niet meer.
De huidige baan is door de jaren heen een monument op zich geworden. Hier solo aankomen is een van de mooiste momenten die een coureur kan overkomen.
Het contrast tussen de helse kasseien en de gemoedelijke sfeer in het velodroom is enorm.
Maar ook een sprint voor de overwinning op deze baan heeft ook iets mythisch. Vraag het aan Jan Janssen, Eddy Planckaert, Roger de Vlaeminck of Duclos-Lassalle.

Foto: Basisplan voor het plaatsen van een overdekte baan naast het bestaande velodroom.


Twee jaar terug ging er een kleine schok door wielerland. Er werd een aankondiging gedaan van een nieuwe dichte wielerbaan in Roubaix.
Snel werd de conclusie getrokken dat dit ten koste zou gaan van de traditionele finish van Parijs-Roubaix.
De tekening met het voorstel was echter duidelijk zat.
De nieuwe overdekte baan komt naast het bestaande velodroom. Dus de aankomst zoals we die al bijna 60 (!!!) jaar gewend zijn is voorlopig gegarandeerd.

Foto: Maquette van het nieuwe overdekte velodroom.

De wielerbaan is doorgaans op een doordeweekse dag goed te bezoeken. In het weekend zijn er regelmatig activiteiten dus als je een bezoekje wilt doen is het handig dat vooraf uit te zoeken.

>
Foto: De nieuwe wielerbaan tijdens de bouw in januari 2012

zaterdag 14 maart 2015

The Big 5

Nee ik ga het niet over persoonlijkheidskenmerken hebben. Die worden namelijk binnen sommige modellen ook opgedeeld in big 5.
Ook ga ik het niet hebben over de grote vijf beesten die je in het wild tijdens een safari moet zien: leeuw, olifant, buffel, neushoorn en luipaard.

Het gaat hier natuurlijk om klassiekers. Tegenwoordig wordt iets nogal snel klassieker genoemd.
De titel klassieker is helaas wat gedevalueerd.
Daarom introduceer ik graag het begrip top-klassiekers.
Want wees nu eerlijk. Als renner mag je kiezen:
Een overwinning in Milaan-San Remo of in de Amstel Gold Race?
De Ronde van Vlaanderen of Gent Wevelgem?
Luik-Bastenaken-Luik of in de Waalse Pijl?
Parijs-Tours of in Parijs-Roubaix?
Ronde van Lombardije of HEW Classic?

Strikt genomen zijn er maar vijf top klassiekers. Hier in volgorde zoals ze op de kalender staan:
- Milaan-San Remo
- Ronde van Vlaanderen
- Parijs-Roubaix
- Luik-Bastenaken-Luik
- Ronde van Lombardije

De eerste vier worden in het voorjaar gereden en de laatste in het najaar. Deze top-klassiekers worden ook wel de monumenten van de wielersport genoemd. Mooie naam: monumenten!

Een indrukwekkend rijtje klassiekers als je dat op je erelijst hebt staan. Het is echter tot nu toe slechts drie coureurs gelukt alle drie deze monumenten te winnen:

- Rik Van Looy
- Eddy Merckx
- Roger De Vlaeminck

Dat is wel een rijtje waar je tussen wilt staan. Helaas dwingt de moderne wielersport (lees sponsors) renners meer en meer in een specialistisch rol.
Daardoor is het lastig om zo'n diversiteit aan koersen te winnen.
Toch mag de wielersport zich gelukkig prijzen dat er zo nu en dan renners zijn die er van dromen om in dit rijtje te komen. Dat ook hardop uit durven spreken!

Toch zijn er gelukkig renners die deze ambitie min of meer hebben uitgesproken. Cancellara, Sagan en Gilbert lonken wel degelijk naar The Big 5.

Foto: Bij de Ronde van Lombardije moeten de renners over de Ghisallo. Een pittige beklimming 
vanuit Bellagio (Comomeer) die voert langs het legendarische kapelletje.

zaterdag 15 maart 2014

Nooit gewonnen

Van sommige renners verwachte je dat ze een keer toeslaan in "De Hel" en op de een of andere manier wil het niet lukken.
De lijst is verre van compleet maar toch eens een aantal opvallende namen:

Edouard Wattelier was er in de beginjaren van de koers een aantal keren zeer dicht bij. Een vijfde plaats, tweemaal vierde, een keer derde en een keer tweede. Voor toen een zeer indrukwekkend rijtje uitslagen. Een echte overwinning zat er helaas niet in.

Raymond Poulidor had natuurlijk z'n bijnaam al tegen. Met de "eeuwige tweede" wilde het ook in Roubaix niet lukken. Zes keer bij de eerste tien en elf keer bij de eerste vijfentwintig! Dan kan je echt wel een stukje op de stenen trappen.

Jacques Anquetil heeft qua klassiekers een vrij magere erelijst en wilde wat graag de Noord Franse koers op z'n naam zetten. In al z'n pogingen kwam hij niet verder dan een 8e plaats.

Freddy Maertens heeft maar een paar keer deelgenomen aan Parijs-Roubaix maar kwam wel met uitstekende rapportcijfers terug: 5e, 7e, 6e, 3e en 4e. Me dunkt! Maar geen overwinning zelfs niet na een contractuele en schriftelijke combine met De Vlaeminck.

Adrie van der Poel mag je met z'n cross ervaring hier ook verwachten. Maar liefst dertien keer staat van der Poel in de uitslag, maar zelfs een podiumplaats zat er voor dit gedreven trainingsbeest niet in.

Tristan Hoffman had iedereen het gegund. Altijd sterk en alert in het Franse Noorden. In 2004 in zijn laatste deelname een prachtige tweede plek.
In 2005 gingen z'n kansen verloren door een zware val in het begin van het seizoen. Deze val zorgde voor een versnelde wissel van de racefiets naar de ploegleidersauto.

Renners die dit jaar nog actief zijn en eigenlijk een keer "moeten scoren" zijn natuurlijk Hushovd, Pozzato, Boom en Leukemans.

Foto: Tristan Hoffman in z'n nieuwe rol tijdens
de verkenning van het parcours in 2011.

vrijdag 21 februari 2014

Zusterkoersen

Parijs-Roubaix is natuurlijk de enige in haar soort. Toch zijn er wel een aantal zusterkoersen. De belangrijkste is natuurlijk de Ronde van Vlaanderen. Een overwinning in beide koersen in hetzelfde kalenderjaar wordt dan ook "de dubbel" genoemd.

In Italië wordt sinds een paar jaar Montepaschi Strade Bianche - L'Eroica (dit jaar kortweg: strade bianche) gereden en in Bretagne wordt half april de Tro Bro Leon verreden.

Laten we eens wat dieper op de drie zusterkoersen ingaan.

De Ronde van Vlaanderen
Voor het eerst verreden in 1913 en tot de tweede wereldoorlog vooral een nationaal gebeuren. Na de oorlog ontwikkelde de koers zich tot een internationaal evenement en groeide uit tot één van de vijf grote klassiekers.
Vroeger ging De Ronde over een vlak parcours en bevatte net als het toenmalige Parijs-Roubaix maar een paar hellingen. Ook bevatte in de begin periode De Ronde meer en vooral slechte kasseistroken.
De Ronde heeft echter steeds meer korte nijdige helling gekregen, waardoor de koers toch een heel ander karakter heeft dan Parijs-Roubaix.
De kasseien en de wind zorgen dat dezelfde sterke types op het podium kunnen komen. De nijdige hellingen zorgen toch dat ook een ander type renner kans maakt op een overwinning in de Ronde. Claude Criquielion en Moreno Argentin zijn mooie voorbeelden van winnaars die wel in de Ronde maar niet Roubaix op het podium hebben gezien.
Het is dus niet zo eenvoudig dat als je De Ronde kan winnen je ook Roubaix kan winnen of andersom.
De Ronde winnen is voor Vlaamse coureurs ongeveer het hoogst haalbare.

Foto: De intimiderende Koppenberg

Montepaschi Strade Bianche - Eroica
Deze koers is afgeleid van een historische toertocht. Al 15 jaar lang rijden wielertoeristen in het eerste weekend van oktober op oude stalen fietsen over de stoffige Toscaanse wegen. Een soort eerbetoon aan vervlogen tijden.
Bij La Gazzetta dello Sport waren ze gefascineerd door het parcours en sinds 2007 is er van deze rit een prof editie.
Hoewel de profs slecht 50 kilometer stroken krijgen ten opzicht van 112 van de toereditie blijft het een gruwelijk lastig parcours.
De organisatie wil deze koers uit laten groeien tot "De Hel van het Zuiden".
De stroken zijn echter geen kasseien maar strade bianche. Aangewalste klei met split.
In Toscane maken deze wegen gewoon deel uit van de infrastructuur.
De koers bevat een groot aantal hoogtemeters en in een aantal gevallen zijn de beklimmingen gruwelijk steil (18% plus).
Met namen het klimmen zorgt dat er naast de specialisten van het slechte wegdek ook de mannen van de nijdige beklimmingen op de erelijst staan.
Zo staan zowel Cancellara als Gilbert op deze nog korte erelijst.
Een aantal stroken uit deze koers zijn de afgelopen jaren ook in de Giro opgenomen om aandacht te vragen voor deze koers.
Absoluut een koers om in de gaten te houden en een van de meest fotogenieke koersen die er is.

Foto: Bij droog weer zijn de wegen van L'Eroica vooral stoffig.

Tro Bro Leon
Deze koers wordt gehouden in Bretagne en gaat over een parcours wat een mix is van de stroken van Parijs-Roubaix en de stroken van L'Eroica.
De koers valt doorgaans samen met de Amstel Gold Race en is daarom vooral een Frans onderonsje.
Toch verdient deze koers enig aanzien want hier ga je echt niet winnen als je niet een hele sterke jongen bent.
Een ander plek op de agenda zou de koers zeker meer aanzien geven.
Op de erelijst Frédéric Guesdon die in 1997 Parijs-Roubaix wist te winnen. Ook winnaar van de Ronde van Vlaanderen Jacky Durand staat op de erelijst.

Wielertoeristen
Van alle vier de koersen is ook een versie voor wielertoeristen. De eerste drie heb ik meermaals gereden en de Tro Bro Leon staat nog op m'n verlanglijst.
Als je goed op kasseien kan rijden maar niet zo goed kan klimmen dan is L'Eroica verreweg de zwaarste. Ben je minder handig op de stenen dan zal je met Parijs-Roubaix de meeste moeite hebben.
Het rijden van een aantal van deze ritten geeft echter wel wat inzicht. Inzicht dat zusterkoersen een mooi begrip is, maar de koersen minder op elkaar lijken dan in de pers wel eens getoeterd wordt.

vrijdag 1 maart 2013

Gemiddelde snelheid

Opmerkelijk is het record van Peter Post al vele jaren stand houdt. Natuurlijk was het parcours in die jaar meer in rechte lijn. Er lagen minder slechte stroken in die editie en de wind zal behoorlijk in de rug hebben geblazen.
Toch gingen edities in die jaren over de echte Mons en Pévèle om maar wat te noemen en een flauw koersje is Parijs-Roubaix natuurlijk nooit geweest.
We zien ook dat Parijs-Roubaix de laatste 25 jaar iets meer een tactische koers aan het worden is. Dat heeft doorgaans een negatief effect op de gemiddelde snelheid.

De laatste snelheid werd gehaald in het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog. Niet zo gek want de wegen waren erbarmelijk slecht.

Of op korte termijn het record van Post gaat sneuvelen? Boonen zat er vorig jaar toch een kleine twee kilometer onder en we kunnen toch moeilijk stellen dat hij er geen vaart in had.
Met het huidige parcours zal het lastig zijn om Post van de eerste plaats te stoten.

Jaar Winnaar               Tijd     KM   Gem
1964 Peter Post            5:52:19  265  45,129
1948 Rik van Steenbergen   5:35:31  246  43,612
1960 Pino Cerami           6:01:45  262  43,538
1953 Germain Derycke       5:39:19  245  43,522
2012 Tom Boonen            5:55:22  259  43,476
2008 Tom Boonen            5:58:42  259  43,406
1996 Johan Museeuw         6:05:00  262  43,310
1980 Francesco Moser       6:07:28  264  43,106
1959 Noël Foré             6:08:20  262  42,760
2006 Fabian Cancellara     6:07:54  259  42,239
2007 Stuart O'Grady        6:09:07  259  42,181
2003 Peter Van Petegem     6:11:35  261  42,143
2011 Johan Van Summeren    6:07:28  258  42,126
1971 Roger Rosiers         6:17:53  265  42,108
1952 Rik van Steenbergen   5:50:31  245  41,938
1965 Rik van Looy          6:23:32  267  41,847
1956 Louison Bobet         6:01:26  252  41,831
1943 Marcel Kint           6:01:32  250  41,822
1961 Rik van Looy          6:19:08  263  41,700
1993 Gil. Duclos-Lassalle  6:25:20  267  41,652
1970 Eddy Merckx           6:23:15  266  41,644
1992 Gil. Duclos-Lassalle  6:26:56  267  41,480
2009 Tom Boonen            6:15:53  259  41,340
1995 Franco Ballerini      6:27:08  266  41,303
1979 Francesco Moser       6:17:28  264  41,010
1981 Bernard Hinault       6:26:07  263  40,868
1976 Marc DeMeyer          6:37:41  270  40,811
1955 Jean Forestier        6:06:42  249  40,741
1999 Andrea Tafi           6:44:15  273  40,519
1977 Roger de Vlaeminck    6:11:26  250  40,464
1975 Roger de Vlaeminck    6:52:04  277  40,406
1951 Antonio Bevilacqua    6:07:14  247  40,355
1988 Dirk de Mol           6:34:18  266  40,324
1983 Hennie Kuiper         6:47:51  274  40,308
2000 Johan Museeuw         6:47:00  273  40,172
1997 Frédéric Guesdon      6:38:10  267  40,159
2005 Tom Boonen            6:29:38  259  40,101
1944 Maurice De Simpelaere 6:09:57  246  39,897
1947 Georges Claes         6:10:34  246  39,831
1986 Sean Kelly            6:48:23  268  39,374
1949 André Mahé-S. Coppi   6:11:59  244  39,356
2010 Fabian Cancellara     6:35:10  259  39,325
2002 Johan Museeuw         6:39:08  261  39,235
1989 Jean-Marie Wampers    6:46:45  265  39,164
1950 Fausto Coppi          6:18:48  247  39,123
2004 Magnus Backstedt      6:40:26  261  39,107
1969 Walter Godefroot      6:46:47  264  38,939
1998 Franco Ballerini      6:55:16  266  38,505
1962 Rik van Looy          6:43:57  258  38,321
2001 Servais Knaven        6:45:00  255  37,703
1963 Emile Daems           7:03:33  266  37,681
1974 Roger de Vlaeminck    7:17:26  274  37,567
1966 Felice Gimondi        6:59:26  263  37,546
1935 Gaston Rebry          6:40:57  262  37,363
1900 Emile Bouhours        7:10:30  268  37,352
1991 Marc Madiot           7:08:19  266  37,332
1932 Romain Gijssels       6:49:58  255  37,320
1987 Eric Vanderaerden     7:18:03  264  36,982
1967 Jan Janssen           7:08:31  263  36,824
1982 Jan Raas              7:21:50  270  36,733
1972 Roger de Vlaeminck    7:24:05  272  36,709
1968 Eddy Merckx           7:09:26  262  36,606
1978 Francesco Moser       7:12:24  263  36,494
1931 Gaston Rebry          7:01:00  256  36,440
1973 Eddy Merckx           7:28:43  272  36,370
1994 Andrei Tchmil         7:28:02  270  36,160
1936 Georges Speicher      7:15:01  262  36,137
1985 Marc Madiot           7:21:10  265  36,109
1984 Sean Kelly            7:31:35  265  36,074
1939 Emile Masson          7:17:30  262  35,934
1926 Julien Delbecque      7:34:42  270  35,630
1954 Raymond Impanis       6:54:43  246  35,590
1933 Sylvère Maes          6:59:00  255  35,523
1913 François Faber        7:30:00  265  35,333
1937 Jules Rossi           7:17:57  255  34,935
1990 Eddy Planckaert       7:37:02  265  34,855
1957 Fred de Bruyne        7:15:19  253  34,738
1946 Georges Claes         7:13:25  246  34,055
1922 Albert Dejonghe       7:47:00  262  33,660
1928 André Leducq          7:44:20  260  33,600
1958 Léon van Daele        8:04:41  269  33,300
1905 Louis Trousselier     8:04:15  268  33,206
1898 Maurice Garin         8:13:15  268  32,599
1904 Hippolyte Aucouturier 8:15:00  268  32,518
1934 Gaston Rebry          7:52:07  255  32,415
1899 Albert Champion       8:22:52  268  31,976
1930 Julien Vervaecke      8:11:14  258  31,510
1911 Octave Lapize         8:29:10  266  31,345
1912 Charles Crupelandt    8:30:00  266  31,300
1945 Paul Maye             7:52:54  246  31,212
1907 Georges Passerieu     8:45:00  270  30,971
1938 Lucien Storme         8:13:38  255  30,936
1909 Octave Lapize         9:03:30  276  30,469
1927 Georges Ronsse        8:32:20  260  30,450
1914 Charles Crupelandt    9:02:00  274  30,330
1896 Josef Fischer         9:17:00  280  30,162
1923 Heiri Suter           8:58:15  270  30,098
1910 Octave Lapize         9:15:12  266  29,274
1929 Charles Meunier       8:54:50  260  29,168
1903 Hippolyte Aucouturier 9:12:30  268  29,104
1921 Henri Pélissier       9:02:30  263  29,090
1897 Maurice Garin         9:57:21  280  28,124
1902 Lucien Lesna          9:32:00  268  28,088
1925 Félix Sellier         9:16:32  260  28,030
1906 Henri Cornet          9:59:30  270  27,034
1920 Paul Deman           10:47:20  280  25,950
1901 Lucien Lesna         10:49:37  280  25,861
1908 Cyrille Van Hauwaert 10:34:25  271  25,630
1924 Jules Van Hevel      10:34:00  270  25,550
1919 Henri Pélissier      12:15:00  280  22,857

Opmerking: De afstand is omwille van de leesbaarheid van de tabel op hele kilometers afgerond.

Foto: Op Carrefour de L'Arbre tijdens de verkenning van 2012. 
Ondanks modern materiaal is het nog niet gelukt het oude record te doen sneuvelen.

dinsdag 15 januari 2013

Prijzengeld

Sporten als voetbal en tennis worden doorgaans zeer fors beloond. Inmiddels worden er meer en meer wielrenners goed beloond, maar prijzengeld is niet in verhouding met andere sporten.
Hoewel voor de doorsnee arbeider onderstaand lijstje indrukwekkend zal zijn is een nuance op z'n plaats.
Binnen een ploeg is er doorgaans een verdeelsleutel voor de knechten die hebben uitgereden en/of een belangrijke rol hebben gespeeld. Dus de prijs gaat niet in alle gevallen naar degene die hem heeft gewonnen.
Bedenk dat er om een dergelijk bedrag te winnen ook vele en vele dagen zijn geweest dat de renners uren en uren als training op de fiets zaten. Vaak in koud en nat weer!
Toppers onder de wielrenners zijn goed betaalde sporters. Maar de laag eronder moeten we ons niet teveel bij voorstellen.

Stel nu dat je een doorsnee renner bent. Met enige trots kom je als 17e het velodroom oprijden na een natte en gure Parijs-Roubaix.
Die prestatie mag je trots op wezen. Maar dan kom je thuis en zeg je tegen je vrouw: "ik heb 500 Euro verdient!"
Alle ploegen houden op donderdag of vrijdag voor de koers een verkenningsrit. Zitten de renners de avond ervoor al in een hotel.
Ben je als renner voor een koers als Parijs-Roubaix vier nachten van huis en kom je thuis vertellen dat je 500 Euro hebt verdient!

Ook de 30.000 Euro voor de winnaar lijkt me een matig bedrag. Een overwinning in tennis op Wimbledon levert 1,4 miljoen op! Ook bij de vrouwen.

Toch interessant om het lijstje een keer te zien:

Prijzengeld Parijs-Roubaix 2012
1e 30.000
2e 22.000
3e 15.000
4e 7.500
5e 3.200
6e 1.700
7e 1.500
8e 1.300
9e 1.200
10e 1.100
11e 1.000
12e 900
13e 800
14e 700
15e 600
16e 500
17e 500
18e 500
19e 500
20e 500

Vind je het veel of weinig? Laat gerust een reactie achter.

Foto: Na het fietsen is het voor de profs niet gedaan. 
Hier Van Summeren die zelfs na de verkenning in 2012 de pers te woord moet staan.

dinsdag 31 juli 2012

Stab Velodrome

De afgelopen maanden is er hard gewerkt om het nieuwe overdekte velodroom in Roubaix klaar te krijgen.
De baan zal GEEN vervanging zijn van de huidige open baan en deze blijft gewoon bestaan. De open baan zal alleen gebruikt worden voor de finish van Parijs-Roubaix en voor diverse evenementen voor wielertoeristen.

Naast de nieuwe overdekte wielerbaan is er op hetzelfde complex een BMX baan aangelegd.
Opmerkelijk dat zo'n groot sportcomplex midden in de stad kan overleven, want naast de historische wielerbaan ligt ook een aantal voetbalvelden.
Het gebouw met de nieuwe wielerbaan heeft tevens ruimtes voor seminairs en om hier een "heidesessie" met je bedrijf te houden is best een inspirerende gedachten.

Het nieuwe velodroom is genoemd naar Jean Stablinski. Deze Pools-Franse wielrenner heeft in de mijnen van Wallers-Arenberg gewerkt. De kennis van deze omgeving heeft hij in 1968 gebruikt om de organisatoren van Parijs-Roubaix te adviseren om Het Bos van Wallers op te nemen om de terugloop aan kasseien tegen te gaan.

Bij het oprijden van het Bos van Wallers staat ook een monument voor Stablinski. Ook is de eerste kasseistrook (Troisville) in de koers naar Stablinski genoemd. 

Het sportcomplex was al decor voor aankomst van een klassieker en er wordt ieder jaar een top cyclocross gereden. Met de aanvulling van een hoogwaardige overdekte wielerbaan en BMX parcours verwerft Roubaix zich van een prachtig multi wielersportcentrum.

Website Velodrome covert Roubaix

Foto: Stab Velodrome in aanbouw (januari 2012)