donderdag 11 juni 2020

Romain Gijssels: 1932

De jaren tussen de twee oorlogen waren geen jaren van overvloed. Het leven was eenvoudig en er moest hard worden gewerkt.
Veel mannen kozen voor de wielersport als vlucht van de fabriek of akkers.
Gewoon arbeider betekende immers simpele kost, werkweken van 6 dagen, werkdagen van 10 en meer uur. Daarnaast zag je helemaal niks van de wereld.

In hoeverre dit ook voor Gijssels heeft geteld is nu wat lastig te achterhalen. Wel is bekend dat Gijssels in 1931 bij de profs een droom debuut maakte door direct de Ronde van Vlaanderen te winnen.
Nu had De Ronde in die jaren nog niet de status die deze nu heeft, maar ieder wist dat je met Gijssels rekening moest houden.
Zeker toen hij dat kunstje in 1932 herhaalde en er direct een overwinning in Parijs-Roubaix aanplakte en zo "de dubbel" realiseerde.
Parijs-Roubaix winnen was echt een straf staaltje want dit waren de jaren van Gaston Rebry.
Gaston was met een offensief bezig om de eerste "Monsieur Paris-Roubaix" te worden en gaf geen cadeaus.

Overigens was Gijssels niet vies van een stukje fietsen en of het nu honderd kilometer meer of minder was maakte hem niet uit.
Die eigenschap kwam goed van pas en in zijn topjaar 1932 haalde hij ook nog een overwinning in Bordeaux-Parijs.
Toen nam Gijssels op een overdreven manier rust om zich te prepareren voor het wereldkampioenschap.
Eigenlijk is het daarna nooit meer wat geworden met Gijssels.
Met deze kampioen heb ik een beetje zo'n zelfde gevoel als met Fons de Wolf. De eerste paar jaar een aantal prachtige overwinningen en daarna komt zo'n carriere toch niet echt op gang.

Jammer want iemand die in een jaar "de dubbel" weet te scoren die heeft echt heel wat in z'n mars.

Romain liet zich door de teleurstellingen echter niet gek maken en zetten een eigen fietsenmerk op en begon een hotel in Parijs.

Podium 1932
1 Romain Gijssels
2 Georges Ronsse
3 Herbert Sieronski

Foto (Bron BNF): Prachtig sfeerbeeld van de aankomst in 1932. Let eens op de massa publiek. Prachtig!

zondag 7 juni 2020

Maurice Garin: 1897 & 1898

Een mooie carriere maar aan het eind verprutst door gesjoemel. Garin zal voor altijd in de boeken staan als de winnaar van de eerste Tour de France.
Hij zal helaas ook in de boeken staan als iemand die het op een bepaald moment niet zo nauw nam met de spelregels.

Geen doping of omkoping zoals het moderne wielrennen het laatste decennia helaas te vaak in het nieuws is gekomen.
Nee Garin werd geschorst voor het nemen van de trein!

Nu is met de trein reizen een prima idee, maar niet als je deelneemt aan een koers. Een vorm van fraude die begin vorige eeuw vaker voorkwam.
Maar dat iets vaker voorkomt legitimeert niet dat je het ook maar mag doen. Dat is hetzelfde smoesje waar sommige renners de afgelopen jaren het doping verleden mee achter zich willen laten.

"ze deden het allemaal"

Dat kan best zijn maar of je nu doping of de trein pakt het is een lastig verhaal als het uitlekt.

Laten we toch aannemen dat Garin z'n Tour-overwinningen en z'n twee zege's in Parijs-Roubaix op eerlijke wijze heeft behaald.
Een Tour die toen nog bestond uit zes etappes, maar wel vier langer dan 400 kilometer. De verleiding om de trein te nemen is dan ook wel heel erg groot moet ik zeggen.

Bij zijn eerste overwinning in Parijs-Roubaix was hij gelijk de eerste Fransman (geboren in Italië) die wist te winnen.
Een jaar eerder bij de eerste editie was de bloementuil immers naar een Duitser gegaan.
Toch was het Franse publiek over de overwinning van Garin in 1897 verdeeld. Het was een zware koers geweest en er melden zich twee renners aan de poort van oude wielerbaan.
Garin was in het gezelschap van de Nederlander Cordang die bij het oprijden van de baan een uitglijder maakte.
De baan was 333 meter en er moesten nog zes ronden worden afgelegd. In een kolkende massa probeerde de Nederlander de Fransman nog bij te benen.
Het publiek was uitzinnig en de inrichters die met hun nieuwe koers reclame voor het velodroom wilde maken konden geen mooier slot wensen.

Cordang nadert meter bij meter maar komt een paar fietslengte te kort. De beide renners worden oorverdovend toegejuicht en met een finale als deze staat Parijs-Roubaix definitief op de kaart.

Maar ook de naam van Garin stond definitief op de kaart. Hoewel hij in 1897 had toegegeven dat Cordang de sterkste was wilde hij een jaar later afgetekend winnen.

Een beetje een gekkenhuis werd het wel in 1898 want de wedstrijd werd niet alleen voor wielrenners gehouden. Gelijk met de wielrenners werd er ook een Parijs-Roubaix voor motorrijders gehouden.
In die laatste categorie overigens geen hoogvliegers, want Garin had maar net een uurtje meer nodig dan de snelste motor.
Garin maakte er bij z'n tweede niet zo'n spannend nummer van en kwam met bijna een half uur voorsprong aan in Roubaix.
De overwinning smaakte extra zoet want er kon geen misverstand bestaan dat hij de snelste was.

Twee keer op rij in regen en blubber en Garin is niet alleen de eerste Fransman die de stenenkoers wint maar tevens de eerste renner die een eerste dubbel haalt.

Podium 1897
1. Maurice Garin
2. Mathieu Cordang
3. Michel Frederick

Podium 1898
1. Maurice Garin
2. Auguste Stéphane
3. Edouard Wattelier

Garin begon na zijn actieve loopbaan een werkplaats en garage en er is ook een tijd een fietsmerk met zijn naam op de markt geweest.

Foto (AFP): Prachtig tijdsbeeld en we kunnen ons niet voorstellen dat de komende 
winnaar van Parijs-Roubaix zich zo laat huldigen.

vrijdag 5 juni 2020

Wel vrouwen maar geen Sagan

Gister hebben de vrouwen van Trek een deel van het parcours van Parijs-Roubaix verkend.
Voor veel dames zal dat de eerste keer zijn dat ze kennis hebben gemaakt met de Noord Franse stenen.
Er was immers geen koers voor de dames, dus waarom zou je dan dat vreselijke parcours gaan rijden.
Dit jaar mogen de vrouwen op 25 oktober gaan uitmaken wie de eerste felbegeerde kassei mee naar huis mag nemen.
Ga er maar vanuit dat er heel wat dames zullen zijn die met een overwinning in Parijs-Roubaix van 2020 toch ineens een sportief mega succes willen maken.
Bij Trek nemen ze het in iedergeval heel serieus en gister is er uitvoerig getest en verkend.

Foto : Een mecanicien zorgt dat het materiaal op en top in orde is (foto Trek-Segafredo)

Voor veel vrouwen zal het een mooi doel zijn maar het ziet er meer en meer naar uit dat we Peter Sagan niet aan het werk gaan zien op de Noord Franse stenen.
De Giro stond al op het programma van Sagan maar deze is nu door de Coronacrisis naar oktober verschoven en overlaat een aantal klassiekers waaronder Parijs-Roubaix.
Mooi dat hij de Giro gaat doen maar ook heel jammer dat we deze geweldige coureur niet in Parijs-Roubaix gaan zien.

Foto: Sagan tijdens de Recon in 2018. Drie dagen later zou hij als winnaar 
in Roubaix over de streep gaan (eigen foto)

Voor ieder die 25 oktober wel aan de start komt is er nog wat goed nieuws. Gister maakte Les Amis de Paris-Roubaix bekend dat een deel van de strook van Mons En Pévèle zijn gerestaureerd.
Niemand mag verwachten dat het ineens een fraai geplaveide strook is geworden.
Met dit soort restauraties zorgen ze dat de extreem slechte stukken worden opgelapt en soms worden er maatregelen genomen voor een iets betere afvoer van regenwater.
Ik hoop er snel een te gaan kijken maar ik ben bang dat ook na de restauratie deze strook nog steeds z'n 5 sterren kan behouden.

Foto: Leden van Les Amis de Paris-Roubaix aan het werk (foto Les Amis de Paris-Roubaix)


donderdag 4 juni 2020

Felice Gimondi: 1966

Gimondi alla Coppi schreven de kranten. Geloof me zo'n vergelijking wordt in Italië niet zomaar gemaakt.
Maar de Tifosi waren natuurlijk al helemaal lyrisch van Gimondi.
In 1965 had hij in z'n debuutjaar als prof direct de Ronde van Frankrijk gewonnen. De pers struikelde toen al over de superlatieven.
Toen hij een jaar later (in 1966 dus) half april de grootste klassieker won werden ze in Italië helemaal gek.
Gimondi werd weliswaar niet zo'n groot kampioen als Coppi, maar heeft een zeer indrukwekkende erelijst bij elkaar gereden.
Felice is één van de vijf renners die alle drie de grote rondes een keer gewonnen heeft. Daarnaast werd Gimondi een keer wereldkampioen (Barcelona 1973) en won hij onder andere Milaan-San Remo, de ronde van Lombardije en Parijs-Brussel.
Een alleskunner dus.

Tijdens Parijs-Roubaix in 1966 rijdt Gimondi een klassieke solo vanaf Mons en Pévèle waar toen nog de Pas de Roland beklommen moest worden.
De achtervolgers bleven in eerste instantie hangen op enkele seconden terwijl dat niet de minste waren.
In de achtervolging zaten onder andere Merckx (rijzende ster), Godefroot, Willy Planckaert, Janssen, Poulidor, Van Looy en De Cabooter. Toch liep Gimondi iedere tien kilometer een minuut op z'n achtervolgers weg.

Met z'n overwinning in Parijs-Roubaix waren de Italianen helemaal buiten zinnen. Een nieuwe Coppi!
De overwinning van Felice in 1966 was inderdaad groot en vooral groots. Grande!
In werkelijk hondenweer en maar 30 man aan de streep. Zo'n editie zou je met de moderne middelen wel eens in beeld gebracht willen hebben.
Heel even viel er zelfs sneeuw en Gimondi fietste met wollen handschoen over de streep.
Met een voorsprong van ruim 4 minuten (!!) op de achtervolgende groep.

Jan Janssen was de snelste van de achtervolgers. Gerben Karstens wordt netjes tiende en de jonge Merckx eindigt in z'n eerste Parijs-Roubaix op een keurige 15e plaats.

Na zijn actieve carriere als beroepswielrenner bleef Gimondi bij de wielersport betrokken. Zo deed hij PR werk voor Bianchi en wordt er in Bergamo een Gran Fondo met zijn naam georganiseerd.

Gimondi overleed vorig jaar op 79 jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Podium 1966:
1 Felice Gimondi
2 Jan Janssen
3 Gilbert Desmet

Foto: Gimondi (rechts op de foto) tijdens de prijsuitreiking van zijn Gran Fondo in 2009

dinsdag 2 juni 2020

DVD: A Sunday in Hell

Deze documentaire is gemaakt door de Deense filmproducent Jorgen Leth. Leth is niet zomaar een jongen en wint al 40 (!!!) jaar lang prijzen met z'n doorgaans wat eigenzinnige films en documentaires.
A Sunday in Hell is gemaakt tijdens Parijs-Roubaix 1976 en geeft een prachtig kijkje in het toenmalige professionele wielrennen.

Hoofdrolspelers zijn natuurlijk Merckx en De Vlaeminck (top favoriet), Moser, Demeijer en Godefroot.
Mede omdat De Vlaeminck topfavoriet is wordt de Brooklyn ploeg zeer nadrukkelijk gevolgd.
Leth geeft echter vanuit een groot aantal invalshoeken een kijk op de koers.
Het is ook niet zomaar een kunstje wat Leth doet. Hij is een echte liefhebber van de koers, want zo doet hij ook jarenlang de Tour voor de Deense TV.
A Sunday in Hell is een prachtig tijdsbeeld en een must voor iedere liefhebber van de historie van de wielersport.
Erg fraai vind ik de shots vlak voor de start. Je kan goed zien dat de grote mannen veel respect voor elkaar hebben.
De film moet gedraaid zijn met een ongelooflijk aantal camera's wat voor die tijd echt wel heel bijzonder was.
Je hebt tijdens het kijken echt het gevoel dat ze overal staan: tussen het publiek, in het peloton, in de karavaan en op de wielerbaan.
De camera's zijn werkelijk overal. De coureurs laten zich gewillig filmen, maar op de stroken is het volle bak. Een koers die snel opent en eindigt met een kopgroep van vier man.
Op de wielerbaan laat een zegezekere De Vlaeminck zich kloppen door een hongerige Demeijer en een al even winst gierige Moser.

In 1976 zat ik voor de TV op het puntje van m'n stoel. Alles in de hoop dat Roger "z'n vierde" (een record) zou pakken. Voor de tragiek van de film is het echter wel fraai dat hem dat (toen) niet lukte en De Vlaeminck mocht nog even een jaar op z'n honger gaan zitten.
Wie deze film kijkt doet dat echter niet en het is 120 minuten genieten en een must voor de Parijs-Roubaix verzamelaar!

zaterdag 30 mei 2020

Cyrille Van Hauwaert: 1908

In Nederland misschien niet zo'n grote naam maar bij onze zuiderburen een hele grote meneer. Niet alleen door z'n wielercarrière maar ook wat hij daarnaast wist te bereiken.

Tijdens z'n actieve loopbaan behaald Van Hauwaert overwinningen in Bordeaux-Parijs, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix.
Het is duidelijk dat we te maken hebben met iemand van de lange adem.
Verder haalde hij nog driemaal podium in Parijs-Roubaix en podiumplaatsen in Parijs-Brussel (3x), Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije.
Daarbovenop een nationale titel en een etappe in de Tour de France. Van Hauwaert wordt gezien als een pionier van de Belgische wielersport. Er is zelfs een boek met die titel over hem gemaakt.

In Moorslede staat een monument met een plaquette ter ere van Van Hauwaert en ook daar wordt hij bewierookt als een pionier van de wielersport.
In z'n tweede deel van z'n fietsloopbaan richt Van Hauwaert zich meer op de baan en won tweemaal de Zesdaagse van Brussel.

Het tweede deel van z'n loopbaan als profs was hij tevens bezig met het opzetten van een fietsenfabriek.
Dat niet zonder succes. Naast fietsen produceerde hij ook licht gemotoriseerde twee- en driewielers.

Van Hauwaert was een enorme sterke mens en werd ruim 90 jaar.

In 1908 haalde Van Hauwaert voor hij de winst in Roubaix binnenhaalde ook al de overwinning in Milaan-San Remo.

De editie van Parijs-Roubaix van 1908 neemt op een gegeven moment apocalyptische vormen aan. De hele dag is het beestenweer en op de slechte wegen is het glibberen en glijden.
Faber trekt zich van het weer niks aan en op 70 kilometer van Roubaix zoekt hij de eenzaamheid van een heroïsche solo op.
De achtervolgers hebben hun krachten echter beter verdeeld en naarmate Roubaix dichterbij komt naderen ook de achtervolgers.
Vlak voor het velodroom valt Faber en een ontketende Van Hauwaert komt aan de leiding. Maar ook Cyrille blijft niet vrij van pech en wordt op het velodroom door een seingevers van de fiets gelopen.
Van Hauwaert is echter van gewapend beton. Hij schud een keer het hoofd en springt direct weer op de fiets om de zes (!!!!) ronden op de wielerbaan af te leggen.
Faber is in de achtervolging maar ook Lorgeou heeft zich gemeld.
De verschillen lijken te groot om nog veel aan de uitslag te veranderen maar het publiek is dol enthousiast.
De uitgeputte Faber valt echter nog een keer en Lorgeou weet op deze wijze de tweede plaats te pakken.

270 kilometer in beestenweer en een thriller van zes rondjes op de wielerbaan.
Samen met een overwinning in "La Primavera" kon Van Haewaert fier terugkeren naar Moorslede waar het feest al was losgebarsten.

Podium 1908
1. Cyrille Van Hauwaert
2. Georges Lorgeou
3. François Faber

vrijdag 29 mei 2020

Retro Style

Retro is al een aantal jaren populair en zelf ben ik daar al jaren mee bezig. In 2008 fietste ik in Italië al een keer L'Eroica.
Volgens sommig was het een hype die snel over zou gaan.
Niet dus.
Het is wel een blijvertje.

Daarom vandaag een paar leuke plaatjes die we in 2010 hebben gemaakt op het parcours van Parijs-Roubaix.
Samen met een maatje was ik naar Noord Frankrijk gegaan om de finale te te fietsen op een retro fiets.
Tevens een beetje een verkenning wat we op TV mochten verwachten, want twee weken daarna zouden de profs Parijs-Roubaix rijden.
Carrefour de L'Arbre lag er heel slecht bij maar is pas dit (2020) voorjaar gerestaureerd.

Door de Corona-crisis zien we overal herhalingen en worden oude archieven opengetrokken.
Dus zonder enige vorm van schaamte wat 10 jaar oud materiaal:





Voor kleurenfoto's van deze retro verkenning zie fotoalbum Du Nord in Retro Stijl

donderdag 28 mei 2020

Gruson

1100 meter - 2 sterren

Voor het eerst in gebruik in 1978. De route de Gruson was immers kort daarvoor onderbroken door de TGV. Hierdoor moest het parcours een stukje naar het oosten opschuiven om over het spoor te geraken.
De strook van Gruson komt direct na de duivelse 2100 meter van Carrefour de L'Arbre. Het is precies 180 meter dat de renners "op adem" kunnen komen.
Maar in dit stadium valt de koers niet stil. De strook zelf ligt er redelijk goed bij en loopt heel licht omlaag.
Aan de zijkanten liggen er aarde stroken met steenslag. In de koers kunnen de renners hier echter niet rijden want hier staan hordes publiek.
In 2009 liep de publieke belangstelling bijna uit op een catastrofe toen twee tieners vlak voor Pozzato overstaken.

Foto: Wielertoeristen zoeken "het kantje" op om het gedokker op kasseien uit de weg te gaan.

Meestal is voor deze strook de beslissing wel gevallen. De strook van Gruson zorgt er wel voor dat zij die op Carrefour hebben moeten lossen er echt een kruis over kunnen maken omdat je even niet op adem kan komen. Na deze strook gaat het richting Hem waar de laatste echt strook op de renners ligt te wachten.
De officiële straatnaam van deze strook is Pavé de L'Arbre en begint bij de D90 even ten noorden van Cysoing.

 Afbeelding: De strook van Gruson begint rechts bij de D90 en loopt in westelijke richt naar de dorpsgrens van Gruson.

dinsdag 26 mei 2020

Octave Lapize: 1909, 1910 en 1911

Het grote publiek kent Lapize van zijn overwinning in de Tour de France van 1910. Lapize was echter een alleskunner. Hij was de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen en deed dat ook nog op rij.
Tevens won hij driemaal Parijs-Brussel. Een wedstrijd die in die jaren meer glans had dan tegenwoordig.
Vreemd ook dat een koers als Parijs-Brussel nooit de status van een topklassieker heeft gekregen. De koers wordt immers als sinds 1893 georganiseerd en geen enkele van de vijf topklassiekers doet beter.

Naast Parijs-Tours prijkt ook de monsterrit Parijs-Brest-Parijs op zijn palmares.
Wedstrijden als Parijst-Brest-Parijs zijn in het moderne wielrennen niet meer denkbaar, maar hadden in die jaren een enorme status en aantrekkingskracht.

Naast de weg was Lapize een verdienstelijk veldrijder met een Franse titel bij de amateurs en een podium bij de profs.

Maar ook op de baan stond Lapize z'n mannetje. Overwinningen in zesdaagse maar meest opvallend zijn zijn records.
Wat te denken van 82,758 kilometer in een uur achter de grote motoren. We noteren het in 1908!!! Dat is ruim een eeuw geleden.
Gegangmaakt door een tandem brak Lapize zowel het uurrecord met een indrukwekkende dikke 50 kilometer en om de 100 kilometer vol te maken had hij slecht 2 uur en 2 minuten nodig.
Ik nodig graag ieder die een beetje kan fietsen uit dit nu (100 jaar later) eens te evenaren.

Lapize vergaarde in z'n wielercarrière een grote hoeveelheid bossen met bloemen en kransen. Helaas was zijn laatste bloemenkrans een met een triest verhaal.
De carrière van Lapize werd hard onderbroken door de eerste wereldoorlog. Lapize die z'n verantwoording niet uit de weg ging melde zich als vrijwilliger en koos voor de luchtmacht.
Ondanks dat hij doof was werd hij in een vliegtuig gezet. Tijdens een van z'n vluchten was hij kansloos toen er meerder tegenstanders tegelijk opdoken.
Hoewel hij de beschieting overleefde stierf hij even later aan z'n verwondingen.

Triest genoeg vond hij zijn einde boven het Noord Franse land waar hij zoveel successen had behaald.
Weliswaar iets oostelijker dan waar het parcours van Parijs-Roubaix loopt, maar de tragiek in dit verhaal is toch heel erg groot.

Driemaal wist hij het Noord Franse land wel te bedwingen en ook nog in een zuivere hattrick.

Podium 1909
1. Octave Lapize
2. Louis Trousselier
3. Jules Masselis

Podium 1910
1. Octave Lapize
2. Cyrille Van Hauwaert
3. Eugène Christophe

Podium 1911
1. Octave Lapize
2. André Charpiot
3. Cyrille Van Hauwaert


Foto: In die jaren was het heel populair om van wielerkoersen als een soort van souvenir 
een ansichtkaart te versturen. Deze doet het wel heel erg goed in een verzameling.

maandag 25 mei 2020

Rik van Steenbergen: 1952

Een kleurrijke gast was Rik. Na de opkomst van Rik Van Looy ook wel Rik I genoemd.
Van Steenbergen wist na zijn lange en rijke carrière niet zo goed hoe hij het leven aan moest pakken.
Iets waar veel sporters last van hebben en Van Steenbergen kwam maar niet om het "zwarte gat" heen.
Dan gaan gelijk de meest wilde verhalen in het rond, maar we moeten het niet erger maken dan het is.
Rik was iemand die graag in de belangstelling stond en zoiets mocht ook wat kosten. Als je stopt met fietsen en er geen centen meer binnenkomen is dat toch een lastig verhaal.
Rik koerste tot hoge leeftijd en koerste maar liefst 25 jaar bij de beroepswielrenners.
Dat is een half leven en als je dan stopt weet je je echt geen raad.
Zeker niet omdat Rik het hele jaar door op de fiets zat.
Het wegseizoen voor de voorjaarsklassiekers met overwinningen in Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen (2) en Parijs-Roubaix (2) en de Waalse Pijl(2).

Op de weg is Rik tevens mede recordhouder van het aantal wereldtitels en in 1949, 1956 en 1957 ging Rik met de mooiste trui lopen.
Opmerkelijk is zijn tweede plaats in het eindklassement van de Giro in 1951. Toch was het rondewerk niet Rik's ding.
Eendagskoersen en het liefst met zwaar labeur zodat hij z'n tegenstanders in een vernietigende sprint kon afmaken.

Naast z'n enorme lijst overwinningen op de weg was Van Steenbergen een zeer succesvol zesdaagse renner.
Om een indruk te geven welke tijdspanne Van Steenbergen heeft overbrugt is het aardig een naar z'n ploegmaats in zesdaagse te kijken.
Hij fietste met Kint die in 1936 (!!) begon als prof, maar was ook koppelgenoot van Motta die pas in 1974 (!!) stopte.
De renners waar van Steenbergen mee gekoerst hebben overspannen 50 jaar van de wielergeschiedenis.
Wat moet een mens dan als hij stopt?

In 1952 dacht Rik nog lang niet aan stoppen. De eer in 52 komt echter niet alleen toe aan van Steenbergen maar ook aan Fausto Coppi.

De twee kampioenen maken er een groots nummer van. Het weer is prima en alle kleppers uit die tijd zijn op appel.
Bobet, Kubler, Ockers, Impanis, Darrigade en Mahe om er maar eens een paar te noemen.

Het was toch vooral Coppi die de koers kleurde en keer op keer van z'n tegenstanders weg probeerde te rijden.
Van Steenbergen moest ook alles uit de kast rijden om samen met de Campionissimo op het velodroom aan te komen.
Eenmaal op de wielerbaan rook Van Steenbergen z'n kansen. Fausto was niet traag maar geen krachtige sprinter zoals Van Steenbergen en begreep dat het deze keer voor Rik was.

Met een machtige rush trok Van Steenbergen z'n tweede Parijs-Roubaix naar zich toe. Coppi die een schitterende koers had gereden moest genoegen nemen met de tweede plaats.

Maar Coppi liet z'n kopje niet hangen want verliezen van Van Steenbergen kan je moeilijk een drama noemen en de tengere Fausto was al bezig met andere doelen voor dat jaar.
Zo wist hij in 1952 nog de Giro en de Tour te winnen. Een huzarenstukje wat hij ook al 1949 had opgevoerd.

Podium 1952
1. Rik Van Steenbergen
2. Fausto Coppi
3. André Mahé

Filmpje met de finish van de editie van 1952:

zondag 24 mei 2020

Museo dei Campionissimi

Italië staat op de derde plaats in het landenklassement wat betreft het aantal overwinningen in Parijs-Roubaix.
De Azzurri staan al even droog want de laatste Italiaan die de handen omhoog mocht steken was AndreaTafi in 1999.
De grootste namen onder de Italianen op de erelijst van Parijs-Roubaix zijn zonder meer Fausto Coppi, Felice Gimondi en Francesco Moser.
In geen land kunnen ze hun kampioenen zo eren als in Italië zoals ook in dit fraaie museum.

Campionissimo staat voor kampioen van de kampioenen dus campionissmi staat voor kampioenen van de kampioenen. Dan denken we direct aan Constante Girardengo en Fausto Coppi.
Het museum ligt in het centrum van Novi Ligure bekend van de doorkomst van Milaan-San Remo.


Alleen de straatnaam is al geweldig: Viale dei Campionissimi. Zo doen ze dat in Italië. Voor het museum staan een groot aantal kunstwerken van helden uit de wielersport.
Het museum zelf is een prachtig modern vormgegeven pand. Zeer licht en ruim opgezet.
Naast Girardengo en Coppi krijgen natuurlijk alle andere Italiaanse wielerhelden de nodige aandacht.
Uiteraard Pantani die in Italië ongeveer heilig is verklaard.
Een enorme verzameling fietsen staan er in het museum. Fietsen van de eerste dagen van de wielersport tot de modernste machines waar op dit moment de profteams mee zijn uitgerust.


Het museum beschikt over een bonte verzameling truien en foto's. Door middel van een aantal video presentaties wordt de bezoeker meegenomen naar heroïsche tijden van Coppi en Bartali.

Als je alles heel uitvoerig gaat bekijken kan je er wel een middag zoet zijn. Een bezoek van een anderhalf uur geeft echter een prima beeld en dan is zo'n bezoek mooi in te passen in een fietstocht.
Als je bij de kassa even vraagt of je fiets binnen mag staan dan krijg je inclusief een glimlach een oprecht SI te horen.


Een must voor wielerfans die hier in de buurt zijn!

Bezoekadres:
Museo dei Campionissimi
Viale dei Campionissimi 2
15067 Novi Ligure (AL)
Italië



zaterdag 23 mei 2020

A Sartorial Portrait Book

Deze blog is een tijdje uit de lucht geweest. Dat had alles te maken dat Google de verwijzingen naar foto’s had gewijzigd. Ook oude verwijzingen naar video’s en kaarten werkte niet meer.
Het zou een megaklus zijn om dat allemaal aan te passen en de blog ging op zwart.
Drukke baan, gezin, gewoon zelf fietsen wonnen het van een saaie klus om duizenden linkjes aan te gaan passen.

Toen kwam de Corona crisis. Helaas zonder werk daardoor en dus een zee van tijd en tegen de tijd dat de crisis is opgelost ga ik met pensioen. Dus lekker deze blog verder opleuken.
Dat neemt niet weg dat ik opzag tegen het saaie “klusje” om alles aan te passen.
Tot ik dit boekje weer zag liggen. Een klein boekje met een twintig tal kaarten om te versturen.


Gekregen van een fietsmaatje en het lag altijd min of meer onder handbereik in mijn hobbykamer.
Toen ik het weer eens oppakte tijdens het vele thuiszitten was ik snel gemotiveerd om de blog weer op te pakken.

Zo stof ik inmiddels iedere dag een artikel af. Actualiseer waar nodig, zorg dat de links goed werken.
Maar ik voeg ook nieuwe artikelen toe en volg alle nieuws wanneer en hoe een volgende Parijs-Roubaix gereden gaat worden.
Relevant nieuws ga je uiteraard hier vinden.

Toch dit boekje even extra onder de aandacht. Het is uitgegeven voor Rapha door Isolapress en bevat foto’s in de vorm van kaarten die je kan versturen.
De foto’s zijn allemaal uit de periode van 1896 t/m 1933. Schitterende foto’s en wat mijn opvalt is dat met name de portretten van uitzonderlijke hoge kwaliteit zijn.
Echt zo'n boekje om eind van de dag met een mooi glaasje even te gaan zitten dromen over die onwaarschijnlijke avonturen uit de beginperiode van onze mooie sport.

Leuk voor iedere Parijs-Roubaix verzameling, maar ook leuk om degelijke kaarten te versturen.
In deze zware tijden is er vast iemand die je daar een plezier mee doet.

donderdag 21 mei 2020

Tragische doden

Parijs-Roubaix is een koers met een bepaalde tragiek. De echte specialist weet dat je het geluk kan afdwingen, maar voor het grote publiek is het een en al tragedie.Toch weten de specialisten beter. Op kasseien rijden is immers vooral je fiets heel laten zodat je niet hoeft te wisselen.
Maar niet ieder die zonder kleerscheuren door de Franse Hel trekt komt zonder problemen door het leven.
Heel wat winnaars van Parijs-Roubaix zijn op een tragische wijze om het leven gekomen.
We zijn in oktober toe aan de 118e editie en we hebben op dit moment iets meer dan 80 verschillende winnaars.
Ruim 50 van hen zijn inmiddels overleden. Sommige op hoge leeftijd, andere te jong en de meeste toch via een natuurlijke dood. Sommige na een lang ziekbed en weer andere abrupt zoals de lucht uit een band kan knallen.

Een dozijn van de winnaars heeft echter toch op een zeer tragische wijze de weg naar de eeuwige kasseistroken gevonden.

Albert Champion ( † 26 oktober 1927)
Bekend van de bougies en winnaar van Parijs-Roubaix in 1899. Z'n tweede vrouw nam het niet zo serieus en toen hij verhaal ging halen kreeg hij van een minnaar van z'n vrouw raken klappen. Albert trof het niet want de minnaar was een ex-bokser. Een paar uur later werd Champion dood in z'n hotelkamer gevonden.

Lucien Lesna ( † 11 juli 1932)
Triomfator van Parijs-Roubaix in 1901 en 1902 en een enthousiast motor-racer. De motor zou hem ook noodlottig worden en in 1932 kwam hij om bij een motorongeluk.

Octave Lapize ( † 14 juli 1917)
Een aas op de fiets en de eerste die drie maal Parijs-Roubaix wist te winnen. Nog wel drie keer op rij: 1909, 1910 en 1911.
Ook als piloot in de Eerste Wereldoorlog wilde Octave een aas zijn. Op de fiets durfde hij gerust het tegen meerdere tegenstanders tegelijk op te nemen. Op 14 juli 1917 in de lucht was het echter toch teveel.

Charles Crupelandt ( † 18 februari 1955)
De inwoner van Roubaix had twee maal gewonnen op zijn velodroom. Toch was hij een persona non grata omdat hij in de oorlog (WWI) had gesmokkeld. Het eerherstel kwam pas veel later. Strikt genomen stierf Crupelandt een natuurlijk dood en vele die hier niet genoemd zijn hebben toch een lang ziekbed gehad.
Dat Crupelandt verbannen, blind en met beide benen geamputeerd het aardse verliet rechtvaardigt een vermelding in dit trieste overzicht.

François Faber ( † 9 mei 1915)
De Luxemburger had in 1913 Parijs-Roubaix gewonnen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog melde Faber zich bij het vreemdelingenlegioen.
Tijdens een van de bloedige veldslagen sneuvelde hij tijdens het redden van een kameraad.

Henri Pélissier ( † 1 mei 1935)
Een lastpak eersteklas maar wel winnaar van Parijs-Roubaix in 1919 en 1921. Maar de dood heeft hem z'n hele leven gevolgd. Eerst de oorlogsjaren en toen de zelfmoord van z'n vrouw. Tragisch - als een plot een van een goedkope film - schoot z'n tweede vrouw hem dood met hetzelfde wapen waar z'n eerste vrouw zelfmoord mee pleegde.

Julien Vervaecke ( † mei 1940)
Tien jaar voor z'n dood was Julien nog de beste in Parijs-Roubaix. Het uitbreken van de Tweede wereldoorlog zorgde voor veel onrust, paniek en chaos. In die chaos probeerde Julien het zich iets makkelijker te maken, maar tijdens het wegwerken van de nodige goederen is hij door Engelse soldaten doodgeschoten.

Lucien Storm ( † 10 april 1945)
Een leven en dood van twee oorlogen. Lucien werd geboren in de Eerste Wereldoorlog en werd vlak voor de bevrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog in een werkkamp door een misverstand doodgeschoten.
In 1938 had Lucien Parijs-Roubaix gewonnen en na de oorlog hadden er nog zeker veel overwinningen gevolgd.

Serse Coppi ( † 29 juni 1951)
In 1949 won Serse samen met André Mahé. Een compromis na een hoop touwtrekkerij. Lang heeft Serse niet van z'n overwinning mogen genieten. Twee jaar na zijn zege in Parijs-Roubaix kwam hij zeer zwaar ten val in de Ronde Piemonte. Serse werd nog overgebracht naar het ziekenhuis, maar stierf daar in de armen van z'n broer Fausto

Fausto Coppi ( † 2 januari 1960)
De kampioen der kampioenen had in 1950 Parijs-Roubaix gewonnen. Een van de vele grote overwinningen. Coppi bleef tot hoge leeftijd koersen maar daar kwam begin 1960 een eind aan. Door een vreemde ziekte overleed jij op 2 januari in een ziekenhuis in Tortona. Later zou blijken dat het om malaria ging.

Marc Demeyer ( † 20 januari 1982)
Verrassend klopte Marc in 1976 een aantal topfavorieten. Begin 82 - en formeel nog een contract bij Splendor - kwam het bericht dat Demeyer was overleden.
De meest wilde verhalen deden de ronde en het D-woord komt dan al snel om de hoek kijken. Het was echter nog veel tragischer, want Marc had zelf de keuze gemaakt om het einde van z'n carrière als prof gelijk te laten vallen met het einde van z'n leven.

Franco Ballerini ( † 7 februari 2010)
De razend populaire bondscoach van de Azzurri was zelf een succesvol wielrenner met overwinningen in Parijs-Roubaix in 1995 en 1998.
Franco was niet alleen dol op de fiets, maar ook gek van snelle auto's. De liefde voor de autosport werd hem noodlottig tijdens een rally in Toscana. Een onfortuinlijke crash deed heel Italië wenen.

Foto: Het graf van Serse en Fausto Coppi. Wie had kunnen denken
 dat de broers beide zo snel weer bij elkaar zouden zijn......

woensdag 20 mei 2020

Meervoudige winnaars

Nagenoeg alle koersen kennen een groot aantal meervoudige winnaars. Deels zal dat te maken hebben dat de ene koers een renner wat meer of minder zal liggen.
Maar het werkt natuurlijk ook motiverend. Als je een koers een keer gewonnen hebt, wil je als renner natuurlijk in de daaropvolgende jaren laten zien dat het geen toeval was.

Meervoudige winnaars zien we in allerhande koersen en de meest opvallende naast de bekende rijtjes van de Tour zijn toch:
Sean Kelly: 7x Parijs-Nice
Roger de Vlaeminck: 6x Tirreno-Adriatico
Eddy Merckx: 7x Milaan-San Remo
Jan Raas: 5x Amstel Gold Race
Eddy Merckx: 5x Luik-Bastenaken-Luik
Fausto Coppi: 5x Ronde van Lombardije
Herman van Springel: 7x Bordeaux-Parijs

Ook bij Parijs-Roubaix kennen we een groot aantal meervoudige winnaars. Nog niemand heeft het echter tot 5, 6 of laat staan 7 keer weten te brengen.
Als dit jaar nog editie gereden gaat worden kunnen een handje renners voor een tweede overwinning gaan.
Van de actieve renners heeft niemand al twee of meer keren gewonnen.
Actieve renners die één keer hebben gewonnen zijn: Niki Terpstra (2014), John Degenkolb (2015), Greg Van Avermaet (2017), Peter Sagan (2018) en Philippe Gilbert (2019).
Wie van deze toppers voegt er in oktober een tweede aan zijn lijstje?

4 Overwinningen
Roger de Vlaeminck (1972, 1974, 1975, 1977)
Tom Boonen (2005, 2008, 2009, 2012)

3 Overwinningen
Octave Lapize (1909, 1910, 1911)
Gaston Rebry (1931, 1934, 1935)
Rik Van Looy (1961, 1962, 1965)
Eddy Merckx (1968, 1970, 1973)
Francesco Moser(1978, 1979, 1980)
Johan Museeuw (1996, 2000, 2002)
Fabian Cancellara (2006, 2010, 2013)

2 Overwinningen
Maurice Garin (1897, 1898)
Lucien Lesna (1901, 1902)
Hippolyte Aucouturier (1903, 1904)
Charles Crupelandt (1912, 1914)
Henri Pélissier (1919, 1921)
Georges Claes (1946, 1947)
Rik Van Steenbergen (1948, 1952)
Seán Kelly (1984, 1986)
Marc Madiot (1985, 1991)
Gilbert Duclos-Lassalle (1992, 1993)
Franco Ballerini (1995, 1998)

Maurice Garin was de eerste die twee overwinningen behaalde en dat ook nog op rij deed. Twee op een rij is daarna door meer renners verwezenlijkt. Drie op een rij is maar twee renners gelukt namelijk Octave Lapize en Francesco Moser.

Foto: In de legendarische douches van het velodroom van Roubaix. Moser driemaal winnaar op een rij. 
Alleen Lapize was hem voorgegaan en dat kunstje is nog niet geëvenaard.

dinsdag 19 mei 2020

Het zegegebaar

Geen zorg want deze blog wordt niet ineens een liturgische blog met allerlei kerkelijke rituelen.
Daarentegen blijf ik erbij dat wielrennen een katholieke sport is en dat die kerk een belangrijke rol heeft gespeeld in het dna van deze sport.
Aan de andere kant verwerp ik iedere vorm van institutioneel geloof. Neemt niet weg dat iedereen natuurlijk vooral lekker moet geloven wat hij/zij wil geloven. Allemaal prima zolang mensen mij maar niet proberen te bekeren.

Zegegebaar binnen deze blog is niks meer dan één of twee handen de lucht in bij een overwinning in een wielerkoers.
Halsstarrige gelovigen zullen het uitleggen als een orante houding, waarmee de renner het opperwezen (welke variant dan ook) wil danken voor de overwinning.

Als je als winnaar van Parijs-Roubaix al iemand moet danken, is het doorgaans degene die je die ochtend in de spiegel een knipoog hebt gegeven omdat je het helemaal zag zitten.
Bij eerdere gelegenheid heb ik al eens uit de doeken gedaan dat Parijs-Roubaix helemaal niet zo'n loterij is. Laat staan een spelletje van God.
Ik geloof niet in God en ik geloof niet in de Duivel. Ik geloof wel in "De Hel" en deze begint na 90 kilometer bij Troisville en eindigt in Hem op een steenworp (het zal een kassei zijn) van Roubaix.
Om je armen op de wielerbaan van Roubaix richting de hemel te heffen moet je vooral zelf sterk zijn. Hard getraind hebben, het juiste materiaal, goed eten en drinken, een uitgekiende ploegentactiek en vooral de hele dag van voren koersen.
Dat koersen moet met passie, je benen maar zeker ook met het hoofd.

Alleen al over alle verschillende manieren van zegegebaren kan je al bijna een blog maken. Helaas kiezen renners meer en meer voor een wat commercieel gebaar. Jammer want ik zie zelf toch het liefst oprechte emotie.
Zelf zie ik het liefst een renner die NIET z'n truitje schoonveegt en die NIET het ritsje dichtdoet. Een renner die maar net z'n armen van z'n stuur kan tillen. Een renner die na zeven uur zwaar labeur door "De Hel" de armen richting de hemel heft.
In een enkele seconden het lijden uit je lijf laten zaken en met een grijns de overwinning binnen haalt.

Geen mooiere plek om het zegegebaar te maken is natuurlijk die verwaarloosde betonnen piste in Roubaix. Een renner die de Tour wint weet doorgaans al een paar dagen dat het eraan zit te komen en de ontlading is dan van een heel andere orde.
250 kilometer dikke koers en ruim 50 daarvan over de meest bizarre wegen. Als je er als wielertoerist rijdt kan je je nauwelijks voorstellen dat hier gekoerst kan worden. Rij alleen eens de strook van Carrefour de l'Arbe op een gewone fiets met comfortabele brede banden.

Als wielertoerist kan ik me soms ook niet inhouden om een zegegebaar te maken. Vooral als ik solo uren in de regen heb gereden. Bij het oprijden van het erf zou ik dan het liefst de armen omhoog gooien. De solo is succesvol afgerond. Ik heb het gehaald. De inspanningen zijn beloond.

Tot ik in militaire dienst moest heb ik een aantal jaren gekoerst. Van de jeugd tot de amateurs. Een paar kleine koersjes gewonnen. Vooral bij de onderste categorieën. Alleen je mocht toen niet je armen omhoog steken als je gewonnen had.
We hebben het nog over de jaren dat sokken verplicht wit moesten zijn en broeken zwart. Als ik zie hoe sommige renners er nu bij rijden is die regel van die zwarte broek misschien wat ouderwets, maar wel getuigen van een betere smaak.
Witte sokken en zwarte broek vond ik prima. Alleen dat je je armen niet omhoog mocht steken vond ik betuttelend.

Soms heel soms als ik alleen in de polder fiets kan ik het niet laten. Een fractie sluit ik de ogen en waan me op het velodroom. Het gevoel is extra intens als ik dan al uren in de wind heb gefietst. Het liefst met wat winterse neerslag. Zand wat tussen je ogenleden zit. Handschoenen die steenkoud en zompig aanvoelen en een doordrenkte zeem tussen je billen.

Heel soms en welke wielertoerist heeft nu niet gedroomd om eens Parijs-Roubaix te winnen. Want als het ergens mooi is om een zegegebaar te maken, dan is het wel op het velodroom bij het uitrijden van "De Hel".

Foto (2010): Jasper Stuyven wint als wereldkampioen de editie voor junioren. Een van de mooiste die we hebben  gezien.
Jasper rijdt al een aantal jaren bij de profs en won begin dit jaar op fraaie wijze Omloop Het Nieuwsblad.