zaterdag 30 mei 2020

Cyrille Van Hauwaert: 1908

In Nederland misschien niet zo'n grote naam maar bij onze zuiderburen een hele grote meneer. Niet alleen door z'n wielercarrière maar ook wat hij daarnaast wist te bereiken.

Tijdens z'n actieve loopbaan behaald Van Hauwaert overwinningen in Bordeaux-Parijs, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix.
Het is duidelijk dat we te maken hebben met iemand van de lange adem.
Verder haalde hij nog driemaal podium in Parijs-Roubaix en podiumplaatsen in Parijs-Brussel (3x), Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije.
Daarbovenop een nationale titel en een etappe in de Tour de France. Van Hauwaert wordt gezien als een pionier van de Belgische wielersport. Er is zelfs een boek met die titel over hem gemaakt.

In Moorslede staat een monument met een plaquette ter ere van Van Hauwaert en ook daar wordt hij bewierookt als een pionier van de wielersport.
In z'n tweede deel van z'n fietsloopbaan richt Van Hauwaert zich meer op de baan en won tweemaal de Zesdaagse van Brussel.

Het tweede deel van z'n loopbaan als profs was hij tevens bezig met het opzetten van een fietsenfabriek.
Dat niet zonder succes. Naast fietsen produceerde hij ook licht gemotoriseerde twee- en driewielers.

Van Hauwaert was een enorme sterke mens en werd ruim 90 jaar.

In 1908 haalde Van Hauwaert voor hij de winst in Roubaix binnenhaalde ook al de overwinning in Milaan-San Remo.

De editie van Parijs-Roubaix van 1908 neemt op een gegeven moment apocalyptische vormen aan. De hele dag is het beestenweer en op de slechte wegen is het glibberen en glijden.
Faber trekt zich van het weer niks aan en op 70 kilometer van Roubaix zoekt hij de eenzaamheid van een heroïsche solo op.
De achtervolgers hebben hun krachten echter beter verdeeld en naarmate Roubaix dichterbij komt naderen ook de achtervolgers.
Vlak voor het velodroom valt Faber en een ontketende Van Hauwaert komt aan de leiding. Maar ook Cyrille blijft niet vrij van pech en wordt op het velodroom door een seingevers van de fiets gelopen.
Van Hauwaert is echter van gewapend beton. Hij schud een keer het hoofd en springt direct weer op de fiets om de zes (!!!!) ronden op de wielerbaan af te leggen.
Faber is in de achtervolging maar ook Lorgeou heeft zich gemeld.
De verschillen lijken te groot om nog veel aan de uitslag te veranderen maar het publiek is dol enthousiast.
De uitgeputte Faber valt echter nog een keer en Lorgeou weet op deze wijze de tweede plaats te pakken.

270 kilometer in beestenweer en een thriller van zes rondjes op de wielerbaan.
Samen met een overwinning in "La Primavera" kon Van Haewaert fier terugkeren naar Moorslede waar het feest al was losgebarsten.

Podium 1908
1. Cyrille Van Hauwaert
2. Georges Lorgeou
3. François Faber

vrijdag 29 mei 2020

Retro Style

Retro is al een aantal jaren populair en zelf ben ik daar al jaren mee bezig. In 2008 fietste ik in Italië al een keer L'Eroica.
Volgens sommig was het een hype die snel over zou gaan.
Niet dus.
Het is wel een blijvertje.

Daarom vandaag een paar leuke plaatjes die we in 2010 hebben gemaakt op het parcours van Parijs-Roubaix.
Samen met een maatje was ik naar Noord Frankrijk gegaan om de finale te te fietsen op een retro fiets.
Tevens een beetje een verkenning wat we op TV mochten verwachten, want twee weken daarna zouden de profs Parijs-Roubaix rijden.
Carrefour de L'Arbre lag er heel slecht bij maar is pas dit (2020) voorjaar gerestaureerd.

Door de Corona-crisis zien we overal herhalingen en worden oude archieven opengetrokken.
Dus zonder enige vorm van schaamte wat 10 jaar oud materiaal:





Voor kleurenfoto's van deze retro verkenning zie fotoalbum Du Nord in Retro Stijl

donderdag 28 mei 2020

Gruson

1100 meter - 2 sterren

Voor het eerst in gebruik in 1978. De route de Gruson was immers kort daarvoor onderbroken door de TGV. Hierdoor moest het parcours een stukje naar het oosten opschuiven om over het spoor te geraken.
De strook van Gruson komt direct na de duivelse 2100 meter van Carrefour de L'Arbre. Het is precies 180 meter dat de renners "op adem" kunnen komen.
Maar in dit stadium valt de koers niet stil. De strook zelf ligt er redelijk goed bij en loopt heel licht omlaag.
Aan de zijkanten liggen er aarde stroken met steenslag. In de koers kunnen de renners hier echter niet rijden want hier staan hordes publiek.
In 2009 liep de publieke belangstelling bijna uit op een catastrofe toen twee tieners vlak voor Pozzato overstaken.

Foto: Wielertoeristen zoeken "het kantje" op om het gedokker op kasseien uit de weg te gaan.

Meestal is voor deze strook de beslissing wel gevallen. De strook van Gruson zorgt er wel voor dat zij die op Carrefour hebben moeten lossen er echt een kruis over kunnen maken omdat je even niet op adem kan komen. Na deze strook gaat het richting Hem waar de laatste echt strook op de renners ligt te wachten.
De officiële straatnaam van deze strook is Pavé de L'Arbre en begint bij de D90 even ten noorden van Cysoing.

 Afbeelding: De strook van Gruson begint rechts bij de D90 en loopt in westelijke richt naar de dorpsgrens van Gruson.

dinsdag 26 mei 2020

Octave Lapize: 1909, 1910 en 1911

Het grote publiek kent Lapize van zijn overwinning in de Tour de France van 1910. Lapize was echter een alleskunner. Hij was de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen en deed dat ook nog op rij.
Tevens won hij driemaal Parijs-Brussel. Een wedstrijd die in die jaren meer glans had dan tegenwoordig.
Vreemd ook dat een koers als Parijs-Brussel nooit de status van een topklassieker heeft gekregen. De koers wordt immers als sinds 1893 georganiseerd en geen enkele van de vijf topklassiekers doet beter.

Naast Parijs-Tours prijkt ook de monsterrit Parijs-Brest-Parijs op zijn palmares.
Wedstrijden als Parijst-Brest-Parijs zijn in het moderne wielrennen niet meer denkbaar, maar hadden in die jaren een enorme status en aantrekkingskracht.

Naast de weg was Lapize een verdienstelijk veldrijder met een Franse titel bij de amateurs en een podium bij de profs.

Maar ook op de baan stond Lapize z'n mannetje. Overwinningen in zesdaagse maar meest opvallend zijn zijn records.
Wat te denken van 82,758 kilometer in een uur achter de grote motoren. We noteren het in 1908!!! Dat is ruim een eeuw geleden.
Gegangmaakt door een tandem brak Lapize zowel het uurrecord met een indrukwekkende dikke 50 kilometer en om de 100 kilometer vol te maken had hij slecht 2 uur en 2 minuten nodig.
Ik nodig graag ieder die een beetje kan fietsen uit dit nu (100 jaar later) eens te evenaren.

Lapize vergaarde in z'n wielercarrière een grote hoeveelheid bossen met bloemen en kransen. Helaas was zijn laatste bloemenkrans een met een triest verhaal.
De carrière van Lapize werd hard onderbroken door de eerste wereldoorlog. Lapize die z'n verantwoording niet uit de weg ging melde zich als vrijwilliger en koos voor de luchtmacht.
Ondanks dat hij doof was werd hij in een vliegtuig gezet. Tijdens een van z'n vluchten was hij kansloos toen er meerder tegenstanders tegelijk opdoken.
Hoewel hij de beschieting overleefde stierf hij even later aan z'n verwondingen.

Triest genoeg vond hij zijn einde boven het Noord Franse land waar hij zoveel successen had behaald.
Weliswaar iets oostelijker dan waar het parcours van Parijs-Roubaix loopt, maar de tragiek in dit verhaal is toch heel erg groot.

Driemaal wist hij het Noord Franse land wel te bedwingen en ook nog in een zuivere hattrick.

Podium 1909
1. Octave Lapize
2. Louis Trousselier
3. Jules Masselis

Podium 1910
1. Octave Lapize
2. Cyrille Van Hauwaert
3. Eugène Christophe

Podium 1911
1. Octave Lapize
2. André Charpiot
3. Cyrille Van Hauwaert


Foto: In die jaren was het heel populair om van wielerkoersen als een soort van souvenir 
een ansichtkaart te versturen. Deze doet het wel heel erg goed in een verzameling.

maandag 25 mei 2020

Rik van Steenbergen: 1952

Een kleurrijke gast was Rik. Na de opkomst van Rik Van Looy ook wel Rik I genoemd.
Van Steenbergen wist na zijn lange en rijke carrière niet zo goed hoe hij het leven aan moest pakken.
Iets waar veel sporters last van hebben en Van Steenbergen kwam maar niet om het "zwarte gat" heen.
Dan gaan gelijk de meest wilde verhalen in het rond, maar we moeten het niet erger maken dan het is.
Rik was iemand die graag in de belangstelling stond en zoiets mocht ook wat kosten. Als je stopt met fietsen en er geen centen meer binnenkomen is dat toch een lastig verhaal.
Rik koerste tot hoge leeftijd en koerste maar liefst 25 jaar bij de beroepswielrenners.
Dat is een half leven en als je dan stopt weet je je echt geen raad.
Zeker niet omdat Rik het hele jaar door op de fiets zat.
Het wegseizoen voor de voorjaarsklassiekers met overwinningen in Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen (2) en Parijs-Roubaix (2) en de Waalse Pijl(2).

Op de weg is Rik tevens mede recordhouder van het aantal wereldtitels en in 1949, 1956 en 1957 ging Rik met de mooiste trui lopen.
Opmerkelijk is zijn tweede plaats in het eindklassement van de Giro in 1951. Toch was het rondewerk niet Rik's ding.
Eendagskoersen en het liefst met zwaar labeur zodat hij z'n tegenstanders in een vernietigende sprint kon afmaken.

Naast z'n enorme lijst overwinningen op de weg was Van Steenbergen een zeer succesvol zesdaagse renner.
Om een indruk te geven welke tijdspanne Van Steenbergen heeft overbrugt is het aardig een naar z'n ploegmaats in zesdaagse te kijken.
Hij fietste met Kint die in 1936 (!!) begon als prof, maar was ook koppelgenoot van Motta die pas in 1974 (!!) stopte.
De renners waar van Steenbergen mee gekoerst hebben overspannen 50 jaar van de wielergeschiedenis.
Wat moet een mens dan als hij stopt?

In 1952 dacht Rik nog lang niet aan stoppen. De eer in 52 komt echter niet alleen toe aan van Steenbergen maar ook aan Fausto Coppi.

De twee kampioenen maken er een groots nummer van. Het weer is prima en alle kleppers uit die tijd zijn op appel.
Bobet, Kubler, Ockers, Impanis, Darrigade en Mahe om er maar eens een paar te noemen.

Het was toch vooral Coppi die de koers kleurde en keer op keer van z'n tegenstanders weg probeerde te rijden.
Van Steenbergen moest ook alles uit de kast rijden om samen met de Campionissimo op het velodroom aan te komen.
Eenmaal op de wielerbaan rook Van Steenbergen z'n kansen. Fausto was niet traag maar geen krachtige sprinter zoals Van Steenbergen en begreep dat het deze keer voor Rik was.

Met een machtige rush trok Van Steenbergen z'n tweede Parijs-Roubaix naar zich toe. Coppi die een schitterende koers had gereden moest genoegen nemen met de tweede plaats.

Maar Coppi liet z'n kopje niet hangen want verliezen van Van Steenbergen kan je moeilijk een drama noemen en de tengere Fausto was al bezig met andere doelen voor dat jaar.
Zo wist hij in 1952 nog de Giro en de Tour te winnen. Een huzarenstukje wat hij ook al 1949 had opgevoerd.

Podium 1952
1. Rik Van Steenbergen
2. Fausto Coppi
3. André Mahé

Filmpje met de finish van de editie van 1952:

zondag 24 mei 2020

Museo dei Campionissimi

Italië staat op de derde plaats in het landenklassement wat betreft het aantal overwinningen in Parijs-Roubaix.
De Azzurri staan al even droog want de laatste Italiaan die de handen omhoog mocht steken was AndreaTafi in 1999.
De grootste namen onder de Italianen op de erelijst van Parijs-Roubaix zijn zonder meer Fausto Coppi, Felice Gimondi en Francesco Moser.
In geen land kunnen ze hun kampioenen zo eren als in Italië zoals ook in dit fraaie museum.

Campionissimo staat voor kampioen van de kampioenen dus campionissmi staat voor kampioenen van de kampioenen. Dan denken we direct aan Constante Girardengo en Fausto Coppi.
Het museum ligt in het centrum van Novi Ligure bekend van de doorkomst van Milaan-San Remo.


Alleen de straatnaam is al geweldig: Viale dei Campionissimi. Zo doen ze dat in Italië. Voor het museum staan een groot aantal kunstwerken van helden uit de wielersport.
Het museum zelf is een prachtig modern vormgegeven pand. Zeer licht en ruim opgezet.
Naast Girardengo en Coppi krijgen natuurlijk alle andere Italiaanse wielerhelden de nodige aandacht.
Uiteraard Pantani die in Italië ongeveer heilig is verklaard.
Een enorme verzameling fietsen staan er in het museum. Fietsen van de eerste dagen van de wielersport tot de modernste machines waar op dit moment de profteams mee zijn uitgerust.


Het museum beschikt over een bonte verzameling truien en foto's. Door middel van een aantal video presentaties wordt de bezoeker meegenomen naar heroïsche tijden van Coppi en Bartali.

Als je alles heel uitvoerig gaat bekijken kan je er wel een middag zoet zijn. Een bezoek van een anderhalf uur geeft echter een prima beeld en dan is zo'n bezoek mooi in te passen in een fietstocht.
Als je bij de kassa even vraagt of je fiets binnen mag staan dan krijg je inclusief een glimlach een oprecht SI te horen.


Een must voor wielerfans die hier in de buurt zijn!

Bezoekadres:
Museo dei Campionissimi
Viale dei Campionissimi 2
15067 Novi Ligure (AL)
Italië



zaterdag 23 mei 2020

A Sartorial Portrait Book

Deze blog is een tijdje uit de lucht geweest. Dat had alles te maken dat Google de verwijzingen naar foto’s had gewijzigd. Ook oude verwijzingen naar video’s en kaarten werkte niet meer.
Het zou een megaklus zijn om dat allemaal aan te passen en de blog ging op zwart.
Drukke baan, gezin, gewoon zelf fietsen wonnen het van een saaie klus om duizenden linkjes aan te gaan passen.

Toen kwam de Corona crisis. Helaas zonder werk daardoor en dus een zee van tijd en tegen de tijd dat de crisis is opgelost ga ik met pensioen. Dus lekker deze blog verder opleuken.
Dat neemt niet weg dat ik opzag tegen het saaie “klusje” om alles aan te passen.
Tot ik dit boekje weer zag liggen. Een klein boekje met een twintig tal kaarten om te versturen.


Gekregen van een fietsmaatje en het lag altijd min of meer onder handbereik in mijn hobbykamer.
Toen ik het weer eens oppakte tijdens het vele thuiszitten was ik snel gemotiveerd om de blog weer op te pakken.

Zo stof ik inmiddels iedere dag een artikel af. Actualiseer waar nodig, zorg dat de links goed werken.
Maar ik voeg ook nieuwe artikelen toe en volg alle nieuws wanneer en hoe een volgende Parijs-Roubaix gereden gaat worden.
Relevant nieuws ga je uiteraard hier vinden.

Toch dit boekje even extra onder de aandacht. Het is uitgegeven voor Rapha door Isolapress en bevat foto’s in de vorm van kaarten die je kan versturen.
De foto’s zijn allemaal uit de periode van 1896 t/m 1933. Schitterende foto’s en wat mijn opvalt is dat met name de portretten van uitzonderlijke hoge kwaliteit zijn.
Echt zo'n boekje om eind van de dag met een mooi glaasje even te gaan zitten dromen over die onwaarschijnlijke avonturen uit de beginperiode van onze mooie sport.

Leuk voor iedere Parijs-Roubaix verzameling, maar ook leuk om degelijke kaarten te versturen.
In deze zware tijden is er vast iemand die je daar een plezier mee doet.

vrijdag 22 mei 2020

Joseph Fisher: 1896

Wat moet het mooi zijn om de eerste editie van een klassieker te hebben gewonnen. Ieder ander "record" kunnen ze immers van je "afpakken".
De snelste kan verbeterd worden,  hoewel we daar bij Parijs-Roubaix een hele tijd op hebben zitten wachten.
Peter Post had immers in 1964 gewonnen met een gemiddelde van 45.129 en het heeft maar liefst tot 2017 geduurd voor dat dit record geklopt werd.
Op dit moment is Greg van Avermaet de snelste met een gemiddelde van 45,204.
Indrukwekkende snelheden als je bedenkt dat het om dik 250 kilometer gaat waarvan 50 kilometer kasseien. Wind mee? Kan zijn maar dat zijn toch indrukwekkende cijfers.

Ook het aantal meeste overwinningen kan verbeterd worden. Daar zijn op dit moment niet direct kandidaten voor, maar in de toekomst kan er een renner zijn die Parijs-Roubaix vijf keer gaat winnen.
Sterker er zijn genoeg fans van Mathieu van der Poel die in hem een kans zien om maar liefst vijf keer in "De Hel" te gaan winnen.
Laten we vooral rustig blijven. Renners als Roger De Vlaeminck, Tom Boonen en Johan Museeuw hadden ook de potentie om misschien wel zes, zeven keer te winnen. Maar zo eenvoudig is het allemaal niet.
Vier keer zoals De Vlaminck en Boonen hebben gedaan is echt bizar knap.
Als Mathieu van der Poel een keer weet te winnen zou al prachtig zijn. Twee keer zou super zijn en met drie zet hij een ongekende prestatie neer, want nog nooit heeft een Nederlandse renner drie maal een monument (de vijf top klassiekers) weten te winnen.

De eerste editie winnen zoals Joseph Fisher in 1896 deed blijft toch iets speciaals
Er kan een langere editie komen. Een versie met minder of een versie met meer kasseien. Minder renners aan de meet of juist meer.
Alle records kunnen er aan............ behalve de eerste zijn die een klassieker wint!
De eerste heeft altijd iets magisch. Je staat immers altijd bovenaan.

Toch zal het de Fransen best zijn tegengevallen dat het juist een Duitser was die de eerste Parijs-Roubaix kwam winnen.
Vergeet niet dat de Frans-Duitse oorlog (1870-1971) bij de meeste mensen nog fris in het geheugen zat. Zo diep dat wij ons dat nu nauwelijks voor kunnen stellen.

Parijs-Roubaix was vanaf de eerste editie een groot opgezette internationale koers. Vanuit een wat nuchtere kijk was het dus helemaal niet zo slecht dat een buitenlander de koers kwam winnen.
De eerste editie was maar liefst 280 kilometer lang en dat is nog steeds een record.
De koers was opgezet door een tweetal textielfabrikanten uit Roubaix: Théodore Vienne en Maurice Perez.

Met de koers wilde ze aandacht voor Roubaix, voor de textielindustrie en voor het velodroom realiseren.
Achteraf moeten we stellen dat ze dat aardig is gelukt, want wie had er ooit van Roubaix gehoord als deze koers er nooit was geweest?
Daarnaast moest de koers zwaar genoeg zijn zodat deze een ideale voorbereiding zou zijn voor Bordeaux-Parijs.

De start van de eerste editie was in Parijs-Porte Maillot. Dat is echt hartje Parijs. De koers liep in de begin jaren over nagenoeg de kortste weg van Parijs naar Roubaix.
Fisher was wel degelijk een van de kanshebbers, maar er was een enorm sterk veld naar Parijs gekomen. Werkelijk uit alle hoeken en de eerste editie leverde gelijk een zeer internationale uitslag op met maar liefst vijf nationaliteiten in de top tien. Totaal zouden 28 renners de finish weten te halen.
Opmerkelijke naam op de startlijst was die van Henri Desgrange, maar hij besloot uiteindelijk niet te starten.
Desgrange was vooral een baanrenner en was op dat moment eigenlijk al bezig met het leven na zijn sportcarrière. Een jaar later in 1897 werd hij directeur van het Parc des Princes (Velodrome). In de jaren die volgde was Desgrange hoofdredacteur van de krant L'Auto.
In die rol bedacht hij het voor die tijd idiote plan om een wielerwedstrijd door heel Frankrijk te houden, die meerdere dagen en in de toekomst zelfs weken zou duren.
In 1903 was de eerste Tour een feit en er zijn inmiddels 106 edities verreden. In 1903 vond werd het als een absurd idee gezien en inmiddels kunnen we ons een Frankrijk zonder Tour niet meer voorstellen.

In 1907 kwam Desgrange met een goedmakertje voor zijn afwezigheid aan de start van de eerste Parijs-Roubaix. De eerste etappe van de Tour van dat jaar was immers: Parijs-Roubaix.
Dat beviel blijkbaar goed want ook in 1908, 1909 en 1910 was Parijs-Roubaix de eerste etappe.

Joseph Fisher was toen echte al gestopt met koersen want hij was zeker een kanshebber voor deze etappes. Fisher nam alleen deel aan de eerste editie van de Tour waar hij 15e werd.

Toen Fischer Parijs-Roubaix wist te winnen had hij al een aantal jaren ervaring in het rijden van koersen over lange afstanden. Veel wegkoersen waren er in die jaren overigens nog niet, want er werd toch vooral op de wielerbaan gekoerst.
In deze eerste editie kwam de winnaar uiteindelijk met bijna een half uur voorsprong over de streep. Dat ook nog eens voor die tijd in het monsterlijke gemiddelde van 30 kilometer per uur.

Een gezonde vent ook die Fisher want hij werd maar liefst 88 jaar wat in die tijd echt een indrukwekkende leeftijd was.

Podium 1896
1 Josef Fischer
2 Charles Meyer
3 Maurice Garin

Foto: Plaquette van Fisher in de laatste kasseistrook voor het oprijden van het velodroom. 
Fisher heeft daar een ereplaats en is de laatste waar de renners overheen rijden.

donderdag 21 mei 2020

Tragische doden

Parijs-Roubaix is een koers met een bepaalde tragiek. De echte specialist weet dat je het geluk kan afdwingen, maar voor het grote publiek is het een en al tragedie.Toch weten de specialisten beter. Op kasseien rijden is immers vooral je fiets heel laten zodat je niet hoeft te wisselen.
Maar niet ieder die zonder kleerscheuren door de Franse Hel trekt komt zonder problemen door het leven.
Heel wat winnaars van Parijs-Roubaix zijn op een tragische wijze om het leven gekomen.
We zijn in oktober toe aan de 118e editie en we hebben op dit moment iets meer dan 80 verschillende winnaars.
Ruim 50 van hen zijn inmiddels overleden. Sommige op hoge leeftijd, andere te jong en de meeste toch via een natuurlijke dood. Sommige na een lang ziekbed en weer andere abrupt zoals de lucht uit een band kan knallen.

Een dozijn van de winnaars heeft echter toch op een zeer tragische wijze de weg naar de eeuwige kasseistroken gevonden.

Albert Champion ( † 26 oktober 1927)
Bekend van de bougies en winnaar van Parijs-Roubaix in 1899. Z'n tweede vrouw nam het niet zo serieus en toen hij verhaal ging halen kreeg hij van een minnaar van z'n vrouw raken klappen. Albert trof het niet want de minnaar was een ex-bokser. Een paar uur later werd Champion dood in z'n hotelkamer gevonden.

Lucien Lesna ( † 11 juli 1932)
Triomfator van Parijs-Roubaix in 1901 en 1902 en een enthousiast motor-racer. De motor zou hem ook noodlottig worden en in 1932 kwam hij om bij een motorongeluk.

Octave Lapize ( † 14 juli 1917)
Een aas op de fiets en de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen. Nog wel drie keer op rij: 1909, 1910 en 1911.
Ook als piloot in de Eerste Wereldoorlog wilde Octave een aas zijn. Op de fiets durfde hij gerust het tegen meerdere tegenstanders tegelijk op te nemen. Op 14 juli 1917 in de lucht was het echter toch teveel.

Charles Crupelandt ( † 18 februari 1955)
De inwoner van Roubaix had twee maal gewonnen op zijn velodroom. Toch was hij een persona non grata omdat hij in de oorlog (WWI) had gesmokkeld. Het eerherstel kwam pas veel later. Strikt genomen stierf Crupelandt een natuurlijk dood en vele die hier niet genoemd zijn hebben toch een lang ziekbed gehad.
Dat Crupelandt verbannen, blind en met beide benen geamputeerd het aardse verliet rechtvaardigt een vermelding in dit trieste overzicht.

François Faber ( † 9 mei 1915)
De Luxemburger had in 1913 Parijs-Roubaix gewonnen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog melde Faber zich bij het vreemdelingenlegioen.
Tijdens een van de bloedige veldslagen sneuvelde hij tijdens het redden van een kameraad.

Henri Pélissier ( † 1 mei 1935)
Een lastpak eersteklas maar wel winnaar van Parijs-Roubaix in 1919 en 1921. Maar de dood heeft hem z'n hele leven gevolgd. Eerst de oorlogsjaren en toen de zelfmoord van z'n vrouw. Tragisch - als een plot een van een goedkope film - schoot z'n tweede vrouw hem dood met hetzelfde wapen waar z'n eerste vrouw zelfmoord mee pleegde.

Julien Vervaecke ( † mei 1940)
Tien jaar voor z'n dood was Julien nog de beste in Parijs-Roubaix. Het uitbreken van de Tweede wereldoorlog zorgde voor veel onrust, paniek en chaos. In die chaos probeerde Julien het zich iets makkelijker te maken, maar tijdens het wegwerken van de nodige goederen is hij door Engelse soldaten doodgeschoten.

Lucien Storm ( † 10 april 1945)
Een leven en dood van twee oorlogen. Lucien werd geboren in de Eerste Wereldoorlog en werd vlak voor de bevrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog in een werkkamp door een misverstand doodgeschoten.
In 1938 had Lucien Parijs-Roubaix gewonnen en na de oorlog hadden er nog zeker veel overwinningen gevolgd.

Serse Coppi ( † 29 juni 1951)
In 1949 won Serse samen met André Mahé. Een compromis na een hoop touwtrekkerij. Lang heeft Serse niet van z'n overwinning mogen genieten. Twee jaar na zijn zege in Parijs-Roubaix kwam hij zeer zwaar ten val in de Ronde Piemonte. Serse werd nog overgebracht naar het ziekenhuis, maar stierf daar in de armen van z'n broer Fausto

Fausto Coppi ( † 2 januari 1960)
De kampioen der kampioenen had in 1950 Parijs-Roubaix gewonnen. Een van de vele grote overwinningen. Coppi bleef tot hoge leeftijd koersen maar daar kwam begin 1960 een eind aan. Door een vreemde ziekte overleed jij op 2 januari in een ziekenhuis in Tortona. Later zou blijken dat het om malaria ging.

Marc Demeyer ( † 20 januari 1982)
Verrassend klopte Marc in 1976 een aantal topfavorieten. Begin 82 - en formeel nog een contract bij Splendor - kwam het bericht dat Demeyer was overleden.
De meest wilde verhalen deden de ronde en het D-woord komt dan al snel om de hoek kijken. Het was echter nog veel tragischer, want Marc had zelf de keuze gemaakt om het einde van z'n carrière als prof gelijk te laten vallen met het einde van z'n leven.

Franco Ballerini ( † 7 februari 2010)
De razend populaire bondscoach van de Azzurri was zelf een succesvol wielrenner met overwinningen in Parijs-Roubaix in 1995 en 1998.
Franco was niet alleen dol op de fiets, maar ook gek van snelle auto's. De liefde voor de autosport werd hem noodlottig tijdens een rally in Toscana. Een onfortuinlijke crash deed heel Italië wenen.

Foto: Het graf van Serse en Fausto Coppi. Wie had kunnen denken
 dat de broers beide zo snel weer bij elkaar zouden zijn......

woensdag 20 mei 2020

Meervoudige winnaars

Nagenoeg alle koersen kennen een groot aantal meervoudige winnaars. Deels zal dat te maken hebben dat de ene koers een renner wat meer of minder zal liggen.
Maar het werkt natuurlijk ook motiverend. Als je een koers een keer gewonnen hebt, wil je als renner natuurlijk in de daaropvolgende jaren laten zien dat het geen toeval was.

Meervoudige winnaars zien we in allerhande koersen en de meest opvallende naast de bekende rijtjes van de Tour zijn toch:
Sean Kelly: 7x Parijs-Nice
Roger de Vlaeminck: 6x Tirreno-Adriatico
Eddy Merckx: 7x Milaan-San Remo
Jan Raas: 5x Amstel Gold Race
Eddy Merckx: 5x Luik-Bastenaken-Luik
Fausto Coppi: 5x Ronde van Lombardije
Herman van Springel: 7x Bordeaux-Parijs

Ook bij Parijs-Roubaix kennen we een groot aantal meervoudige winnaars. Nog niemand heeft het echter tot 5, 6 of laat staan 7 keer weten te brengen.
Als dit jaar nog editie gereden gaat worden kunnen een handje renners voor een tweede overwinning gaan.
Van de actieve renners heeft niemand al twee of meer keren gewonnen.
Actieve renners die één keer hebben gewonnen zijn: Niki Terpstra (2014), John Degenkolb (2015), Greg Van Avermaet (2017), Peter Sagan (2018) en Philippe Gilbert (2019).
Wie van deze toppers voegt er in oktober een tweede aan zijn lijstje?

4 Overwinningen
Roger de Vlaeminck (1972, 1974, 1975, 1977)
Tom Boonen (2005, 2008, 2009, 2012)

3 Overwinningen
Octave Lapize (1909, 1910, 1911)
Gaston Rebry (1931, 1934, 1935)
Rik Van Looy (1961, 1962, 1965)
Eddy Merckx (1968, 1970, 1973)
Francesco Moser(1978, 1979, 1980)
Johan Museeuw (1996, 2000, 2002)
Fabian Cancellara (2006, 2010, 2013)

2 Overwinningen
Maurice Garin (1897, 1898)
Lucien Lesna (1901, 1902)
Hippolyte Aucouturier (1903, 1904)
Charles Crupelandt (1912, 1914)
Henri Pélissier (1919, 1921)
Georges Claes (1946, 1947)
Rik Van Steenbergen (1948, 1952)
Seán Kelly (1984, 1986)
Marc Madiot (1985, 1991)
Gilbert Duclos-Lassalle (1992, 1993)
Franco Ballerini (1995, 1998)

Maurice Garin was de eerste die twee overwinningen behaalde en dat ook nog op rij deed. Twee op een rij is daarna door meer renners verwezenlijkt. Drie op een rij is maar twee renners gelukt namelijk Octave Lapize en Francesco Moser.

Foto: In de legendarische douches van het velodroom van Roubaix. Moser driemaal winnaar op een rij. 
Alleen Lapize was hem voorgegaan en dat kunstje is nog niet geëvenaard.

dinsdag 19 mei 2020

Het zegegebaar

Geen zorg want deze blog wordt niet ineens een liturgische blog met allerlei kerkelijke rituelen.
Daarentegen blijf ik erbij dat wielrennen een katholieke sport is en dat die kerk een belangrijke rol heeft gespeeld in het dna van deze sport.
Aan de andere kant verwerp ik iedere vorm van institutioneel geloof. Neemt niet weg dat iedereen natuurlijk vooral lekker moet geloven wat hij/zij wil geloven. Allemaal prima zolang mensen mij maar niet proberen te bekeren.

Zegegebaar binnen deze blog is niks meer dan één of twee handen de lucht in bij een overwinning in een wielerkoers.
Halsstarrige gelovigen zullen het uitleggen als een orante houding, waarmee de renner het opperwezen (welke variant dan ook) wil danken voor de overwinning.

Als je als winnaar van Parijs-Roubaix al iemand moet danken, is het doorgaans degene die je die ochtend in de spiegel een knipoog hebt gegeven omdat je het helemaal zag zitten.
Bij eerdere gelegenheid heb ik al eens uit de doeken gedaan dat Parijs-Roubaix helemaal niet zo'n loterij is. Laat staan een spelletje van God.
Ik geloof niet in God en ik geloof niet in de Duivel. Ik geloof wel in "De Hel" en deze begint na 90 kilometer bij Troisville en eindigt in Hem op een steenworp (het zal een kassei zijn) van Roubaix.
Om je armen op de wielerbaan van Roubaix richting de hemel te heffen moet je vooral zelf sterk zijn. Hard getraind hebben, het juiste materiaal, goed eten en drinken, een uitgekiende ploegentactiek en vooral de hele dag van voren koersen.
Dat koersen moet met passie, je benen maar zeker ook met het hoofd.

Alleen al over alle verschillende manieren van zegegebaren kan je al bijna een blog maken. Helaas kiezen renners meer en meer voor een wat commercieel gebaar. Jammer want ik zie zelf toch het liefst oprechte emotie.
Zelf zie ik het liefst een renner die NIET z'n truitje schoonveegt en die NIET het ritsje dichtdoet. Een renner die maar net z'n armen van z'n stuur kan tillen. Een renner die na zeven uur zwaar labeur door "De Hel" de armen richting de hemel heft.
In een enkele seconden het lijden uit je lijf laten zaken en met een grijns de overwinning binnen haalt.

Geen mooiere plek om het zegegebaar te maken is natuurlijk die verwaarloosde betonnen piste in Roubaix. Een renner die de Tour wint weet doorgaans al een paar dagen dat het eraan zit te komen en de ontlading is dan van een heel andere orde.
250 kilometer dikke koers en ruim 50 daarvan over de meest bizarre wegen. Als je er als wielertoerist rijdt kan je je nauwelijks voorstellen dat hier gekoerst kan worden. Rij alleen eens de strook van Carrefour de l'Arbe op een gewone fiets met comfortabele brede banden.

Als wielertoerist kan ik me soms ook niet inhouden om een zegegebaar te maken. Vooral als ik solo uren in de regen heb gereden. Bij het oprijden van het erf zou ik dan het liefst de armen omhoog gooien. De solo is succesvol afgerond. Ik heb het gehaald. De inspanningen zijn beloond.

Tot ik in militaire dienst moest heb ik een aantal jaren gekoerst. Van de jeugd tot de amateurs. Een paar kleine koersjes gewonnen. Vooral bij de onderste categorieën. Alleen je mocht toen niet je armen omhoog steken als je gewonnen had.
We hebben het nog over de jaren dat sokken verplicht wit moesten zijn en broeken zwart. Als ik zie hoe sommige renners er nu bij rijden is die regel van die zwarte broek misschien wat ouderwets, maar wel getuigen van een betere smaak.
Witte sokken en zwarte broek vond ik prima. Alleen dat je je armen niet omhoog mocht steken vond ik betuttelend.

Soms heel soms als ik alleen in de polder fiets kan ik het niet laten. Een fractie sluit ik de ogen en waan me op het velodroom. Het gevoel is extra intens als ik dan al uren in de wind heb gefietst. Het liefst met wat winterse neerslag. Zand wat tussen je ogenleden zit. Handschoenen die steenkoud en zompig aanvoelen en een doordrenkte zeem tussen je billen.

Heel soms en welke wielertoerist heeft nu niet gedroomd om eens Parijs-Roubaix te winnen. Want als het ergens mooi is om een zegegebaar te maken, dan is het wel op het velodroom bij het uitrijden van "De Hel".

Foto (2010): Jasper Stuyven wint als wereldkampioen de editie voor junioren. Een van de mooiste die we hebben  gezien.
Jasper rijdt al een aantal jaren bij de profs en won begin dit jaar op fraaie wijze Omloop Het Nieuwsblad.

maandag 18 mei 2020

Voorlopig parcours 2020

Uiteraard is het maar de vraag of de editoe van 2020 doorgang kan vinden. Voorlopig staat deze nu op 25 oktober 2020 gepland.
Kort voor de Corona-crisis had de organisatie het parcours gepubliceerd en dat is het voorlopig parcours.
De afgelopen jaren hebben we gezien dat er nauwelijks wijzigingen zijn tussen de eerste publicatie van een parcours voor dat jaar en het definitieve parcours.

Een jaar of tien geleden heeft de organisatie op het laatste moment een kleine omleiding moeten doen omdat er bij een fabriek een gevaarlijke situatie was ontstaan.
Zonder dit soort gekke dingen mogen we er vanuit gaan dat dit ook het parcours is waar de vrouwen en mannen op 25 oktober zullen koersen.

Een snelle blik op het parcours laat zien dat het parcours gelijk is aan de laatste jaren. Zeker de finale is gelijk waarbij wel opgemerkt moet worden dat zowel de stroken van Carrefour de L'Arbe en die van Hem recent voor een deel zijn gerestaureerd.

Foto: Tijdens een verkenning in Oktober 2019 was goed te zien hoe een 
groot deel van de strook van Hem was gerestaureerd.

Daarnaast is het niet uitgesloten dat door de Corona-crisis de Franse regering of lokale bestuurders geen toestemming geven om door grotere plaatsen zoals San Quentin en Orchies te rijden.

Zodra er meer nieuws is over de editie van 2020 kunnen jullie dat hier uiteraard lezen en in de weken voorafgaand aan de koers zal ik uitvoerige voorbeschouwingen plaatsen.

25 oktober? Duimen maar!


zondag 17 mei 2020

Jan Janssen: 1967

Als er iemand geen introductie behoeft is het wel de slimme Nootdorper. Jan was een slimme vent en dat heeft hij na zijn carrière prima weten te gebruiken in het opzetten van een succesvol fietsenmerk.

Jan Janssen was de eerste renner die ons land aan een Touroverwinning wist te helpen. Een overwinning die voor vele onmogelijk werd geacht, want Van Springel was een absolute topper als het om tijdrijden ging.
Janssen was echter een renner die op de momenten als hij dat wilde hij ver boven zichzelf uit kon groeien.

Zo ook in de sprint op de wielerbaan in Roubaix in april 1967. Het werd een vlotte koers met diverse ontsnappingen.
Alle toppers zijn alert en alleen Anquetil houdt het na een paar uur koers voor gezien.
Meermaals wordt er stevig op de pedalen geranseld en iets voorbij half koers is de voorste groep nog maar net 30 man groot.
Bij Mons en Pevele moeten de renners nog de heuvel (met kasseien) op en Altig wil daar eens goed z'n regenboogtrui laten zien.
Hij laat ieder op de tanden bijten, maar een negental toppers kunnen aansluiten.

Wat te denken van Motta, Merckx, Van Looy, Altig, Poulidor en Janssen. Naast deze vedetten ook een aantal renners die je op dit soort dagen niet mag onderschatten: Vandenberghe, Sels, Willy Planckaert en De Cabooter.

Als zo'n groep op 50 kilometer van de meet vertrekt weet je dat het gedaan is. Alleen de winnaar is nog niet gekend. Motta is rap, Merckx is snel, Altig is snel en enorm leep.
Van Looy is razendsnel en er maximaal op gebrand om de jonge opkomende Merckx van zich af te houden.
Ook een Vandenberghe en een Sels mocht je na een zware koers niet onderschatten in de sprint.
Toch stond er geen maat op "onze" Jan. Ervaring op de baan, inmiddels gelauwerd met twee groene truien (de derde zou datzelfde jaar volgen) en een gedrevenheid waar menig jong renner wat van kon leren.
Jan sprinten tot op de meet en als een kat gooide hij zijn fiets naar voren.
Hoewel de rest wel degelijk op de foto stond was het verschil duidelijk. Topsprinter Van Looy kwam een wiel tekort.

Een grandioze overwinning en een bevestiging van de resultaten die Janssen in Parijs-Roubaix heeft neergezet. Janssen staat 8 keer in de uitslag van Parijs-Roubaix en slechts één keer niet in de top tien.

Podium 1967
1. Jan Janssen
2. Rik Van Looy
3. Rudi Altig

Foto: Sprint tussen een aantal giganten maar Jan Janssen legt ze er allemaal op.

zaterdag 16 mei 2020

Eddy Planckaert: 1990

Voor Eddy Planckaert heb ik altijd een enorme sympathie gehad. Ik veerde ook helemaal op toen hij als winnaar over de streep ging.
Dit na een ijzingwekkende sprint tegen Steve Bauer. Overigens had ik het Bauer ook gegund, want ook hij was een van de kleurgevers in die periode van de wielersport.

Maar Eddy heeft altijd een speciaal plaatsje gehad. Hart op z'n tong, altijd een grap, maar toch afzien als een otter.
Ik vind het ook prachtig hoe Planckaert na z'n fietscarrière invulling aan z'n leven heeft gegeven. Buiten wonen als vlucht van de moderne maatschappij, maar wel meedoen aan real life soap.
De laatste jaren vooral als een gewaardeerd analist in allerlei sportprogramma's.
Eigenzinnig maar altijd met veel zelfspot.

In Parijs-Roubaix valt er echter niet te spotten. Toch was het in 1990 behoorlijk mooi weer en eigenlijk een niet zo'n heel spectaculaire editie. Er werd ook zeer traag gereden en dit is de twee na langzaamste editie sinds de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel er veel uitvallen waren bleven er heel veel renners binnen een window van een paar minuten fietsen.
Binnen een achterstand van 2 minuten waren er al 27 renners over de streep en bijna 100 aan de finish! Binnen 10 seconden al 13!

Toch is zelfs een wat minder spannende editie van deze koers een lust om naar te kijken en het waren weer prachtige beelden.
Uit het laatste stof kwam een wat rommelige kopgroep en wat achtervolgers naar voren. Pas in de straten van Roubaix en op de wielerbaan komt alles in een plooi.
Met nog één ronde op de wielerbaan komen twee achtervolgers bij de drie koplopers. Wampers - ploegmaat van Planckaert en winnaar in 1998 - houdt het tempo hoog maar op 300 meter kan van Hooydonck z'n zenuwen niet meer beheersen.
Bauer reageert direct gevolgd door Planckaert. Een ijzingwekkende sprint met een huize hoge inzet.

De finishfoto moest met de loep bekeken worden.
Het verdict was voor Bauer genadeloos hard en voor Planckaert zoet als honing.
De essentie de wielersport in minder dan 1 luttele centimeter. Dit keer geen dramatiek op de kasseien maar in de laatste centimeter.
Beide kampioenen zullen er nog regelmatig aan terugdenken en de sprint maakte het uiteindelijk ook nog tot een onvergetelijke editie. Prachtig!

Het Youtube filmpje is met Engels commentaar en de beste man slaat in de laatste 50 meter helemaal over. Schitterend om te zien maar vooral om te horen.

Podium 1990
1 Eddy Planckaert
2 Steve Bauer
3 Edwig Van Hooydonck

vrijdag 15 mei 2020

Francesco Moser: 1978

In mijn ogen het jaar van de blunder van Roger de Vlaeminck. Wie gaat er nu in hemelsnaam bij een Italiaanse ploeg rijden, waar een Italiaan fietst die toevallig ook nog erg hard op de stenen kan rijden.
Dom, dom, dom!

Moser was extra geprikkeld want De Vlaeminck had dat jaar in de Sanson kleuren wel al Milaan-San Remo weten te winnen.
Een koers die hoog op de verlanglijst van Checco stond.
In de Ronde van Vlaanderen waren Moser en de Vlaeminck gelijk geëindigd in een achtervolgend groepje.
Duidelijk was toen al dat de beide heren aan elkaar gewaagd waren. Erg onhandig als je dan in dezelfde ploeg fietst.

In de finale weet Moser te ontsnappen en De Vlaeminck zit opgesloten met Raas en Maertens.
Er gaan zelfs verhalen dat Roger Jan en Freddy een zak geld heeft beloofd als ze weer bij Moser zouden geraken.
Of er zo'n belofte is gedaan is niet relevant maar De Vlaeminck zal wel hebben zitten bidden dat ze weer bij Moser zouden komen.
Maar ook daarmee was hij nog niet zeker van de winst want hij zou dan wel met drie rappe mannen naar de meet moeten.

Het mocht niet zo zijn en een uniek record zat er voor Roger niet in. Een vijfde lag op de loer maar de keuze voor geld in plaats van voor een sportief succes hielden Roger op vier!
Gefrustreerd verkondigde De Vlaeminck na afloop dat Moser z'n overwinning alleen te danken had aan zijn afstop werk.
Natuurlijk heeft de aanwezigheid van De Vlaeminck een verlammend effect op de achtervolgers. Immers met een frisse Roger moest je maar beter niet naar de wielerbaan gaan.

Toch zouden we Moser zwaar onrecht aandoen als we hem de overwinning niet vooral aan hemzelf toe wijzen.
Durf en doorzettingsvermogen bezorgde Moser deze overwinning en de komende twee jaar zou blijken dat het geen mazzeltje was.

Podium 1978
1 Francesco Moser
2 Roger De Vlaeminck
3 Jan Raas

Op Youtube: Moser in de regenboogtrui als winnaar op de wielerbaan.

donderdag 14 mei 2020

Eddy Merckx: 1968

Veelvraat Merckx kon alles, deed alles en won alles. De Helleklassieker wist hij maar liefst drie keer te winnen.
Daarmee staat hij op gelijke hoogte met experts als Octave Lapize, Gaston Rebry, Rik Van Looy, Francesco Moser, en Johan Museeuw. Alleen top specialisten Tom Boonen en  Roger De Vlaeminck doen met vier overwinningen beter.

De jonge Merckx was 23 toen hij aan de start stond van deze geheel vernieuwde editie van Parijs-Roubaix.
Door het oprukkend asfalt was de organisatie genoodzaakt het parcours een stuk naar het oosten te verplaatsen waar nog wel prehistorische wegen te vinden zijn.
In de loop van de zestiger jaren was het aantal kasseistroken fors terug gelopen. De organisatie wilde kost wat het kost een statement maken dat deze koers behouden moest worden.
Maar dan wel met voldoende kasseien.
In deze editie van 1968 zat een kleine 60 kilometer kasseien.
Voor het eerst werd het roemruchte Bos van Wallers opgenomen. Indrukwekkend is ook de 15 kilometer lange strook die diep in de finale zit. Van Templeuve via Nomain naar Bachy en hierna was het nog slechts 20 kilometer (en 5 kasseistroken) naar de finish.

Aan z'n erelijst kon je niet zien dat Merckx pas 23 was. Op dat moment bevatten de erelijst van Merckx immers al: twee wereldtitels (amateurs en profs), twee maal Milaan-San Remo, tweemaal Trofeo Baracchi, Gent-Wevelgem, de Waalse Pijl en etappes in Parijs-Nice en de Giro.
Een erelijst waar menigeen over z'n hele carrière trots op zou zijn, maar voor de veelvraat Merckx was het pas het begin.
De amuse van z'n erelijst en Merckx was klaar voor een stevig voorgerecht!
Een koers als Parijs-Roubaix hoort op je erelijst als je bij de groten der aarde wilt horen. Hoe mooi zou het ook zijn om in de regenboogtrui als winnaar in Roubaix over de streep te rijden. Mooier is er niet!
Een jaar eerder had Eddy in een bloedstollende sprint Jan Janssen op een paar millimeter van een "in huis" wereldtitel weten te houden. Deze trui tonen wilde Eddy maar al te graag en deed dat in deze prachtige editie van Parijs-Roubaix.

Mede door het extreem zware en onbekende parcours doen de renners in de eerste uren rustig aan, maar zodra de eerste kasseien zijn bereikt slaat de boel op hol.
Het wordt een (z)ware afvalrace. Tourwinnaar (67) Roger Pingeon blijft over van een vroege kopgroep en trekt als eerste door het Bos van Wallers.
Omdat het het Bos van Wallers voor de eerste keer in de koers zit is dit voor de Fransman een geweldig glorieus moment.
Bijna euforisch begint Roger aan de eerste doortocht door de loopgraaf van Arenberg. Het is nog 80 kilometer tot de meet en Pingeon is duidelijk met een zelfmoordactie bezig.

Pingeon valt uiteindelijk weg uit de kop van de wedstrijd en komt zelfs niet in de uitslag voor.
Hierna wordt het niet meer rustig in de koers en na diverse pogingen komen er vier man aan de leiding: Eddy Merckx, Herman van Springel, Ward Sels en Willy Bocklant.

Willy is al blij als hij nog weet hoe je Roubaix moet schrijven. Wanhopig over z'n fiets gevouwen probeert hij aan te klampen maar bezwijkt en zal uiteindelijk eindigen op een 25e plaats.
In het laatste uur koers verliest hij 9 (negen!) minuten.
Maar niet alleen Willy maar het hele peloton krijgt vandaag een stukje fietsles.
Fietsles? Op hun duvel kregen ze! Op hun duvel in De Hel.
Slecht 44 renners bereiken de finish van deze vernieuwde en vooral verzwaarde editie. De parcoursbouwers hadden hun werk prima gedaan. Maar ook Merckx had zijn werk gedaan en voor een ware slachting gezorgt.
Van de drie koplopers rijdt Sels lek en Merckx besluit met Van Springel naar de wielerbaan te rijden.

De sprint voor de overwinning in Roubaix was echter een formaliteit. Herman komt als eerste op de baan en drong wel aan maar was in de spurt een "vogel voor de kat" zoals onze zuiderburen zo mooi kunnen zeggen.
De zuiderburen zullen echter wel in hun nopjes zijn geweest want Walter Godefroot zorgde voor een compleet Belgisch podium.

Podium 1968:
1 Eddy Merckx
2 Herman Van Springel
3 Walter Godefroot

Commentaar in het filmpje is in het Frans maar de beelden geven een prachtig tijdsbeeld. Let ook op de kale wielerbaan. Deze is tegenwoordig licht kleurig geschilderd en voorzien van de nodige reclame.
Het publiek is zichtbaar content met de overwinning van Eddy Merckx.



In 1970 en 1973 zou Eddy eveneens de stenenklassieker op z'n naam weten te schrijven.

woensdag 13 mei 2020

Secteur Saint-Python

1500 meter - 2 sterren

De strook werd voor het eerst gebruikt in 1973. De stenen liggen vrij goed en zelfs bij een natte editie blijft deze strook vrij schoon.
1500 meter blijft natuurlijk toch even bikkelen, maar het is nog 140 kilometer koers en dit is niet een strook waar snel de beslissing zal vallen.
Voor wie niet graag afdaalt op kasseien toch nog een lastig stuk want de strook gaat in dalende lijn.
Als je bidons wilt rapen is dit wel een mooi plek om naar de koers te gaan kijken.

Het zijn doorgaans de vroege vluchters die hier de dienst uitmaken en de kanshebbers zijn vooral bezig om zonder schade door de eerste 10 stroken te komen.
Toch zorgen tien van dit soort stroken dat een peloton stukje bij beetje wordt afgemat en uiteindelijk wordt uitgedund.
Op het eind van de koers kan een strook als deze er dus net een teveel zijn geweest.
De strook loopt van de D113 naar het noord oosten en komt uit aan de rand van Saint-Python.

Saint-Python is zo'n typisch Frans plattelandsdorp. Ongeveer 1000 inwonders. Dat waren er meer maar de jeugd trek liever naar de grote stad.
Het plaatsje heeft zo'n kenmerkend dorpsplein met kerk, stadhuis, baker en restaurant.
Stadhuis is overigens er fraai en bij de bakker eens taartjes wezen halen die waren geweldig!

De officiële naam van de strook is Chemin Nungesser en is genoemd naar een voormalig piloot. Charles Nungesser was een echte luchtaas tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Deze weg die naar hem is genoemd lag midden in het slagveld waar hij boven opereerde.
Nungesser is een van de meeste gedecoreerde piloten uit de Eerste Wereldoorlog en heeft maar liefst 43 bevestigde overwinningen.
Dat leverde hem een onwaarschijnlijke hoeveelheid decoraties op.  Nungesser was tevens het ideale rolmodel voor een film. Tijdens een van de militaire operaties had hij gronddienst, maar pakte tegen alle orders in toch een vliegtuig en schoot een Duitser uit de lucht. Zowel een straf als een medaille waren zijn deel.

Het grote publiek kent Nungesser vooral van zijn poging om als eerste de Atlantische oceaan over te vliegen. Enkele weken voor Charles Lindbergh zijn succesvolle overtocht maakte verdween Nungesser bij zijn poging. Aangenomen wordt dat hij boven de Atlantische oceaan is neergestort. Een week later lukte het Lindbergh wel.

De renners zullen weinig tijd voor dit soort historie hebben, maar het blijft treffend hoe het parcours van Parijs-Roubaix en de Eerste Wereldoorlog in elkaar verweven zijn.

Afbeelding: Strook begint onder bij de D113 en komt uit bij het plaatsje Saint-Python.

dinsdag 12 mei 2020

Mahjoub Ben Bella

Het werk van deze kunstenaar kenmerkt zich vooral door gebruik van doorgaans vrolijke kleuren. Mahjoub Ben Bella woont op een steenworp (het zal met een kassei zijn) van de finish van Parijs-Roubaix en had al langer de ambitie om een groot "outdoor" schilderij van te maken.
 Langzaam ontstond het idee om daar de finale van Parijs-Roubaix voor te gebruiken. Door het parcours over vele kilometers te schilderen groeide een fraai kunstwerk wat ook nog eens op een zeldzaam hoog aantal toeschouwers mocht rekenen. Vooral de opnames uit de lucht deden het erg goed tijdens de live TV uitzending.

Met een team van 10 man is in een halve maand 16 ton verf uitgesmeerd over 12 kilometer parcours.
Ik kan me nog goed herinneren dat dit kunstproject in de media werd aangekondigd. Veel scepsis natuurlijk, maar dat zijn we van het conservatieve wielerwereldje wel gewend.

Toch zijn Parijs-Roubais en Mahjoub van elkaar gaan houden. Het kunstwerk zorgde voor extra exposure en de kunstenaar kreeg een grote zwak voor de koers. Dat laatste heeft zelfs voor de nodig schilderijen gezorgd.
Zelf heb ik in 1988 nog over een paar beschilderde stroken gereden, maar de tijd heeft het kunstwerk volledig opgeslokt en de laatste verf is de laatste jaren verdwenen.

Foto: Mahjoub Ben Bella aan het werk op een van de stroken in de finale.

maandag 11 mei 2020

Pino Cerami: 1960

De Belgische Italiaan genoot een enorme populariteit. Vooral onder de Walen. Die moesten immers keer op keer toezien hoe maar weer een Vlaming met een grote vis ging lopen.
Cerami was geen heel groot kampioen, maar naast deze Parijs-Roubaix heeft hij ook Parijs-Brussel en de Waalse Pijl op z'n naam staan.
Een superknecht die prima als wisselkopman kon worden uitgespeeld.
Dat hem dat uitgesproken in de editie van Parijs-Roubaix van 1960 lukte is wel opmerkelijk.
We zitten immers in een periode van een aantal zeer grote kampioenen. Van Looy aast op z'n eerste Roubaix.
Andere Belgen die de bloemen ruiken zijn Fore, Desmet, De Bruyn, De Cabooter en Impanis om er maar een paar te noemen.
Van Looy was de week ervoor derde geworden in de Vlaamse hoogmis en het doel was duidelijk.
Maar er waren ook niet Belgen die als eerste in Roubaix op de poort van de wielerbaan wilde kloppen.
Tom Simpson was nog een broekie maar had op het wereldkampioenschap van het jaar daarvoor laten zien dat hij wat in z'n mars had. Hij belande daar net naast het podium en daardoor was hij alleen bij de echte kenners opgevallen.
We hadden verder de Louison Bobet. Aan het eind van z'n carrière maar winst in Roubaix gaat vaak gepaard met veel jaren ervaring. Cerami zou dat gaan bewijzen in deze editie.

Vanaf het begin was het volle bak. De renners hadden de laatste nieuwtjes nog niet uitgewisseld of de eerste ontsnappingen waren al een feit.
Geen knechten of renners van het tweede garnituur.
Toppers Bobet en Riviere kleuren het begin van de koers. Tot halfweg lijken ze zelfs een kans te maken op een bizar lange vlucht maar beide hebben hun kaart fors overspeeld.
Nadat ze zijn ingerekend volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Van Looy speelt een belangrijke rol maar zal het niet redden.
Ook Simpson geeft een show weg en op Youtube is nog steeds deze solo te bewonderen. Deze solo heeft in de Britse wielerhistorie een vooraanstaande status.
Tom is echter nog niet rijp genoeg en ook hij is een vogel voor de kat.

Er wordt de hele dag duivels hard gereden en het zou op een paar meter na de snelste Parijs-Roubaix worden.
Inmiddels worstelt Cerami zich lenig door de gevechten. Zonder druk want niemand verwacht grote dingen van de import Waal.
In de laatste plaats hijzelf en Pino koerst gewoon lekker mee. Steeds van voren.
Met minder dan een half uur koers weet hij samen met Sabbadini op kop te komen.

Met de huidige TV en multimedia had dat zeker een hoop grappen opgeleverd. Pino & Tino op kop in koningin van de klassiekers. Er zou zeker om gelachen worden, maar wie naar de snelheden keek zou helemaal niet lachen.
Met een verschroeiend tempo stormde de twee richting Roubaix. Geen van beide met een groot palmares.
Beide steeds in dienst van een kopman. Sterker...........beide in dienst van DEZELFDE kopman.
Nog een kwartier koers en wie moest dit gaan winnen? Gelukkig geen ploegleider die in verbinding staat met het hoofdkantoor.

De thriller wordt echter niet tot het maximale gedreven en in de bochtige finale is Cerami de coureur met net iets meer ervaring.
Voor Pino een "doorbraak" op twee weken van z'n veertigste verjaardag en nadien zou hij in een paar jaar nog een schitterende palmares bij elkaar rijden. Voor Tino was het echter "slechts" een tweede plaats en hij zou de rest van z'n carrière vooral knecht blijven.
Opmerkelijk is de derde plaats van Poblet. Tweede keer dat hij hier op het podium stond en tot de ereplaatsen van Flecha de enige Spanjaard die in Roubaix het podium wist te halen.

Na z'n actieve carrière kreeg Cerami een koers die naar hem is vernoemd de GP Cerami.

Podium 1960
1. Pino Cerami
2. Tino Sabbadini
3. Miguel Poblet

Deze Parijs-Roubaix was de eerste topklassieker die uitgezonden werd op de Franse TV. De beelden laten vooral de solo van Tom Simpson zien maar zijn van grote historische waarde.

<

zaterdag 9 mei 2020

Pavé

Natuurlijk denken we bij pavé direct aan de stenen in Noord Frankrijk.

Pavé heeft echter nog een paar betekenissen.

De belangrijkste zijn soorten kaas. Een groot aantal soorten kaas heeft pavé in de naam. Denk aan Pavé d’Auge, Pavé Blesois en Pave d'Affinois.
Meer eetbare pavé is brood. Het gaat doorgaans om brood ter grote van een kassei. Vaak zeer stoer brood wat vrij compact gebakken is.
Het begrip pavé wordt veel gebruik in namen van recepten waar een blok vis (zalm), vlees of taart wordt geserveerd.
Pavé au chocolat zal beslist van vele een favoriet zijn en een stuk beter te verteren dan de Noord Franse stenen.
Erg lekker - vooral voor liefhebbers van Tiramisu - is de Brazilian pave.

Een ander opmerkelijke pavé is de zetting van edelsteenjes. Hierbij wordt een bepaald oppervlak van een sieraad met steentje "geplaveid".

Pavé is natuurlijk een mooi krachtig woord, maar wij wielerliefhebbers kennen het natuurlijk vooral als die verduivelde stenen.

Vroeger werden heel veel belangrijke wegen waar zwaar verkeer over moest bestraat met kasseien. Zelfs tot de jaren 80 waren veel oude industriegebieden nog bestraat met kasseien.
Ook in Nederland zoals in het havengebied van Rotterdam.
Nu zijn het vooral in België en Noord Frankrijk nog wat kleine wegen die maar minimaal van belang zijn voor de infrastructuur.
De pavé is de afgelopen tientallen jaren echter wel enorm populair voor sierbestrating in tuinen en oprijlaantjes.

In ieder land worden ze natuurlijk weer anders genoemd. Hier de belangrijkste:

Frans: Pavé
Belgie: Kassei(en)
Nederland Kinderkopjes
Duitsland: Kopfsteinpflaster
Engeland: Cobblestones
In Spanje en Italie wordt in wielerkringen doorgaans pavé gebruikt.
Japans: 石畳

Tijdens commentaar bij wielerwedstrijden wordt ook gebruik gemaakt van "stenen" zoals in: "dames en heren we gaan de stenen weer op".
Eigenlijk vind ik dat een heel mooie uitdrukking: "we gaan de stenen weer op".
Dat klinkt als muziek in de oren en is een signaal om weer op het puntje van je stoel te gaan zitten.....

Foto: Hier een heel slechte strook met heel slechte pavés. De strook (Chemin de Bourghelles) wordt niet meer 
gebruikt in de koers. Einde van deze strook komt uit op het eindpunt van Carrefour de L'Abre.
 Voor wie een keer wil: aan de achterkant van het restaurant naar het noorden rijden.

vrijdag 8 mei 2020

Bordeaux-Parijs

Dit is een van de oudste klassiekers maar wordt helaas niet meer gehouden. Jammer want de koers had een aantal unieke elementen.
Om te beginnen was daar natuurlijk de finish in Parijs. Slechts weinig koersen hebben 86 keer hun finish in Parijs gehad. Uniek!
Dan de lengte van deze koers. Niet alle jaren was de koers even lang maar rond de 600 kilometer moesten de renners iedere keer wel wegtrappen.
Voor een eendagskoers een serieus stukje fietsen.
Om het de renners iets makkelijker te maken werden er halverwege de koers gangmakers ingezet.
In eerste instantie werd zo'n beetje alles gebruikt als gangmaker, maar toen de organisatie wat stabieler werd liet men alleen nog derny's toe.

Bordeaux-Parijs werd voor het eerst georganiseerd in 1891. Dat is vijf jaar eerder dan de eerste Parijs-Roubaix.
Toen Parijs-Roubaix voor het eerst georganiseerd werd was een van de doelstelling dat deze koers een voorbereidingswedstrijd zou worden voor Bordeaux-Parijs.
Uiteindelijk heeft het voorprogramma het hoofdprogramma ingehaald.

Daar waar een koers als Parijs-Roubaix door sommige wielerliefhebbers wordt afgedaan als een prehistorisch monster, is Bordeaux-Parijs met haar 600 kilometer op één dag natuurlijk echt niet meer van deze tijd.

Daarom stierf de koers een mooie dood en in 1988 werd deze voor het laatst gehouden.

Er zijn behoorlijk wat renners die beide koersen een keer hebben weten te winnen. Toch is het rijtje dat dat in één kalenderjaar heeft weten te doen relatief kort. Het voorprogramma winnen en daarna de hoofdschotel pakken - zoals de inrichters oorspronkelijk hadden bedacht - lukte uiteindelijk maar een zestal renners.

Maar wat een mooi rijtje!

Parijs-Roubaix & Bordeaux -Parijs in één jaar:
1901 Lucien Lesna
1903 Hippolyte Aucouturier
1919 Henri Pélissier
1927 Georges Ronsse
1932 Romain Gijssels
1969 Walter Godefroot

Foto: Jan Janssen is een van de de renners die zowel Bordeaux-Parijs (66) als 
Parijs-Roubaix wist te winnen. Niet in hetzelfde kalenderjaar, maar toch een unieke
 prestatie om beide zware koersen op je palmares te zetten.

donderdag 7 mei 2020

Camphin-en-Pévèle

1800 meter - 4 sterren

De strook is genoemd naar het gelijknamige dorp.  De strook komt aan de rand van het dorp uit en even na het dorp begint Carrefour de l'Arbre.

De strook van Camphin-en-Pévèle wordt ook wel Pavé de la Justice genoemd. Dit naar de officiële naam van de weg in het eerste gedeelte.
De strook heeft een L-vorm en ligt zeer slecht. Goed is te zien dat deze strook al op een groot aantal plaatsen is gerestaureerd, maar het aantal gaten is talrijk.
In het tweede deel na de bocht loopt de strook iets op en een klein rijtje bomen wat daar staat is de enige beschutting die je hier kan vinden.

 Foto: De ploeg van Dimension Data tijdens de Recon van 2018 halfweg Camphin-en-Pévèle.

Beschutting is nodig want op deze vlakte kan het aardig waaien en er staat eigenlijk altijd wel wind.
Tijdens de koers moet je hier van voren zitten want nu gaat het rap. Na deze zeer zware strook volgt direct Carrefour de L'Arbre en gelijk daarna Gruson.
Door de opeenvolging is het nauwelijks mogelijk om nog terug te komen als je hier een gaatje laat vallen.
De kasseien liggen zeer slecht en als het nat is dan is deze strook een groot blubberballet. Vooral het deel na de bocht. In het kantje rijden is dan niet zonder risico want de klei die hier ligt is dan spek en spekglad.

 Foto: Al dagen voor de koers staan er aan het eind van deze stroken tientallen campers.

Tijdens de koers is dit ook een populair verzamelpunt voor supporters. Sinds een aantal jaren mogen er op de laatste stroken geen campers direct langs de strook worden gezet.
Voor campers zijn er verzamelplaatsen ingericht. Een zeer grote verzamelplaats is de weg die bovenlangs deze strook loopt. In de dagen voor de koers verzamelen zich hier honderden campers. Sommige staan er al op maandag en zijn direct na de Ronde van Vlaanderen richting Noord Frankrijk gereisd.
Mocht je tijdens de koers bij een van de stroken met een camper willen gaan staan volg dan de aanwijzingen van de Gendarmerie en de borden die speciaal zijn geplaatst.

 Foto: Speciale borden om de vele campers in goede banen te begeleiden,

Veel supporters blijven niet op Camphin-en-Pévèle maar lopen een kilometer verder het parcours op, om op Carrefour de l'Arbre te gaan kijken.
Toch is de strook van Camphin-en-Pévèle meer dan de moeite waard. Vooral als je even na het bosje gaat staan en je de renners mooi kan zien aankomen.
Beslist met verbeten gezichten want de kwalificatie van vier sterren is helemaal terecht.

 Afbeelding: De strook begint bij de D93 waar de renners voor de grote boerenhoeve links af slaan.
Links boven is het eerste stukje van Carrefour De L'Arbre te zien. Stroken liggen dus zeer kort op elkaar.

woensdag 6 mei 2020

Vrouwen in Roubaix

Gister heeft de UCI de nieuw en zwaar ingedikte kalender bekend gemaakt. Uiteraard is er door de beperkte tijd voor veel koersen geen ruimte.
Diverse organisatoren hadden zelf die keuze al gemaakt en zien 2020 als een verloren jaar.

Of de nieuwe kalender reëel is zal de komende maanden blijken. Ondanks alle problemen die er nu in de wereld zijn heeft de UCI natuurlijk ook haar plicht om te kijken wat er mogelijk is als de lichten weer op groen gaan.,

We kunnen het afdoen met: "het is maar sport" .... "het is maar fietsen"
Laten we niet vergeten dat er tienduizenden mensen hun brood verdienen in deze industrie.
Renners, verzorgers, ploegleiders, journalisten, mecaniciens en fotografen.
Daarbovenop alle toeleveranciers en de extra consumptie die een koers in een regio veroorzaakt als deze er langs komt.

Het gaat om heel veel mensen die hier hun brood mee verdienen. Logisch dat de UCI dus met een nieuwe kalender is gekomen.
De haalbaarheid zal echter terecht door de politiek worden bepaald.
Toch is het goed dat er nu een kalender is waar ieder zijn plannen op kan baseren.

De nieuwe kalender voor vrouwen heeft wel een opmerkelijke vernieuwing. Dit jaar zal voor het eerst Parijs-Roubaix voor vrouwen worden gehouden.
Een mooie stap voor het dames wielrennen.
De vrouwen rijden op dezelfde dag als de profs hun editie namelijk op 25 oktober 2020

Wie begin dit jaar naar de Le Samyn heeft zitten kijken zal toch tot de conclusie zijn gekomen dat een aantal dames heel, heel erg goed over de stenen gaan.
Vooral onze landgenoten Chantal Blaak die begin dit jaar Le Samyn voor de derde keer wist te winnen.
Het is nog ruim 170 dagen voor er naar Roubaix gefietst gaat worden, maar voor mij is Chantal nu al topfavoriet.

Op de onderstaande video kan je zien hoe de dames de kasseien in Le Samyn 2020 verwerken. Terecht dat ze nu ook hun editie van Parijs-Roubaix krijgen!

dinsdag 5 mei 2020

25 oktober 2020

De UCI heeft vandaag de nieuwe kalender voor 2020 bekend gemaakt. Uiteraard is alles onder de voorwaarde dat op dat moment er geen beperkingen zijn door de Corona-crisis
Afgelopen weken werd er al veel gespeculeerd en bijna dagelijks was er een andere datum voor de klassiekers.

25 oktober 2020 is het geworden.

Voor de liefhebbers van Parijs-Roubaix betekend dat nog 173 nachtjes slapen.
Uiteraard hopen we dat het door kan gaan, maar niet zozeer voor de koers. Als er eind van de zomer en in de herfst weer gekoerst wordt bekend dat ook dat we de Corona-crisis op de juiste manier aan het bestrijden zijn.
Dat zou mooi zijn en niet alleen voor de wielersport.

Foto: De laatste echte strook die van Hem is recent op een aantal plaatsen flink opgeknapt. 
Zal 25 oktober hier de winnaar al bekend zijn, of krijgen we een sprint op de wielerbaan.

Zelf ben ik toevallig vorig jaar rond 25 oktober op het parcours wezen fietsen. Ik heb toen de laatste 50 kilometer van het parcours gefietst.
Op die dag (23 oktober) was het heerlijk weer om te fietsen, maar het kan eind oktober natuurlijk ook bar en boos zijn.
Een echt natte Parijs-Roubaix is al weer even terug. We hebben straks extra lang moeten wachten en het zou toch mooi zijn als we een goed natte editie krijgen.

Vingers gekruist zullen de Fransen zeggen.

Paul Maye: 1945

Een opmerkelijk editie want een groot deel van Europa staat nog in brand. De Duitsers hadden een paar maanden eerder via het Ardennenoffensief nog een laatste poging gedaan om de oorlog in hun voordeel te draaien.
Tussen half december 1944 en eind januari 1945 vond er in de Ardennen immers een verbeten en bloedige strijd plaats die we ook wel kennen onder de naam Battle of the Bulge.
Een strijd die het leven kost aan vele, vele jonge mannen. Enorme verliezen aan beide kanten.
Ook wordt er aan beide kanten een enorme hoeveelheid materiaal verwoest.
Materiaal wat opnieuw over lange transportlijnen moet worden aangevoerd en daarmee heeft de Slag om de Ardennen de oorlog aantoonbaar verlengd.

Na deze strijd is Parijs-Roubaix niet meer de enige klassieker met een zwaar oorlogsverleden. Het zal niet ieder opvallen, maar als de renners keren tijdens Luik-Bastenaken-Luik zijn daar genoeg markeringen zichtbaar aan deze gruwelijke strijd.
Toch zal er een paar maanden na de slag om de Ardennen een Luik-Bastenaken-Luik worden gereden evenals dat er in 1945 een Parijs-Roubaix wordt gereden.

In een ander artikel haal ik het ook al een keer aan. Wie nu terug kijkt in de geschiedenis zal dat vreemd of zelfs bizar vinden.
Maar bedenk dat Europa jaren onder het juk van de Nazi's zwaar gebukt was gegaan.
De mensen wilde leuke dingen. De mensen wilde vermaak. De mensen wilde vooral andere dingen dan oorlog.
De sympathieke Fransman Paul Maye zorgde voor dat vermaak. Over deze editie is niet heel veel te vinden anders dan een groep van zeven renners die om de zege moeten sprinten.
De kleine Maye is echt razendsnel en pakt zijn mooiste overwinning.

Maye had al een mooie erelijst met maar liefst vier nationale titels, waarvan één bij de amateurs en militairen en twee (1938 en 1943) bij de beroepsrenners.
Naast zijn overwinning in 1945 van Parijs-Roubaix wist Maye driemaal Parijs-Tours te winnen en is daarmee een van de vier recordhouders. De andere drie zijn Zabel, Danneels, en Reybrouck.

In zijn eerste jaar als prof won Maye twee etappes in de Tour en natuurlijk dacht de Franse pers de komende jaren een mooie rittenkaper te hebben.
Maye was echter niet graag van huis en het is bij die twee etappes gebleven. Maye nam zesmaal deel aan de Tour maar wist slechts één maal Parijs te halen.

Maye is een van de renners waarbij hun sportcarrière door het gruwelijke oorlogsgeweld werd onderbroken. Juist daarom is zijn erelijst er een om heel trots op te zijn.

Na 14 jaar als prof te hebben rondgereden hing Maye z'n fiets aan de wilgen. Toch bleef zijn hart de wielersport volgen. Zo heeft hij een tijd in een fietsenwinkel gewerkt en is hij geruime tijd ploegleider geweest.
Daarnaast heeft Maye een slijter gehad en is hij vertegenwoordiger geweest van speelautomaten die begin jaren 50 enorm in opkomst kwamen.
Een veelzijdig baasje en dat kwam nog extra tot uitdrukking door zijn optredens als zanger. Soms in een duet met een zangeres en soms solo. Het bezorgde hem de titel "La Plus Belle Voix Du Peloton".
Ook qua dames wist Maye wat hij wilde en trouwde kort voor de oorlog met een prachtig model en samen kregen ze een dochter.

Een kleurrijk persoon in een zwarte periode.

Podium 1945
1. Paul Maye
2. Lucien Teisseire
4. Kléber Piot

Foto: Paul Maye tijdens de Tour de France

maandag 4 mei 2020

De kassei trofee

Er is geen koers waar de winnaar zo'n aansprekende trofee krijgt als bij Parijs-Roubaix.
Ook nog eens een trofee die als geen ander het parcours uitbeeld.
Veel bekers en prijzen verdwijnen bij de meeste renners vrij snel naar zolder. De kassei staat echter bij de meeste in hun werkkamer of zelfs gewoon op de schoorsteenmantel.
Dit is met recht een kei van een trofee. De kasseien waar je als winnaar net je zweet, snot en wellicht ook wat bloed hebt achtergelaten krijg je er nu een mee naar huis.
De verduvelde stenen maar nu was jij de baas. De meeste winnaars hebben nauwelijks de kracht om na afloop de steen boven hun hoofd te tillen.
Iedere winnaar moet haar ook even kussen. Zacht en teder als een contrast tegenover de 7 gruwelijke uren die vooraf zijn gegaan.
De winnaar krijgt een echte kassei en sinds een paar jaar krijgen de nummers 2 en 3 een kleine kassei. 

Foto: In cafe Au Pave op het velodrome van Roubaix kan iedere wielertoerist 
heel even voelen hoe het is om de mooiste trofee te kussen.

De kassei als trofee is eind jaren 70 ingevoerd en zo hebben een heleboel winnaars geen kassei ontvangen.
De vereniging Les Amis de Paris-Roubaix stelt echter alles in het werk om alle nog levende winnaars alsnog van een kassei trofee te voorzien.
Het liefst halen ze tijdens de verschillende evenementen de ex-winnaars naar Roubaix om in een gepaste huldiging de kassei te overhandigen.
Dit gebeurd doorgaans bij evenementen voor wielertoeristen of meetings van Les Amis.

Foto: Ook voor de wielertoerist die de Helleklassieker voltooid is er een kassei. Kleiner dan de 
overwinningstrofee bij de profs natuurlijk, maar ieder gaat trots met het steentje naar huis.

Na de tragische dood van Franco Ballerini in februari 2010 is er een prijs uitgereikt voor de eerst aankomende Italiaan. Deze prijs is een iets kleinere kassei dan voor de winnaar. De naam van de prijs is Souvenir Franco Ballerini en werd in 2010 door Filippo Pozzato gewonnen.
Pozzato was op dat moment de regerende Italiaanse kampioen en fietste in de Italiaanse driekleur naar een zevende plek.
Voor zover we kunnen achterhalen is uitreiken van deze prijs helaas bij die ene keer gebleven.

zondag 3 mei 2020

Bos van Wallers Arenberg

2400 meter - 5 sterren

In de zestiger jaren was de asfaltmachine in Noord Frankrijk met een forse opmars bezig. Dat zorgde ervoor dat de organisatie op zoek moest naar alternatieven om toch voldoende kasseistroken in de koers te behouden.
Jean Stablinski - zelf een verdienstelijk coureur - werd op pad gestuurd om kasseistroken te scouten.
Het meesterwerk waar hij mee op de proppen kwam is de 2400 meter lange La Drève des Boules d'Hérin.
Een weg uit de oertijd in een sombere mijnstreek (sinds 1990 definitief gesloten) die dwars door een donker en vochtig bos loopt.
Een Bos dat doorgaans alleen bevolkt wordt met een enkele wandelaar of vogelspotter.
Terecht dat je hier niet met de auto mag rijden want het bos is een prachtig stuk natuurgebied dat ook valt onder het Franse Staatsbosbeheer.
De strook maakt sinds 1968 deel uit van Parijs-Roubaix.
Het begin van de strook is bij de spoorwegovergang aan de rand van Arenberg en het einde van de strook is bij de D40.

Foto: De hekken staan klaar voor de grote dag.

De strook loopt licht bergaf maar wie er fiets heeft echt niet het gevoel in het voordeel te zijn.
Tussen 1974 en 1983 kreeg de organisatie geen toestemming om de koers hier door te laten.
In 1999 en 2000 werd de strook van noord naar zuid "bergop" gereden.
Dit had alles te maken met de zware val van Johan Museeuw in 1998. Hierbij verloor Museeuw bijna z'n linker been.
Om het tempo in het bos te drukken werd er twee jaar in omgekeerde richting gereden.
Het beoogde effect zal minimaal geweest zijn want vanaf 2001 ging het gewoon weer vanaf de spoorwegovergang van Arenberg de stenen op.
In 2005 zat de mythische strook niet in het parcours wegens restauratie werkzaamheden.
Wie nu over de strook wandelt of fietst kan niet geloven dat 15 jaar geleden dit middeleeuws karrenspoor voor een kleine 300.000 Euro is gerestaureerd.

 Foto: Een wielertoerist verkent Het Bos in de herfst. Foto is genomen vanaf de vervallen treinbrug

Hoewel in een paar jaar tijd het bos een mythisch aanzien kreeg heeft de strook op de uitslag van de koers weinig effect.
Van hier is het nog bijna 100 kilometer naar Roubaix. Doorgaans volgen er nog 15-16 stroken met in totaal nog zo'n 30 kilometer kasseien.
Je kan in het bos echter wel de koers verliezen dus is het zaak om goed van voren te zitten.
Doorgaans is Haveluy (Pave Hinault) de voorgaande strook. Van daar naar het Bos van Wallers is het een kilometer of zeven.
Het voorste peloton legt dat in een moordend tempo af. In een verschroeiend tempo dendert het peloton naar de spoorwegovergang of daar de eindstreep is getrokken.
Als een dolle meute razen de renners door Arenberg. Nu is dat overigens geen dorp om aan sightseeing te doen.
De huizen zijn grauw van de mijnbouw, de luiken dicht en anders hangt er wel een vergrijsde vitrage.
Het ademt wel de sfeer uit dat deze omgeving alleen geschikt is voor de sterke jongens. Zij die kunnen overleven.
Overleven is het ook op het moment dat het peloton de overweg kruist.
Op dat moment zitten de meeste renners al lang op hun adem te trappen en om hun moeder te roepen.
Nu moet er 2400 van de meest gruwelijke kasseien worden overbrugt.
Zij die hier voor het eerst komen kunnen het nauwelijks geloven dat dit bestaat EN dat je hier moet koersen.


Foto: Voor de renners lijkt de strook oneindig.

Met stomweg bonken kom je er niet. Je zal op enige manier soepel moeten draaien.
Hier wordt het peloton fors uit elkaar getrokken.
De bezemwagen heeft het hier doorgaans ook erg druk. Vooral renners voor wie deze klassieker "een motje" is vinden het nu wel genoeg.
Ze hebben de kopmannen 150 kilometer op weg geholpen dus het is genoeg.
Zij die een kans op het podium maken trekken vooraan echter volle bak door.
Vol, vol, vol.
Onder de kanshebbers valt de schade doorgaans mee, maar de inspanning die je hier moet leveren gaat in de loop van de koers zwaar doorwegen.

Bij het oprijden van de strook staat een monument van "uitvinder" Jean Stablinski. Dat is een erg goeie keuze want geloof me................als dat monument aan het eind van de strook zou staan kwamen er heel wat verwensingen richting de goede man.
In de officiële koers-presentatie wordt voor deze strook de benaming Trouée d'Arenberg gebruikt. Daarom zie je in verslagen ook wel eens "de loopgraaf van Arenberg" staan.

Welke naam je ook gebruikt je zal hem altijd met respect uitspreken. Het Bos! Ja Het Bos van Wallers. Het Bos van Wallers Arenberg.

 Afbeelding: De strook begint rechtsonder even buiten Arenberg en loopt door tot de D40

zaterdag 2 mei 2020

Compiègne en haar trein

Deze historische stad ligt een kleine 100 kilometer ten noorden van Parijs. Sinds 1977 vormt Compiègne het decor voor de start van Parijs-Roubaix. Dit heeft alles te maken met de oprukkende asfaltmachines.
Het werd steeds moeilijker om het traditionele traject te handhaven en geschikte kasseistroken waren alleen nog te vinden ten oosten van Roubaix.
Hierdoor was het noodzakelijk om de start naar het Noorden te verplaatsen.
Een belangrijke stap was al eens gezet door de start naar Chantilly te verplaatsen. Deze overigens eveneens historische stad met het prachtige kasteel van Chantilly ligt 45 kilometer ten noorden van Parijs.
Om toch voldoende kasseien in het parcours te stoppen en binnen de grens van de 270 kilometer te blijven besloot de organisatie nog een keer op te kruipen richting het noorden.

Compiègne kan moeilijk als een flauw compromis worden gezien, want de stad heeft impliciet alles, maar dan ook alles met Parijs-Roubaix te maken.

De stad barst bijna uit haar voegen van de kerken, kastelen, statige panden en musea. Compiègne is een etappeplaats in de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella en massa aan historie komt hier samen.
Het Franse koningshuis (van Karel de vijfde tot Lodewijk XV) wist hier haar weg wel te vinden.
Opmerkelijk zijn de banden van Jeanne d'Arc die hier haar laatste campagne starten. Meer oorlog is te vinden in het museum la Figurine Historique met de Slag bij Waterloo in miniatuur soldaatjes.
De absolute link met Parijs-Roubaix vormt natuurlijk het Forêt de Compiègne met het indrukwekkende oorlogsmuseum.

Compiègne was in de Eerste Wereldoorlog het commandocentrum van de Franse troepen en en lag voor de hand dat hier de wapenstilstand werd getekend. Dat gebeurde op 11 november 1918 onder aanvoering van generaal Ferdinand Foch. Later werd Foch benoemd tot maarschalk van het Franse leger.
Het tekenen van de wapenstilstand vond plaats in een treinwagon van Wagon-Lits. Deze wagon heeft deel uitgemaakt van de legendarische Oriënt-Express. De vernedering voor de Duitsers was groot. De wapenstilstand betekende overigens wel het einde van deze oorlog.
Toch was de Franse generaal Foch niet erg optimistisch en hoewel hij vooral een theoreticus was prevelde hij de pijnlijke woorden: "Dit is geen vrede maar een wapenstilstand voor 20 jaar".
Hoewel de Duitsers hun munitie moesten inleveren, kregen ze door het onzorgvuldig afhandelen van deze oorlog eigenlijk genoeg munitie in handen om een volgde oorlog te starten.

Deze kwam er dan ook en toen in 1939 West Europa onder de voet werd gelopen, kwam Hitler hoogste persoonlijk naar Compiègne om de Franse op 22 juli 1940 te laten capituleren.
Nadat de Fransen de treinwagon een aantal jaren als trofee hadden rondgesjouwd was het nu de beurt aan de Duitsers.
Veel plezier hebben ze er niet van gehad en in 1945 is de houten bovenbouw (op bevel van Hitler?) vernietigd om een volgende vernedering in deze wagon te voorkomen.
Het metalen onderstel heeft de brand overleefd en heeft in Oost Duitsland een aantal jaren dienst gedaan al werktrein.
In Compiègne bevindt zich in het oorlogsmuseum een replica van de treinwagon.

Of veel renners zich realiseren dat ze met hun rit van Van Compiègne naar Roubaix zo'n historisch reis maken laat zich wel raden. Renners zullen vooral bezig zijn of ze niet lek rijden, of de materiaalwagen in de buurt is, of ploegmaten niet vallen en of de regen wacht tot maandag.

Toch heeft Parijs-Roubaix haar naam te danken aan een oorlog die door de Fransen vanuit Compiègne werd gevoerd en waar uiteindelijk ook de wapenstilstand van die oorlog werd getekend.
Enkele maanden na het tekenen van de wapenstilstand in 1918 werden de renners al door de slagvelden gejaagd en dat moet toch een bizarre metafoor zijn geweest voor soldaten die uit hun loopgraaf richting vijand werden gestuurd.

De volgende dag in de kranten werd dan ook voor het eerst de term "De Hel Van Het Noorden" gebruikt. Het slagveld was voor de meeste gewone burgers tot dat moment onzichtbaar gebleven. Maar nu was het gewezen slagveld het decors voor de renners en je hoefde geen groot voorstellingsvermogen te hebben om je te realiseren wat een gruwelijkheden hier hadden plaatsgevonden.

De start van Parijs-Roubaix wordt gehouden bij het kasteel van Compiègne. In het kasteel is een museum met onder andere een uitvoerige collectie oude fietsen.

Foto: Het legendarische rijtuig van Wagon Lits wat uiteindelijk eindigde als werktrein in Oost Duitsland.
Compiègne is een stad die om meer redenen meer dan de moeite waard is om eens te bezoeken.