donderdag 14 mei 2020

Eddy Merckx: 1968

Veelvraat Merckx kon alles, deed alles en won alles. De Helleklassieker wist hij maar liefst drie keer te winnen.
Daarmee staat hij op gelijke hoogte met experts als Octave Lapize, Gaston Rebry, Rik Van Looy, Francesco Moser, en Johan Museeuw. Alleen top specialisten Tom Boonen en  Roger De Vlaeminck doen met vier overwinningen beter.

De jonge Merckx was 23 toen hij aan de start stond van deze geheel vernieuwde editie van Parijs-Roubaix.
Door het oprukkend asfalt was de organisatie genoodzaakt het parcours een stuk naar het oosten te verplaatsen waar nog wel prehistorische wegen te vinden zijn.
In de loop van de zestiger jaren was het aantal kasseistroken fors terug gelopen. De organisatie wilde kost wat het kost een statement maken dat deze koers behouden moest worden.
Maar dan wel met voldoende kasseien.
In deze editie van 1968 zat een kleine 60 kilometer kasseien.
Voor het eerst werd het roemruchte Bos van Wallers opgenomen. Indrukwekkend is ook de 15 kilometer lange strook die diep in de finale zit. Van Templeuve via Nomain naar Bachy en hierna was het nog slechts 20 kilometer (en 5 kasseistroken) naar de finish.

Aan z'n erelijst kon je niet zien dat Merckx pas 23 was. Op dat moment bevatten de erelijst van Merckx immers al: twee wereldtitels (amateurs en profs), twee maal Milaan-San Remo, tweemaal Trofeo Baracchi, Gent-Wevelgem, de Waalse Pijl en etappes in Parijs-Nice en de Giro.
Een erelijst waar menigeen over z'n hele carrière trots op zou zijn, maar voor de veelvraat Merckx was het pas het begin.
De amuse van z'n erelijst en Merckx was klaar voor een stevig voorgerecht!
Een koers als Parijs-Roubaix hoort op je erelijst als je bij de groten der aarde wilt horen. Hoe mooi zou het ook zijn om in de regenboogtrui als winnaar in Roubaix over de streep te rijden. Mooier is er niet!
Een jaar eerder had Eddy in een bloedstollende sprint Jan Janssen op een paar millimeter van een "in huis" wereldtitel weten te houden. Deze trui tonen wilde Eddy maar al te graag en deed dat in deze prachtige editie van Parijs-Roubaix.

Mede door het extreem zware en onbekende parcours doen de renners in de eerste uren rustig aan, maar zodra de eerste kasseien zijn bereikt slaat de boel op hol.
Het wordt een (z)ware afvalrace. Tourwinnaar (67) Roger Pingeon blijft over van een vroege kopgroep en trekt als eerste door het Bos van Wallers.
Omdat het het Bos van Wallers voor de eerste keer in de koers zit is dit voor de Fransman een geweldig glorieus moment.
Bijna euforisch begint Roger aan de eerste doortocht door de loopgraaf van Arenberg. Het is nog 80 kilometer tot de meet en Pingeon is duidelijk met een zelfmoordactie bezig.

Pingeon valt uiteindelijk weg uit de kop van de wedstrijd en komt zelfs niet in de uitslag voor.
Hierna wordt het niet meer rustig in de koers en na diverse pogingen komen er vier man aan de leiding: Eddy Merckx, Herman van Springel, Ward Sels en Willy Bocklant.

Willy is al blij als hij nog weet hoe je Roubaix moet schrijven. Wanhopig over z'n fiets gevouwen probeert hij aan te klampen maar bezwijkt en zal uiteindelijk eindigen op een 25e plaats.
In het laatste uur koers verliest hij 9 (negen!) minuten.
Maar niet alleen Willy maar het hele peloton krijgt vandaag een stukje fietsles.
Fietsles? Op hun duvel kregen ze! Op hun duvel in De Hel.
Slecht 44 renners bereiken de finish van deze vernieuwde en vooral verzwaarde editie. De parcoursbouwers hadden hun werk prima gedaan. Maar ook Merckx had zijn werk gedaan en voor een ware slachting gezorgt.
Van de drie koplopers rijdt Sels lek en Merckx besluit met Van Springel naar de wielerbaan te rijden.

De sprint voor de overwinning in Roubaix was echter een formaliteit. Herman komt als eerste op de baan en drong wel aan maar was in de spurt een "vogel voor de kat" zoals onze zuiderburen zo mooi kunnen zeggen.
De zuiderburen zullen echter wel in hun nopjes zijn geweest want Walter Godefroot zorgde voor een compleet Belgisch podium.

Podium 1968:
1 Eddy Merckx
2 Herman Van Springel
3 Walter Godefroot

Commentaar in het filmpje is in het Frans maar de beelden geven een prachtig tijdsbeeld. Let ook op de kale wielerbaan. Deze is tegenwoordig licht kleurig geschilderd en voorzien van de nodige reclame.
Het publiek is zichtbaar content met de overwinning van Eddy Merckx.



In 1970 en 1973 zou Eddy eveneens de stenenklassieker op z'n naam weten te schrijven.

woensdag 13 mei 2020

Secteur Saint-Python

1500 meter - 2 sterren

De strook werd voor het eerst gebruikt in 1973. De stenen liggen vrij goed en zelfs bij een natte editie blijft deze strook vrij schoon.
1500 meter blijft natuurlijk toch even bikkelen, maar het is nog 140 kilometer koers en dit is niet een strook waar snel de beslissing zal vallen.
Voor wie niet graag afdaalt op kasseien toch nog een lastig stuk want de strook gaat in dalende lijn.
Als je bidons wilt rapen is dit wel een mooi plek om naar de koers te gaan kijken.

Het zijn doorgaans de vroege vluchters die hier de dienst uitmaken en de kanshebbers zijn vooral bezig om zonder schade door de eerste 10 stroken te komen.
Toch zorgen tien van dit soort stroken dat een peloton stukje bij beetje wordt afgemat en uiteindelijk wordt uitgedund.
Op het eind van de koers kan een strook als deze er dus net een teveel zijn geweest.
De strook loopt van de D113 naar het noord oosten en komt uit aan de rand van Saint-Python.

Saint-Python is zo'n typisch Frans plattelandsdorp. Ongeveer 1000 inwonders. Dat waren er meer maar de jeugd trek liever naar de grote stad.
Het plaatsje heeft zo'n kenmerkend dorpsplein met kerk, stadhuis, baker en restaurant.
Stadhuis is overigens er fraai en bij de bakker eens taartjes wezen halen die waren geweldig!

De officiële naam van de strook is Chemin Nungesser en is genoemd naar een voormalig piloot. Charles Nungesser was een echte luchtaas tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Deze weg die naar hem is genoemd lag midden in het slagveld waar hij boven opereerde.
Nungesser is een van de meeste gedecoreerde piloten uit de Eerste Wereldoorlog en heeft maar liefst 43 bevestigde overwinningen.
Dat leverde hem een onwaarschijnlijke hoeveelheid decoraties op.  Nungesser was tevens het ideale rolmodel voor een film. Tijdens een van de militaire operaties had hij gronddienst, maar pakte tegen alle orders in toch een vliegtuig en schoot een Duitser uit de lucht. Zowel een straf als een medaille waren zijn deel.

Het grote publiek kent Nungesser vooral van zijn poging om als eerste de Atlantische oceaan over te vliegen. Enkele weken voor Charles Lindbergh zijn succesvolle overtocht maakte verdween Nungesser bij zijn poging. Aangenomen wordt dat hij boven de Atlantische oceaan is neergestort. Een week later lukte het Lindbergh wel.

De renners zullen weinig tijd voor dit soort historie hebben, maar het blijft treffend hoe het parcours van Parijs-Roubaix en de Eerste Wereldoorlog in elkaar verweven zijn.

Afbeelding: Strook begint onder bij de D113 en komt uit bij het plaatsje Saint-Python.

dinsdag 12 mei 2020

Mahjoub Ben Bella

Het werk van deze kunstenaar kenmerkt zich vooral door gebruik van doorgaans vrolijke kleuren. Mahjoub Ben Bella woont op een steenworp (het zal met een kassei zijn) van de finish van Parijs-Roubaix en had al langer de ambitie om een groot "outdoor" schilderij van te maken.
 Langzaam ontstond het idee om daar de finale van Parijs-Roubaix voor te gebruiken. Door het parcours over vele kilometers te schilderen groeide een fraai kunstwerk wat ook nog eens op een zeldzaam hoog aantal toeschouwers mocht rekenen. Vooral de opnames uit de lucht deden het erg goed tijdens de live TV uitzending.

Met een team van 10 man is in een halve maand 16 ton verf uitgesmeerd over 12 kilometer parcours.
Ik kan me nog goed herinneren dat dit kunstproject in de media werd aangekondigd. Veel scepsis natuurlijk, maar dat zijn we van het conservatieve wielerwereldje wel gewend.

Toch zijn Parijs-Roubais en Mahjoub van elkaar gaan houden. Het kunstwerk zorgde voor extra exposure en de kunstenaar kreeg een grote zwak voor de koers. Dat laatste heeft zelfs voor de nodig schilderijen gezorgd.
Zelf heb ik in 1988 nog over een paar beschilderde stroken gereden, maar de tijd heeft het kunstwerk volledig opgeslokt en de laatste verf is de laatste jaren verdwenen.

Foto: Mahjoub Ben Bella aan het werk op een van de stroken in de finale.

maandag 11 mei 2020

Pino Cerami: 1960

De Belgische Italiaan genoot een enorme populariteit. Vooral onder de Walen. Die moesten immers keer op keer toezien hoe maar weer een Vlaming met een grote vis ging lopen.
Cerami was geen heel groot kampioen, maar naast deze Parijs-Roubaix heeft hij ook Parijs-Brussel en de Waalse Pijl op z'n naam staan.
Een superknecht die prima als wisselkopman kon worden uitgespeeld.
Dat hem dat uitgesproken in de editie van Parijs-Roubaix van 1960 lukte is wel opmerkelijk.
We zitten immers in een periode van een aantal zeer grote kampioenen. Van Looy aast op z'n eerste Roubaix.
Andere Belgen die de bloemen ruiken zijn Fore, Desmet, De Bruyn, De Cabooter en Impanis om er maar een paar te noemen.
Van Looy was de week ervoor derde geworden in de Vlaamse hoogmis en het doel was duidelijk.
Maar er waren ook niet Belgen die als eerste in Roubaix op de poort van de wielerbaan wilde kloppen.
Tom Simpson was nog een broekie maar had op het wereldkampioenschap van het jaar daarvoor laten zien dat hij wat in z'n mars had. Hij belande daar net naast het podium en daardoor was hij alleen bij de echte kenners opgevallen.
We hadden verder de Louison Bobet. Aan het eind van z'n carrière maar winst in Roubaix gaat vaak gepaard met veel jaren ervaring. Cerami zou dat gaan bewijzen in deze editie.

Vanaf het begin was het volle bak. De renners hadden de laatste nieuwtjes nog niet uitgewisseld of de eerste ontsnappingen waren al een feit.
Geen knechten of renners van het tweede garnituur.
Toppers Bobet en Riviere kleuren het begin van de koers. Tot halfweg lijken ze zelfs een kans te maken op een bizar lange vlucht maar beide hebben hun kaart fors overspeeld.
Nadat ze zijn ingerekend volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Van Looy speelt een belangrijke rol maar zal het niet redden.
Ook Simpson geeft een show weg en op Youtube is nog steeds deze solo te bewonderen. Deze solo heeft in de Britse wielerhistorie een vooraanstaande status.
Tom is echter nog niet rijp genoeg en ook hij is een vogel voor de kat.

Er wordt de hele dag duivels hard gereden en het zou op een paar meter na de snelste Parijs-Roubaix worden.
Inmiddels worstelt Cerami zich lenig door de gevechten. Zonder druk want niemand verwacht grote dingen van de import Waal.
In de laatste plaats hijzelf en Pino koerst gewoon lekker mee. Steeds van voren.
Met minder dan een half uur koers weet hij samen met Sabbadini op kop te komen.

Met de huidige TV en multimedia had dat zeker een hoop grappen opgeleverd. Pino & Tino op kop in koningin van de klassiekers. Er zou zeker om gelachen worden, maar wie naar de snelheden keek zou helemaal niet lachen.
Met een verschroeiend tempo stormde de twee richting Roubaix. Geen van beide met een groot palmares.
Beide steeds in dienst van een kopman. Sterker...........beide in dienst van DEZELFDE kopman.
Nog een kwartier koers en wie moest dit gaan winnen? Gelukkig geen ploegleider die in verbinding staat met het hoofdkantoor.

De thriller wordt echter niet tot het maximale gedreven en in de bochtige finale is Cerami de coureur met net iets meer ervaring.
Voor Pino een "doorbraak" op twee weken van z'n veertigste verjaardag en nadien zou hij in een paar jaar nog een schitterende palmares bij elkaar rijden. Voor Tino was het echter "slechts" een tweede plaats en hij zou de rest van z'n carrière vooral knecht blijven.
Opmerkelijk is de derde plaats van Poblet. Tweede keer dat hij hier op het podium stond en tot de ereplaatsen van Flecha de enige Spanjaard die in Roubaix het podium wist te halen.

Na z'n actieve carrière kreeg Cerami een koers die naar hem is vernoemd de GP Cerami.

Podium 1960
1. Pino Cerami
2. Tino Sabbadini
3. Miguel Poblet

Deze Parijs-Roubaix was de eerste topklassieker die uitgezonden werd op de Franse TV. De beelden laten vooral de solo van Tom Simpson zien maar zijn van grote historische waarde.

<

zaterdag 9 mei 2020

Pavé

Natuurlijk denken we bij pavé direct aan de stenen in Noord Frankrijk.

Pavé heeft echter nog een paar betekenissen.

De belangrijkste zijn soorten kaas. Een groot aantal soorten kaas heeft pavé in de naam. Denk aan Pavé d’Auge, Pavé Blesois en Pave d'Affinois.
Meer eetbare pavé is brood. Het gaat doorgaans om brood ter grote van een kassei. Vaak zeer stoer brood wat vrij compact gebakken is.
Het begrip pavé wordt veel gebruik in namen van recepten waar een blok vis (zalm), vlees of taart wordt geserveerd.
Pavé au chocolat zal beslist van vele een favoriet zijn en een stuk beter te verteren dan de Noord Franse stenen.
Erg lekker - vooral voor liefhebbers van Tiramisu - is de Brazilian pave.

Een ander opmerkelijke pavé is de zetting van edelsteenjes. Hierbij wordt een bepaald oppervlak van een sieraad met steentje "geplaveid".

Pavé is natuurlijk een mooi krachtig woord, maar wij wielerliefhebbers kennen het natuurlijk vooral als die verduivelde stenen.

Vroeger werden heel veel belangrijke wegen waar zwaar verkeer over moest bestraat met kasseien. Zelfs tot de jaren 80 waren veel oude industriegebieden nog bestraat met kasseien.
Ook in Nederland zoals in het havengebied van Rotterdam.
Nu zijn het vooral in België en Noord Frankrijk nog wat kleine wegen die maar minimaal van belang zijn voor de infrastructuur.
De pavé is de afgelopen tientallen jaren echter wel enorm populair voor sierbestrating in tuinen en oprijlaantjes.

In ieder land worden ze natuurlijk weer anders genoemd. Hier de belangrijkste:

Frans: Pavé
Belgie: Kassei(en)
Nederland Kinderkopjes
Duitsland: Kopfsteinpflaster
Engeland: Cobblestones
In Spanje en Italie wordt in wielerkringen doorgaans pavé gebruikt.
Japans: 石畳

Tijdens commentaar bij wielerwedstrijden wordt ook gebruik gemaakt van "stenen" zoals in: "dames en heren we gaan de stenen weer op".
Eigenlijk vind ik dat een heel mooie uitdrukking: "we gaan de stenen weer op".
Dat klinkt als muziek in de oren en is een signaal om weer op het puntje van je stoel te gaan zitten.....

Foto: Hier een heel slechte strook met heel slechte pavés. De strook (Chemin de Bourghelles) wordt niet meer 
gebruikt in de koers. Einde van deze strook komt uit op het eindpunt van Carrefour de L'Abre.
 Voor wie een keer wil: aan de achterkant van het restaurant naar het noorden rijden.

vrijdag 8 mei 2020

Bordeaux-Parijs

Dit is een van de oudste klassiekers maar wordt helaas niet meer gehouden. Jammer want de koers had een aantal unieke elementen.
Om te beginnen was daar natuurlijk de finish in Parijs. Slechts weinig koersen hebben 86 keer hun finish in Parijs gehad. Uniek!
Dan de lengte van deze koers. Niet alle jaren was de koers even lang maar rond de 600 kilometer moesten de renners iedere keer wel wegtrappen.
Voor een eendagskoers een serieus stukje fietsen.
Om het de renners iets makkelijker te maken werden er halverwege de koers gangmakers ingezet.
In eerste instantie werd zo'n beetje alles gebruikt als gangmaker, maar toen de organisatie wat stabieler werd liet men alleen nog derny's toe.

Bordeaux-Parijs werd voor het eerst georganiseerd in 1891. Dat is vijf jaar eerder dan de eerste Parijs-Roubaix.
Toen Parijs-Roubaix voor het eerst georganiseerd werd was een van de doelstelling dat deze koers een voorbereidingswedstrijd zou worden voor Bordeaux-Parijs.
Uiteindelijk heeft het voorprogramma het hoofdprogramma ingehaald.

Daar waar een koers als Parijs-Roubaix door sommige wielerliefhebbers wordt afgedaan als een prehistorisch monster, is Bordeaux-Parijs met haar 600 kilometer op één dag natuurlijk echt niet meer van deze tijd.

Daarom stierf de koers een mooie dood en in 1988 werd deze voor het laatst gehouden.

Er zijn behoorlijk wat renners die beide koersen een keer hebben weten te winnen. Toch is het rijtje dat dat in één kalenderjaar heeft weten te doen relatief kort. Het voorprogramma winnen en daarna de hoofdschotel pakken - zoals de inrichters oorspronkelijk hadden bedacht - lukte uiteindelijk maar een zestal renners.

Maar wat een mooi rijtje!

Parijs-Roubaix & Bordeaux -Parijs in één jaar:
1901 Lucien Lesna
1903 Hippolyte Aucouturier
1919 Henri Pélissier
1927 Georges Ronsse
1932 Romain Gijssels
1969 Walter Godefroot

Foto: Jan Janssen is een van de de renners die zowel Bordeaux-Parijs (66) als 
Parijs-Roubaix wist te winnen. Niet in hetzelfde kalenderjaar, maar toch een unieke
 prestatie om beide zware koersen op je palmares te zetten.

woensdag 6 mei 2020

Vrouwen in Roubaix

Gister heeft de UCI de nieuw en zwaar ingedikte kalender bekend gemaakt. Uiteraard is er door de beperkte tijd voor veel koersen geen ruimte.
Diverse organisatoren hadden zelf die keuze al gemaakt en zien 2020 als een verloren jaar.

Of de nieuwe kalender reëel is zal de komende maanden blijken. Ondanks alle problemen die er nu in de wereld zijn heeft de UCI natuurlijk ook haar plicht om te kijken wat er mogelijk is als de lichten weer op groen gaan.,

We kunnen het afdoen met: "het is maar sport" .... "het is maar fietsen"
Laten we niet vergeten dat er tienduizenden mensen hun brood verdienen in deze industrie.
Renners, verzorgers, ploegleiders, journalisten, mecaniciens en fotografen.
Daarbovenop alle toeleveranciers en de extra consumptie die een koers in een regio veroorzaakt als deze er langs komt.

Het gaat om heel veel mensen die hier hun brood mee verdienen. Logisch dat de UCI dus met een nieuwe kalender is gekomen.
De haalbaarheid zal echter terecht door de politiek worden bepaald.
Toch is het goed dat er nu een kalender is waar ieder zijn plannen op kan baseren.

De nieuwe kalender voor vrouwen heeft wel een opmerkelijke vernieuwing. Dit jaar zal voor het eerst Parijs-Roubaix voor vrouwen worden gehouden.
Een mooie stap voor het dames wielrennen.
De vrouwen rijden op dezelfde dag als de profs hun editie namelijk op 25 oktober 2020

Wie begin dit jaar naar de Le Samyn heeft zitten kijken zal toch tot de conclusie zijn gekomen dat een aantal dames heel, heel erg goed over de stenen gaan.
Vooral onze landgenoten Chantal Blaak die begin dit jaar Le Samyn voor de derde keer wist te winnen.
Het is nog ruim 170 dagen voor er naar Roubaix gefietst gaat worden, maar voor mij is Chantal nu al topfavoriet.

Op de onderstaande video kan je zien hoe de dames de kasseien in Le Samyn 2020 verwerken. Terecht dat ze nu ook hun editie van Parijs-Roubaix krijgen!

dinsdag 5 mei 2020

25 oktober 2020

De UCI heeft vandaag de nieuwe kalender voor 2020 bekend gemaakt. Uiteraard is alles onder de voorwaarde dat op dat moment er geen beperkingen zijn door de Corona-crisis
Afgelopen weken werd er al veel gespeculeerd en bijna dagelijks was er een andere datum voor de klassiekers.

25 oktober 2020 is het geworden.

Voor de liefhebbers van Parijs-Roubaix betekend dat nog 173 nachtjes slapen.
Uiteraard hopen we dat het door kan gaan, maar niet zozeer voor de koers. Als er eind van de zomer en in de herfst weer gekoerst wordt bekend dat ook dat we de Corona-crisis op de juiste manier aan het bestrijden zijn.
Dat zou mooi zijn en niet alleen voor de wielersport.

Foto: De laatste echte strook die van Hem is recent op een aantal plaatsen flink opgeknapt. 
Zal 25 oktober hier de winnaar al bekend zijn, of krijgen we een sprint op de wielerbaan.

Zelf ben ik toevallig vorig jaar rond 25 oktober op het parcours wezen fietsen. Ik heb toen de laatste 50 kilometer van het parcours gefietst.
Op die dag (23 oktober) was het heerlijk weer om te fietsen, maar het kan eind oktober natuurlijk ook bar en boos zijn.
Een echt natte Parijs-Roubaix is al weer even terug. We hebben straks extra lang moeten wachten en het zou toch mooi zijn als we een goed natte editie krijgen.

Vingers gekruist zullen de Fransen zeggen.

maandag 4 mei 2020

De kassei trofee

Er is geen koers waar de winnaar zo'n aansprekende trofee krijgt als bij Parijs-Roubaix.
Ook nog eens een trofee die als geen ander het parcours uitbeeld.
Veel bekers en prijzen verdwijnen bij de meeste renners vrij snel naar zolder. De kassei staat echter bij de meeste in hun werkkamer of zelfs gewoon op de schoorsteenmantel.
Dit is met recht een kei van een trofee. De kasseien waar je als winnaar net je zweet, snot en wellicht ook wat bloed hebt achtergelaten krijg je er nu een mee naar huis.
De verduvelde stenen maar nu was jij de baas. De meeste winnaars hebben nauwelijks de kracht om na afloop de steen boven hun hoofd te tillen.
Iedere winnaar moet haar ook even kussen. Zacht en teder als een contrast tegenover de 7 gruwelijke uren die vooraf zijn gegaan.
De winnaar krijgt een echte kassei en sinds een paar jaar krijgen de nummers 2 en 3 een kleine kassei. 

Foto: In cafe Au Pave op het velodrome van Roubaix kan iedere wielertoerist 
heel even voelen hoe het is om de mooiste trofee te kussen.

De kassei als trofee is eind jaren 70 ingevoerd en zo hebben een heleboel winnaars geen kassei ontvangen.
De vereniging Les Amis de Paris-Roubaix stelt echter alles in het werk om alle nog levende winnaars alsnog van een kassei trofee te voorzien.
Het liefst halen ze tijdens de verschillende evenementen de ex-winnaars naar Roubaix om in een gepaste huldiging de kassei te overhandigen.
Dit gebeurd doorgaans bij evenementen voor wielertoeristen of meetings van Les Amis.

Foto: Ook voor de wielertoerist die de Helleklassieker voltooid is er een kassei. Kleiner dan de 
overwinningstrofee bij de profs natuurlijk, maar ieder gaat trots met het steentje naar huis.

Na de tragische dood van Franco Ballerini in februari 2010 is er een prijs uitgereikt voor de eerst aankomende Italiaan. Deze prijs is een iets kleinere kassei dan voor de winnaar. De naam van de prijs is Souvenir Franco Ballerini en werd in 2010 door Filippo Pozzato gewonnen.
Pozzato was op dat moment de regerende Italiaanse kampioen en fietste in de Italiaanse driekleur naar een zevende plek.
Voor zover we kunnen achterhalen is uitreiken van deze prijs helaas bij die ene keer gebleven.

vrijdag 1 mei 2020

De Oorlogsjaren: 1940-1942

Hoewel er tot mei van 1945 in een groot deel van Europa een gruwelijke oorlog werd gevoerd werd zowel in 1943 (Marcel Kint), 1944 (Maurice Desimpelaere) en 1945 (Paul Maye) een Parijs-Roubaix verreden.
Het waren echter wel vooral Vlaamse en Noord Franse coureurs die aan deze edities hebben deelgenomen.
Zowel in 43, 44 en 45 werd de volledige top tien door Belgische en Franse renners ingenomen.
In mijn ogen vanuit sportief oogpunt edities die minder zwaar tellen. Als je echter kijkt hoe Europa overhoop lag is bewondering voor de kerels die toch gingen koersen op z'n plaats.
Slecht materiaal, slechte voeding en over serieuze verzorging moeten we het maar helemaal niet hebben.

In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog is er echter geen Parijs-Roubaix gereden. Dit had alles te maken met de complexe bestuurlijke structuur van Frankrijk in die jaren.

Parijs-Roubaix was in de jaren voor de oorlog meermaals verreden onder de naam "Trophee Duralumin. Onder deze naam zijn in de eerste oorlogsjaren drie keer een alternatieve koers gehouden.

Podium 1940 Le Mans-Parijs
1 Joseph Soffietti
2 Marcel Van de Velde
3 Jules Rossi

Podium 1941 Parijs-Reims
1 Jules Rossi
2 Louis Thiétard
3 Raymond Louviot

Podium 1942 Parijs-Reims
1 Emile Idée
2 Amédée Rolland
3 Raymond Louviot

Rossi was Italiaan maar bracht een zeer groot deel van z'n leven door in Frankrijk.
Giulio werd dan ook al snel Jules en Rossi hield van het Franse leven. Hij hield ook van de koers maar vooral als ze niet langer dan een dag duurde.
In de grote rondes heeft hij ook geen enkele rol van betekenis gespeeld.
Rossi is de enige coureur die zowel een echte Parijs-Roubaix als een vervangende koers heeft weten te winnen.
Naast Parijs-Roubaix en Parijs-Reims wist Rossi ook Parijs-Tours te winnen. Rossi - die in Parijs woonde - was blijbaar vooral gemotiveerd als hij voor de deur kon starten.

Soffietti winnaar van de eerste vervangende Parijs-Roubaix heeft een wat minder indrukwekkende erelijst. Hij heeft echter wel met Rossi gemeen dat hij een onwaarschijnlijk groot aantal jaren coureur is geweest en hun beide carrières bizar gelijk op zijn gegaan:
Joseph Soffietti 1934-1950
Jules Rossi 1935-1950

Ook de winnaar van de derde vervangende Parijs-Roubaix heeft een best aantal jaren als prof op de fiets gezeten.
Emile Idée fietste tussen 1938 en 1951 een aantal aardige ereplaatsen bij elkaar.

Het is boeiend om je te verdiepen hoe sporters tijdens oorlogsjaren toch proberen hun weg te vinden. In het geval van wielersport letterlijk en figuurlijk.
Het zal bij menigeen een dubbel gevoel geven. Ten tijden van oorlog hoor je je land te verdedigen hoor ik de moraalridders al roepen.
Maar wellicht zorgt het houden van sportevents juist wel voor een hoge motivatie onder de bevolking, die niet alleen met fysieke maar ook met mentale uitputting te maken heeft.

Met het tijdsbeeld van nu is het ook ongepast om er over te oordelen. Het blijft echter een fascinerende gedachten dat in de laatste jaren van de oorlog gewoon een Parijs-Roubaix is gereden en in de eerste drie oorlogsjaren een vervangende koers.

Laten we hopen dat het nooit meer nodig zal zijn.......

Foto: Op oorlogsgraven proberen mensen nog dagelijks hun afkeer en verdriet kenbaar te maken.

donderdag 30 april 2020

Brussel-Roubaix

Roubaix is onder het grote publiek vooral bekend als finishplaats van Parijs-Roubaix, maar was ook een groot aantal keren etappeplaats in de Tour de France.
Minder bekend is de wedstrijd Brussel-Roubaix die slechts drie keer verreden is. Over deze koers is helaas niet veel bekend. Gehouden in de jaren dat er nog weinig media was en wat er als was zal door twee oorlogen verloren zijn gegaan.

Opmerkelijk is dat van de drie winnaars er twee ook een keer Parijs-Roubaix hebben gewonnen. Mede hierdoor is het interessant om te weten of de finale hetzelfde karakter had als die van Parijs-Roubaix.
Aucouturier won twee (1903-1904) keer Parijs-Roubaix en Trousselier was in 1905 de sterkste. Zij komen op deze blog ook meermaals aan bod.
De derde winnaar van Brussel-Roubaix was René Vandenberghe. Naast Brussel-Roubaix wist hij etappes te winnen in de Ronde van België en het eindklassement in 1911.
Overigens komen we Vandenberghe ook tegen in de uitslagen van Parijs-Roubaix. Zo werd hij in 1910 zesde en een jaar later reikte hij tot de vijfde stek.

Onbekende koersen als Brussel-Roubaix en minder grote coureurs als Vandenberghe fascineren doorgaans enorm, omdat het een bepaalde puurheid met zich meebrengt. Worden koersen en coureurs groter worden ook de belangen groter en dat is immers niet altijd in het voordeel van de pure schoonheid van de sport.

Erelijst Brussel-Roubaix
1901 Hippolyte Aucouturier
1905 Louis Trousselier
1910 René Vandenberghe


Foto: Zoals we op het bijschrift van de foto kunnen zien stond 
René Vandenberghe ook op de baan z'n mannetje.

woensdag 29 april 2020

Geen Vuelta start in Nedeland

De Vuelta 2020 start definitief niet in Nederland. Hoewel deze blog toch vooral over Parijs-Roubaix gaat is dit natuurlijk voor de Nederlandse wielerfan een grote teleurstelling.

Het bericht is zojuist op de website van de ASO (eigenaar Vuelta) bekend gemaakt:
La Vuelta 20 will not take off from the Netherlands. Due to the exceptional situation caused by the COVID-19 crisis, the organising committee of La Vuelta Holanda has been forced to cancel the official departure of the race from the Dutch regions of Utrecht and North Brabant.

Uiteraard is ook het organiserend comité enorm teleurgesteld, maar gezien de situatie door de Corona-crisis was er eigenlijk geen ander besluit mogelijk.
Het comité gaat niet bij de pakken neerzitten en gaat kijken of er in 2022 opnieuw een kans is om de start in Nederland te houden.

Geen start van de Vuelta in Nederland maar het is natuurlijk nog maar de vraag of er dit jaar überhaupt nog een Vuelta gaat komen.
Hoewel in een aantal landen er verbetering zichtbaar is, blijft de situatie nog heel kwetsbaar.
Daarnaast is er veel gerommel rond de nieuwe agenda. De Tour was verplaatst naar eind augustus maar de Franse regering heeft inmiddels besloten dat tot 1 september geen grote events mogen zijn.

Voor Parijs-Roubaix zijn in de media inmiddels al drie nieuwe data genoemd, maar op de website van de ASO is nog geen melding gemaakt van een nieuwe datum.

Zowel voor de drie grote rondes en de vijf monumenten - waarvan Parijs-Roubaix er een is - zal het lastig gaan worden.

Côte de Doullens

In de begin jaren ging de koers in rechte lijn van Parijs naar Roubaix. Het parcours lag toen dus een heel stuk westelijker dan het huidige parcours.
Een van de eerste belangrijke hindernissen die de renners tegenkwamen was de venijnige klim bij Doullens.
Aanvankelijk een kassei-klim van 2500 meter die eindigde op een zeer winderige vlakte.
Met name in de beginjaren was dit een zeer lastige klim voor de renners. De fietsen waren immers lood en loodzwaar.
Daarnaast beschikte de fietsen niet over geavanceerde versnellingssystemen. Renners reden in die beginjaren met een vast verzet en onder aan een klim werd het wiel omgedraaid om een lichter verzet te kunnen trappen.

Dit soort beklimmingen waren in het begin van de wielersport dan ook serieuze uitdagingen. Reden temeer voor het publiek om zich op dit soort hindernissen massaal te verzamelen.
Doorgaans viel hier een eerste beslissing. De kans om hier Parijs-Roubaix te winnen was klein, maar wie hier niet zat op te letten kon de koers hier wel verliezen.
Vooral omdat de daarop volgende 40 kilometer veel in waaiers werd gekoerst. Daarna kwam er nog een finale van een kleine 50 kilometer met nagenoeg uitsluitend kasseien.

Eigenlijk had in die begin jaren de Côte de Doullens dezelfde functie als nu het Bos van Wallers. Een voorselectie. Een erg lastige hindernis op een kleine 100 kilometer van de meet.

De wegen rond Doullens waar de renners in de begin jaren op koerste zijn geasfalteerd en grote doorgaande verkeersroutes geworden.
Hoe mooi zou het toch zijn om een Parijs-Roubaix te beleven met de originele en authentiek Côte de Doullens.
Op onderstaande foto (archief BNF) zien we hoe mooi dat in die jaren geweest moet zijn.
Let eens op de renner in het midden van de foto. Die heeft duidelijk moeite met de keuze van z'n verzet en kijken we verder naar achteren dan zien we dat hij niet de enige is.

maandag 27 april 2020

Marc Demeyer: 1976

In z'n Flandria trui was Marc Demeyer het prototype van een Flandrien. Tussen 1972 en 1979 heeft Demeyer voor de legendarische Flandria ploeg gefietst.
Het is ook in deze periode dat hij z'n grootste successen heeft behaald.
DeMeyer was is die jaren vooral kapitein van Freddy Maertens. Marc kon verschroeiend hard fietsen en was de ideale hulp voor een sprinter als Maertens.
Op sommige dagen kon Demeyer z'n eigen gang gaan en dan had het peloton aan Marc een hele kwaaie gast.
De geblokte Marc deed het vooral erg goed in (Vlaamse) eendagskoersen.
Zo won hij Dwars door België, tweemaal De Drote Scheldeprijs, GP Pina Cerami (winnaar Parijs-Roubaix 1960), Parijs-Brussel en daar bovenop een tweetal Tour-etappes.
De grootste overwinning van Marc is natuurlijk die van Parijs-Roubaix 1976.

De editie van 1976 was voorbestemd voor Roger De Vlaemick. Roger kon er het unieke record van vier overwinningen halen. Hiermee kon hij zich vooral boven Merckx plaatsen.

Het werd echter geen vierde voor De Vlaeminck, maar een eerste voor Demeyer. Helemaal uit de lucht vallen kwam deze overwinning niet. In 1974 werd Demeyer als een derde en in 1975 werd hij vierde.

DeMeyer was is de sprint verre van traag en hoe zwaarder de koers was geweest hoe beter het hem uitkwam.
De koers werd zwaar gemaakt. Vooral door De Vlaeminck die een stortvloed van kritiek over zich had gekregen. Een week eerder tijdens de Ronde van Vlaanderen hadden De Vlaeminck en Maertens het elkaar zo lastig gemaakt dat de slimme Walter Planckaert er met de buit vandoor ging.
Maertens was in die dagen in België toch een beetje het nationale knuffeldier dus Roger kreeg in de pers de zwarte piet.

De Vlaeminck liet zich niet over z'n voeten plassen en tijdens deze Parijs-Roubaix van 1976 kon hij met de pers afrekenen en een uniek record behalen.
De overmoed van De Vlaeminck was echter te groot.
In het begin van de koers gaan wat Fransen en later wat ploegmaats (Osler en DeMunck) van De Vlaeminck in de aanval.
Maertens valt weg door pech waardoor Demeyer voor eigen kansen mag gaan. Ook Merckx is weggevallen maar wordt later nog knap zevende.
Tot het Bos van Wallers zijn het vooral de kleinere namen die de koers maken. Met nog een uur koers ontploft de koers.
Het zijn vooral De Vlaeminck, Demeyer, Moser, Kuiper en Godefroot die de koers kleur geven.
Godefroot valt uiteindelijk door pech uit de kopgroep en het zijn uiteindelijk vier man die voor de overwinning gaan sprinten.
De Vlaeminck voelt zich te zeker en wordt in de sprint als een debutant naar de derde plek verwezen.

Het zal Marc een zorg zijn want hij haalt z'n mooiste overwinning uit z'n carrière.

Helaas heeft deze overwinning Marc niet de inspiratie gegeven die hij in het leven nodig had.
Op 20 januari 1982 pleegt Demeyer zelfmoord.
Er hangt een enorm taboe rond dit nieuws en jarenlang is het grote publiek in de veronderstelling dat DeMeyer aan een hartstilstand is overleden.
Dat roept dan weer vragen op want Marc is op dat moment nog actief als coureur. Voor het seizoen van 1982 had Marc immers getekend voor de Splendor ploeg.
Heel veel werd er in die dagen gespeculeerd. Natuurlijk is het in en in triest om te moeten melden dat iemand zelfmoord heeft gepleegd.
Maar als we via speculaties de schuld bij iets (het D word viel al snel) anders leggen hoeven we ons immers niet af te vragen hoe we hadden kunnen voorkomen dat een jong mens deze keuze maakt.

Toch zullen veel fans met heel plezier aan Demeyer terug denken. Niet de grootste kampioen, maar wel een renner die het grote kampioenen zo nu en dan knap lastig kon maken.

11 april 1976 was zo'n dag...............

Podium 1976
1 Marc Demeyer
2 Francesco Moser
3 Roger De Vlaeminck

Op YouTube een heerlijk filmpje gevonden:



De editie van 1976 was tevens het decors voor de cultfilm "a Sunday in Hell". Een uitstekende keuze omdat uitgerekend deze editie te doen. De zeven renners die als eerste de wielerbaan bereikte zijn samen namelijk goed voor veertien (!!!) overwinningen in Parijs-Roubaix.

zondag 26 april 2020

Lucien Lesna: 1901 & 1902

Parijs-Roubaix werd ooit in het leven geroepen om Roubaix op de kaart te zetten, maar was tevens bedoeld als voorbereidingskoers voor Bordeaux-Parijs.
Lesna gaf daar in in 1901 op een indrukwekkende wijze invulling aan.
Ruim voor de helft van de koers was hij er alleen vandoor gegaan en had bijna een half uur voorsprong toen hij op het velodroom aankwam.

Het was toch nog even een heel gedoe in 1901. L'Auto Vélo was organisator van de koers maar de concurrerende krant Le Vélo wilde op dezelfde dag ook een Parijs-Roubaix organiseren.
Het geeft aan hoe snel de koers een grote populariteit kende. In die jaren bevochten kranten elkaar werkelijk op leven en dood.
Een rechtszaak voorkwam dat er twee edities werden verreden. In een conflict om de naam van de krant trok Le Vélo dan weer aan het langste eind. L'Auto Vélo moest de toevoeging Vélo laten vallen.

L'Auto zou een paar jaar later echter met een nog veel groter wielersport project uitpakken: De Tour de France. L'Auto kennen we inmiddels al jaren onder de naam L'Équipe.
Het zal Lesna allemaal een zorg zijn geweest en na een schitterende overwinning in Parijs-Roubaix plakte hij er in 1901 dan ook nog die monsterrit van Bordeaux aan vast.
Lesna was niet vies van monsterritten, maar was ook op de baan actief maar was in 1901 negenendertig geworden en het einde van z'n carrière naderde.

In 1902 zijn de verschillen dan ook een stuk kleiner, maar het weer is een serieus slechter dan in 1901.
Voor een deel zien we dezelfde hoofdrolspelers en maar liefst vijf renners uit de top tien van 1901 zullen ook nu weer in de top tien eindigen.
De populariteit van de koers blijft maar groeien en Lesna wordt als een held op het velodroom van Roubaix onthaalt.

Een mooi afscheid want Lesna zou dat jaar 40 jaar worden en het was genoeg. Hij was vrij laat in aanraking gekomen met de fiets en had daarnaast een grote liefde voor motorsport.
Als wielrenner kwam hij regelmatig uit achter de grote motor en haalde daar ook een aantal titels.
De motor is hem uiteindelijk ook noodlottig geworden. In 1932 kwam Lesna om in een motorongeluk. Niet tijdens een race maar gewoon tijdens een gewone rit op de weg.

Podium 1901
1. Lucien Lesna
2. Ambroise Garin
3. Lucien Itsweire

Podium 1902
1. Lucien Lesna
2. Edouard Wattelier
3. Ambroise Garin


Foto: Lesna op z'n fiets die hij op de baan gebruikte. Let op de blokketting waarbij 
tandwielen werden gebruikt waar steeds een tandje werd "overgeslagen".