Uiteraard is het maar de vraag of de editoe van 2020 doorgang kan vinden. Voorlopig staat deze nu op 25 oktober 2020 gepland.
Kort voor de Corona-crisis had de organisatie het parcours gepubliceerd en dat is het voorlopig parcours.
De afgelopen jaren hebben we gezien dat er nauwelijks wijzigingen zijn tussen de eerste publicatie van een parcours voor dat jaar en het definitieve parcours.
Een jaar of tien geleden heeft de organisatie op het laatste moment een kleine omleiding moeten doen omdat er bij een fabriek een gevaarlijke situatie was ontstaan.
Zonder dit soort gekke dingen mogen we er vanuit gaan dat dit ook het parcours is waar de vrouwen en mannen op 25 oktober zullen koersen.
Een snelle blik op het parcours laat zien dat het parcours gelijk is aan de laatste jaren. Zeker de finale is gelijk waarbij wel opgemerkt moet worden dat zowel de stroken van Carrefour de L'Arbe en die van Hem recent voor een deel zijn gerestaureerd.
Foto: Tijdens een verkenning in Oktober 2019 was goed te zien hoe een
groot deel van de strook van Hem was gerestaureerd.
Daarnaast is het niet uitgesloten dat door de Corona-crisis de Franse regering of lokale bestuurders geen toestemming geven om door grotere plaatsen zoals San Quentin en Orchies te rijden.
Zodra er meer nieuws is over de editie van 2020 kunnen jullie dat hier uiteraard lezen en in de weken voorafgaand aan de koers zal ik uitvoerige voorbeschouwingen plaatsen.
Als er iemand geen introductie behoeft is het wel de slimme Nootdorper. Jan was een slimme vent en dat heeft hij na zijn carrière prima weten te gebruiken in het opzetten van een succesvol fietsenmerk.
Jan Janssen was de eerste renner die ons land aan een Touroverwinning wist te helpen. Een overwinning die voor vele onmogelijk werd geacht, want Van Springel was een absolute topper als het om tijdrijden ging.
Janssen was echter een renner die op de momenten als hij dat wilde hij ver boven zichzelf uit kon groeien.
Zo ook in de sprint op de wielerbaan in Roubaix in april 1967. Het werd een vlotte koers met diverse ontsnappingen.
Alle toppers zijn alert en alleen Anquetil houdt het na een paar uur koers voor gezien.
Meermaals wordt er stevig op de pedalen geranseld en iets voorbij half koers is de voorste groep nog maar net 30 man groot.
Bij Mons-en-Pévèle moeten de renners nog de heuvel (met kasseien) op en Altig wil daar eens goed z'n regenboogtrui laten zien.
Hij laat ieder op de tanden bijten, maar een negental toppers kunnen aansluiten.
Wat te denken van Motta, Merckx, Van Looy, Altig, Poulidor en Janssen. Naast deze vedetten ook een aantal renners die je op dit soort dagen niet mag onderschatten: Vandenberghe, Sels, Willy Planckaert en De Cabooter.
Als zo'n groep op 50 kilometer van de meet vertrekt weet je dat het gedaan is. Alleen de winnaar is nog niet gekend. Motta is rap, Merckx is snel, Altig is snel en enorm leep.
Van Looy is razendsnel en er maximaal op gebrand om de jonge opkomende Merckx van zich af te houden.
Ook een Vandenberghe en een Sels mocht je na een zware koers niet onderschatten in de sprint.
Toch stond er geen maat op "onze" Jan. Ervaring op de baan, inmiddels gelauwerd met twee groene truien (de derde zou datzelfde jaar volgen) en een gedrevenheid waar menig jong renner wat van kon leren.
Jan sprinten tot op de meet en als een kat gooide hij zijn fiets naar voren.
Hoewel de rest wel degelijk op de foto stond was het verschil duidelijk. Topsprinter Van Looy kwam een wiel tekort.
Een grandioze overwinning en een bevestiging van de resultaten die Janssen in Parijs-Roubaix heeft neergezet. Janssen staat 8 keer in de uitslag van Parijs-Roubaix en slechts één keer niet in de top tien.
Podium 1967
1. Jan Janssen
2. Rik Van Looy
3. Rudi Altig
Foto: Sprint tussen een aantal giganten maar Jan Janssen legt ze er allemaal op.
Voor Eddy Planckaert heb ik altijd een enorme sympathie gehad. Ik veerde ook helemaal op toen hij als winnaar over de streep ging.
Dit na een ijzingwekkende sprint tegen Steve Bauer. Overigens had ik het Bauer ook gegund, want ook hij was een van de kleurgevers in die periode van de wielersport.
Maar Eddy heeft altijd een speciaal plaatsje gehad. Hart op z'n tong, altijd een grap, maar toch afzien als een otter.
Ik vind het ook prachtig hoe Planckaert na z'n fietscarrière invulling aan z'n leven heeft gegeven. Buiten wonen als vlucht van de moderne maatschappij, maar wel meedoen aan real life soap.
De laatste jaren vooral als een gewaardeerd analist in allerlei sportprogramma's.
Eigenzinnig maar altijd met veel zelfspot.
In Parijs-Roubaix valt er echter niet te spotten. Toch was het in 1990 behoorlijk mooi weer en eigenlijk een niet zo'n heel spectaculaire editie. Er werd ook zeer traag gereden en dit is de twee na langzaamste editie sinds de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel er veel uitvallen waren bleven er heel veel renners binnen een window van een paar minuten fietsen.
Binnen een achterstand van 2 minuten waren er al 27 renners over de streep en bijna 100 aan de finish! Binnen 10 seconden al 13!
Toch is zelfs een wat minder spannende editie van deze koers een lust om naar te kijken en het waren weer prachtige beelden.
Uit het laatste stof kwam een wat rommelige kopgroep en wat achtervolgers naar voren. Pas in de straten van Roubaix en op de wielerbaan komt alles in een plooi.
Met nog één ronde op de wielerbaan komen twee achtervolgers bij de drie koplopers. Wampers - ploegmaat van Planckaert en winnaar in 1998 - houdt het tempo hoog maar op 300 meter kan van Hooydonck z'n zenuwen niet meer beheersen.
Bauer reageert direct gevolgd door Planckaert. Een ijzingwekkende sprint met een huize hoge inzet.
De finishfoto moest met de loep bekeken worden.
Het verdict was voor Bauer genadeloos hard en voor Planckaert zoet als honing.
De essentie de wielersport in minder dan 1 luttele centimeter. Dit keer geen dramatiek op de kasseien maar in de laatste centimeter.
Beide kampioenen zullen er nog regelmatig aan terugdenken en de sprint maakte het uiteindelijk ook nog tot een onvergetelijke editie. Prachtig!
Het Youtube filmpje is met Engels commentaar en de beste man slaat in de laatste 50 meter helemaal over. Schitterend om te zien maar vooral om te horen.
Podium 1990
1 Eddy Planckaert
2 Steve Bauer
3 Edwig Van Hooydonck
Veelvraat Merckx kon alles, deed alles en won alles. De Helleklassieker wist hij maar liefst drie keer te winnen.
Daarmee staat hij op gelijke hoogte met experts als Octave Lapize, Gaston Rebry, Rik Van Looy, Francesco Moser, en Johan Museeuw. Alleen top specialisten Tom Boonen en Roger De Vlaeminck doen met vier overwinningen beter.
De jonge Merckx was 23 toen hij aan de start stond van deze geheel vernieuwde editie van Parijs-Roubaix.
Door het oprukkend asfalt was de organisatie genoodzaakt het parcours een stuk naar het oosten te verplaatsen waar nog wel prehistorische wegen te vinden zijn.
In de loop van de zestiger jaren was het aantal kasseistroken fors terug gelopen. De organisatie wilde kost wat het kost een statement maken dat deze koers behouden moest worden.
Maar dan wel met voldoende kasseien.
In deze editie van 1968 zat een kleine 60 kilometer kasseien.
Voor het eerst werd het roemruchte Bos van Wallers opgenomen. Indrukwekkend is ook de 15 kilometer lange strook die diep in de finale zit. Van Templeuve via Nomain naar Bachy en hierna was het nog slechts 20 kilometer (en 5 kasseistroken) naar de finish.
Aan z'n erelijst kon je niet zien dat Merckx pas 23 was. Op dat moment bevatten de erelijst van Merckx immers al: twee wereldtitels (amateurs en profs), twee maal Milaan-San Remo, tweemaal Trofeo Baracchi, Gent-Wevelgem, de Waalse Pijl en etappes in Parijs-Nice en de Giro.
Een erelijst waar menigeen over z'n hele carrière trots op zou zijn, maar voor de veelvraat Merckx was het pas het begin.
De amuse van z'n erelijst en Merckx was klaar voor een stevig voorgerecht!
Een koers als Parijs-Roubaix hoort op je erelijst als je bij de groten der aarde wilt horen. Hoe mooi zou het ook zijn om in de regenboogtrui als winnaar in Roubaix over de streep te rijden. Mooier is er niet!
Een jaar eerder had Eddy in een bloedstollende sprint Jan Janssen op een paar millimeter van een "in huis" wereldtitel weten te houden. Deze trui tonen wilde Eddy maar al te graag en deed dat in deze prachtige editie van Parijs-Roubaix.
Mede door het extreem zware en onbekende parcours doen de renners in de eerste uren rustig aan, maar zodra de eerste kasseien zijn bereikt slaat de boel op hol.
Het wordt een (z)ware afvalrace. Tourwinnaar (67) Roger Pingeon blijft over van een vroege kopgroep en trekt als eerste door het Bos van Wallers.
Omdat het het Bos van Wallers voor de eerste keer in de koers zit is dit voor de Fransman een geweldig glorieus moment.
Bijna euforisch begint Roger aan de eerste doortocht door de loopgraaf van Arenberg. Het is nog 80 kilometer tot de meet en Pingeon is duidelijk met een zelfmoordactie bezig.
Pingeon valt uiteindelijk weg uit de kop van de wedstrijd en komt zelfs niet in de uitslag voor.
Hierna wordt het niet meer rustig in de koers en na diverse pogingen komen er vier man aan de leiding: Eddy Merckx, Herman van Springel, Ward Sels en Willy Bocklant.
Willy is al blij als hij nog weet hoe je Roubaix moet schrijven. Wanhopig over z'n fiets gevouwen probeert hij aan te klampen maar bezwijkt en zal uiteindelijk eindigen op een 25e plaats.
In het laatste uur koers verliest hij 9 (negen!) minuten.
Maar niet alleen Willy maar het hele peloton krijgt vandaag een stukje fietsles.
Fietsles? Op hun duvel kregen ze! Op hun duvel in De Hel.
Slecht 44 renners bereiken de finish van deze vernieuwde en vooral verzwaarde editie. De parcoursbouwers hadden hun werk prima gedaan. Maar ook Merckx had zijn werk gedaan en voor een ware slachting gezorgt.
Van de drie koplopers rijdt Sels lek en Merckx besluit met Van Springel naar de wielerbaan te rijden.
De sprint voor de overwinning in Roubaix was echter een formaliteit. Herman komt als eerste op de baan en drong wel aan maar was in de spurt een "vogel voor de kat" zoals onze zuiderburen zo mooi kunnen zeggen.
De zuiderburen zullen echter wel in hun nopjes zijn geweest want Walter Godefroot zorgde voor een compleet Belgisch podium.
Podium 1968:
1 Eddy Merckx
2 Herman Van Springel
3 Walter Godefroot
Commentaar in het filmpje is in het Frans maar de beelden geven een prachtig tijdsbeeld. Let ook op de kale wielerbaan. Deze is tegenwoordig licht kleurig geschilderd en voorzien van de nodige reclame.
Het publiek is zichtbaar content met de overwinning van Eddy Merckx.
In 1970 en 1973 zou Eddy eveneens de stenenklassieker op z'n naam weten te schrijven.
De strook werd voor het eerst gebruikt in 1973. De stenen liggen vrij goed en zelfs bij een natte editie blijft deze strook vrij schoon.
1500 meter blijft natuurlijk toch even bikkelen, maar het is nog 140 kilometer koers en dit is niet een strook waar snel de beslissing zal vallen.
Voor wie niet graag afdaalt op kasseien toch nog een lastig stuk want de strook gaat in dalende lijn.
Als je bidons wilt rapen is dit wel een mooi plek om naar de koers te gaan kijken.
Het zijn doorgaans de vroege vluchters die hier de dienst uitmaken en de kanshebbers zijn vooral bezig om zonder schade door de eerste 10 stroken te komen.
Toch zorgen tien van dit soort stroken dat een peloton stukje bij beetje wordt afgemat en uiteindelijk wordt uitgedund.
Op het eind van de koers kan een strook als deze er dus net een teveel zijn geweest.
De strook loopt van de D113 naar het noord oosten en komt uit aan de rand van Saint-Python.
Saint-Python is zo'n typisch Frans plattelandsdorp. Ongeveer 1000 inwonders. Dat waren er meer maar de jeugd trek liever naar de grote stad.
Het plaatsje heeft zo'n kenmerkend dorpsplein met kerk, stadhuis, baker en restaurant.
Stadhuis is overigens er fraai en bij de bakker eens taartjes wezen halen die waren geweldig!
De officiële naam van de strook is Chemin Nungesser en is genoemd naar een voormalig piloot. Charles Nungesser was een echte luchtaas tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Deze weg die naar hem is genoemd lag midden in het slagveld waar hij boven opereerde.
Nungesser is een van de meeste gedecoreerde piloten uit de Eerste Wereldoorlog en heeft maar liefst 43 bevestigde overwinningen.
Dat leverde hem een onwaarschijnlijke hoeveelheid decoraties op. Nungesser was tevens het ideale rolmodel voor een film. Tijdens een van de militaire operaties had hij gronddienst, maar pakte tegen alle orders in toch een vliegtuig en schoot een Duitser uit de lucht. Zowel een straf als een medaille waren zijn deel.
Het grote publiek kent Nungesser vooral van zijn poging om als eerste de Atlantische oceaan over te vliegen. Enkele weken voor Charles Lindbergh zijn succesvolle overtocht maakte verdween Nungesser bij zijn poging. Aangenomen wordt dat hij boven de Atlantische oceaan is neergestort. Een week later lukte het Lindbergh wel.
De renners zullen weinig tijd voor dit soort historie hebben, maar het blijft treffend hoe het parcours van Parijs-Roubaix en de Eerste Wereldoorlog in elkaar verweven zijn.
Afbeelding: Strook begint onder bij de D113 en komt uit bij het plaatsje Saint-Python.
Het werk van deze kunstenaar kenmerkt zich vooral door gebruik van doorgaans vrolijke kleuren. Mahjoub Ben Bella woont op een steenworp (het zal met een kassei zijn) van de finish van Parijs-Roubaix en had al langer de ambitie om een groot "outdoor" schilderij van te maken.
Langzaam ontstond het idee om daar de finale van Parijs-Roubaix voor te gebruiken. Door het parcours over vele kilometers te schilderen groeide een fraai kunstwerk wat ook nog eens op een zeldzaam hoog aantal toeschouwers mocht rekenen. Vooral de opnames uit de lucht deden het erg goed tijdens de live TV uitzending.
Met een team van 10 man is in een halve maand 16 ton verf uitgesmeerd over 12 kilometer parcours.
Ik kan me nog goed herinneren dat dit kunstproject in de media werd aangekondigd. Veel scepsis natuurlijk, maar dat zijn we van het conservatieve wielerwereldje wel gewend.
Toch zijn Parijs-Roubais en Mahjoub van elkaar gaan houden. Het kunstwerk zorgde voor extra exposure en de kunstenaar kreeg een grote zwak voor de koers. Dat laatste heeft zelfs voor de nodig schilderijen gezorgd.
Zelf heb ik in 1988 nog over een paar beschilderde stroken gereden, maar de tijd heeft het kunstwerk volledig opgeslokt en de laatste verf is de laatste jaren verdwenen.
Foto: Mahjoub Ben Bella aan het werk op een van de stroken in de finale.
De Belgische Italiaan genoot een enorme populariteit. Vooral onder de Walen. Die moesten immers keer op keer toezien hoe maar weer een Vlaming met een grote vis ging lopen.
Cerami was geen heel groot kampioen, maar naast deze Parijs-Roubaix heeft hij ook Parijs-Brussel en de Waalse Pijl op z'n naam staan.
Een superknecht die prima als wisselkopman kon worden uitgespeeld.
Dat hem dat uitgesproken in de editie van Parijs-Roubaix van 1960 lukte is wel opmerkelijk.
We zitten immers in een periode van een aantal zeer grote kampioenen. Van Looy aast op z'n eerste Roubaix.
Andere Belgen die de bloemen ruiken zijn Fore, Desmet, De Bruyn, De Cabooter en Impanis om er maar een paar te noemen.
Van Looy was de week ervoor derde geworden in de Vlaamse hoogmis en het doel was duidelijk.
Maar er waren ook niet Belgen die als eerste in Roubaix op de poort van de wielerbaan wilde kloppen.
Tom Simpson was nog een broekie maar had op het wereldkampioenschap van het jaar daarvoor laten zien dat hij wat in z'n mars had. Hij belande daar net naast het podium en daardoor was hij alleen bij de echte kenners opgevallen.
We hadden verder de Louison Bobet. Aan het eind van z'n carrière maar winst in Roubaix gaat vaak gepaard met veel jaren ervaring. Cerami zou dat gaan bewijzen in deze editie.
Vanaf het begin was het volle bak. De renners hadden de laatste nieuwtjes nog niet uitgewisseld of de eerste ontsnappingen waren al een feit.
Geen knechten of renners van het tweede garnituur.
Toppers Bobet en Riviere kleuren het begin van de koers. Tot halfweg lijken ze zelfs een kans te maken op een bizar lange vlucht maar beide hebben hun kaart fors overspeeld.
Nadat ze zijn ingerekend volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Van Looy speelt een belangrijke rol maar zal het niet redden.
Ook Simpson geeft een show weg en op Youtube is nog steeds deze solo te bewonderen. Deze solo heeft in de Britse wielerhistorie een vooraanstaande status.
Tom is echter nog niet rijp genoeg en ook hij is een vogel voor de kat.
Er wordt de hele dag duivels hard gereden en het zou op een paar meter na de snelste Parijs-Roubaix worden.
Inmiddels worstelt Cerami zich lenig door de gevechten. Zonder druk want niemand verwacht grote dingen van de import Waal.
In de laatste plaats hijzelf en Pino koerst gewoon lekker mee. Steeds van voren.
Met minder dan een half uur koers weet hij samen met Sabbadini op kop te komen.
Met de huidige TV en multimedia had dat zeker een hoop grappen opgeleverd. Pino & Tino op kop in koningin van de klassiekers. Er zou zeker om gelachen worden, maar wie naar de snelheden keek zou helemaal niet lachen.
Met een verschroeiend tempo stormde de twee richting Roubaix. Geen van beide met een groot palmares.
Beide steeds in dienst van een kopman. Sterker...........beide in dienst van DEZELFDE kopman.
Nog een kwartier koers en wie moest dit gaan winnen? Gelukkig geen ploegleider die in verbinding staat met het hoofdkantoor.
De thriller wordt echter niet tot het maximale gedreven en in de bochtige finale is Cerami de coureur met net iets meer ervaring.
Voor Pino een "doorbraak" op twee weken van z'n veertigste verjaardag en nadien zou hij in een paar jaar nog een schitterende palmares bij elkaar rijden. Voor Tino was het echter "slechts" een tweede plaats en hij zou de rest van z'n carrière vooral knecht blijven.
Opmerkelijk is de derde plaats van Poblet. Tweede keer dat hij hier op het podium stond en tot de ereplaatsen van Flecha de enige Spanjaard die in Roubaix het podium wist te halen.
Na z'n actieve carrière kreeg Cerami een koers die naar hem is vernoemd de GP Cerami.
Deze Parijs-Roubaix was de eerste topklassieker die uitgezonden werd op de Franse TV. De beelden laten vooral de solo van Tom Simpson zien maar zijn van grote historische waarde.
Natuurlijk denken we bij pavé direct aan de stenen in Noord Frankrijk.
Pavé heeft echter nog een paar betekenissen.
De belangrijkste zijn soorten kaas. Een groot aantal soorten kaas heeft pavé in de naam. Denk aan Pavé d’Auge, Pavé Blesois en Pave d'Affinois.
Meer eetbare pavé is brood. Het gaat doorgaans om brood ter grote van een kassei. Vaak zeer stoer brood wat vrij compact gebakken is.
Het begrip pavé wordt veel gebruik in namen van recepten waar een blok vis (zalm), vlees of taart wordt geserveerd.
Pavé au chocolat zal beslist van vele een favoriet zijn en een stuk beter te verteren dan de Noord Franse stenen.
Erg lekker - vooral voor liefhebbers van Tiramisu - is de Brazilian pave.
Een ander opmerkelijke pavé is de zetting van edelsteenjes. Hierbij wordt een bepaald oppervlak van een sieraad met steentje "geplaveid".
Pavé is natuurlijk een mooi krachtig woord, maar wij wielerliefhebbers kennen het natuurlijk vooral als die verduivelde stenen.
Vroeger werden heel veel belangrijke wegen waar zwaar verkeer over moest bestraat met kasseien. Zelfs tot de jaren 80 waren veel oude industriegebieden nog bestraat met kasseien.
Ook in Nederland zoals in het havengebied van Rotterdam.
Nu zijn het vooral in België en Noord Frankrijk nog wat kleine wegen die maar minimaal van belang zijn voor de infrastructuur.
De pavé is de afgelopen tientallen jaren echter wel enorm populair voor sierbestrating in tuinen en oprijlaantjes.
In ieder land worden ze natuurlijk weer anders genoemd. Hier de belangrijkste:
Frans: Pavé
Belgie: Kassei(en)
Nederland Kinderkopjes
Duitsland: Kopfsteinpflaster
Engeland: Cobblestones
In Spanje en Italie wordt in wielerkringen doorgaans pavé gebruikt.
Japans: 石畳
Tijdens commentaar bij wielerwedstrijden wordt ook gebruik gemaakt van "stenen" zoals in: "dames en heren we gaan de stenen weer op".
Eigenlijk vind ik dat een heel mooie uitdrukking: "we gaan de stenen weer op".
Dat klinkt als muziek in de oren en is een signaal om weer op het puntje van je stoel te gaan zitten.....
Foto: Hier een heel slechte strook met heel slechte pavés. De strook (Chemin de Bourghelles) wordt niet meer
gebruikt in de koers. Einde van deze strook komt uit op het eindpunt van Carrefour de L'Abre.
Voor wie een keer wil: aan de achterkant van het restaurant naar het noorden rijden.
Dit is een van de oudste klassiekers maar wordt helaas niet meer gehouden. Jammer want de koers had een aantal unieke elementen.
Om te beginnen was daar natuurlijk de finish in Parijs. Slechts weinig koersen hebben 86 keer hun finish in Parijs gehad. Uniek!
Dan de lengte van deze koers. Niet alle jaren was de koers even lang maar rond de 600 kilometer moesten de renners iedere keer wel wegtrappen.
Voor een eendagskoers een serieus stukje fietsen.
Om het de renners iets makkelijker te maken werden er halverwege de koers gangmakers ingezet.
In eerste instantie werd zo'n beetje alles gebruikt als gangmaker, maar toen de organisatie wat stabieler werd liet men alleen nog derny's toe.
Bordeaux-Parijs werd voor het eerst georganiseerd in 1891. Dat is vijf jaar eerder dan de eerste Parijs-Roubaix.
Toen Parijs-Roubaix voor het eerst georganiseerd werd was een van de doelstelling dat deze koers een voorbereidingswedstrijd zou worden voor Bordeaux-Parijs.
Uiteindelijk heeft het voorprogramma het hoofdprogramma ingehaald.
Daar waar een koers als Parijs-Roubaix door sommige wielerliefhebbers wordt afgedaan als een prehistorisch monster, is Bordeaux-Parijs met haar 600 kilometer op één dag natuurlijk echt niet meer van deze tijd.
Daarom stierf de koers een mooie dood en in 1988 werd deze voor het laatst gehouden.
Er zijn behoorlijk wat renners die beide koersen een keer hebben weten te winnen. Toch is het rijtje dat dat in één kalenderjaar heeft weten te doen relatief kort. Het voorprogramma winnen en daarna de hoofdschotel pakken - zoals de inrichters oorspronkelijk hadden bedacht - lukte uiteindelijk maar een zestal renners.
Maar wat een mooi rijtje!
Parijs-Roubaix & Bordeaux -Parijs in één jaar:
1901 Lucien Lesna
1903 Hippolyte Aucouturier
1919 Henri Pélissier
1927 Georges Ronsse
1932 Romain Gijssels
1969 Walter Godefroot
Foto: Jan Janssen is een van de de renners die zowel Bordeaux-Parijs (66) als
Parijs-Roubaix wist te winnen. Niet in hetzelfde kalenderjaar, maar toch een unieke
prestatie om beide zware koersen op je palmares te zetten.
Gister heeft de UCI de nieuw en zwaar ingedikte kalender bekend gemaakt. Uiteraard is er door de beperkte tijd voor veel koersen geen ruimte.
Diverse organisatoren hadden zelf die keuze al gemaakt en zien 2020 als een verloren jaar.
Of de nieuwe kalender reëel is zal de komende maanden blijken. Ondanks alle problemen die er nu in de wereld zijn heeft de UCI natuurlijk ook haar plicht om te kijken wat er mogelijk is als de lichten weer op groen gaan.,
We kunnen het afdoen met: "het is maar sport" .... "het is maar fietsen"
Laten we niet vergeten dat er tienduizenden mensen hun brood verdienen in deze industrie.
Renners, verzorgers, ploegleiders, journalisten, mecaniciens en fotografen.
Daarbovenop alle toeleveranciers en de extra consumptie die een koers in een regio veroorzaakt als deze er langs komt.
Het gaat om heel veel mensen die hier hun brood mee verdienen. Logisch dat de UCI dus met een nieuwe kalender is gekomen.
De haalbaarheid zal echter terecht door de politiek worden bepaald.
Toch is het goed dat er nu een kalender is waar ieder zijn plannen op kan baseren.
De nieuwe kalender voor vrouwen heeft wel een opmerkelijke vernieuwing. Dit jaar zal voor het eerst Parijs-Roubaix voor vrouwen worden gehouden.
Een mooie stap voor het dames wielrennen.
De vrouwen rijden op dezelfde dag als de profs hun editie namelijk op 25 oktober 2020
Wie begin dit jaar naar de Le Samyn heeft zitten kijken zal toch tot de conclusie zijn gekomen dat een aantal dames heel, heel erg goed over de stenen gaan.
Vooral onze landgenoten Chantal Blaak die begin dit jaar Le Samyn voor de derde keer wist te winnen.
Het is nog ruim 170 dagen voor er naar Roubaix gefietst gaat worden, maar voor mij is Chantal nu al topfavoriet.
Op de onderstaande video kan je zien hoe de dames de kasseien in Le Samyn 2020 verwerken. Terecht dat ze nu ook hun editie van Parijs-Roubaix krijgen!
De UCI heeft vandaag de nieuwe kalender voor 2020 bekend gemaakt. Uiteraard is alles onder de voorwaarde dat op dat moment er geen beperkingen zijn door de Corona-crisis
Afgelopen weken werd er al veel gespeculeerd en bijna dagelijks was er een andere datum voor de klassiekers.
25 oktober 2020 is het geworden.
Voor de liefhebbers van Parijs-Roubaix betekend dat nog 173 nachtjes slapen.
Uiteraard hopen we dat het door kan gaan, maar niet zozeer voor de koers. Als er eind van de zomer en in de herfst weer gekoerst wordt bekend dat ook dat we de Corona-crisis op de juiste manier aan het bestrijden zijn.
Dat zou mooi zijn en niet alleen voor de wielersport.
Foto: De laatste echte strook die van Hem is recent op een aantal plaatsen flink opgeknapt.
Zal 25 oktober hier de winnaar al bekend zijn, of krijgen we een sprint op de wielerbaan.
Zelf ben ik toevallig vorig jaar rond 25 oktober op het parcours wezen fietsen. Ik heb toen de laatste 50 kilometer van het parcours gefietst.
Op die dag (23 oktober) was het heerlijk weer om te fietsen, maar het kan eind oktober natuurlijk ook bar en boos zijn.
Een echt natte Parijs-Roubaix is al weer even terug. We hebben straks extra lang moeten wachten en het zou toch mooi zijn als we een goed natte editie krijgen.
Er is geen koers waar de winnaar zo'n aansprekende trofee krijgt als bij Parijs-Roubaix.
Ook nog eens een trofee die als geen ander het parcours uitbeeld.
Veel bekers en prijzen verdwijnen bij de meeste renners vrij snel naar zolder. De kassei staat echter bij de meeste in hun werkkamer of zelfs gewoon op de schoorsteenmantel.
Dit is met recht een kei van een trofee. De kasseien waar je als winnaar net je zweet, snot en wellicht ook wat bloed hebt achtergelaten krijg je er nu een mee naar huis.
De verduvelde stenen maar nu was jij de baas. De meeste winnaars hebben nauwelijks de kracht om na afloop de steen boven hun hoofd te tillen.
Iedere winnaar moet haar ook even kussen. Zacht en teder als een contrast tegenover de 7 gruwelijke uren die vooraf zijn gegaan.
De winnaar krijgt een echte kassei en sinds een paar jaar krijgen de nummers 2 en 3 een kleine kassei.
Foto: In cafe Au Pave op het velodrome van Roubaix kan iedere wielertoerist
heel even voelen hoe het is om de mooiste trofee te kussen.
De kassei als trofee is eind jaren 70 ingevoerd en zo hebben een heleboel winnaars geen kassei ontvangen.
De vereniging Les Amis de Paris-Roubaix stelt echter alles in het werk om alle nog levende winnaars alsnog van een kassei trofee te voorzien.
Het liefst halen ze tijdens de verschillende evenementen de ex-winnaars naar Roubaix om in een gepaste huldiging de kassei te overhandigen.
Dit gebeurd doorgaans bij evenementen voor wielertoeristen of meetings van Les Amis.
Foto: Ook voor de wielertoerist die de Helleklassieker voltooid is er een kassei. Kleiner dan de
overwinningstrofee bij de profs natuurlijk, maar ieder gaat trots met het steentje naar huis.
Na de tragische dood van Franco Ballerini in februari 2010 is er een prijs uitgereikt voor de eerst aankomende Italiaan. Deze prijs is een iets kleinere kassei dan voor de winnaar. De naam van de prijs is Souvenir Franco Ballerini en werd in 2010 door Filippo Pozzato gewonnen.
Pozzato was op dat moment de regerende Italiaanse kampioen en fietste in de Italiaanse driekleur naar een zevende plek.
Voor zover we kunnen achterhalen is uitreiken van deze prijs helaas bij die ene keer gebleven.
Hoewel er tot mei van 1945 in een groot deel van Europa een gruwelijke oorlog werd gevoerd werd zowel in 1943 (Marcel Kint), 1944 (Maurice Desimpelaere) en 1945 (Paul Maye) een Parijs-Roubaix verreden.
Het waren echter wel vooral Vlaamse en Noord Franse coureurs die aan deze edities hebben deelgenomen.
Zowel in 43, 44 en 45 werd de volledige top tien door Belgische en Franse renners ingenomen.
In mijn ogen vanuit sportief oogpunt edities die minder zwaar tellen. Als je echter kijkt hoe Europa overhoop lag is bewondering voor de kerels die toch gingen koersen op z'n plaats.
Slecht materiaal, slechte voeding en over serieuze verzorging moeten we het maar helemaal niet hebben.
In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog is er echter geen Parijs-Roubaix gereden. Dit had alles te maken met de complexe bestuurlijke structuur van Frankrijk in die jaren.
Parijs-Roubaix was in de jaren voor de oorlog meermaals verreden onder de naam "Trophee Duralumin. Onder deze naam zijn in de eerste oorlogsjaren drie keer een alternatieve koers gehouden.
Podium 1940 Le Mans-Parijs
1 Joseph Soffietti
2 Marcel Van de Velde
3 Jules Rossi
Podium 1941 Parijs-Reims
1 Jules Rossi
2 Louis Thiétard
3 Raymond Louviot
Rossi was Italiaan maar bracht een zeer groot deel van z'n leven door in Frankrijk.
Giulio werd dan ook al snel Jules en Rossi hield van het Franse leven. Hij hield ook van de koers maar vooral als ze niet langer dan een dag duurde.
In de grote rondes heeft hij ook geen enkele rol van betekenis gespeeld.
Rossi is de enige coureur die zowel een echte Parijs-Roubaix als een vervangende koers heeft weten te winnen.
Naast Parijs-Roubaix en Parijs-Reims wist Rossi ook Parijs-Tours te winnen. Rossi - die in Parijs woonde - was blijbaar vooral gemotiveerd als hij voor de deur kon starten.
Soffietti winnaar van de eerste vervangende Parijs-Roubaix heeft een wat minder indrukwekkende erelijst. Hij heeft echter wel met Rossi gemeen dat hij een onwaarschijnlijk groot aantal jaren coureur is geweest en hun beide carrières bizar gelijk op zijn gegaan:
Joseph Soffietti 1934-1950
Jules Rossi 1935-1950
Ook de winnaar van de derde vervangende Parijs-Roubaix heeft een best aantal jaren als prof op de fiets gezeten.
Emile Idée fietste tussen 1938 en 1951 een aantal aardige ereplaatsen bij elkaar.
Het is boeiend om je te verdiepen hoe sporters tijdens oorlogsjaren toch proberen hun weg te vinden. In het geval van wielersport letterlijk en figuurlijk.
Het zal bij menigeen een dubbel gevoel geven. Ten tijden van oorlog hoor je je land te verdedigen hoor ik de moraalridders al roepen.
Maar wellicht zorgt het houden van sportevents juist wel voor een hoge motivatie onder de bevolking, die niet alleen met fysieke maar ook met mentale uitputting te maken heeft.
Met het tijdsbeeld van nu is het ook ongepast om er over te oordelen. Het blijft echter een fascinerende gedachten dat in de laatste jaren van de oorlog gewoon een Parijs-Roubaix is gereden en in de eerste drie oorlogsjaren een vervangende koers.
Laten we hopen dat het nooit meer nodig zal zijn.......
Foto: Op oorlogsgraven proberen mensen nog dagelijks hun afkeer en verdriet kenbaar te maken.
Roubaix is onder het grote publiek vooral bekend als finishplaats van Parijs-Roubaix, maar was ook een groot aantal keren etappeplaats in de Tour de France.
Minder bekend is de wedstrijd Brussel-Roubaix die slechts drie keer verreden is. Over deze koers is helaas niet veel bekend. Gehouden in de jaren dat er nog weinig media was en wat er als was zal door twee oorlogen verloren zijn gegaan.
Opmerkelijk is dat van de drie winnaars er twee ook een keer Parijs-Roubaix hebben gewonnen. Mede hierdoor is het interessant om te weten of de finale hetzelfde karakter had als die van Parijs-Roubaix.
Aucouturier won twee (1903-1904) keer Parijs-Roubaix en Trousselier was in 1905 de sterkste. Zij komen op deze blog ook meermaals aan bod.
De derde winnaar van Brussel-Roubaix was René Vandenberghe. Naast Brussel-Roubaix wist hij etappes te winnen in de Ronde van België en het eindklassement in 1911.
Overigens komen we Vandenberghe ook tegen in de uitslagen van Parijs-Roubaix. Zo werd hij in 1910 zesde en een jaar later reikte hij tot de vijfde stek.
Onbekende koersen als Brussel-Roubaix en minder grote coureurs als Vandenberghe fascineren doorgaans enorm, omdat het een bepaalde puurheid met zich meebrengt. Worden koersen en coureurs groter worden ook de belangen groter en dat is immers niet altijd in het voordeel van de pure schoonheid van de sport.
Erelijst Brussel-Roubaix
1901 Hippolyte Aucouturier
1905 Louis Trousselier
1910 René Vandenberghe
Foto: Zoals we op het bijschrift van de foto kunnen zien stond
De Vuelta 2020 start definitief niet in Nederland. Hoewel deze blog toch vooral over Parijs-Roubaix gaat is dit natuurlijk voor de Nederlandse wielerfan een grote teleurstelling.
Het bericht is zojuist op de website van de ASO (eigenaar Vuelta) bekend gemaakt: La Vuelta 20 will not take off from the Netherlands. Due to the exceptional situation caused by the COVID-19 crisis, the organising committee of La Vuelta Holanda has been forced to cancel the official departure of the race from the Dutch regions of Utrecht and North Brabant.
Uiteraard is ook het organiserend comité enorm teleurgesteld, maar gezien de situatie door de Corona-crisis was er eigenlijk geen ander besluit mogelijk.
Het comité gaat niet bij de pakken neerzitten en gaat kijken of er in 2022 opnieuw een kans is om de start in Nederland te houden.
Geen start van de Vuelta in Nederland maar het is natuurlijk nog maar de vraag of er dit jaar überhaupt nog een Vuelta gaat komen.
Hoewel in een aantal landen er verbetering zichtbaar is, blijft de situatie nog heel kwetsbaar.
Daarnaast is er veel gerommel rond de nieuwe agenda. De Tour was verplaatst naar eind augustus maar de Franse regering heeft inmiddels besloten dat tot 1 september geen grote events mogen zijn.
Voor Parijs-Roubaix zijn in de media inmiddels al drie nieuwe data genoemd, maar op de website van de ASO is nog geen melding gemaakt van een nieuwe datum.
Zowel voor de drie grote rondes en de vijf monumenten - waarvan Parijs-Roubaix er een is - zal het lastig gaan worden.