donderdag 30 april 2020

Brussel-Roubaix

Roubaix is onder het grote publiek vooral bekend als finishplaats van Parijs-Roubaix, maar was ook een groot aantal keren etappeplaats in de Tour de France.
Minder bekend is de wedstrijd Brussel-Roubaix die slechts drie keer verreden is. Over deze koers is helaas niet veel bekend. Gehouden in de jaren dat er nog weinig media was en wat er als was zal door twee oorlogen verloren zijn gegaan.

Opmerkelijk is dat van de drie winnaars er twee ook een keer Parijs-Roubaix hebben gewonnen. Mede hierdoor is het interessant om te weten of de finale hetzelfde karakter had als die van Parijs-Roubaix.
Aucouturier won twee (1903-1904) keer Parijs-Roubaix en Trousselier was in 1905 de sterkste. Zij komen op deze blog ook meermaals aan bod.
De derde winnaar van Brussel-Roubaix was René Vandenberghe. Naast Brussel-Roubaix wist hij etappes te winnen in de Ronde van België en het eindklassement in 1911.
Overigens komen we Vandenberghe ook tegen in de uitslagen van Parijs-Roubaix. Zo werd hij in 1910 zesde en een jaar later reikte hij tot de vijfde stek.

Onbekende koersen als Brussel-Roubaix en minder grote coureurs als Vandenberghe fascineren doorgaans enorm, omdat het een bepaalde puurheid met zich meebrengt. Worden koersen en coureurs groter worden ook de belangen groter en dat is immers niet altijd in het voordeel van de pure schoonheid van de sport.

Erelijst Brussel-Roubaix
1901 Hippolyte Aucouturier
1905 Louis Trousselier
1910 René Vandenberghe


Foto: Zoals we op het bijschrift van de foto kunnen zien stond 
René Vandenberghe ook op de baan z'n mannetje.

woensdag 29 april 2020

Geen Vuelta start in Nedeland

De Vuelta 2020 start definitief niet in Nederland. Hoewel deze blog toch vooral over Parijs-Roubaix gaat is dit natuurlijk voor de Nederlandse wielerfan een grote teleurstelling.

Het bericht is zojuist op de website van de ASO (eigenaar Vuelta) bekend gemaakt:
La Vuelta 20 will not take off from the Netherlands. Due to the exceptional situation caused by the COVID-19 crisis, the organising committee of La Vuelta Holanda has been forced to cancel the official departure of the race from the Dutch regions of Utrecht and North Brabant.

Uiteraard is ook het organiserend comité enorm teleurgesteld, maar gezien de situatie door de Corona-crisis was er eigenlijk geen ander besluit mogelijk.
Het comité gaat niet bij de pakken neerzitten en gaat kijken of er in 2022 opnieuw een kans is om de start in Nederland te houden.

Geen start van de Vuelta in Nederland maar het is natuurlijk nog maar de vraag of er dit jaar überhaupt nog een Vuelta gaat komen.
Hoewel in een aantal landen er verbetering zichtbaar is, blijft de situatie nog heel kwetsbaar.
Daarnaast is er veel gerommel rond de nieuwe agenda. De Tour was verplaatst naar eind augustus maar de Franse regering heeft inmiddels besloten dat tot 1 september geen grote events mogen zijn.

Voor Parijs-Roubaix zijn in de media inmiddels al drie nieuwe data genoemd, maar op de website van de ASO is nog geen melding gemaakt van een nieuwe datum.

Zowel voor de drie grote rondes en de vijf monumenten - waarvan Parijs-Roubaix er een is - zal het lastig gaan worden.

Côte de Doullens

In de begin jaren ging de koers in rechte lijn van Parijs naar Roubaix. Het parcours lag toen dus een heel stuk westelijker dan het huidige parcours.
Een van de eerste belangrijke hindernissen die de renners tegenkwamen was de venijnige klim bij Doullens.
Aanvankelijk een kassei-klim van 2500 meter die eindigde op een zeer winderige vlakte.
Met name in de beginjaren was dit een zeer lastige klim voor de renners. De fietsen waren immers lood en loodzwaar.
Daarnaast beschikte de fietsen niet over geavanceerde versnellingssystemen. Renners reden in die beginjaren met een vast verzet en onder aan een klim werd het wiel omgedraaid om een lichter verzet te kunnen trappen.

Dit soort beklimmingen waren in het begin van de wielersport dan ook serieuze uitdagingen. Reden temeer voor het publiek om zich op dit soort hindernissen massaal te verzamelen.
Doorgaans viel hier een eerste beslissing. De kans om hier Parijs-Roubaix te winnen was klein, maar wie hier niet zat op te letten kon de koers hier wel verliezen.
Vooral omdat de daarop volgende 40 kilometer veel in waaiers werd gekoerst. Daarna kwam er nog een finale van een kleine 50 kilometer met nagenoeg uitsluitend kasseien.

Eigenlijk had in die begin jaren de Côte de Doullens dezelfde functie als nu het Bos van Wallers. Een voorselectie. Een erg lastige hindernis op een kleine 100 kilometer van de meet.

De wegen rond Doullens waar de renners in de begin jaren op koerste zijn geasfalteerd en grote doorgaande verkeersroutes geworden.
Hoe mooi zou het toch zijn om een Parijs-Roubaix te beleven met de originele en authentiek Côte de Doullens.
Op onderstaande foto (archief BNF) zien we hoe mooi dat in die jaren geweest moet zijn.
Let eens op de renner in het midden van de foto. Die heeft duidelijk moeite met de keuze van z'n verzet en kijken we verder naar achteren dan zien we dat hij niet de enige is.

dinsdag 28 april 2020

Wallers Haveluy

2500 meter - 4 sterren

Deze strook staat ook wel bekend onder de naam Pavé Bernard Hinault. De strook wordt gebruikt sinds begin deze eeuw en baarde vooral opzien tijdens de Tour van 2010.
Voor specialisten is dit een heerlijke strook, maar wie deze omgeving vervloekt kan op deze enkele strook minuten verliezen.
De strook heeft een L-vorm en tot de bocht loopt het iets op. Meestal staat op deze vlakte een stevige wind en dan zijn het de sterke jongens die als eerste de bocht gaan nemen.
De bocht is scherp en krap en je valt nagenoeg stil. Er zijn sterke beentje nodig om weer snel op gang te komen.
Na de bocht loopt het weer wat af, maar het wordt nergens eenvoudig en tot het eind zal er gewerkt moeten worden.

Foto: Wielertoerist bij het oprijden van de strook

Als het geregend heeft staan er met name in het eerste deel heel veel plassen. Het is dan echt zaak het midden van de weg te nemen omdat je maar slecht kan inschatten hoe die de plassen zijn.
Bij het oprijden van de strook staat een zuiltje met de naam van de strook. Ook een klein monument van een de Franse renner Jean Donain.
Bij het opdraaien van de Chemin des Helesmes - wat de officiële naam is van deze weg - staan er twee reuze fietsen.

Foto: Reuze fietsen bij de afslag naar de strook. Of renners er aandacht voor hebben?

Na deze strook gaat het in vliegende vaart richt Bos van Wallers wat de volgende strook is.
Kilometers lang worden er dan bijna onwerkelijke snelheden gehaald, om maar als eerste de kopman in Het Bos af te kunnen zetten.
Daarom is het tijdens de koers van groot belang om bij de eerste te zitten op deze Pavé Bernard Hinault.
Hier gaat nog niemand de koers winnen maar je kan hem er al wel verliezen. Hier niet van voren zitten gaat daarna heel veel krachten kosten om weer in de kop van de wedstrijd te komen.

Afbeelding: De strook loopt van rechtsonder bij de D440 naar linksboven bij de D13

maandag 27 april 2020

Marc Demeyer: 1976

In z'n Flandria trui was Marc Demeyer het prototype van een Flandrien. Tussen 1972 en 1979 heeft Demeyer voor de legendarische Flandria ploeg gefietst.
Het is ook in deze periode dat hij z'n grootste successen heeft behaald.
DeMeyer was is die jaren vooral kapitein van Freddy Maertens. Marc kon verschroeiend hard fietsen en was de ideale hulp voor een sprinter als Maertens.
Op sommige dagen kon Demeyer z'n eigen gang gaan en dan had het peloton aan Marc een hele kwaaie gast.
De geblokte Marc deed het vooral erg goed in (Vlaamse) eendagskoersen.
Zo won hij Dwars door België, tweemaal De Drote Scheldeprijs, GP Pina Cerami (winnaar Parijs-Roubaix 1960), Parijs-Brussel en daar bovenop een tweetal Tour-etappes.
De grootste overwinning van Marc is natuurlijk die van Parijs-Roubaix 1976.

De editie van 1976 was voorbestemd voor Roger De Vlaemick. Roger kon er het unieke record van vier overwinningen halen. Hiermee kon hij zich vooral boven Merckx plaatsen.

Het werd echter geen vierde voor De Vlaeminck, maar een eerste voor Demeyer. Helemaal uit de lucht vallen kwam deze overwinning niet. In 1974 werd Demeyer als een derde en in 1975 werd hij vierde.

DeMeyer was is de sprint verre van traag en hoe zwaarder de koers was geweest hoe beter het hem uitkwam.
De koers werd zwaar gemaakt. Vooral door De Vlaeminck die een stortvloed van kritiek over zich had gekregen. Een week eerder tijdens de Ronde van Vlaanderen hadden De Vlaeminck en Maertens het elkaar zo lastig gemaakt dat de slimme Walter Planckaert er met de buit vandoor ging.
Maertens was in die dagen in België toch een beetje het nationale knuffeldier dus Roger kreeg in de pers de zwarte piet.

De Vlaeminck liet zich niet over z'n voeten plassen en tijdens deze Parijs-Roubaix van 1976 kon hij met de pers afrekenen en een uniek record behalen.
De overmoed van De Vlaeminck was echter te groot.
In het begin van de koers gaan wat Fransen en later wat ploegmaats (Osler en DeMunck) van De Vlaeminck in de aanval.
Maertens valt weg door pech waardoor Demeyer voor eigen kansen mag gaan. Ook Merckx is weggevallen maar wordt later nog knap zevende.
Tot het Bos van Wallers zijn het vooral de kleinere namen die de koers maken. Met nog een uur koers ontploft de koers.
Het zijn vooral De Vlaeminck, Demeyer, Moser, Kuiper en Godefroot die de koers kleur geven.
Godefroot valt uiteindelijk door pech uit de kopgroep en het zijn uiteindelijk vier man die voor de overwinning gaan sprinten.
De Vlaeminck voelt zich te zeker en wordt in de sprint als een debutant naar de derde plek verwezen.

Het zal Marc een zorg zijn want hij haalt z'n mooiste overwinning uit z'n carrière.

Helaas heeft deze overwinning Marc niet de inspiratie gegeven die hij in het leven nodig had.
Op 20 januari 1982 pleegt Demeyer zelfmoord.
Er hangt een enorm taboe rond dit nieuws en jarenlang is het grote publiek in de veronderstelling dat DeMeyer aan een hartstilstand is overleden.
Dat roept dan weer vragen op want Marc is op dat moment nog actief als coureur. Voor het seizoen van 1982 had Marc immers getekend voor de Splendor ploeg.
Heel veel werd er in die dagen gespeculeerd. Natuurlijk is het in en in triest om te moeten melden dat iemand zelfmoord heeft gepleegd.
Maar als we via speculaties de schuld bij iets (het D word viel al snel) anders leggen hoeven we ons immers niet af te vragen hoe we hadden kunnen voorkomen dat een jong mens deze keuze maakt.

Toch zullen veel fans met heel plezier aan Demeyer terug denken. Niet de grootste kampioen, maar wel een renner die het grote kampioenen zo nu en dan knap lastig kon maken.

11 april 1976 was zo'n dag...............

Podium 1976
1 Marc Demeyer
2 Francesco Moser
3 Roger De Vlaeminck

Op YouTube een heerlijk filmpje gevonden:



De editie van 1976 was tevens het decors voor de cultfilm "a Sunday in Hell". Een uitstekende keuze omdat uitgerekend deze editie te doen. De zeven renners die als eerste de wielerbaan bereikte zijn samen namelijk goed voor veertien (!!!) overwinningen in Parijs-Roubaix.

zondag 26 april 2020

Lucien Lesna: 1901 & 1902

Parijs-Roubaix werd ooit in het leven geroepen om Roubaix op de kaart te zetten, maar was tevens bedoeld als voorbereidingskoers voor Bordeaux-Parijs.
Lesna gaf daar in in 1901 op een indrukwekkende wijze invulling aan.
Ruim voor de helft van de koers was hij er alleen vandoor gegaan en had bijna een half uur voorsprong toen hij op het velodroom aankwam.

Het was toch nog even een heel gedoe in 1901. L'Auto Vélo was organisator van de koers maar de concurrerende krant Le Vélo wilde op dezelfde dag ook een Parijs-Roubaix organiseren.
Het geeft aan hoe snel de koers een grote populariteit kende. In die jaren bevochten kranten elkaar werkelijk op leven en dood.
Een rechtszaak voorkwam dat er twee edities werden verreden. In een conflict om de naam van de krant trok Le Vélo dan weer aan het langste eind. L'Auto Vélo moest de toevoeging Vélo laten vallen.

L'Auto zou een paar jaar later echter met een nog veel groter wielersport project uitpakken: De Tour de France. L'Auto kennen we inmiddels al jaren onder de naam L'Équipe.
Het zal Lesna allemaal een zorg zijn geweest en na een schitterende overwinning in Parijs-Roubaix plakte hij er in 1901 dan ook nog die monsterrit van Bordeaux aan vast.
Lesna was niet vies van monsterritten, maar was ook op de baan actief maar was in 1901 negenendertig geworden en het einde van z'n carrière naderde.

In 1902 zijn de verschillen dan ook een stuk kleiner, maar het weer is een serieus slechter dan in 1901.
Voor een deel zien we dezelfde hoofdrolspelers en maar liefst vijf renners uit de top tien van 1901 zullen ook nu weer in de top tien eindigen.
De populariteit van de koers blijft maar groeien en Lesna wordt als een held op het velodroom van Roubaix onthaalt.

Een mooi afscheid want Lesna zou dat jaar 40 jaar worden en het was genoeg. Hij was vrij laat in aanraking gekomen met de fiets en had daarnaast een grote liefde voor motorsport.
Als wielrenner kwam hij regelmatig uit achter de grote motor en haalde daar ook een aantal titels.
De motor is hem uiteindelijk ook noodlottig geworden. In 1932 kwam Lesna om in een motorongeluk. Niet tijdens een race maar gewoon tijdens een gewone rit op de weg.

Podium 1901
1. Lucien Lesna
2. Ambroise Garin
3. Lucien Itsweire

Podium 1902
1. Lucien Lesna
2. Edouard Wattelier
3. Ambroise Garin


Foto: Lesna op z'n fiets die hij op de baan gebruikte. Let op de blokketting waarbij 
tandwielen werden gebruikt waar steeds een tandje werd "overgeslagen".

zaterdag 25 april 2020

Pont Thibaut

1400 meter - 3 sterren

Van hier is het nog 35 kilometer tot de finish met in totaal nog 11 kilometer kasseien. De strook van Pont Thibaut heeft "slechts" 3 sterren.
Toch is het verre van een eenvoudige strook en de renners hebben op dat moment goed 220 kilometer in de mik zitten. Het gaat wegen en tellen!

De strook is mede een uitdaging door een aantal zeer lastige bochten. Vooral de rechts links combinatie in het tweede deel is erg lastig. Renners vallen hier of je bent ineens helemaal je tempo kwijt.
Di zijn echt bochten waar je helemaal stil kan vallen.
Het laatste deel is een paar jaar geleden gerestaureerd. Dat was echt nodig want een stuk van 100 meter aan de rechterkant van de weg was volledig weggezakt

Foto: Laatste stuk Pont Thibault voor de restauratie

De strook maakt sinds 1978 deel uit van Parijs-Roubaix en is een vaste waarde in de finale.
In 2011 plaatste Fabian Cancellara op deze strook een schitterende aanval. Bijzonder hoe hij op de pedalen ging staan om maximale snelheid te krijgen.
Toch ging een stuurmanskunstenaar als Cancellara opmerkelijk voorzichtig door de bochten. Bewijs van parcourskennis en inzicht.
Daarnaast is Fabian natuurlijk iemand die weer snel op tempo kwam en deze strook was als het waren op maat voor hem gemaakt.

Foto: Saxo ploeg tijdens de Recon van 2012

Renners die een fiets weer rap op snelheid weten te brengen zijn hier dik in het voordeel. Omdat het van hier minder dan een uur koers is wordt er ook op niemand meer gewacht.
De finale is al even in gang en wie nu voorop rijdt doet er veel aan om achtervolgers niet meer terug te laten komen.

Meestal staan hier weinig toeschouwers omdat die doorgaans dan kiezen voor Mons En Pevele of Carefour de L'Arbre. Toch is juist deze strook de moeite om koers te gaan kijken, omdat door de bochten je de renners over een lange afstand kan zien. 

Foto: Neutrale Mavic auto tijdens een event voor wielertoeristen

De strook is ook regelmatig een breekpunt in de koers. Als het geregend heeft is het hier één grote modderpoel omdat op veel plaatsen de akkers net iets hoger liggen en het water met blubber naar de weg loopt.
De strook begint in Pont Thibault aan de D917 en loopt naar Ennevelin. In het dagelijks leven heeft deze strook nauwelijks een andere functie dan een boerenweg.
Het gebeurd ook regelmatig dat op dagen dat er geen koers is er veel mest op de weg ligt.

Afbeelding: De renners komen van links vanaf de D917. 
De straatnaam van de strook isRue de Pont Thibaut

Pont Thibault wordt zowel met een "L" als zonder geschreven. Op het plaatsnaambordje staat wel een "L", maar op het zuiltje aan het begin van de strook dan weer niet. Al jaren worden beide schrijfwijze gehanteerd.

Foto: Zelf in actie tijdens Paris-Roubaix Cyclotourism 2018

vrijdag 24 april 2020

Pont Gibus

1600 meter - 3 sterren

De strook is in gebruik vanaf 1974 maar in de recente geschiedenis ontbrak hij vanwege de slechte staat.
In het najaar van 2012 is de strook - voor veel geld - gerestaureerd en maakt sinds de editie van 2013 weer deel uit van het parcours.
De strook kenmerkt zich door de twee brughoofden halverwege de strook. Op een van de brughoofden staat met grote letters: GIBUS.
De offciele naam van de strook is pavé de Wallers à Hélesmes maar gaat al jaren als Pont Gibus door het leven.

Gibus is een koosnaampje voor Gilbert-Duclos Lassalle. De stoere Franse bonk uit Gap (nota bene hooggebergte) wist de Helleklassieker twee keer te winnen en genoot grote populariteit onder het Franse publiek.

Deze strook is min of meer door de fans toebedeeld aan  Gilbert-Duclos Lassalle. In de finale ligt even buiten Cysoing een strook en deze heeft formeel de naam Pave Gilbert-Duclos Lassalle gekregen.

 Foto: Wielertoeristen tijdens Paris-Roubaix Cyclotourism 2018

De strook begint aan de D40 even zuidelijker waar de renners deze bereikt hebben na de doorkomst in het Bos van Wallers.
De strook loopt richting noordwesten. Nagenoeg in een rechte lijn en halverwege bij het oude spoor zit er een slinger in de strook.
De strook komt uit op de D955

Na de restauratie heeft de strook een ster verloren en staat nu op drie sterren. Dat neemt niet weg als je net het Bos van Wallers achter de kiezen hebt dit een lastige strook blijft.
Daarom zullen veel renners toch blij zijn met de restauratie want voor 2012 lag de strook er heel beroerd bij en was voor veel renners het tussenstuk op de D40 te kort om op adem te komen.


donderdag 23 april 2020

TGV

Heel vaak wordt gesteld dat de oprukkende asfaltmachine de grootste bedreiging voor Parijs-Roubaix is.
Strikt genomen is dat ook waar, maar er is nog een lelijke tegenstander namelijk de TGV.
Deze doorkruist precies de finale van het parcours.

Even ten noorden van Cysoing liggen nog genoeg kasseistroken alleen veel eindigen inmiddels..............bij een hekwerk van de TGV.

Een opmerkelijke strook is die van Cysoing naar Gruson. Voor het laatst in het parcours in 1977.
Toen snelde Roger de Vlaeminck over de Route de Gruson naar z'n vierde overwinning.
Tegenwoordig is de strook letterlijk in tweeën gescheurd door de voorbij denderende treinen.
In 1978 werd uitgeweken naar de Rue de Bourghelles. Deze loopt aan de oostkant van Gruson van Bourghelles tot de noordkant van Gruson.
De renners namen deze strook niet helemaal, want vanaf Restaurant de L'Abre werd de "gewone" strook naar Gruson genomen.
Als de renners in 78 op het "kruispunt met de boom" (Carrefour de L''Arbre) kwamen hadden ze het restaurant aan de rechter hand. De laatste jaren komen ze aan de andere kant van het restaurant aan het einde van de strook.
In 1978 showde Moser op deze "tijdelijke" strook zijn regenboogtrui en ging op weg naar z'n eerste overwinning in de helleklassieker.

Ook de Rue de Bourghelles werd echter "geknipt" door de TGV.


Foto: Rue de Bourghelles in de richting waarin deze in 1978 werd gereden. 
Bij het kleine groepje bomen staat het  restaurant de L'Arbre.

Gelukkig is er in deze regio nu een stabiele situatie ontstaan. Na Cysoing rijden de renners naar het oosten over een tweetal (meestal als 1 sector geteld) stroken. Het eerste deel is genoemd naar tweevoudig winnaar Gilbert Duclos-Lassalle
Via Bourghelles en Wannehain komen de renners bij het viaduct dat over het TGV traject gaat.
Als je hier eens bent als wielertoerist beslist de moeite waard om even op een TGV te wachten.
Indrukwekkend!
Let dan ook even op het extra derde werkspoor wat daar loopt. Als de trein over de wissels dendert hou je toch je hart een beetje vast.

De renners zullen daar geen oog voor hebben. De afdaling van het viaduct wordt graag gebruikt om tempo te maken, omdat er twee volgende stevige stroken (4 en 5 sterren) liggen te wachten: Camphin-en-Pévèle en Carrefour de L'Arbre.
De stroken brengen de renners weer richting Gruson wat met Hem de laatste opstap is richting Roubaix.

Interessant is dat het laatste deel van het huidige Carrefour de L'Arbre in 1958 al in het parcours was opgenomen maar dan in tegenovergestelde richting werd gereden.

Enige strook in deze regio wat nog een probleem kan worden is het stuk naar Gruson. Dus het stuk kasseien van de D90 tot Gruson. Wie de afgelopen jaren de koers op TV heeft gevolgd kent het thriller moment wel waar Pozato door twee meisjes bijna van de fiets werd gelopen.
De strook maakt als een van de weinige stroken deel uit van de dagelijkse infrastructuur.
Ik kan me goed voorstellen dat de mensen uit Gruson daar er wel een keer klaar mee zijn om over de kasseien te rijden.
Mocht deze weg geasfalteerd worden dan ligt er een prachtige 5 sterren strook aan de noordkant van Gruson te wachten. Namelijk het tweede deel van eerder genoemde Rue de Bourghelles. Dat is na restauratie echt een 5 sterren strook en zou de finale zelfs nog wat zwaarder maken.

Carrefour de L'Arbre is een van de hoogtepunten in de laatste 40 jaar van Parijs-Roubaix. Gek genoeg was deze strook zonder de TGV misschien nooit op deze wijze in het parcours opgenomen.


Afbeelding: Bij de kruizen is er geen bruikbare tunnel of brug over de TGV gekomen waardoor deze 
stroken doodlopend zijn geworden. Route van het jaar 2011 wordt sinds 1980 gebruikt.

dinsdag 21 april 2020

Fausto Coppi: 1950

Toen Fausto in 1950 naar Parijs kwam was hij getergd tot op het bot. Een jaar eerder had z'n broer Serse gewonnen.
Dit was echter een gedeelde overwinning met Mahé. Een hoop getouwtrek en het heeft maanden geduurd voor dit compromis er eindelijk was.

Coppi had al z'n macht aangewend om te zorgen dat z'n broer gelijk kreeg, maar vond de oplossing van de dubbele winnaar toch maar magertjes.
Coppi had ook duidelijk in de pers laten weten wat hij van de situatie vond.
Toch zou Coppi vooral met de pedalen antwoorden en Coppi wilde vooral z'n erelijst compleet maken. Een overwinning in Parijs-Roubaix hoort daar dan gewoon bij.

Als Coppi iets in z'n hoofd had dat zat het werkelijk nergens anders. Coppi was een van de eerste kampioenen die de ploeggeest heeft geïntroduceerd. Hij liet z'n gregario's dan ook volle bak rijden om met een kleine 80 kilometer zelf op avontuur te gaan.
Een enkele renner spartelde nog na maar Coppi fietste niet. Coppi zweefde als lichtvoetige ballerina over de kasseien.
Als een hovercraft van satijn verdween hij voor z'n tegenstanders aan de horizon. Ieder die ook maar even dacht om samen met Coppi naar de streep te rijden wist dat hij kansloos was.

Coppi haalde met deze Parijs-Roubaix een van z'n meest indrukwekkende overwinningen. Voor Fausto was het een volgende stap naar een schitterende erelijst.
Ook een complete erelijst van een wel heel compleet en groot kampioen.

Coppi kreeg ook niet voor niets de prachtige bijnaam Il Campionissimo wat zoveel betekend als de kampioen van de kampioenen.

Podium 1950
1 Fausto Coppi
2 Maurice Diot
3 Fiorenzo Magni


Foto: Net als van alle winnaars ligt er ook van Coppi op de de laatste kasseistrook een plaquette.

Coppi reed deze editie met een versnellingssysteem van Campagnolo wat een verbetering moest zijn van de bekende Cambio Corsa. Dit systeem heeft geen verende parallellogram zoals moderne derailleurs, maar het wiel schuift in de achterpatten om de ketting strak te houden.
Een ingenieus maar onnodig ingewikkeld systeem.
Coppi was zelf niet erg tevreden over de "verbeterde" versie, maar Coppi was ook zeldzaam kritisch op z'n materiaal.
Toch waren ze bij Campagnolo erg content met de overwinning van Coppi en vanaf dat moment ging het systeem over de toonbank als: Cambio Paris-Roubaix.
Bianchi (het fietsmerk van Coppi) nam ook nog een hap uit de taart en bracht een fiets uit die verwees naar deze historische overwinning.

 Foto: Functioneel zwaar onder de maat maar enorm gewild bij verzamelaars.

maandag 20 april 2020

Mathew Hayman - 2016

Vandaag viert Mathem zijn verjaardag maar naast geboorte van kinderen, huwelijk zal die tweede zondag in april toch de mooiste dag uit z'n leven blijven.
Hayman is 17 keer gestart in Parijs-Roubaix en 16 keer heeft hij de finish gehaald.
Meermaals top tien maar 2016 was het echt raak. Vet raak!
Mooi om in de tijd van de herhalingen nog even te genieten van Mathews Mooiste.

April 2016
Gunstig weer en het had voor Tom Boonen een zonnige dag kunnen worden door met een overwinning absoluut recordhouder te worden.
Helaas was daar de duivelse Mathew Hayman.
Hayman zat in de vroege vlucht en is een beresterke gast die normaal voor anderen rijdt. Maar er kwamen geen anderen, dus mocht Hayman voor eigen kansen gaan.
Richting finale viel de kopgroep steeds verder uiteen en kwamen kasseispecialisten zoals Tom Boonen en Sepp Vanmarcke naar voren.
Hayman had in de kopgroep wel z'n werk gedaan, maar zich niet naar de kloten gefietst.

Uiteindelijk gingen ze met vijf de wielerbaan op en lukt het Boonen niet om Hayman erop te leggen.
Jammer voor Boonen maar er zullen er maar weinige zijn die het Hayman niet gegund hebben.
Matthew is geen veel winnaar maar wat steekt hij prachtig zijn handen omhoog. Of hij daar jaren op geoefend heeft. Wat een heerlijke sportman.

Een heerlijke opgeruimde gast die z'n hele carrière de ballen uit z'n broek voor anderen heeft gereden.

Wat kan sport toch mooi zijn.
 
Podium 2016
1. Mathew Hayman
2. Tom Boonen
3. Ian Stannard

zondag 19 april 2020

Quotes

Dit behoeft geen inleiding. Quotes over, tijdens of direct na de koers.

Fabian Cancellara: "Er is maar één truc om Parijs-Roubaix te winnen" "dat is zo snel mogelijk rijden" "Niks tactiek, alleen maar hard trappen"

Meer Fabian: In Roubaix wint altijd een masochist

Jacques Goddet: "de laatste waanzin die de wielersport haar aanbidders kan bieden"

Meer Goddet: "Hardheid op de drempel van wreedheid"

Abel Michea (L'Humanite): "Het is niet onmenselijk. Het is gewoon alleen bedoeld voor een bepaald soort mensen. De groten!"

Bouvet: "De renners noemen me een moordenaar!"

Tim Krabbé: "In Amerika denken ze dat Parijs–Roubaix de naam van een racepaard is"

Eddy Merckx: "Al heeft Parijs-Roubaix wel de meeste uitstraling"

Michel Wuyts: "Dit is de strook waar den Duvel z'n Moortgat opentrekt!"

Meer Wuyts: "Ik zou toch eens in dat bord van Cancellara kijken en daar wat frieten uit halen"

Phil Anderson: "Het is een wedstrijd voor paarden, een steeple-chase" ......."al erken ik dat Parijs-Roubaix altijd een goede winnaar oplevert"

Bernard Hinault: "Strontkoers!"

Maarten Ducrot: "Deze kasseien zijn strakker gelegd dan verderop, daar heeft Napoleon ze nog zelf gelegd. Zó vanuit een helikopter!"

Duclos-Lassalle: "Ik heb aanvaard dat om Parijs-Roubaix te winnen je een keer moet vallen en een keer lek moet rijden"

Mart Smeets: "Wat een immens idiote dag hebben we vandaag meegemaakt, Maarten"

Sean Kelly: "Parijs-Roubaix zonder regen is geen echte Parijs-Roubaix"

Hennie Kuiper: "Met kei en keihard werken kan je Parijs-Roubaix winnen"

Roger De Vlaeminck: "ik ben nog veel te jong om dood te gaan"

Franco Ballerini: "Wat ik fout gedaan heb?" "Dat ik ooit aan wielrennen ben begonnen"

zaterdag 18 april 2020

Jan Raas: 1982

Een van de meest succesvolle klassieke renners die Nederland heeft gekend.
Wat te denken van:  Milaan-San Remo, 2x Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Parijs-Roubaix, 5x Amstel Gold Race en 2x Parijs-Tours.
Daarbovenop tien touretappes en een wereldtitel. Een erelijst als een klok.

De meeste successen haalde Raas in de periode toen hij in de ploeg van Peter-Post fietste.
Uitgerekend met diezelfde Post kwam het tot een scheiding met veel verwijten over en weer.

Ik was altijd enorm onder de indruk van de carrière die Raas voor die scheiding had opgebouwd.
Na de scheiding werd het toch vooral moddergooien en de prestaties kwamen niet meer op het niveau als in de periode Post.
Ik heb me in die jaren als enthousiast wielerfan ook meermaals geërgerd hoe beide teams zich kinderachtig naar elkaar opstelde.
De hoofdrolspelers hebben zich dat misschien niet altijd voldoende gerealiseerd, maar voor de toeschouwer zag dat er niet altijd even leuk uit.

Als ploegen fietsen om elkaar te laten verliezen krijg ik een soort van Zuid-Siberische konkelkoorts.
Je moet koersen om te winnen. Punt!

Neemt niet weg dat Raas in de periode bij Post het ene na het andere juweeltje bij elkaar fietste.
Raas was snel. Razendsnel. Dat wapen kon hij uitspelen en altijd rekenen op z'n sprint. Maar Raas was ook beresterk en vooral heel erg slim.
Daarnaast beschikte Raas over een enorme kennis van zijn tegenstanders. Tellen we daar de gedrevenheid van Jan bij op, dan hebben we een topsporter van uitzonderlijke klasse.

In de editie van Parijs-Roubaix 1982 liet Raas dat ook zien. Het duurt lang voor de koers echt begint en de ploeg Post laat haar waarde maar weer eens zien.
Raas komt heel dicht bij Roubaix zonder extreem te hebben hoeven trappen.

Een aantal grote namen zijn niet bij machte het Raleigh blok te doorbreken. Hinault zou graag voor een bis-nummer gaan maar is niet de Hinault van 1981.
Moser zit in een tussenfase in z'n carrière en vriend-vijand De Vlaeminck is bezig z'n pensioen-knopen te tellen.

Uitgesproken op een stuk vals plat op een aantal kilometers voor de meet laat Raas z'n tegenstanders voor wat ze zijn.
Hij rekent niet op z'n sprint en wil solo de wielerbaan bereiken.
Daar wacht hem echter geen staande ovatie want de Fransen zijn z'n optreden in Valkenburg nog niet vergeten.

Jan laat zich nog nauwelijks (zeg maar niet) zien in de wielersport en die keuze moeten we respecteren. Neemt niet weg dat iemand als Raas ook voor de huidige wielersport heel veel zou kunnen betekenen. Want wat heeft deze man een ervaring en inzicht in de koers!

Het was altijd genieten hoe Raas de buit op de fiets binnen wist te halen.
Een grote klasbak. Een hele grote!

Zeker die zondag in april 1982!

Podium 1982
1. Jan Raas
2. Yvon Bertin
3. Gregor Braun


Foto: Of Raas het nu wil of niet. Op een Raleigh in de ploeg Post haalde hij toch echt de beste resultaten.

vrijdag 17 april 2020

Fabian Cancellara: 2006

Bijna 120 renners aan de streep. Een paar hiervan buiten tijd en een drietal zou worden gediskwalificeerd.
Veel renners aan de streep betekend doorgaans een "milde" editie. Toch is ook een droge Parijs-Roubaix voor renners die dit niet ligt geen pretje.

Pret had wel de winnaar en Cancellara ging zo blij als een kind over de streep. Wat een prachtig gezicht om deze stoere vent zo gelukkig over de streep te zien gaan.
Cancellara had in het Bos van Wallers al eens flink aan de bomen geschud. Dat zorgde ervoor dat Tom Boonen geïsoleerd kwam te zitten. Boonen was wereldkampioen en had een week eerder op indrukwekkende wijze de Ronde van Vlaanderen gewonnen.
Wie Boonen wist te verslaan kon wel eens de winnaar zijn van deze Parijs-Roubaix.

Na 240 kilometer geanimeerde koers vond Cacellara het welletjes en ging alleen op avontuur.
Hincapie zorgde ervoor dat bij alle wielerfans het angstzweet uitbrak. De fiets van George werd na een stuurbreuk letterlijk stuurloos.
Gelukkig viel het mee maar een van de kanshebbers - en een renner die deze koers altijd kleurt - was uitgeschakeld.
Nadat Cancellara op avontuur was gegaan probeerde nog drie renners aan te dringen: Peter Van Petegem, Vladimir Gusev en Leif Hoste.
Even buiten Chereng kwamen ze echter bij een dichte spoorwegovergang, maar besloten alle drie door te rijden.
Comfort de regels werden alle drie de renners gediskwalificeerd.
Zuur maar wel begrijpelijk, want je zal maar de machinist zijn van de trein die komt aanstormen.
Gelukkig lukte het hen niet om bij Fabian te komen, want dan was er een heel ongelukkige situatie ontstaan.
Cancellara ronde z'n solo succesvol af en daarmee kreeg deze editie niet alleen een mooie, maar ook volledig terechte winnaar.
De drie "overtreders" spurten te vergeefs voor de overige twee podiumplaatsen, maar mochten uiteraard niet op dat podium gaan plaatsnemen.
Tom Boonen won uiteindelijk de sprint voor de tweede plaats en Balan werd fraai derde.

Podium 2006
1 Fabian Cancellara
2 Tom Boonen
3 Alessandro Ballan

Let in het filmpje (op 2:44) eens op hoe Cancellara op Carrefour de L'Arbre over de kasseien vliegt:

donderdag 16 april 2020

Hennie Kuiper: 1983

Ieder die op de tiende april 1983 voor de buis zat kreeg zowat een hartverzakking toen ze Kuiper op de strook van Hem met pech van z'n fiets zagen stappen.
Bijna neurotisch klappend in z'n handen om snel een nieuwe fietst te krijgen. 250 meter van het punt waar de laatste echte strook eindigt.
Vijftig kilometer kasseien getrotseerd en op...............op 250 meter stranden.
Gelukkig had Hennie snel een fiets, maar alle wielerliefhebbers zaten met bonzend hart op het puntje van hun stoel.
Heel groot was de voorsprong van Kuiper niet en het waren niet de minste die Hennie op de hielen zaten. Gilbert Duclos-Lassalle, Francesco Moser, Ronan De Meyer en Marc Madiot.
De mannen in dit achtervolgende groepje zouden gezamenlijk in hun carrière goed zijn voor 7 (zeven!) overwinningen in "De Hel". Kanonnen dus, kleppers, kanjers en vooral gelauwerde krijgers en ambitieuze nieuwkomers.

Moser in een dolle jacht om het record van De Vlaeminck te evenaren.
Duclos-Lassalle als relatieve beginner in "De Hel" wilde snel scoren en Madiot klopte eveneens aan de deur.
Kuiper werd op de hielen gezeten door veel ervaring en veel aanstormend talent.
Het was ook nog eens nat en koud en slechts 32 renners kwamen aan de streep.
TWEE-EN-DERTIG!
Als je zo'n Parijs-Roubaix weet te winnen ben je een hele grote. Hennie was geen veel winnaar, maar alle overwinningen die hij behaalde kunnen zo in een gouden lijstje.
Z'n mooiste? Kom zeg...........



Naast Parijs-Roubaix wist Kuiper nog een aantal top klassiekers te winnen: Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen en de Ronde van Lombardije.
Vier van de vijf mooiste klassiekers op je erelijst. Dan mag je toch heel trotst omkijken.
Ook in kampioenschappen deed Kuiper het erg goed. Hij haalde nationale titels in het veld en op de weg.
Als amateur werd hij Olympisch kampioen en als tweedejaars prof behaalde hij in 1975 in Yvoir de wereldtitel.

Het grote publiek kent Kuiper uiteraard als een zeer strijdlustig renner uit de Tour de France, waar hij twee keer een tweede plaats wist te behalen.

Kuiper reed werkelijk alles. Van het veld, alle grote rondes en alle (!) klassiekers. Hij reed nooit zomaar mee, maar altijd om de koers te maken.

Prachtige renner die vele wielerfans regelmatig de harten sneller liet kloppen.
Soms iets te veel zoals die zondag in april 1983.

Vorig jaar ben ik naar het museum van Hennie Kuiper in Denekamp geweest. Dikke aanrader en een mooi eerbetoon aan deze kampioen.

woensdag 15 april 2020

Roger Rosiers: 1971

Dit was mijn eerste bewuste kennismaking met Parijs-Roubaix. De editie van het jaar voordien (Merckx 1970) had ik wel iets van meegekregen, maar is niet zo blijven hangen als deze editie van 1971.
Het is vooral het moment waarop ik Roger Rosiers solo de wielerbaan op zag fietsen dat m'n hart gestolen heeft.
Dat is voor mij het moment geworden dat ik verliefd ben geworden op deze koers. Die verliefdheid is uitgeroeid naar passie en al wat daar nog boven zit.

Nu 50 jaar later is die passie er nog steeds, maar realiseer me wel dat ik met de overwinning van Rosiers naar een van de mooiste edities heb zitten kijken.
In 1971 was het vooral stoffig en er komen 12 kleppers aan de leiding. Niet zomaar een dozijn coureurs maar kanonnen. Super kanonnen!
Eddy Merckx, Jos Spruyt, Herman Van Springel (Molteni), Eric en Roger De Vlaeminck, Eric Leman (Flandria), Felice Gimondi, Gianni Motta (Salverani), Jan Janssen, Roger Rosiers (BIC), Raymond Poulidor (Mercier), Georges Pintens (Hertenkamp) en Jean Jourden (Peugeot).

De laatste zal voor de wat minder ingewijde misschien niet zo bekend zijn, maar deze klepper is wel wereldkampioen bij de amateurs geweest. Helaas kwam het er bij de profs niet helemaal uit.

Tel eens het aantal klassieke overwinningen wat deze kopgroep bij elkaar heeft gefietst! Zelden is er in "De Hel" zo'n indrukwekkende kopgroep aan de haal gegaan.
Dat had echter ook een wat verlammende werking waar Eric de Vlaeminck handig gebruik van probeerde te maken.
Eric was als crosser natuurlijk zeer behendig op de smalle strookjes naast de kasseien. Z'n vlucht werd afgeschermd door z'n broer Roger en door Eric Leman.


Foto: Rosiers zal na afloop wat blij geweest zijn met de douches ook al stammen deze uit de oertijd. 
Ieder kleedhokje (stel je er niks bij voor) bevat een naamplaatje van een winnaar. 
Dus ook van mijn held Roger Rosiers.

Maar er was die dag de onklopbare Rosiers. Zelfs drie valpartijen konden hem niet tegenhouden hoewel z'n ploegleider hem wel een paar keer heeft moeten "oppoken".

Eric de Vlaeminck was op dreef, maar toen Rosiers hem eenmaal had achterhaald was er geen houden meer aan. Heel even waren ze samen in beeld (er zijn echt maar een paar foto's van) maar toen was Rosiers gevlogen. Verdwenen aan de stoffige horizon.....

Met de ketting tegen de achtervork vloog hij werkelijk naar Roubaix. Stof, stof en nog eens stof.
Met ruim een minuut voorsprong arriveerde Rosiers op de wielerbaan. Het stof op z'n gezicht, armen en benen geplakt en genieten van het rondje op de baan. Wat een held!

Ik heb daarna nog jaren gedroomd van zo'n prachtig oranje BIC shirt. Ik kan ook niet naar zo'n trui kijken zonder aan de schitterende overwinning van Rosiers te denken.

Roger bedankt voor de ontdekking van "De Hel".

Podium 1971:
1 Roger Rosiers
2 Herman van Springel
3 Marino Basso


Foto: Wat is dit toch een prachtige trui.

dinsdag 14 april 2020

Douches

Bij de meeste klassiekers is het na de streep gedaan. Bij Parijs-Roubaix volgen er nog twee coupletten.
De huldiging met de kassei en de douches. Een huldiging vindt er natuurlijk na iedere klassieker plaats, maar niet met zo'n toepasselijke trofee.
Na de prijsuitreiking mogen de renners onder de meest legendarische douches die er zijn.
Niet alleen binnen de wielersport. Vraag gewoon eens aan iemand om een aantal bijzondere douches te noemen.
Heel wat keren zullen de douches van het velodroom van Roubaix worden genoemd?

Foto: Na hun editie van Parijs-Roubaix gaan wielertoeristen graag in de rij staan voor de ultieme experience.

De douches liggen achter het kantoor in een sobere ruimte. Als je hier naar binnen loopt waan je je in een zwembad zo'n 60 jaar geleden. Of 70? 80?
Een stap over deze drempel geeft je het gevoel in een tijdmachine te zijn meegesleurd.
Eenvoudige betonnen kleedhokjes. Zonder deur. Een simpel bankje.
Je twijfel of je wel goed zit wordt slechts ontnomen door het naambordje op het kleedhokje: Cancellara, Merckx, Coppi, Van Looy.
Alle winnaars hangen hier en het is het enige tastbare bewijs dat deze vooroorlogse douches inderdaad bij Parijs-Roubaix horen.

Foto: Samen douchen na het sporten blijft een speciaal ritueel, maar nergens beklijft dit 
zoals in de douches van het Velodroom van Roubaix.

Het rijden op kasseien is bijna een magisch ritueel. Dat is het douchen op het velodroom misschien nog wel meer.
Het is meer dan het zweet, stof en blubber van je afspoelen.
Wellicht een bijna spirituele overpeinzing. Alle renners kunnen gebruik maken van de moderne douches in de ploegbus. Toch gaan heel veel renners juist douchen in dit stuk prehistorie.
Waarom?
Worden ze schoner dan in de ploegbus? Nee........dit douchegebouw heeft iets mythisch wat zich niet in woorden en foto's vast laat leggen.
Er gewoon een keer rondlopen is ook niet voldoende. Je zal de kasseien moeten getrotseerd om het te voelen.
Menig prof strijkt bij het verlaten met z'n vinger over het naambordje. Als een ritueel van bloedbroeders. Jij en ik. Jij en ik weten wat het is..........

Foto: Van alle winnaars hangt een bordje met z'n naam en jaar (of jaren) waarin hij
gewonnen heeft. Van het jaar 1949 hangen er dus twee namen.

In 2010 was er redelijk wat commotie dat de wielerbaan en het volledige complex inclusief de douches zou worden afgebroken.
De oude kantine lag immers al tegen de grond en er zou een nieuwe wielerbaan komen welke inmiddels is geopend.
Dit is echter een overdekte piste en deze staat naast de open wielerbaan.
Wielerbaan en douches blijven voorlopig nog velen jaren onderdeel uit maken van de erfenis van Parijs-Roubaix.
Gelukkig maar en je moet er een keer gedoucht hebben om het te begrijpen! Wel het liefst nadat jezelf over de kasseien hebt gedokkerd.

Mons en Pévèle

3000 meter - vijf sterren

Sinds 1955 is dit een naam waar menig renner het zweet van in de handen krijgt.
De strook is meermaals gewijzigd, maar de zwaarte van de huidige strook past nog steeds bij de legendarische naam.

Mons en Pévèle is een dorp op een ruim honderd meter hoge heuvel in het Pays de Pévèle.
Mijn kennis van de vaderlandse geschiedenis is niet hele top, maar volgens mij hoorde Pevelenberg in de Middeleeuwen bij de zuidelijke Nederlanden.
Ik wil er zeker geen ruzie over maken want dat is in deze regio iets te vaak gebeurd.
Vooral bekend is de slag bij Pevelenberg (1304) waar geschiedkundige het nog steeds niet eens zijn wie er nu echt gewonnen heeft.
Nadien is er in deze streek in zo'n beetje iedere oorlog wel gevochten.

Gelukkig wordt er nu alleen nog slag geleverd op de fiets. In de eerste jaren dat de koers Mons en Pévèle aandeed ging dat via de beklimming van Le Caouin.
Een zware fors omhoog lopende kasseistrook.
De melkboer in Mons en Pévèle was het echter zat om iedere keer met boter in plaats van met melk aan te komen. Dus Le Caouin werd geasfalteerd.


Foto: Wielertoeristen aan het einde van de strook. Goed is te zien dat de strook fors oploopt. Een van de 
wielertoeristen is een bidon verloren. Als een prof peloton hier voorbij dendert regent het dan ook bidons.

De koers week uit naar de andere kant van de berg en via de Pas Roland werd nu het dorp beklommen. Maar ook deze route naar de top kon niet ontkomen aan de asfaltmachine.

Gelukkig liggen er in het land van Pévèle vele, vele kilometers kasseistrook tussen de landerijen.
Even onder de heuvel is er nu een Z vormige kasseistrook die een van de zwaarste in de koers is.
Slechte tot zeer slechte kasseien en daarnaast is het voor een groot deel smerig vals plat. Dit in combinatie met de wind die hier bijna altijd staat maakt het tot een loodzware strook.
De strook maakt deel uit van het parcours sinds 1978 en is sindsdien slecht één keer niet aangedaan.
Een paar keer is alleen het eerste deel gebruikt en in 2008 zijn de zeer slechte delen gerestaureerd.

De strook Mons en Pévèle zorgt er doorgaans wel voor dat er de nodige renners over boord gaan. In de koers is dan inmiddels de kaap van de 200 gepasseerd en de mannen die voor de overwinning gaan zullen er nu eens fors aan ranselen. Voor de mindere goden is dit stadium van de koers dan ook doorgaans een cursus in nederigheid.
Direct na de strook komt er een stukje vals plat. Een niemendalletje voor een getrainde prof, maar in dit stadium van de koers gaat alles wegen.


Foto: Wielertoeristen op Mons en Pévèle tijdens hun totaal verregende editie van 2010.

Hier begint het wapengekletter maar toch is het nog vijftig kilometer naar Roubaix met onderweg nog 15 kilometer grotendeels erg slechte stenen.

Heeft het geregend dan is dit een strook waar de duivel spreekuur houdt. Met name de laatste 1500 meter zijn dan - ondanks de restauratie - een bijna onmogelijke opgave.
De kuilen in de zijkant van de weg zijn gevuld met plassen en je weet niet hoe diep ze zijn. Alleen zij met een heel groot hart durven nog van de rug van de weg te komen om andere in te halen. Zit je in een regen editie verder dan de 20e plaats is dit het moment dat je de koers gaat verliezen.
Tijdens de koers trekt deze strook dan ook zeer veel publiek.



Afbeelding: De strook loopt in een Z vorm van de D917 naar de D120.

Mooie verhalen

Door de Corona crisis komen er geen nieuwe verhalen. Dat is natuurlijk jammer, maar er zijn genoeg oude verhalen om van te genieten.
In september 2016 organiseerde ik een zomer teaser om een groepje wielertoeristen te laten proeven aan het parcours van Parijs-Roubaix.
Daaronder naast een aantal fietsvrienden ook een aantal oud collega's. Beide nieuwkomer in "De Hel".
Het was een geweldige dag en een van deze oud collega's was zo enthousiast dat hij het jaar erop voor de "full monty" ging in de Paris-Roubaix Challenge.

Marcel heeft niet alleen afgezien maar er ook een geweldig verhaal over geschreven. We zitten in een periode van herhalingen en dit schitterende verhaal mag dan zeker niet ontbreken.

Op de blog van Marcel de Dood:
Parijs-Roubaix heeft me getest en genezen

Foto: Marcel met zijn strijdmakkers

Roger De Vlaeminck: 1977

De editie van Parijs-Roubaix 1977 is voor mij persoonlijk de meest beklijvende geweest. Ik was al een aantal jaren fan van Roger Roger de Vlaeminck EN van Parijs-Roubaix.
Om meer redenen had ik een zwak voor Roger. Natuurlijk omdat hij een van de weinige renners was die zich NIET neerlegde bij de suprematie van Eddy Merckx.

Roger groeide als kampioen toen ik een puber was en dan ben je daar extra gevoelig voor. Het zal iets van 74-75 geweest zijn toen ik een Brooklyn shirt kocht. De ploeg waar Roger in die jaren voor fietste.
Tegenwoordig is het heel gewoon dat je van een profploeg een shirt kan kopen, maar in die jaren was dat toch een heel ander verhaal.
Er waren in die jaren echt maar een paar wielrenners en toerfietsers in Nederland. Dus het aanbod van hebbedingetjes was minimaal.
Ik zo’n shirt gekocht en niemand mocht dat wassen. Ik waste het helemaal zelf. Met de hand!
Toch kromp het shirt en op een gegeven moment kon ik het niet meer aan.

Foto: Gios Torino heeft een jubileum versie van de Brooklyn trui uitgebracht. 
Uiteraard ontbreekt deze niet in m'n verzameling.

In 1977 was er een hoogtepunt. Ik zat in militaire dienst en moest wachtlopen op de dag dat Parijs-Roubaix werd verreden.
Je mag je trouwdag vergeten. Je mag een schone onderbroek vergeten. Je alles vergeten, maar geen Parijs Roubaix.
Dus ik thuis niks gezegd en ik ben niet terug naar de kazerne gegaan. Het was zelfs wel een goed idee om bij oom Sjaak naar de Bels te gaan zitten kijken.
NATUURLIJK was dat een goed idee want als de marechaussee ineens op de stoep zou staan ging ik de finale missen. In die jaren waren die jongens erg fanatiek. Vooral op soldaten die op zondag niet op kwamen dagen. Wachtlopen in plaats van Parijs-Roubaix?

ONDENKBAAR! Roger kon een uniek record vestigen en ik zou dan gaan wachtlopen?

Bij oom Sjaak ruim twee uur op het puntje van de bank gezeten. Een fenomenale De Vlaeminck zoefde over de kasseien of ze er niet waren. Het stof vloog alle kanten op en Roger plat over zijn fiets met z’n handen in zijn zo kenmerkende stijl op de remgrepen.
Z’n onderarmen horizontaal en z’n blik recht vooruit. Roger voelde de pedalen niet. De misser van 1976 moest worden weggepoetst.
Natuurlijk was hij in 1976 een van de beste, maar in zijn arrogante overmoed stuiten hij op een zeer gemotiveerde Demeyer.

Nu in 1977 zou hem dat niet nog een keer gebeuren. De Vlaeminck beschikte over een zeer vinnig sprint maar Roger nam het risico niet. Tientallen en wellicht honderden koersen heeft hij in de sprint gewonnen. Maar in Parijs-Roubaix 1977 nam hij het risico niet en hij wilde een dergelijk record ook in schoonheid vieren. Met een prachtige solo noteerde hij dan ook nummer VIER!

Foto: Vier keer staat Roger vermeld in een siersteen in de laatste kasseistrook. 
De renners passeren hier kort voor het oprijden van de wielerbaan.

VIER......................voor de vierde keer kwam Roger als winnaar over de streep.
Een record wat pas in 2012 door Tom Boonen werd geëvenaard  In de tijd van Merckx was het heel bijzonder als je een klassieker vier keer wist te winnen. Er waren in die jaren ook veel meer kapers op de kust voor de moeder aller klassiekers. Ook reden alle toppers gewoon alle klassiekers.
Vier in die jaren is echt heel knap, maar het hadden er ook zes kunnen zijn.

Voor de TV zitten genieten en we sloten de dag af met een Chinees etentje. Daarna was het uit met de pret en ik moest toch naar de kazerne waar ik m'n straf zou ondergaan.
In de trein naar Deventer (ik was gelegerd in Schalkhaar) werd mijn gedachte maar door één ding bepaald: GIOS Torino.

Gios Torino......
De blauwe fiets waar Roger als een duivel mee door de hel was getrokken.
Het duurde nog even maar er kwam een Gios, en nog een en nog een en nog een.....
Ook mijn eerste toereditie van Parijs-Roubaix heb ik.................hoe kan het ook anders.......op een Gios gereden.
In 2012 heb ik ook voor de 4e keer Parijs-Roubaix binnengehaald en dat op “dezelfde” fiets als Roger.

Gios Torino bracht een paar jaar terug in een exclusieve oplage van 35 stuks de Super Record uit waarmee Roger in 1977 Parijs Roubaix heeft gewonnen. Het frame is in 2010 tijdens L’Eroica aan het publiek voorgesteld.

Je moet dit soort frames wel zelf gaan halen, want Gios is tegenwoordig opgesplitst in een deel wat de internationale markt bedient en het deel wat de Italiaanse markt voor haar rekening neemt. Het is met name het Italiaanse deel dat dit soort historische frames maakt.

Foto: Ik heb zelf deze Gios Torino opgebouwd met de Campagnolo 50 anniversary groep. 
Foto's die ik van die fiets gemaakt heb zijn verschenen in het Italiaanse Bicisport.

In 1977 was Gios echter nog één bedrijf en vierde ze met de zege van Roger natuurlijk een groot feest.
Die dag stond er immers geen maat op De Vlaeminck hoewel de commentaren in met name de Franse kranten de volgende dag niet mis waren. Veel concurrenten van De Vlaeminck kregen de kritiek dat ze te weinig tegengas hebben gegeven. Ze hadden het hem te makkelijk gemaakt!

Opmerkelijk is het dat juist De Vlaeminck eenzelfde vorm van kritiek had op de editie van 2012.
Jammer als je een record moet delen, maar we kunnen moeilijk stellen dat Boonen de zege heeft gestolen. Dit soort commentaar valt in de lage landen gewoon erg slecht. In Nederland zijn we te calvinistisch en Vlaanderen blinkt sowieso uit in tweespalt als het om koers gaat.
Ik heb altijd gezegd dat Roger na z’n actieve carrière beter naar Italië had kunnen vertrekken. Daar een boerderij met een B&B voor wielertoeristen beginnen.
In Italië kan je ook makkelijker wat uitzonderlijke dingen roepen.

Dat neemt niet weg dat Parijs-Roubaix 1977 voor mij een heel bijzondere editie blijft waar ik – ondanks de zware straf die de legerleiding mij oplegde – met heel veel plezier aan terugdenk.

De Nederlanders deden het deze editie erg goed met Piet van Katwijk op de 5e plaats, Jan Raas 6e en Hennie Kuiper 10e.
Het was tevens de laatste Parijs-Roubaix van Eddy Merckx (11e) waarmee een zeer imposant tijdperk in de wielersport werd afgesloten.

Podium 1977
1. Roger De Vlaeminck
2. Willy Teirlinck
3. Freddy Maertens

zondag 12 april 2020

Een triest Pasen

De wereld zit op dit moment in een gruwelijk diep dal. Je kan de TV niet aanzetten en het is Corona, Corona en nog eens Corona.
Alles waar maar mensen bij elkaar komen is geannuleerd dus ook Parijs-Roubaix.
Vandaag zou de 118e editie van de mooiste aller koersen gereden worden.
Alleen in de twee wereldoorlogen is er niet gekoerst op de Noord Franse stenen. Verder is onafgebroken van 1896 ieder jaar keurig een koers geweest.
Aanvankelijk op Pasen waardoor de koers aanvankelijk ook de bijnaam La Pascale te danken heeft.
De bijnaam De bijnaam De Hel van Het Noorden kwam pas in 1919 toen een journalist refereerde aan de restanten van het oorlogsgeweld van De Grote Oorlog.

Geen koers vandaag. Lege kasseistroken en niemand kan zeggen wanneer er weer wel gekoerst kan worden.
De UCI en de ASO kijken wel of de monumenten later in het jaar toch gereden kunnen worden.
Alleen voor mij is dat een discussie die is totaal ondergeschikt aan wat er op dit moment in de wereld aan de gang is.
Als het weer echt kan? Mooi maar laten we eerste de echte problemen de baas worden.

Toch wens ik ieder een Vrolijk maar vooral gezond Pasen!


Foto: Lege kasseien op de tweede zondag in April