Persoonlijk vind ik het erg leuk om aan evenementen voor wielertoeristen deel te nemen. Zeker als ze gerelateerd zijn aan Parijs-Roubaix.
De toereditie van Velo Club Roubaix, de Challenge, de Superklassieker zijn de meest opvallende evenementen voor wielertoeristen. Daarnaast zijn er kleinere evenementen en natuurlijk de tochten speciaal voor de MTB.
Wie het een beetje uitkient kan zomaar 6-8 keer per jaar op het parcours van Parijs-Roubaix deelnemen aan een evenement.
Toch zijn er wielertoeristen die er de voorkeur aan geven om buiten deze evenementen om een tocht te maken. Vroeger ging dat met een kaart en briefjes op je stuur.
Tegenwoordig zijn de GPS apparaatjes zo klein dat deze makkelijk op een stuur passen. Ideaale hulpmiddelen om zelf een dag uit te kiezen wanneer het jouw uitkomt.
Zelf fiets ik ieder jaar wel een paar keer op het parcours van Parijs-Roubaix op een doordeweekse dag. Je zult versteld staan op welke rust je getrakteerd wordt.
Een schril contrast met de hectiek van de koers met krakende wielen, schreeuwende renners, gillend publiek, toeterende ploegleiders en oorverdovende helikopters.
Een woensdag in "De Hel" kan een heerlijke ervaring zijn. Vooral het stuk tussen Arenberg en Roubaix is daar uitermate geschikt voor.
De rust van het bos op een gewone dag in de week is werkelijk uniek. In het stuk tussen Arenberg en Roubaix zitten ook de meest bijzondere locaties.
Ook glooiende passages van Pevele en even buiten Cysoing zijn een genot om op een rustige dag te doen.
Zelf zet ik de auto meestal in Hem en fiets dan over de kortste weg tegen het parcours in. Omdat het parcours erg slingert hoef je maar een uur te fietsen om 60 kilometer van het parcours op de terugweg te pakken.
Fiets je een kleine twee uur tegen het parcours in kan je daarna alles vanaf Arenberg tot de wielerbaan pakken. Je komt dan totaal aan een rit van 140 kilometer.
Het barst op de route niet van de pannenkoekhuizen en het is wel handig om een koffiestop echt te plannen. Doe je de laatste 100 kilometer van het parcours dan zijn met namen de plaatsjes Orchies en Cysoing erg geschikt voor een koffiestop.
Unieke cafeetjes met al even unieke Nordisten. Verwacht geen hoogdravende lekkernijen maar ze zijn wel gewend om wielertoeristen te ontvangen. Geheel tegen de wat desolate sfeer in blijken Nordisten ook nog eens zeer gastvrije mensen te zijn.
Het parcours met al z'n markante punten en de unieke stadjes maken het zeker de moeite waard om er eens een vrije dag aan te besteden.
De wielerbaan is doorgaans open om ook daar een rondje te rijden.
Op het web heb ik een aantal routes gevonden die erg geschikt zijn om zelf op avontuur te gaan:
Paris-Roubaix laatste 120km (Routeyou)
2010 Parijs-Roubaix 266km (Routeyou)
Mini "Parijs-Roubaix" (Routeyou)
Route Paris-Roubaix Jedermann 2013 (Bikemap)
Route Paris Roubaix Challenge 2011 (Bikemap)
Paris Roubaix Cyclo 120 KM - 2012 (ridewithgp)
Parijs-Roubaix Van Summeren 2011 (Garmin Connect)
Paris-Roubaix (Bikely)
Kaart met kasseistroken:
Kasseistroken Parijs Roubaix weergeven op een grotere kaart
vrijdag 8 maart 2013
woensdag 6 maart 2013
Muziek van Ben Delvalle
Ook muzikanten laten zich inspireren door Parijs-Roubaix. Dat wil niet zeggen dat ieder daar net zo enthousiast over zal zijn als over de koers.
Het is geen afzichtelijk werkje maar ook niet een alledaags commercieel deuntje wat Ben Delvalle gemaakt heeft.
Zelf ontdek ik niet direct de link met Parijs-Roubaix. Ik verwacht dan eerder wat bombastisch Rachmaninov of een hard rock band die op zoek is naar de "the hardest riff on earth".
Toch een leuk verschijnsel en wie het wil weten klikt op play: Paris Roubaix
Het is geen afzichtelijk werkje maar ook niet een alledaags commercieel deuntje wat Ben Delvalle gemaakt heeft.
Zelf ontdek ik niet direct de link met Parijs-Roubaix. Ik verwacht dan eerder wat bombastisch Rachmaninov of een hard rock band die op zoek is naar de "the hardest riff on earth".
Toch een leuk verschijnsel en wie het wil weten klikt op play: Paris Roubaix
maandag 4 maart 2013
Klassiekerbrevet 2.0
Het Klassiekerbrevet is bedoeld om wielertoeristen te stimuleren alle klassiekers minimaal één keer te fietsen.
Het wordt georganiseerd door Le Champion. Omdat Parijs-Roubaix een onderdeel vormt van dit brevet ben ik hier vorig jaar zeer uitvoerig op ingegaan.
Zie: Klassiekerbrevet (12 maart 2012)
In mijn analyse geef ik duidelijk aan dat het brevet nog steeds waarde heeft, maar door een aantal ontwikkelingen wat achterloopt.
De organiseerde club Le Champion laat zien over voldoende veerkracht te beschikken en heeft een deel van het brevet flexibel gemaakt.
Een prima keuze en sluit 1 op 1 aan bij wat ik vorig jaar voor mogelijke oplossing heb aangedragen.
De nieuwe weg zal natuurlijk een beetje zoeken zijn maar een zeer belangrijke stap is gezet.
Om de moderne weg die ingeslagen is te onderstrepen heeft Le Champion tevens een Facebookpagina voor het brevet gemaakt. Prima ontwikkelingen en een uitstekende manier om met de deelnemers te communiceren.
Facebookpagina Klassiekerbrevet
Website Le Champion
Ik ben er zo enthousiast over dat ik misschien wel voor een tweede bordje ga!

Foto: De trofee blijft voorlopig nog dezelfde alleen bij een zevental klassieker heeft de rijder nu een "vrije" keuze.
Het wordt georganiseerd door Le Champion. Omdat Parijs-Roubaix een onderdeel vormt van dit brevet ben ik hier vorig jaar zeer uitvoerig op ingegaan.
Zie: Klassiekerbrevet (12 maart 2012)
In mijn analyse geef ik duidelijk aan dat het brevet nog steeds waarde heeft, maar door een aantal ontwikkelingen wat achterloopt.
De organiseerde club Le Champion laat zien over voldoende veerkracht te beschikken en heeft een deel van het brevet flexibel gemaakt.
Een prima keuze en sluit 1 op 1 aan bij wat ik vorig jaar voor mogelijke oplossing heb aangedragen.
De nieuwe weg zal natuurlijk een beetje zoeken zijn maar een zeer belangrijke stap is gezet.
Om de moderne weg die ingeslagen is te onderstrepen heeft Le Champion tevens een Facebookpagina voor het brevet gemaakt. Prima ontwikkelingen en een uitstekende manier om met de deelnemers te communiceren.
Facebookpagina Klassiekerbrevet
Website Le Champion
Ik ben er zo enthousiast over dat ik misschien wel voor een tweede bordje ga!

Foto: De trofee blijft voorlopig nog dezelfde alleen bij een zevental klassieker heeft de rijder nu een "vrije" keuze.
zondag 3 maart 2013
Strade Bianche 2013
Deze koers werd voor het eerst in het najaar van 2007 georganiseerd en heeft in korte tijd een enorm populariteit bereikt.
Zowel bij renners, fans al bij de pers.
De koers is afgeleid van L'Eroica wat een evenement is voor wielertoeristen. Het evenement kenmerkt zich door het gebruik van historische fietsen en van historische wegen.
Deze wegen bestaan uit aangestampte klei met een laag split. De zeer lichte kleur heeft de wegen de bijnaam Strade Bianche gegeven.
Net als bij Parijs-Roubaix bevat de koers dus stroken met slechte wegen. Strade Bianche minder lastig dan zware kasseien maar in Toscane is geen meter vlak.
De combi van slechte wegen en steile beklimmingen geeft deze koers haar unieke karakter.
Strikt genomen zal in een koers als deze een renner domineren die zowel in Luik-Bastenaken-Luik als in Parijs-Roubaix het goed zal doen.
Strikt genomen misschien wel de meest complete klassieker renners zullen deze erelijst gaan vullen.
Cancelarra heeft zowel deze koers als Parijs-Roubaix tweemaal gewonnen en de organisatie van Strade Bianche ziet de koers ook graag onder de naam "De Hel van het Zuiden" door het leven gaan.
De koers is verhuisd naar het voorjaar en zal voor veel renners net te vroeg komen. Toch zijn er genoeg renners die zorgen dat ze in optimale conditie aan de start staan.
Dit is immers een erelijst waar je je naam wel op kwijt wil.
De editie van 2013 werd gekenmerkt door een lange vlucht. Een paar renners blijven in de finale over en op 10 kilometer hebben we nog twee vluchters: Belkov van Kathusa en Schar van BMC. Ze worden achtervolgd door het huo Moreno Moser (Cannondale) en Saramontis (IAM).
Kort daarachter zit een groep achtervolgers met kanshebbers als Sagan en Cancellara.
Sagan is de ploegmaat van Moser dus springt op alles wat zich maar beweegt.
Toch doet Cancellara een verwoede poging om naar een derde zege te snelle.
Dat lukt hem niet en dat heeft alles te maken met de ijzersterke Moser. Deze komt met Saramontis bij de koplopers en laat de drie even verder voor wat ze zijn.
Moreno snelt door de steile straten van Siena naar een prachtige overwinning.
Ploegmaat Sagan weet nog knap beslag te leggen op een tweede plaats.
Het lukt Cancellara net niet op het podium te komen en de derde plaats is voor Nocentini.
Moreno Moser is een neef van Francesco Moser en hopelijk krijgt hij ook nog wat tips voor Parijs-Roubaix. De jonge knaap doet het goed op slechte wegen maar ga niet gek staan te kijken als deze gast het vooral goed gaat doen in Amstel Gold, Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl.
Opmerkelijk gisteren was de prestatie van Tom Jelte Slagter. Wie herinnerd zich niet de zware valpartij van Slagter in de Giro van 2011 op de strade bianche. Dit was kort na het gruwelijke drama van Wouter Weylandt.
Ieder stond toen (te) snaar strak, maar de val val Slagter mag niet gebagatelliseerd worden. Een hersenschudding en een gebroken oogkas zorgde dat Slagter lange tijd aan de kant stond.
Dit jaar heeft hij met een uitstekende prestatie in Tour Down Under laten zien weer helemaal de oude te zijn.
Een prachtige koers en voor 7 april wanneer Parijs-Roubaix wordt gehouden kunnen we nu al zien dat Cancellara er toch weer een mooi voorjaar van gaat maken.
De laatste 10 kilometer op Youtube met commentaar van de BRT:
Zelf heb ik vijf keer deelgenomen aan L'Eroica. Tussen 2008 en 2012 heb ik vijf keer de lange editie van 205 kilometer gereden.
Prachtige avonturen maar het evenement is de laatste twee jaar enorme uit de hand gelopen.
Sinds twee jaar is het nodig om het aantal deelnemers te beperken. Handelaren met hun kleedjes met oude fietsonderdelen maken plaats voor professionele stands en de merchandise rond het gebeuren is een bedrijfstak op zich.
Neemt niet weg dat het een uniek feit is dat een koers voor profwielrenners is afgeleid van een evenement voor wielertoeristen.
Een evenement wat - ondanks de commerciële ontwikkeling - nog steeds dik de moeite is om als wielertoerist toch één keer aan deel te nemen.
Bedenk wel dat je als wielertoerist in de 209 kilometer ruim het dubbele aan stroken krijgt als in de editie voor profs.

Foto: Passage op Monte Sante Marie. De zwaarste strook in het parcours.
Zowel bij renners, fans al bij de pers.
De koers is afgeleid van L'Eroica wat een evenement is voor wielertoeristen. Het evenement kenmerkt zich door het gebruik van historische fietsen en van historische wegen.
Deze wegen bestaan uit aangestampte klei met een laag split. De zeer lichte kleur heeft de wegen de bijnaam Strade Bianche gegeven.
Net als bij Parijs-Roubaix bevat de koers dus stroken met slechte wegen. Strade Bianche minder lastig dan zware kasseien maar in Toscane is geen meter vlak.
De combi van slechte wegen en steile beklimmingen geeft deze koers haar unieke karakter.
Strikt genomen zal in een koers als deze een renner domineren die zowel in Luik-Bastenaken-Luik als in Parijs-Roubaix het goed zal doen.
Strikt genomen misschien wel de meest complete klassieker renners zullen deze erelijst gaan vullen.
Cancelarra heeft zowel deze koers als Parijs-Roubaix tweemaal gewonnen en de organisatie van Strade Bianche ziet de koers ook graag onder de naam "De Hel van het Zuiden" door het leven gaan.
De koers is verhuisd naar het voorjaar en zal voor veel renners net te vroeg komen. Toch zijn er genoeg renners die zorgen dat ze in optimale conditie aan de start staan.
Dit is immers een erelijst waar je je naam wel op kwijt wil.
De editie van 2013 werd gekenmerkt door een lange vlucht. Een paar renners blijven in de finale over en op 10 kilometer hebben we nog twee vluchters: Belkov van Kathusa en Schar van BMC. Ze worden achtervolgd door het huo Moreno Moser (Cannondale) en Saramontis (IAM).
Kort daarachter zit een groep achtervolgers met kanshebbers als Sagan en Cancellara.
Sagan is de ploegmaat van Moser dus springt op alles wat zich maar beweegt.
Toch doet Cancellara een verwoede poging om naar een derde zege te snelle.
Dat lukt hem niet en dat heeft alles te maken met de ijzersterke Moser. Deze komt met Saramontis bij de koplopers en laat de drie even verder voor wat ze zijn.
Moreno snelt door de steile straten van Siena naar een prachtige overwinning.
Ploegmaat Sagan weet nog knap beslag te leggen op een tweede plaats.
Het lukt Cancellara net niet op het podium te komen en de derde plaats is voor Nocentini.
Moreno Moser is een neef van Francesco Moser en hopelijk krijgt hij ook nog wat tips voor Parijs-Roubaix. De jonge knaap doet het goed op slechte wegen maar ga niet gek staan te kijken als deze gast het vooral goed gaat doen in Amstel Gold, Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl.
Opmerkelijk gisteren was de prestatie van Tom Jelte Slagter. Wie herinnerd zich niet de zware valpartij van Slagter in de Giro van 2011 op de strade bianche. Dit was kort na het gruwelijke drama van Wouter Weylandt.
Ieder stond toen (te) snaar strak, maar de val val Slagter mag niet gebagatelliseerd worden. Een hersenschudding en een gebroken oogkas zorgde dat Slagter lange tijd aan de kant stond.
Dit jaar heeft hij met een uitstekende prestatie in Tour Down Under laten zien weer helemaal de oude te zijn.
Een prachtige koers en voor 7 april wanneer Parijs-Roubaix wordt gehouden kunnen we nu al zien dat Cancellara er toch weer een mooi voorjaar van gaat maken.
De laatste 10 kilometer op Youtube met commentaar van de BRT:
Zelf heb ik vijf keer deelgenomen aan L'Eroica. Tussen 2008 en 2012 heb ik vijf keer de lange editie van 205 kilometer gereden.
Prachtige avonturen maar het evenement is de laatste twee jaar enorme uit de hand gelopen.
Sinds twee jaar is het nodig om het aantal deelnemers te beperken. Handelaren met hun kleedjes met oude fietsonderdelen maken plaats voor professionele stands en de merchandise rond het gebeuren is een bedrijfstak op zich.
Neemt niet weg dat het een uniek feit is dat een koers voor profwielrenners is afgeleid van een evenement voor wielertoeristen.
Een evenement wat - ondanks de commerciële ontwikkeling - nog steeds dik de moeite is om als wielertoerist toch één keer aan deel te nemen.
Bedenk wel dat je als wielertoerist in de 209 kilometer ruim het dubbele aan stroken krijgt als in de editie voor profs.

Foto: Passage op Monte Sante Marie. De zwaarste strook in het parcours.
zaterdag 2 maart 2013
Les Amis de Paris Roubaix
De profkoers Parijs-Roubaix wordt georganiseerd door de ASO. Dat is zeg maar dezelfde organisatie als van de Tour de France.
Zij doen de inschrijving, de accreditatie van de pers, de sponsoring, de contacten met de UCI, vergunningen en politie. Ook het parcours en in dit geval is daar Jean-François Pescheux voor verantwoordelijk.
Parcours is hoe de route loopt en geeft geen garantie voor de kwaliteit van het wegdek.
Dit is een verantwoordelijkheid van de plaatselijke overheid.
Bij alle andere koersen gaat dat prima omdat de wegen die gebruikt worden deel uit maken van de normale infrastructuur.
Bij Parijs-Roubaix ligt dat anders. Op een enkele kasseistrook na zijn alle stroken geen onderdeel van een dagelijkse infrastructuur.
Gruson en Hem zijn voorbeelden van kasseistroken die door het dagelijks verkeer worden gebruikt. Het Bos van Wallers is een voorbeeld van een strook die nooit wordt gebruikt. Sterker dit is een natuurgebied waar het verboden is om met gemotoriseerd verkeer te rijden. Alleen voor Parijs-Roubaix wordt een uitzondering gemaakt.
Een groot aantal kasseistroken valt daardoor buiten de boot als het om onderhoud gaat.
Nu zal je denken dat je juist niet wilt dat stroken onderhouden worden maar zo simpel is het niet. Stroken gaan snel achteruit als er niets aan gebeurt.
Het laatste stuk van de strook van Pont Thilbault was een paar jaar geleden zo ver weggezakt dat de organisatie het risico liep deze strook te verliezen.
Stroken moeten zodanig worden onderhouden dat ze steeds net goed genoeg zijn om goedgekeurd te worden voor de koers.
Daarnaast moeten stroken die deel uitmaken van de dagelijks infrastructuur van dusdanige kwaliteit zijn dat de doorsnee (in Le Nord gelden wel wat andere normen) burger er zich niet aan gaat ergeren. Anders komt de asfaltmachine eraan!
Om de kasseistroken op het juiste niveau te houden is er een vereniging opgericht met de mooie naam Les Amis de Paris-Roubaix.
Zij waken over het parcours. Zowel het parcours wat al jaren wordt gevolgd als over een groot aantal reserve stroken.
Deze reserve stroken zijn vaak in een erg slechte staat maar kunnen als alternatief worden opgelapt zodra een andere strook wordt geasfalteerd.
Een voorbeeld is Chemin de Bourghelles. Deze strook loopt van onder Carrefour de L’Arbre tot boven Gruson.
Mocht de strook van Gruson worden geasfalteerd kan deze gruwelijke Chemin worden opgeknapt. Klei van de kasseien af en de grootste gaten repareren en er is weer een prachtige vijf sterren strook in de finale.
Jaarlijks maakt Les Amis een onderhoudsplan. Leerling stratenmakers en leden van de club worden ingezet om de werkzaamheden uit te voeren.
Als groot fan van de Koningin der klassiekers ben ik natuurlijk al een aantal jaren lid van deze vereniging. Naast een betrokken gevoel heeft dat ook al een aantal leuke contacten opgeleverd.
Overigens kan ik de liefhebbers van echte slechte stroken aanraden eens wat van die reserve stroken te rijden.
Smullen voor de kassei-virtuoos en Carrefour de L’Arbre en het Bos van Wallers plaats je dan ineens in een ander perspectief.
Tijdens de MTB versie van Parijs-Roubaix worden een aantal van deze reserve stroken aangedaan. Smullen! Ze zijn echter in de huidige staat te gevaarlijk om een koersend peloton over te laten denderen.
Naast het onderhoud van het parcours zorgt Les Amis voor promotie voor Parijs-Roubaix.
Ook zorgt zij dat oud winnaars een kassei-trofee krijgen die gewonnen hebben in de periode dat ritueel nog niet bestond.
Meestal vind deze uitreiking plaats op een ronde een evenement.
Les Amis doet dus mooi werk, maar of alle renners dat ook zo zien is nog maar de vraag.........
Zij doen de inschrijving, de accreditatie van de pers, de sponsoring, de contacten met de UCI, vergunningen en politie. Ook het parcours en in dit geval is daar Jean-François Pescheux voor verantwoordelijk.
Parcours is hoe de route loopt en geeft geen garantie voor de kwaliteit van het wegdek.
Dit is een verantwoordelijkheid van de plaatselijke overheid.
Bij alle andere koersen gaat dat prima omdat de wegen die gebruikt worden deel uit maken van de normale infrastructuur.
Bij Parijs-Roubaix ligt dat anders. Op een enkele kasseistrook na zijn alle stroken geen onderdeel van een dagelijkse infrastructuur.
Gruson en Hem zijn voorbeelden van kasseistroken die door het dagelijks verkeer worden gebruikt. Het Bos van Wallers is een voorbeeld van een strook die nooit wordt gebruikt. Sterker dit is een natuurgebied waar het verboden is om met gemotoriseerd verkeer te rijden. Alleen voor Parijs-Roubaix wordt een uitzondering gemaakt.
Een groot aantal kasseistroken valt daardoor buiten de boot als het om onderhoud gaat.
Nu zal je denken dat je juist niet wilt dat stroken onderhouden worden maar zo simpel is het niet. Stroken gaan snel achteruit als er niets aan gebeurt.

Foto: Jaarlijks krijgen de leden van de club een diploma met daarop de winnaar van de editie van dat jaar.
Het laatste stuk van de strook van Pont Thilbault was een paar jaar geleden zo ver weggezakt dat de organisatie het risico liep deze strook te verliezen.
Stroken moeten zodanig worden onderhouden dat ze steeds net goed genoeg zijn om goedgekeurd te worden voor de koers.
Daarnaast moeten stroken die deel uitmaken van de dagelijks infrastructuur van dusdanige kwaliteit zijn dat de doorsnee (in Le Nord gelden wel wat andere normen) burger er zich niet aan gaat ergeren. Anders komt de asfaltmachine eraan!
Om de kasseistroken op het juiste niveau te houden is er een vereniging opgericht met de mooie naam Les Amis de Paris-Roubaix.
Zij waken over het parcours. Zowel het parcours wat al jaren wordt gevolgd als over een groot aantal reserve stroken.
Deze reserve stroken zijn vaak in een erg slechte staat maar kunnen als alternatief worden opgelapt zodra een andere strook wordt geasfalteerd.
Een voorbeeld is Chemin de Bourghelles. Deze strook loopt van onder Carrefour de L’Arbre tot boven Gruson.
Mocht de strook van Gruson worden geasfalteerd kan deze gruwelijke Chemin worden opgeknapt. Klei van de kasseien af en de grootste gaten repareren en er is weer een prachtige vijf sterren strook in de finale.
Jaarlijks maakt Les Amis een onderhoudsplan. Leerling stratenmakers en leden van de club worden ingezet om de werkzaamheden uit te voeren.

Foto: Le Haut du Pavé is het clubblad dat een aantal keer per jaar door Le Amis wordt uitgegeven.
Aandacht voor herstelwerkzaamheden maar ook boeiende historische achtergronden.
Als groot fan van de Koningin der klassiekers ben ik natuurlijk al een aantal jaren lid van deze vereniging. Naast een betrokken gevoel heeft dat ook al een aantal leuke contacten opgeleverd.
Overigens kan ik de liefhebbers van echte slechte stroken aanraden eens wat van die reserve stroken te rijden.
Smullen voor de kassei-virtuoos en Carrefour de L’Arbre en het Bos van Wallers plaats je dan ineens in een ander perspectief.
Tijdens de MTB versie van Parijs-Roubaix worden een aantal van deze reserve stroken aangedaan. Smullen! Ze zijn echter in de huidige staat te gevaarlijk om een koersend peloton over te laten denderen.
Naast het onderhoud van het parcours zorgt Les Amis voor promotie voor Parijs-Roubaix.
Ook zorgt zij dat oud winnaars een kassei-trofee krijgen die gewonnen hebben in de periode dat ritueel nog niet bestond.
Meestal vind deze uitreiking plaats op een ronde een evenement.
Les Amis doet dus mooi werk, maar of alle renners dat ook zo zien is nog maar de vraag.........
vrijdag 1 maart 2013
Gemiddelde snelheid
Opmerkelijk is het record van Peter Post al vele jaren stand houdt. Natuurlijk was het parcours in die jaar meer in rechte lijn. Er lagen minder slechte stroken in die editie en de wind zal behoorlijk in de rug hebben geblazen.
Toch gingen edities in die jaren over de echte Mons en Pévèle om maar wat te noemen en een flauw koersje is Parijs-Roubaix natuurlijk nooit geweest.
We zien ook dat Parijs-Roubaix de laatste 25 jaar iets meer een tactische koers aan het worden is. Dat heeft doorgaans een negatief effect op de gemiddelde snelheid.
De laatste snelheid werd gehaald in het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog. Niet zo gek want de wegen waren erbarmelijk slecht.
Of op korte termijn het record van Post gaat sneuvelen? Boonen zat er vorig jaar toch een kleine twee kilometer onder en we kunnen toch moeilijk stellen dat hij er geen vaart in had.
Met het huidige parcours zal het lastig zijn om Post van de eerste plaats te stoten.
Jaar Winnaar Tijd KM Gem
1964 Peter Post 5:52:19 265 45,129
1948 Rik van Steenbergen 5:35:31 246 43,612
1960 Pino Cerami 6:01:45 262 43,538
1953 Germain Derycke 5:39:19 245 43,522
2012 Tom Boonen 5:55:22 259 43,476
2008 Tom Boonen 5:58:42 259 43,406
1996 Johan Museeuw 6:05:00 262 43,310
1980 Francesco Moser 6:07:28 264 43,106
1959 Noël Foré 6:08:20 262 42,760
2006 Fabian Cancellara 6:07:54 259 42,239
2007 Stuart O'Grady 6:09:07 259 42,181
2003 Peter Van Petegem 6:11:35 261 42,143
2011 Johan Van Summeren 6:07:28 258 42,126
1971 Roger Rosiers 6:17:53 265 42,108
1952 Rik van Steenbergen 5:50:31 245 41,938
1965 Rik van Looy 6:23:32 267 41,847
1956 Louison Bobet 6:01:26 252 41,831
1943 Marcel Kint 6:01:32 250 41,822
1961 Rik van Looy 6:19:08 263 41,700
1993 Gil. Duclos-Lassalle 6:25:20 267 41,652
1970 Eddy Merckx 6:23:15 266 41,644
1992 Gil. Duclos-Lassalle 6:26:56 267 41,480
2009 Tom Boonen 6:15:53 259 41,340
1995 Franco Ballerini 6:27:08 266 41,303
1979 Francesco Moser 6:17:28 264 41,010
1981 Bernard Hinault 6:26:07 263 40,868
1976 Marc DeMeyer 6:37:41 270 40,811
1955 Jean Forestier 6:06:42 249 40,741
1999 Andrea Tafi 6:44:15 273 40,519
1977 Roger de Vlaeminck 6:11:26 250 40,464
1975 Roger de Vlaeminck 6:52:04 277 40,406
1951 Antonio Bevilacqua 6:07:14 247 40,355
1988 Dirk de Mol 6:34:18 266 40,324
1983 Hennie Kuiper 6:47:51 274 40,308
2000 Johan Museeuw 6:47:00 273 40,172
1997 Frédéric Guesdon 6:38:10 267 40,159
2005 Tom Boonen 6:29:38 259 40,101
1944 Maurice De Simpelaere 6:09:57 246 39,897
1947 Georges Claes 6:10:34 246 39,831
1986 Sean Kelly 6:48:23 268 39,374
1949 André Mahé-S. Coppi 6:11:59 244 39,356
2010 Fabian Cancellara 6:35:10 259 39,325
2002 Johan Museeuw 6:39:08 261 39,235
1989 Jean-Marie Wampers 6:46:45 265 39,164
1950 Fausto Coppi 6:18:48 247 39,123
2004 Magnus Backstedt 6:40:26 261 39,107
1969 Walter Godefroot 6:46:47 264 38,939
1998 Franco Ballerini 6:55:16 266 38,505
1962 Rik van Looy 6:43:57 258 38,321
2001 Servais Knaven 6:45:00 255 37,703
1963 Emile Daems 7:03:33 266 37,681
1974 Roger de Vlaeminck 7:17:26 274 37,567
1966 Felice Gimondi 6:59:26 263 37,546
1935 Gaston Rebry 6:40:57 262 37,363
1900 Emile Bouhours 7:10:30 268 37,352
1991 Marc Madiot 7:08:19 266 37,332
1932 Romain Gijssels 6:49:58 255 37,320
1987 Eric Vanderaerden 7:18:03 264 36,982
1967 Jan Janssen 7:08:31 263 36,824
1982 Jan Raas 7:21:50 270 36,733
1972 Roger de Vlaeminck 7:24:05 272 36,709
1968 Eddy Merckx 7:09:26 262 36,606
1978 Francesco Moser 7:12:24 263 36,494
1931 Gaston Rebry 7:01:00 256 36,440
1973 Eddy Merckx 7:28:43 272 36,370
1994 Andrei Tchmil 7:28:02 270 36,160
1936 Georges Speicher 7:15:01 262 36,137
1985 Marc Madiot 7:21:10 265 36,109
1984 Sean Kelly 7:31:35 265 36,074
1939 Emile Masson 7:17:30 262 35,934
1926 Julien Delbecque 7:34:42 270 35,630
1954 Raymond Impanis 6:54:43 246 35,590
1933 Sylvère Maes 6:59:00 255 35,523
1913 François Faber 7:30:00 265 35,333
1937 Jules Rossi 7:17:57 255 34,935
1990 Eddy Planckaert 7:37:02 265 34,855
1957 Fred de Bruyne 7:15:19 253 34,738
1946 Georges Claes 7:13:25 246 34,055
1922 Albert Dejonghe 7:47:00 262 33,660
1928 André Leducq 7:44:20 260 33,600
1958 Léon van Daele 8:04:41 269 33,300
1905 Louis Trousselier 8:04:15 268 33,206
1898 Maurice Garin 8:13:15 268 32,599
1904 Hippolyte Aucouturier 8:15:00 268 32,518
1934 Gaston Rebry 7:52:07 255 32,415
1899 Albert Champion 8:22:52 268 31,976
1930 Julien Vervaecke 8:11:14 258 31,510
1911 Octave Lapize 8:29:10 266 31,345
1912 Charles Crupelandt 8:30:00 266 31,300
1945 Paul Maye 7:52:54 246 31,212
1907 Georges Passerieu 8:45:00 270 30,971
1938 Lucien Storme 8:13:38 255 30,936
1909 Octave Lapize 9:03:30 276 30,469
1927 Georges Ronsse 8:32:20 260 30,450
1914 Charles Crupelandt 9:02:00 274 30,330
1896 Josef Fischer 9:17:00 280 30,162
1923 Heiri Suter 8:58:15 270 30,098
1910 Octave Lapize 9:15:12 266 29,274
1929 Charles Meunier 8:54:50 260 29,168
1903 Hippolyte Aucouturier 9:12:30 268 29,104
1921 Henri Pélissier 9:02:30 263 29,090
1897 Maurice Garin 9:57:21 280 28,124
1902 Lucien Lesna 9:32:00 268 28,088
1925 Félix Sellier 9:16:32 260 28,030
1906 Henri Cornet 9:59:30 270 27,034
1920 Paul Deman 10:47:20 280 25,950
1901 Lucien Lesna 10:49:37 280 25,861
1908 Cyrille Van Hauwaert 10:34:25 271 25,630
1924 Jules Van Hevel 10:34:00 270 25,550
1919 Henri Pélissier 12:15:00 280 22,857
Opmerking: De afstand is omwille van de leesbaarheid van de tabel op hele kilometers afgerond.
Toch gingen edities in die jaren over de echte Mons en Pévèle om maar wat te noemen en een flauw koersje is Parijs-Roubaix natuurlijk nooit geweest.
We zien ook dat Parijs-Roubaix de laatste 25 jaar iets meer een tactische koers aan het worden is. Dat heeft doorgaans een negatief effect op de gemiddelde snelheid.
De laatste snelheid werd gehaald in het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog. Niet zo gek want de wegen waren erbarmelijk slecht.
Of op korte termijn het record van Post gaat sneuvelen? Boonen zat er vorig jaar toch een kleine twee kilometer onder en we kunnen toch moeilijk stellen dat hij er geen vaart in had.
Met het huidige parcours zal het lastig zijn om Post van de eerste plaats te stoten.
Jaar Winnaar Tijd KM Gem
1964 Peter Post 5:52:19 265 45,129
1948 Rik van Steenbergen 5:35:31 246 43,612
1960 Pino Cerami 6:01:45 262 43,538
1953 Germain Derycke 5:39:19 245 43,522
2012 Tom Boonen 5:55:22 259 43,476
2008 Tom Boonen 5:58:42 259 43,406
1996 Johan Museeuw 6:05:00 262 43,310
1980 Francesco Moser 6:07:28 264 43,106
1959 Noël Foré 6:08:20 262 42,760
2006 Fabian Cancellara 6:07:54 259 42,239
2007 Stuart O'Grady 6:09:07 259 42,181
2003 Peter Van Petegem 6:11:35 261 42,143
2011 Johan Van Summeren 6:07:28 258 42,126
1971 Roger Rosiers 6:17:53 265 42,108
1952 Rik van Steenbergen 5:50:31 245 41,938
1965 Rik van Looy 6:23:32 267 41,847
1956 Louison Bobet 6:01:26 252 41,831
1943 Marcel Kint 6:01:32 250 41,822
1961 Rik van Looy 6:19:08 263 41,700
1993 Gil. Duclos-Lassalle 6:25:20 267 41,652
1970 Eddy Merckx 6:23:15 266 41,644
1992 Gil. Duclos-Lassalle 6:26:56 267 41,480
2009 Tom Boonen 6:15:53 259 41,340
1995 Franco Ballerini 6:27:08 266 41,303
1979 Francesco Moser 6:17:28 264 41,010
1981 Bernard Hinault 6:26:07 263 40,868
1976 Marc DeMeyer 6:37:41 270 40,811
1955 Jean Forestier 6:06:42 249 40,741
1999 Andrea Tafi 6:44:15 273 40,519
1977 Roger de Vlaeminck 6:11:26 250 40,464
1975 Roger de Vlaeminck 6:52:04 277 40,406
1951 Antonio Bevilacqua 6:07:14 247 40,355
1988 Dirk de Mol 6:34:18 266 40,324
1983 Hennie Kuiper 6:47:51 274 40,308
2000 Johan Museeuw 6:47:00 273 40,172
1997 Frédéric Guesdon 6:38:10 267 40,159
2005 Tom Boonen 6:29:38 259 40,101
1944 Maurice De Simpelaere 6:09:57 246 39,897
1947 Georges Claes 6:10:34 246 39,831
1986 Sean Kelly 6:48:23 268 39,374
1949 André Mahé-S. Coppi 6:11:59 244 39,356
2010 Fabian Cancellara 6:35:10 259 39,325
2002 Johan Museeuw 6:39:08 261 39,235
1989 Jean-Marie Wampers 6:46:45 265 39,164
1950 Fausto Coppi 6:18:48 247 39,123
2004 Magnus Backstedt 6:40:26 261 39,107
1969 Walter Godefroot 6:46:47 264 38,939
1998 Franco Ballerini 6:55:16 266 38,505
1962 Rik van Looy 6:43:57 258 38,321
2001 Servais Knaven 6:45:00 255 37,703
1963 Emile Daems 7:03:33 266 37,681
1974 Roger de Vlaeminck 7:17:26 274 37,567
1966 Felice Gimondi 6:59:26 263 37,546
1935 Gaston Rebry 6:40:57 262 37,363
1900 Emile Bouhours 7:10:30 268 37,352
1991 Marc Madiot 7:08:19 266 37,332
1932 Romain Gijssels 6:49:58 255 37,320
1987 Eric Vanderaerden 7:18:03 264 36,982
1967 Jan Janssen 7:08:31 263 36,824
1982 Jan Raas 7:21:50 270 36,733
1972 Roger de Vlaeminck 7:24:05 272 36,709
1968 Eddy Merckx 7:09:26 262 36,606
1978 Francesco Moser 7:12:24 263 36,494
1931 Gaston Rebry 7:01:00 256 36,440
1973 Eddy Merckx 7:28:43 272 36,370
1994 Andrei Tchmil 7:28:02 270 36,160
1936 Georges Speicher 7:15:01 262 36,137
1985 Marc Madiot 7:21:10 265 36,109
1984 Sean Kelly 7:31:35 265 36,074
1939 Emile Masson 7:17:30 262 35,934
1926 Julien Delbecque 7:34:42 270 35,630
1954 Raymond Impanis 6:54:43 246 35,590
1933 Sylvère Maes 6:59:00 255 35,523
1913 François Faber 7:30:00 265 35,333
1937 Jules Rossi 7:17:57 255 34,935
1990 Eddy Planckaert 7:37:02 265 34,855
1957 Fred de Bruyne 7:15:19 253 34,738
1946 Georges Claes 7:13:25 246 34,055
1922 Albert Dejonghe 7:47:00 262 33,660
1928 André Leducq 7:44:20 260 33,600
1958 Léon van Daele 8:04:41 269 33,300
1905 Louis Trousselier 8:04:15 268 33,206
1898 Maurice Garin 8:13:15 268 32,599
1904 Hippolyte Aucouturier 8:15:00 268 32,518
1934 Gaston Rebry 7:52:07 255 32,415
1899 Albert Champion 8:22:52 268 31,976
1930 Julien Vervaecke 8:11:14 258 31,510
1911 Octave Lapize 8:29:10 266 31,345
1912 Charles Crupelandt 8:30:00 266 31,300
1945 Paul Maye 7:52:54 246 31,212
1907 Georges Passerieu 8:45:00 270 30,971
1938 Lucien Storme 8:13:38 255 30,936
1909 Octave Lapize 9:03:30 276 30,469
1927 Georges Ronsse 8:32:20 260 30,450
1914 Charles Crupelandt 9:02:00 274 30,330
1896 Josef Fischer 9:17:00 280 30,162
1923 Heiri Suter 8:58:15 270 30,098
1910 Octave Lapize 9:15:12 266 29,274
1929 Charles Meunier 8:54:50 260 29,168
1903 Hippolyte Aucouturier 9:12:30 268 29,104
1921 Henri Pélissier 9:02:30 263 29,090
1897 Maurice Garin 9:57:21 280 28,124
1902 Lucien Lesna 9:32:00 268 28,088
1925 Félix Sellier 9:16:32 260 28,030
1906 Henri Cornet 9:59:30 270 27,034
1920 Paul Deman 10:47:20 280 25,950
1901 Lucien Lesna 10:49:37 280 25,861
1908 Cyrille Van Hauwaert 10:34:25 271 25,630
1924 Jules Van Hevel 10:34:00 270 25,550
1919 Henri Pélissier 12:15:00 280 22,857
Opmerking: De afstand is omwille van de leesbaarheid van de tabel op hele kilometers afgerond.

Foto: Op Carrefour de L'Arbre tijdens de verkenning van 2012.
Ondanks modern materiaal is het nog niet gelukt het oude record te doen sneuvelen.
maandag 25 februari 2013
Servais Knaven: 2001
Voor de Nederlandse fans was dit een prachtige editie. Nat, glad, blubber, wind en regen en toch helemaal geweldig.
Een loodzware editie en het gemiddelde kwam dan ook niet boven de 40.
Als de omstandigheden zo zwaar zijn is het extra mooi om solo op de wielerbaan aan te komen.
Servais profiteerde optimaal van de kracht van ploeg.
Daar waar hij jaren hard voor de verschillende ploegen heeft gewerkt werd dit de dag van de beloning.
Zoet zal het gesmaakt hebben!
Hoewel z'n vlucht door maar liefst drie ploeggenoten werd afgeschermd was het geen cadeautje en moest Servais er volle bak voor trappen.
Domo zat met vier man in de voorste linies en zette duidelijk de suprematie van de laatste jaren van Mapei voort.
De vier Domo's buiten Servais waren: Johan Museeuw (zelf 3 keer winnaar), Romans Vainsteins en Wilfried Peeters,
Knaven zou in totaal 16 keer in Parijs-Roubaix starten en uitrijden. Dat is een record wat hij deelt met Raymond Impanis.
Geniet nog een keer mee hoe Servais zijn mooiste overwinning behaald:
Podium 2001:
1. Servais Knaven
2. Johan Museeuw
3. Romans Vainsteins
Een loodzware editie en het gemiddelde kwam dan ook niet boven de 40.
Als de omstandigheden zo zwaar zijn is het extra mooi om solo op de wielerbaan aan te komen.
Servais profiteerde optimaal van de kracht van ploeg.
Daar waar hij jaren hard voor de verschillende ploegen heeft gewerkt werd dit de dag van de beloning.
Zoet zal het gesmaakt hebben!
Hoewel z'n vlucht door maar liefst drie ploeggenoten werd afgeschermd was het geen cadeautje en moest Servais er volle bak voor trappen.
Domo zat met vier man in de voorste linies en zette duidelijk de suprematie van de laatste jaren van Mapei voort.
De vier Domo's buiten Servais waren: Johan Museeuw (zelf 3 keer winnaar), Romans Vainsteins en Wilfried Peeters,
Knaven zou in totaal 16 keer in Parijs-Roubaix starten en uitrijden. Dat is een record wat hij deelt met Raymond Impanis.
Geniet nog een keer mee hoe Servais zijn mooiste overwinning behaald:
Podium 2001:
1. Servais Knaven
2. Johan Museeuw
3. Romans Vainsteins
zondag 24 februari 2013
Maillot cycliste spécial
Velo Club Roubaix heeft een aantal jaar terug een trui laten ontwerpen met als thema Parijs-Roubaix.
Als je de toerversie hebt uitgereden kan je als souvenir een dergelijke trui aanschaffen.
Volgens mij is het niet echt "gecertificeerd" en kan je gewoon bij de shop op de wielerbaan een dergelijke trui kopen.
Nu vind ik het dragen van zo'n trui ook altijd wel lastig. Het kan wat opschepperig overkomen maar je mag toch trots zijn als je zo'n rit volbracht hebt.
Daarnaast kan iemand gewoon een enorme fan van een bepaalde koers zijn.

Zo rij ik ook schaamteloos in een regenboogtrui. Ik vind het gewoon een mooie trui en veel wereldkampioenen kunnen op mijn sympathie rekenen.
Ik had vroeger ook een wollen trui van de Italiaanse nationale ploeg. Nog het eenvoudige model met alleen een wapen en een logo van het merk. Blauw......meer niet.
Mag je in zo'n trui rijden? Puristen, moralisten vinden van niet.
Ik heb gewoon een zwak voor mooie truien en voor Italië.
Als iemand een zwak heeft voor Parijs-Roubaix mag hij van mij in zo'n trui rijden. Of hij hem nu gefietst heeft of niet.
Echt super vind ik de Roubaix trui niet maar er zijn dagen dan................ja dan is het toch wel een hele fijne trui......

Als je de toerversie hebt uitgereden kan je als souvenir een dergelijke trui aanschaffen.
Volgens mij is het niet echt "gecertificeerd" en kan je gewoon bij de shop op de wielerbaan een dergelijke trui kopen.
Nu vind ik het dragen van zo'n trui ook altijd wel lastig. Het kan wat opschepperig overkomen maar je mag toch trots zijn als je zo'n rit volbracht hebt.
Daarnaast kan iemand gewoon een enorme fan van een bepaalde koers zijn.

Foto: Maillot cycliste spécial Paris-Roubaix cyclo uitgebracht door Velo Club Roubaix.
Zo rij ik ook schaamteloos in een regenboogtrui. Ik vind het gewoon een mooie trui en veel wereldkampioenen kunnen op mijn sympathie rekenen.
Ik had vroeger ook een wollen trui van de Italiaanse nationale ploeg. Nog het eenvoudige model met alleen een wapen en een logo van het merk. Blauw......meer niet.
Mag je in zo'n trui rijden? Puristen, moralisten vinden van niet.
Ik heb gewoon een zwak voor mooie truien en voor Italië.
Als iemand een zwak heeft voor Parijs-Roubaix mag hij van mij in zo'n trui rijden. Of hij hem nu gefietst heeft of niet.
Echt super vind ik de Roubaix trui niet maar er zijn dagen dan................ja dan is het toch wel een hele fijne trui......

Foto: Tijdens een zomerse verkenning van de finale. Hier duik ik zelf de bocht in van de strook
even buiten Cysoing. Strook is genoemd naar Duclos-Lassalle.
Labels:
Kleding,
Verzamelen,
Wielertoeristen
zaterdag 23 februari 2013
Geen Espoirs in 2013
Velo Club Roubaix is genoodzaakt de editie van Parijs-Roubaix voor Espoirs (U23) te schrappen van de kalender.
De 1.2U genoteerde koers was gepland in het laatste weekend van mei.
Een wat complexe regelgeving in de kalender zit smerig in de weg.
Velo Club Roubaix is niet bij machte om op korte termijn aan de additionele vereisten te doen.
Jammer want de amateur editie van Parijs-Roubaix is bezig met een indrukwekkende historie.
Op de erenlijst prijken namen als George Pintens, Fons De Wolf, Marc Madiot en Stephen Roche.
Van actieve profs kennen we vooral Thor Hushovd, Yaroslav Popovych, Koen de Kort, Tom Veelers en Taylor Phinney.
Vorig jaar wist de zeer talentvolle Luxemburger Bob Jungels de Espoir editie te winnen. Een opvallende prestatie die zeker een bijdrage heeft geleverd dat hij in het Radio Shack team is opgenomen.
Velo Club Roubaix heeft aangegeven dat ze er vanuit gaan dat in 2014 de traditie wordt voortgezet. Hopen maar want de Espoirs editie van Parijs-Roubaix is een prachtig koers en geeft toch een kijkje in de toekomst.
De 1.2U genoteerde koers was gepland in het laatste weekend van mei.
Een wat complexe regelgeving in de kalender zit smerig in de weg.
Velo Club Roubaix is niet bij machte om op korte termijn aan de additionele vereisten te doen.
Jammer want de amateur editie van Parijs-Roubaix is bezig met een indrukwekkende historie.
Op de erenlijst prijken namen als George Pintens, Fons De Wolf, Marc Madiot en Stephen Roche.
Van actieve profs kennen we vooral Thor Hushovd, Yaroslav Popovych, Koen de Kort, Tom Veelers en Taylor Phinney.
Vorig jaar wist de zeer talentvolle Luxemburger Bob Jungels de Espoir editie te winnen. Een opvallende prestatie die zeker een bijdrage heeft geleverd dat hij in het Radio Shack team is opgenomen.
Velo Club Roubaix heeft aangegeven dat ze er vanuit gaan dat in 2014 de traditie wordt voortgezet. Hopen maar want de Espoirs editie van Parijs-Roubaix is een prachtig koers en geeft toch een kijkje in de toekomst.

Foto: Jasper Stuyven keek uit naar een deelname aan de editie voor espoirs.
Helaas zal hij nog even moeten teren op z'n overwinning bij de junioren.
vrijdag 22 februari 2013
Ploegen editie 2013
De ploegen welke deelnemen aan de editie van Parijs-Roubaix 2013 zijn gisteren door de ASO bekend gemaakt.
Na het toevoegen van Katusha zijn dat de 19 Pro Tour teams aangevuld met een zestal wildcards.
Dat brengt het totaal op 25 teams en dan wil je niet dat diep in de finale je afhankelijk bent van een volgauto.
Toch prima dat kleine ploegen de kans krijgen zich in deze koers te bewijzen.
Pro Tour teams:
AG2R La Mondiale (Fra)
Astana Pro Team (Kaz)
Blanco Pro Cycling Team (Nl)
BMC Racing Team (USA)
Cannondale Pro Cycling (Ita)
Euskaltel Euskadi (Esp)
FDJ (Fra)
Garmin - Sharp (USA)
Katusha Team (Rus)
Lampre-Merida (Ita)
Lotto Belisol (Bel)
Movistar Team (Esp)
Omega Pharma - Quick Step Cycling Team (Bel)
Orica - GreenEDGE (Aus)
RadioShack - Leopard (Lux)
Sky Procycling (Gbr)
Team Argos - Shimano (Nl)
Team Saxo - Tinkoff (Den)
Vacansoleil - DCM Pro Cycling Team (Nl)
Wildcards:
Bretagne - Séché Environnement (Fra)
Cofidis, Solutions Crédits (Fra)
IAM Cycling (Sui)
Sojasun (Fra)
Team Europcar (Fra)
Team Netapp - Endura (D)
Nederland doet dus mee met drie teams wat een ongelooflijke luxe is. Zeker als je dat afzet tegen België, Italie en Spanje die alle drie maar met twee teams aan de start verschijnen. Opmerkelijk want dit zijn toch drie grote wielerlanden.
Of drie teams genoeg is om op 7 april as op het podium te klimmen zal de tijd leren maar voor de Nederlandse wielerfan toch prima nieuws.

Foto: De mannen van Garmin zullen weer zeker van de partij zijn. Hier tijdens de verkenning van 2012 op de strook van Bourghelles naar Wannehain.
Na het toevoegen van Katusha zijn dat de 19 Pro Tour teams aangevuld met een zestal wildcards.
Dat brengt het totaal op 25 teams en dan wil je niet dat diep in de finale je afhankelijk bent van een volgauto.
Toch prima dat kleine ploegen de kans krijgen zich in deze koers te bewijzen.
Pro Tour teams:
AG2R La Mondiale (Fra)
Astana Pro Team (Kaz)
Blanco Pro Cycling Team (Nl)
BMC Racing Team (USA)
Cannondale Pro Cycling (Ita)
Euskaltel Euskadi (Esp)
FDJ (Fra)
Garmin - Sharp (USA)
Katusha Team (Rus)
Lampre-Merida (Ita)
Lotto Belisol (Bel)
Movistar Team (Esp)
Omega Pharma - Quick Step Cycling Team (Bel)
Orica - GreenEDGE (Aus)
RadioShack - Leopard (Lux)
Sky Procycling (Gbr)
Team Argos - Shimano (Nl)
Team Saxo - Tinkoff (Den)
Vacansoleil - DCM Pro Cycling Team (Nl)
Wildcards:
Bretagne - Séché Environnement (Fra)
Cofidis, Solutions Crédits (Fra)
IAM Cycling (Sui)
Sojasun (Fra)
Team Europcar (Fra)
Team Netapp - Endura (D)
Nederland doet dus mee met drie teams wat een ongelooflijke luxe is. Zeker als je dat afzet tegen België, Italie en Spanje die alle drie maar met twee teams aan de start verschijnen. Opmerkelijk want dit zijn toch drie grote wielerlanden.
Of drie teams genoeg is om op 7 april as op het podium te klimmen zal de tijd leren maar voor de Nederlandse wielerfan toch prima nieuws.

Foto: De mannen van Garmin zullen weer zeker van de partij zijn. Hier tijdens de verkenning van 2012 op de strook van Bourghelles naar Wannehain.
zondag 17 februari 2013
Pave Millonfosse à Bousignies
1400 meter - 3 sterren
De strook is pas in gebruik sinds 2011. Na het wegvallen van Pont Gibus zocht de organisatie naar een strook die vrij snel na Het Bos in het parcours kon worden opgenomen.
Vier kilometer is "het gat" tussen beide stroken.
Of de strook van Millonfosse ook in de 2013 editie zit is nog niet duidelijk. Op zich is deze te combineren met de strook van Pont Gibus, maar de lengte van de koers mag niet teveel oplopen.

Foto: Dag voor de editie van 2012. De strook wordt aan het begin gemarkeerd door een watertoren. Aan de vlaggen kan je zien dat de wind hier een belangrijker speler kan zijn.

Foto: Saxo bank op training voor de editie van 2011 en staan op het punt de strook te verlaten.
Het is een lastige strook maar niet extreem. Toch zien we zowel in de koers als bij de toertocht dat veel renners de kantjes opzoeken.
Als je dat wil doe dat aan de rechterkant want daar is het gras het beste te berijden.
Een kilometer voor het bereiken van deze strook kom je langs een oude boerenkar die volgeladen is met kasseien. Renners hebben daar geen tijd voor maar de wielertoerist kan daar even een plaatje schieten.

Foto: Kasseikar aan de D953
Kasseistroken Parijs Roubaix weergeven op een grotere kaart
De strook is pas in gebruik sinds 2011. Na het wegvallen van Pont Gibus zocht de organisatie naar een strook die vrij snel na Het Bos in het parcours kon worden opgenomen.
Vier kilometer is "het gat" tussen beide stroken.
Of de strook van Millonfosse ook in de 2013 editie zit is nog niet duidelijk. Op zich is deze te combineren met de strook van Pont Gibus, maar de lengte van de koers mag niet teveel oplopen.

Foto: Dag voor de editie van 2012. De strook wordt aan het begin gemarkeerd door een watertoren. Aan de vlaggen kan je zien dat de wind hier een belangrijker speler kan zijn.

Foto: Saxo bank op training voor de editie van 2011 en staan op het punt de strook te verlaten.
Het is een lastige strook maar niet extreem. Toch zien we zowel in de koers als bij de toertocht dat veel renners de kantjes opzoeken.
Als je dat wil doe dat aan de rechterkant want daar is het gras het beste te berijden.
Een kilometer voor het bereiken van deze strook kom je langs een oude boerenkar die volgeladen is met kasseien. Renners hebben daar geen tijd voor maar de wielertoerist kan daar even een plaatje schieten.

Foto: Kasseikar aan de D953
Kasseistroken Parijs Roubaix weergeven op een grotere kaart
vrijdag 15 februari 2013
Banden
Meer en meer zijn renners verplicht om materiaal te gebruiken dat door een sponsor beschikbaar is gesteld.
Een eerste opkomst van dit verschijnsel zagen we in de jaren 80 toen merken als Look de wielersport binnenstapte en waar voor hun geld wilde.
De laatste jaren zien we dat er zelfs dat fabrikanten van materiaal hoofdsponsor zijn. Je bent tegenwoordig ook niet meer welkom bij een topploeg als je wat spullen komt brengen en moet daarnaast een forse zak geld meenemen.
Dat heeft dan weer als effect dat sponsors eisen dat het hele jaar hun spullen worden ingezet.
Op sommige dagen kan dat dan weer smerig in de weg zitten.
Parijs-Roubaix is zo'n dag.
Vroeger was het heel gebruikelijk dat renners op een frame van merk A fietste terwijl er merk B op het frame stond.
Voorbeelden zijn Maertens op een overgespoten Gios en Knetemann op een overgespoten RIH.
In die jaren werd dat geaccepteerd. In het moderne wielrennen waar fietsfabrikanten miljoenen investeren willen ze dat renners echt op hun product rijden.
Merken als BMC, Specialized en Cervelo hebben zich de afgelopen jaren ook stevig geprofileerd als het gaat om het fietsen van Parijs-Roubaix.
Alle drie de fabrikanten hebben prachtige filmpje in "De Hel" gemaakt die op deze blog ook onder de aandacht zijn gebracht.
Ook bij wielfabrikanten zien we dat deze verwachten dat ploegen met hun wielen rijden. Voorheen werd daar fors mee gesmokkeld, maar dat wordt steeds minder. Afgelopen jaren ben ik drie keer bij de verkenning wezen kijken en ik zag meer en meer ploegen op gesponsorde wielen rijden.
Een product waar ploegen nog enige vrijheid hebben zijn de banden. Nu komt dat goed uit want banden hebben het meeste effect.
Strikt kan je gewoon met iedere normale racefiets Parijs-Roubaix rijden. Voor toppers die kunnen winnen wordt natuurlijk alles gedaan, maar voor een doorsnee renner zijn een paar optimale banden voldoende.
Alleen niet alle bandenfabrikanten hebben speciale banden in hun programma. Met een wedstrijd als Parijs-Roubaix wordt dan een beroep gedaan op specialisten als Dugast en FMB.
Zeer kostbare banden met topmodellen van natuurzijde en natuurlijk bevatten deze tubes een latex binnenband.
De wangen zijn doorgaans van een beschermlaagje voorzien om lek stoten te voorkomen als een renner van een kassei schiet.
Profs rijden met dit soort koersen nagenoeg allemaal met tubes en de breedte varieert van 25 tot 28mm. Een enkele gekke uitschieter naar boven en meestal rijden renners dan op hun crossfiets omdat in een gewone wegfiets niet zulke brede banden passen.
Hoe goed banden ook zijn er is altijd nog zoiets als bandendruk. Ik heb zelf eens een heel deel van het parcours met minder dan 4 bar gereden met 28mm.
Een jaar later met de verkenning in het wiel van wereldkampioen Hushovd was 5 bar niet genoeg om de boel heel te laten.
Het grote verschil is concentratie. Met minder dan 4 bar had ik maximaal zicht en fietste er niemand in de weg. Rij je een stukje met de grote mannen mee moet je er niet aan denken dat je er een van de weg rijdt. Dan let je minder op je banden en...........pffffffffffffff.
Hoe lager de druk in je banden hoe meer comfort en hoe langer je handen, rug, voeten en nek heel blijven.
Meester in het rijden met een lage bandenspanning is Tom Boonen. Met net 4 bar knalt hij over de stenen. Bedenk dat Boonen geen lichte jongen is en dat hij gruwelijk tekeer gaat op die stenen.
Rij je in een training met 30 over zo'n strook is toch iets anders dan maximaal aanvallen op Carrefour.
Wie met dit soort bandendruk daar wel eens gefietst heeft weet hoe vaak je de velg voelt en het is razendknap hoe hij dat doet.
Bedenk dat ploegen als FDJ en Eurocar in de 2012 editie 1,5 bar meer in hun banden hadden zitten als Boonen!
Voor wielertoeristen zijn tubes vaak geen keuze. Tubes die optimaal zijn voor een dergelijk parcours zijn voor de doorsnee wielertoerist te kostbaar.
Veel wielertoeristen kiezen dan ook voor draadbandjes. Je kan ook eenvoudiger vijf binnenbandje meenemen dan vijf reserve tubes.
Neem als wielertoerist wel een wat stevige band en minimaal 25mm. Ben je boven de 80-85 kilo is 28mm een betere keuze. Heb je veel problemen om over de stenen te rijden neem dan evt een crossfiets met crossbanden met een fijn profiel.
Een eerste opkomst van dit verschijnsel zagen we in de jaren 80 toen merken als Look de wielersport binnenstapte en waar voor hun geld wilde.
De laatste jaren zien we dat er zelfs dat fabrikanten van materiaal hoofdsponsor zijn. Je bent tegenwoordig ook niet meer welkom bij een topploeg als je wat spullen komt brengen en moet daarnaast een forse zak geld meenemen.
Dat heeft dan weer als effect dat sponsors eisen dat het hele jaar hun spullen worden ingezet.
Op sommige dagen kan dat dan weer smerig in de weg zitten.
Parijs-Roubaix is zo'n dag.
Vroeger was het heel gebruikelijk dat renners op een frame van merk A fietste terwijl er merk B op het frame stond.
Voorbeelden zijn Maertens op een overgespoten Gios en Knetemann op een overgespoten RIH.
In die jaren werd dat geaccepteerd. In het moderne wielrennen waar fietsfabrikanten miljoenen investeren willen ze dat renners echt op hun product rijden.
Merken als BMC, Specialized en Cervelo hebben zich de afgelopen jaren ook stevig geprofileerd als het gaat om het fietsen van Parijs-Roubaix.
Alle drie de fabrikanten hebben prachtige filmpje in "De Hel" gemaakt die op deze blog ook onder de aandacht zijn gebracht.
Ook bij wielfabrikanten zien we dat deze verwachten dat ploegen met hun wielen rijden. Voorheen werd daar fors mee gesmokkeld, maar dat wordt steeds minder. Afgelopen jaren ben ik drie keer bij de verkenning wezen kijken en ik zag meer en meer ploegen op gesponsorde wielen rijden.

Foto: Het monteren van 28mm banden geeft in veel frames een probleem.
Een product waar ploegen nog enige vrijheid hebben zijn de banden. Nu komt dat goed uit want banden hebben het meeste effect.
Strikt kan je gewoon met iedere normale racefiets Parijs-Roubaix rijden. Voor toppers die kunnen winnen wordt natuurlijk alles gedaan, maar voor een doorsnee renner zijn een paar optimale banden voldoende.
Alleen niet alle bandenfabrikanten hebben speciale banden in hun programma. Met een wedstrijd als Parijs-Roubaix wordt dan een beroep gedaan op specialisten als Dugast en FMB.
Zeer kostbare banden met topmodellen van natuurzijde en natuurlijk bevatten deze tubes een latex binnenband.
De wangen zijn doorgaans van een beschermlaagje voorzien om lek stoten te voorkomen als een renner van een kassei schiet.
Profs rijden met dit soort koersen nagenoeg allemaal met tubes en de breedte varieert van 25 tot 28mm. Een enkele gekke uitschieter naar boven en meestal rijden renners dan op hun crossfiets omdat in een gewone wegfiets niet zulke brede banden passen.
Hoe goed banden ook zijn er is altijd nog zoiets als bandendruk. Ik heb zelf eens een heel deel van het parcours met minder dan 4 bar gereden met 28mm.
Een jaar later met de verkenning in het wiel van wereldkampioen Hushovd was 5 bar niet genoeg om de boel heel te laten.
Het grote verschil is concentratie. Met minder dan 4 bar had ik maximaal zicht en fietste er niemand in de weg. Rij je een stukje met de grote mannen mee moet je er niet aan denken dat je er een van de weg rijdt. Dan let je minder op je banden en...........pffffffffffffff.
Hoe lager de druk in je banden hoe meer comfort en hoe langer je handen, rug, voeten en nek heel blijven.
Meester in het rijden met een lage bandenspanning is Tom Boonen. Met net 4 bar knalt hij over de stenen. Bedenk dat Boonen geen lichte jongen is en dat hij gruwelijk tekeer gaat op die stenen.
Rij je in een training met 30 over zo'n strook is toch iets anders dan maximaal aanvallen op Carrefour.
Wie met dit soort bandendruk daar wel eens gefietst heeft weet hoe vaak je de velg voelt en het is razendknap hoe hij dat doet.
Bedenk dat ploegen als FDJ en Eurocar in de 2012 editie 1,5 bar meer in hun banden hadden zitten als Boonen!
Voor wielertoeristen zijn tubes vaak geen keuze. Tubes die optimaal zijn voor een dergelijk parcours zijn voor de doorsnee wielertoerist te kostbaar.
Veel wielertoeristen kiezen dan ook voor draadbandjes. Je kan ook eenvoudiger vijf binnenbandje meenemen dan vijf reserve tubes.
Neem als wielertoerist wel een wat stevige band en minimaal 25mm. Ben je boven de 80-85 kilo is 28mm een betere keuze. Heb je veel problemen om over de stenen te rijden neem dan evt een crossfiets met crossbanden met een fijn profiel.

Foto: Banden krijgen rake klappen. Hier een wielertoerist in 2008 tijdens de doortocht in het Bos van Wallers.
woensdag 13 februari 2013
Tacx: Hell Of the North
Zelf fiets ik het liefst buiten maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die behoefte hebben om met name in de winter binnenshuis een training te kunnen doen.
Vroeger fietste we dan op de rollen, maar meer en meer zijn toestellen beschikbaar waar het achterwiel in wordt geklemd.
Dit voorkomt dat je omvalt en dit soort apparaten geven vaak meer mogelijkheden voor het instellen van een gewenste weerstand.
Ook geven dit soort toestellen de mogelijkheid informatie over de fietsprestatie beschikbaar te stellen. Via een apart console of via je eigen PC.
Tacx is een van de fabrikanten van dergelijke toestellen en beschikt over een rijk productassortiment.
Inmiddels zijn er toepassingen met echte koersen voor op de computer om deze te koppelen aan het trainingstoestel.
Op deze manier kan je in je slaapkamer de Alpe D’Huez beklimmen, in de kelder Milaan-San Remo fietsen en natuurlijk........in de schuur Parijs-Roubaix.
Op de PC is een video zichtbaar en afhankelijk van je eigen snelheid ga je sneller door het beeld (parcours) of sta je "geparkeerd".
Onder de naam "Hell of the North" wordt een interactieve dvd aangeboden om op Tacx toestellen de Helleklassieker na te fietsen.
Het kan natuurlijk niet zijn dat ik als geestelijk vader van deze blog een dergelijke ervaring aan me voorbij laat gaan. Toch?
Dus ik heb contact gezocht met Tacx.
Mijn aanbod was heel simpel. Ik stelde voor om bij Tacx in de showroom een VOLLEDIGE Parijs-Roubaix op de Tacx rijden en daar een verslag van maken op deze blog.
Tegenprestatie wilde ik in de vorm van twee van dergelijke DVD's.
Eén exemplaar zou deel uitmaken van mijn archief. Als een soort van naslag.
Het andere exemplaar zou ik beschikbaar stellen onder de lezers van deze blog. Wie het beste mijn eindtijd zou raden zou dan eigenaar worden van deze DVD.
Helaas is Tacx niet ingegaan op mijn aanbod. Gek want zoiets kan je toch aardig uitnutten, maar wellicht hebben ze onvoldoende vertrouwen in hun eigen product.
Jammer.
Heel jammer want ik ben nog steeds benieuwd hoe realistisch een dergelijke DVD is. Vooral hoe realistisch is het om op een dergelijk manier een heuse klassieker te fietsen. Natuurlijk is het anders, maar dat kan nog steeds leuk zijn. Zeker als je er een non stop onder de wielen schuift.
Ben gewoon benieuwd!
Dus als er lezers zijn die ervaring hebben met deze DVD maak gerust gebruik van de reactieknop of reageer op de facebookpagina.
Vroeger fietste we dan op de rollen, maar meer en meer zijn toestellen beschikbaar waar het achterwiel in wordt geklemd.
Dit voorkomt dat je omvalt en dit soort apparaten geven vaak meer mogelijkheden voor het instellen van een gewenste weerstand.
Ook geven dit soort toestellen de mogelijkheid informatie over de fietsprestatie beschikbaar te stellen. Via een apart console of via je eigen PC.
Tacx is een van de fabrikanten van dergelijke toestellen en beschikt over een rijk productassortiment.
Inmiddels zijn er toepassingen met echte koersen voor op de computer om deze te koppelen aan het trainingstoestel.
Op deze manier kan je in je slaapkamer de Alpe D’Huez beklimmen, in de kelder Milaan-San Remo fietsen en natuurlijk........in de schuur Parijs-Roubaix.
Op de PC is een video zichtbaar en afhankelijk van je eigen snelheid ga je sneller door het beeld (parcours) of sta je "geparkeerd".
Onder de naam "Hell of the North" wordt een interactieve dvd aangeboden om op Tacx toestellen de Helleklassieker na te fietsen.
Het kan natuurlijk niet zijn dat ik als geestelijk vader van deze blog een dergelijke ervaring aan me voorbij laat gaan. Toch?
Dus ik heb contact gezocht met Tacx.
Mijn aanbod was heel simpel. Ik stelde voor om bij Tacx in de showroom een VOLLEDIGE Parijs-Roubaix op de Tacx rijden en daar een verslag van maken op deze blog.
Tegenprestatie wilde ik in de vorm van twee van dergelijke DVD's.
Eén exemplaar zou deel uitmaken van mijn archief. Als een soort van naslag.
Het andere exemplaar zou ik beschikbaar stellen onder de lezers van deze blog. Wie het beste mijn eindtijd zou raden zou dan eigenaar worden van deze DVD.
Helaas is Tacx niet ingegaan op mijn aanbod. Gek want zoiets kan je toch aardig uitnutten, maar wellicht hebben ze onvoldoende vertrouwen in hun eigen product.
Jammer.
Heel jammer want ik ben nog steeds benieuwd hoe realistisch een dergelijke DVD is. Vooral hoe realistisch is het om op een dergelijk manier een heuse klassieker te fietsen. Natuurlijk is het anders, maar dat kan nog steeds leuk zijn. Zeker als je er een non stop onder de wielen schuift.
Ben gewoon benieuwd!
Dus als er lezers zijn die ervaring hebben met deze DVD maak gerust gebruik van de reactieknop of reageer op de facebookpagina.

vrijdag 8 februari 2013
Secteur Quiévy à Saint-Python
3700 meter - 4 sterren
De strook is vanaf 1973 in gebruik en het laatste stuk is 2007 opnieuw bestraat.
Al een aantal jaren is het de langste strook en met 4 sterren een heftige uitdaging. De strook heeft een V-vorm en halverwege rij je eigenlijk weer terug waar je vandaan bent gekomen.
De strook begint en eindigt dan ook aan dezelfde weg namelijk de D113.
Verder is opmerkelijk dat het tweede deel nadat je rechtsaf bent geslagen een "gewone" D-weg is.
Door de lengte kijk je echt naar jet einde uit.
De bocht halverwege mag niet onderschat worden want de weg is smal en bocht knijpt een beetje. Vooral lastig als je hier met een grote groep passeert.
Verder loopt het op een aantal plaatsten vals plat omhoog en dat in combinatie met de slechte stenen maakt het tot een serieuze uitdaging.

Op het einde van de strook staat aan de linker kant een prachtige boerenhoeve de Ferme de la Fontaine au Tertre. Deze hoeve uit de middeleeuwen speelde aan het eind van de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol toen deze werd ingericht als veldhospitaal.
Kasseistroken Parijs Roubaix weergeven op een grotere kaart
De strook is vanaf 1973 in gebruik en het laatste stuk is 2007 opnieuw bestraat.
Al een aantal jaren is het de langste strook en met 4 sterren een heftige uitdaging. De strook heeft een V-vorm en halverwege rij je eigenlijk weer terug waar je vandaan bent gekomen.
De strook begint en eindigt dan ook aan dezelfde weg namelijk de D113.
Verder is opmerkelijk dat het tweede deel nadat je rechtsaf bent geslagen een "gewone" D-weg is.
Door de lengte kijk je echt naar jet einde uit.
De bocht halverwege mag niet onderschat worden want de weg is smal en bocht knijpt een beetje. Vooral lastig als je hier met een grote groep passeert.
Verder loopt het op een aantal plaatsten vals plat omhoog en dat in combinatie met de slechte stenen maakt het tot een serieuze uitdaging.

Op het einde van de strook staat aan de linker kant een prachtige boerenhoeve de Ferme de la Fontaine au Tertre. Deze hoeve uit de middeleeuwen speelde aan het eind van de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol toen deze werd ingericht als veldhospitaal.
Kasseistroken Parijs Roubaix weergeven op een grotere kaart
zaterdag 2 februari 2013
Roger De Vlaeminck: 1974
Maar liefst 274 kilometer was deze editie. Roger is bezig aan z'n tweede seizoen bij Brooklyn en het is een van z'n mooiste seizoenen:
Een seizoen met overwinningen in Parijs-Roubaix, Ronde van Lombardije, Tirreno-Adriatico, Ronde van Sicilië, Milaan-Turijn (waar z'n fietsconstructeur Gios zat) en Belgisch kampioen crossen. Verder een rij etappes en minder grote koersen.
Podiumplaatsen in Milaan-San Remo, Gent-Wevelgem en Waalse Pijl.
Roger had het zichtbaar naar z'n zin in de Brooklyn ploeg. Het is ook onmiskenbaar de beste periode uit de carrière van De Vlaeminck en het is de moeite om daar in een later stadium nog eens verder op in te zoomen.
Tijdens Parijs-Roubaix 1974 domineren de Belgen als vanouds. De doortocht door het Bos van Wallers die sinds een aantal jaar een vast waarde is zit dit keer niet in het parcours.
Toch krijgen de renners een kleine 50 kilometer aan stenen te verteren. Onder de renners geen Gimondi die zijn regenboogtrui (Montjuich 1973) elders wilt tonen.
Italië wordt wel vertegenwoordigd door Francesco Moser die een droomdebuut maakt.
Moser is nagenoeg vanaf de eerste kasseistrook bezig om het verschil te maken. Uiteindelijk zal Moser stranden op minder dan een minuut van een ontketende De Vlaeminck.
De onervaren Moser had een uitglijder gemaakt en dat moet je diep in de finale van een dergelijk koers niet doen.
Zeker niet als een ervaren en gewiekste tegenstander De Vlaeminck heet. Moser zou de komende jaren echter snel leren en vanaf 1978 zet hij een prachtig drieluik neer.
De ander toppers waren te ver weg om Moser te helpen om nog bij De Vlaeminck te komen.
Meest gefrustreerde onder de toppers was Merckx. Het ging er meer op meer op lijken dat hij dit voorjaar voor het eerst zonder grote vis thuis zou komen.
Sinds 1966 had Merckx onafgebroken ieder voorjaar één of meer topklassiekers gewonnen.
Voor Roger was het zijn tweede overwinning in de stenenklassieker en er zouden er nog twee gaan volgen.
Podium 1974
1. Roger De Vlaeminck
2. Francesco Moser
3. Marc Demeyer

Een seizoen met overwinningen in Parijs-Roubaix, Ronde van Lombardije, Tirreno-Adriatico, Ronde van Sicilië, Milaan-Turijn (waar z'n fietsconstructeur Gios zat) en Belgisch kampioen crossen. Verder een rij etappes en minder grote koersen.
Podiumplaatsen in Milaan-San Remo, Gent-Wevelgem en Waalse Pijl.
Roger had het zichtbaar naar z'n zin in de Brooklyn ploeg. Het is ook onmiskenbaar de beste periode uit de carrière van De Vlaeminck en het is de moeite om daar in een later stadium nog eens verder op in te zoomen.
Tijdens Parijs-Roubaix 1974 domineren de Belgen als vanouds. De doortocht door het Bos van Wallers die sinds een aantal jaar een vast waarde is zit dit keer niet in het parcours.
Toch krijgen de renners een kleine 50 kilometer aan stenen te verteren. Onder de renners geen Gimondi die zijn regenboogtrui (Montjuich 1973) elders wilt tonen.
Italië wordt wel vertegenwoordigd door Francesco Moser die een droomdebuut maakt.
Moser is nagenoeg vanaf de eerste kasseistrook bezig om het verschil te maken. Uiteindelijk zal Moser stranden op minder dan een minuut van een ontketende De Vlaeminck.
De onervaren Moser had een uitglijder gemaakt en dat moet je diep in de finale van een dergelijk koers niet doen.
Zeker niet als een ervaren en gewiekste tegenstander De Vlaeminck heet. Moser zou de komende jaren echter snel leren en vanaf 1978 zet hij een prachtig drieluik neer.
De ander toppers waren te ver weg om Moser te helpen om nog bij De Vlaeminck te komen.
Meest gefrustreerde onder de toppers was Merckx. Het ging er meer op meer op lijken dat hij dit voorjaar voor het eerst zonder grote vis thuis zou komen.
Sinds 1966 had Merckx onafgebroken ieder voorjaar één of meer topklassiekers gewonnen.
Voor Roger was het zijn tweede overwinning in de stenenklassieker en er zouden er nog twee gaan volgen.
Podium 1974
1. Roger De Vlaeminck
2. Francesco Moser
3. Marc Demeyer

Foto: Jubileumtrui welke door Gios Torino is uitgebracht ter gelegenheid van 40 jaar Brooklynploeg.
Voor deze heeft De Vlaeminck maar liefst drie overwinningen in Parijs-Roubaix weten te behalen.
Abonneren op:
Posts (Atom)