zondag 5 april 2015

Postzegel 100e Parijs-Roubaix

In 2002 bracht La Poste een herdenkingspostzegel uit. Dit naar aanleiding van 100e editie van Parijs-Roubaix.
De zegel is ontworpen door Thierry Mordant. Mordant kennen we vooral van fantasy werelden. Feeen, prinsessen, kabouters en fantasiefiguren. Prachtige kalenders, drieluiken van fantasiewerelden.
Mordant is een zeer productief baasje en heeft naast Frankrijk ook voor Monaco een groot aantal postzegels ontworpen.

De zegel van Mordant toont twee renners welke over de kasseien dokkeren. Opmerkelijk is echter de rechter achtervork van de achterste renner.
Toch vond de La Poste dat geen probleem en de postzegel verscheen op de cover van Philinfo van maart 2002. Samen met een foto van Hinault en een ploegmaat die op de kasseien aan het trainen zijn. Mooi voor een Parijs-Roubaix verzameling.
Ik doe het nog even alleen met de zegel:



Voor de eerstedagstempel had de Franse post een prachtige stempel laten maken. Hier op een speciale enveloppe inclusief de handtekening van Thierry Mordant.



Van het thema wielrennen zijn een enorme hoeveelheid postzegels verschenen. Ik heb deze een aantal jaar redelijk fanatiek verzameld. Ben daar eind jaren 80 mee gestopt en m'n verzameling van de hand gedaan. Ik had op dat moment 1600 verschillende zegels met wielersport, renners etc.
De meeste zegels gaan over het thema Tour de France of het wereldkampioenschap. Inmiddels zijn er meer dan 10.000 verschillende postzegels met het thema wielrennen uitgebracht.
Dus als je nog een hobby zoekt...................

zaterdag 4 april 2015

Albert Champion: 1899

De naam Champion zal bij de meeste kenners van autotechniek een andere associatie opleveren dan wielersport.
Champion is natuurlijk vooral bekend van bougies in de rode doosjes.
Albert Champion was constante bezig om sneller te zijn. Met de auto, met de motor en met de fiets.

Als jonge knaap wist hij direct Parijs-Roubaix te winnen. Zijn hang naar het ontwikkelen van verbeteringen voor motoren zorgde dat z’n overige wielersuccessen wat aan de magere kant zijn gebleven.
Champion is wel een zeer markant figuur in de geschiedenis van Parijs-Roubaix. Daar waar andere noeste bonken bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het slagveld optrokken verkaste Champion naar Amerika.
Een aantal winnaars van Parijs-Roubaix zijn overigens ook op datzelfde slagveld gesneuveld. Lapize die uit de lucht is geschoten en Faber die sneuvelde tijden een bestorming van een loopgraaf.

Voor vele was je in de beginjaren van de oorlog een lafaard als je niet naar het front ging, maar de verhuizing van Champion naar Amerika heeft hem geen windeieren gelegd.
Hij richten er z’n bedrijf op wat bekend is geworden van de bougies. Ook nam hij er deel aan auto en motorraces om verbeteringen te testen in de praktijk.
Tijdens een van deze races kreeg hij een ongeval. Heel gewoon in die jaren want veiligheid was een aspect dat nauwelijks aandacht kreeg.
Albert moest na het ongeluk wel worden opgekalefaterd en het resultaat was twee ongelijke benen.
Voor Albert geen probleem om het jaar erop op de baan Frans wielerkampioen te worden.

Toch bleek hij teveel last te hebben van z’n blessure en Champion ging zich volledig toeleggen op z’n bedrijf.
In een paar jaar tijd was hij een welgesteld man en dat trekt nu eenmaal wat dubieuze vrouwen aan.
Z’n eerste huwelijk strand en de vrouw uit z’n tweede huwelijk valt niet alleen op rijke, maar daarnaast ook nog op wat foute mannen.
Een van die mannen waar ze parallel afspraakjes mee maakte was bokser geweest. Toen Albert verhaal kwam halen dat het toch echt zijn vrouw was kreeg hij een fors pak slaag.
Een paar uur later overleed hij op z’n hotelkamer.
Door justitie is er geen relatie aangebracht tussen z’n dood en de vechtpartij. Toch roept het vraagtekens op en het is heel aannemelijk dat tegenwoordig een zorgvuldig onderzoek zou plaatsvinden.

Albert Champion ligt begraven op de grootste begraafplaats van Parijs namelijk Cimetière du Père-Lachaise. Een andere bekende wielrenner die hier z’n laatste rust vindt is Laurent Fignon.
Maar we kennen de begraafplaats natuurlijk vooral van Jim Morrisson, Oscar Wilde, Rossini, Edith Piaf, Jean de La Fontaine en een zeer groot aantal Frans kunstenaars en wetenschappers.

Een mooie rustplaats maar voor iemand van nog geen 50 wel veel en veel te vroeg.

Toen de jonge Albert in 1899 Parijs-Roubaix wist te winnen konden we dat allemaal niet weten, maar dat hij een kleurrijk figuur is geweest is wel duidelijk.

Podium 1899
1. Albert Champion
2. Paul Bor
3. Ambroise Garin

donderdag 2 april 2015

Monumenten

Langs de laatste 150 kilometer van Parijs-Roubaix staan heel wat wielermonumenten.
Monument neem ik in deze even heel ruim. Ik zie de wielerbaan en bijzondere aanduidingen voor een kasseistrook ook even als een monument.
Misschien is het begrip bezienswaardigheid een betere keuze, maar emotioneel past het woord  monument nu eenmaal beter bij een koers als Parijs-Roubaix.

Een aantal monumenten komen aan bod bij artikelen over de betreffende renner, maar toch leuk om er eens een paar op een rij te zetten.

Foto: Monument van Jean Stablinski (1932-2007) aan de linkerzijde bij het binnenrijden 
van het Bos van Wallers. Stablinski is min of meer de ontdekker van het Bos van Wallers
 en gaf in 1968 de organisatie het advies deze strook op te nemen.


Foto: Dit eenvoudige zuiltje staat aan het begin van Pavé Madiot. Officiële naam van de strook is 
Beuvry-la-Forêt - Orchies. Na twee overwinningen door de Fransman kreeg deze zijn naam.

>
Foto: Als je de ene Fransman bij twee overwinningen een strook cadeau doet kom je er niet onderuit om 
dat bij de ander ook te doen. Duclos-Lassall was in Frankrijk toch al het fietsende knuffeldier en
 na twee overwinningen kwam dit schild bij het uitrijden van Cysoing.

Foto: Aan het einde van de strook van Hem staat een monument om de totale carrière van Hennie Kuiper 
te onderstrepen. Een paar honderd meter verder waar hij in 1983 met een defect heel wielerminnend 
Nederland een hartverzakking bezorgde. De profs razen hier door, maar voor wielertoeristen een verplichte stop.

Update:  een paar jaar geleden is het monument gestolen. Het nieuwe monument van Kuiper staat in Hem zelf.


Foto: De wielerbaan is natuurlijk een monument op zich. Alle grote kampioenen hebben
 zich hier besmeurd aan het publiek getoond. Op een rustige doordeweekse dag 
kan je de baan meestal wel bezoeken.

Foto: Cafe Au Pavé is een verzameling monumenten. Cafe ligt op het terrein van de 
wielerbaan en heeft een unieke verzameling wielersportrelikwieën.


Foto: De douches zijn natuurlijk de belichaming van de koers uit de oertijd die Parijs-Roubaix toch is.

Als je de laatste honderd kilometer van Parijs-Roubaix rijdt kan je tientallen bezienswaardigheden bezoeken. Dit bovenop een 17 tal kasseistroken die in de laatste 100 kilometer zitten. Op een doordeweekse dag is dit een erg leuk uitje voor wielertoeristen.
Om dat wat makkelijker te maken heb ik in Google Maps een kaart gemaakt met de meest bijzondere monumenten: Kaart bezienswaardigheden Parijs-Roubaix

woensdag 1 april 2015

De neutrale materiaalwagen

Al jaren zijn de mensen van Mavic een begrip in het peloton. Ze verzorgen al jaren de neutrale materiaalauto's.
In koersen waar het lastig is om met de auto bij de renners te komen zetten ze zelfs motoren in met achterop een rek met wielen.
In een normale vlakke etappe in de Tour waarschijnlijk een doodsaaie baan. Met een koers als Parijs-Roubaix moeten echter ook zij vol aan de bak.
Vanuit de auto en vanaf de motor. Smullen!

zaterdag 28 maart 2015

Fabian Cancellara: 2010

Met nog 50 kilometer koers wist de Vlaamse commentator te melden dat het een wat vreemd tussenmoment is. 30 seconden later bleek wat voor een understatement dit zou worden.
Fabian gaat er vandoor en in het voorjaar van 2010 was Cancellara eigenlijk door niemand te kloppen. Dus achtervolgen was zinloos!
Fabian was in het voorjaar van 2010 bezig met een zeldzame lijstje bij elkaar te fietsen. Ook deze Parijs-Roubaix zou hij daar aan toevoegen.

De koplopers die hij voorbij snelde mochten heel even aan hem ruiken maar der Fabian was gevlogen.
Samen met zijn demarrage op De Muur van Geraardsbergen een week eerder riep ook deze prestatie vraagtekens op.
Boze tongen beweerde dat Fabian gebruikt maakte van een elektro motor. Heel internet was er in een paar dagen mee "behangen".
Nu is een dergelijk iets technisch wel haalbaar, maar de realiteit dat het ook wordt toegepast lijkt mij toch ver te zoeken.
Een renner die wanhopig op zoek is naar een overwinning? Die doen rare dingen, maar laat zich denk ik toch liever betrappen met een peertje onder z'n oksel, dan met een motortje onder z'n zadel.

Nu is het niet slecht om vanuit de UCI na te denken over vormen van fraude. Sierlijk zou echter zijn dat dit soort organisaties dat dan doen vanuit een visie en niet vanuit stemmingmakerij in de pers.

Jammer want het is een vlekje op een van de prachtigste solo's naar Roubaix die we ooit gezien hebben.
Cancellara verdient dat soort stemmingmakerij niet, maar heeft de overwinning wel dik verdient!

Schitterend!

Geniet nog even mee hoe Cancellara op "kousenvoeten" aan de haal gaat:



Podium 2010:
1 Fabian Cancellara
2 Thor Hushovd
3 Juan Antonio Flecha

vrijdag 27 maart 2015

Bianchi Parigi-Roubaix 1950

Morgen start in Modena een etappe van de Giro 2012. In de stad zijn al weken diverse activiteiten zoals een aantal exposities van oude racefietsen.
Onder deze fietsen veel bijzondere exemplaren zoals deze Parigi-Roubaix 1950.
Het gaat hier om een model waar Fausto Coppi in 1950 de overwinning mee heeft behaald.
Het versnellingsysteem is van Campagnolo en zou een verbetering moeten zijn ten opzichte van de cambio corsa.
Met de Cambio Corsa werd met een hendel de achteras los gezet. Met een andere hendel kan nu de ketting op een ander kransje worden "gemikt".
Door naar voren te trappen naar een lichtere versnelling en de as "rolde" in de patten naar voren om de kettingspanning niet te groot te laten worden.
Door naar achter te trappen kon de ketting naar een kleiner kransje worden geschakeld en "zakte" de as verder in de patten.
De opvolger van de Cambio Corsa bevat slechts één hendel en Coppi was niet misselijk in z'n kritiek.
Toch wist Fausto er mee te winnen en het systeem werd vanaf dat moment steevast Cambio Parigi-Roubaix genoemd.
In goede staat het neusje van de zalm voor verzamelaars.


Meer oude racefietsen in het fotoalbum Modena Giro stad

Cancellara niet in stenenklassiekers

Vandaag is in de E3 prijs Fabian Cancellara ten val gekomen. De val is dusdanig ernstig dat hij zoals het er nu naar uitziet niet zal deelnemen aan de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Na Tom Boonen de tweede belangrijke smaakmaker die niet aan de start zal verschijnen.


Foto: Zoals het er nu naar uitziet komt er geen vierde plaatje in de legendarische douches.

donderdag 26 maart 2015

Cambio Paris-Roubaix

In de jaren 50 had Campagnolo naast het bekende derailleur type ook een ander versnellingssysteem.
Dit systeem ging over de toonbank als Cambio Corsa.
De bediening ging via twee hendels die op de rechter achtervork waren gemonteerd.
Met een van de twee hendels zetten je de blokgage van het achterwiel los. Vervolgens kon je met de andere hendel naar een ander kransje (4 stuks) schakelen.
Afhankelijk van het op of terug schakelen moest je voor of achteruit trappen.
Schakelde je een kleiner kransje dan "zakte" het achterwiel verder in de extra lange achterpatten.
Schakelde je een groter tandje dan "trok" de ketting het wiel naar voren om ruimte te creëren zodat de ketting op het grotere kransje paste.
Om te zorgen dat het wiel mooi recht bleef waren aseinden en patten voorzien van een vertanding.

Na deze Cambio Corsa kwam Campagnolo met een verbeterde versie met slechts één hendeltje. Coppi was er niet tevreden mee maar won er in 1950 wel direct Parijs-Roubaix mee.
Hiermee was gelijk de naam voor het nieuwe versnellings-systeem geboren.
Lang bleef het echter niet in productie, want de "gewone" derailleur was aan een enorme opkomst bezig omdat deze nu eenmaal veel meer mogelijkheden gaf.
Daarnaast was lek rijden met de Cambio Corsa en Roubaix ook geen pretje en moest je al een halve mecanicien zijn om je fiets weer in elkaar te krijgen.

Op Youtube een filmpje gevonden waar het Cambio Paris-Roubaix systeem wordt gedemonstreerd.



woensdag 25 maart 2015

Loterij?

Over Parijs-Roubaix wordt wel eens gezegd dat het een loterij is. Vooral als de eerste klassiekers zich aandienen wordt dat maar al te graag geroepen.

Natuurlijk is het een koers met de nodige risico's maar wie naar de feiten kijkt moet toch tot een genuanceerder inzicht komen.

Veel valpartijen? Dat valt mee. Kijk eens naar de eerste etappes in de Tour. Dan liggen van de nervositeit de renners om de paar kilometer op het asfalt.
Het woord loterij wordt vooral gebruikt door hen die niet over het vermogen beschikken om over de kasseien te rijden of deze koers onvoldoende doorgronden.

Rijden op kasseien is immers een kunde die niet iedereen beheerst. Je hebt de flyers zoals De Vlaeminck en de stoempers als Moser en Demeijer.
Veel moderne specialisten zitten eerder in de eerste categorie en zoeven over de stenen.

Wie goed is valt niet. Wie goed is rijdt niet lek. Wie goed is zit van voren en heeft geen last van valpartijen. Loterij is een woord bedacht door hen die deze koers niet begrijpen.

Wat voorbeelden van renners die de koers wel begrijpen:

Moser - 13 deelnames, 7 keer podium, 3 keer winst, 10 keer bij de top 10 en slechtste notering een 19e plaats.

Roger De Vlaeminck - 14 deelnames, 1 opgave, 4 keer winst, 10 (!!) keer podium, slechtste notering een 7de plaats!

Tom Boonen - 10 deelnames, 1 opgave, 4 keer winst, 5 keer podium, 8 keer top 10, slechtste notering 24e plaats.

Cancellara - 8 deelnames, 3 keer winst, 4 keer podium, 6 keer top tien, slechtste notering 49e.

Ik zou veel renners tekort doen om een compleet overzicht te maken. Deze blog is er ook niet een van de rijtjes. Rijtjes op deze blog zijn er alleen om iets te illustreren en in bovenstaand schema horen natuurlijk namen als Merckx, Museeuw, Van Petegem, Ballerini, Duclos-Lassalle, Kuiper, Kelly en Demeijer. En als ik verder terug in de tijd ga wordt de lijst bijna eindeloos.

Tientallen renners hebben aangetoond dat Parijs-Roubaix helemaal geen loterij is. Ze hebben JUIST aangetoond dat klasse, keihard trainen, de juiste voorbereiding, doorzettingsvermogen en koersinzicht voor een consistent resultaat in deze koers kan zorgen. Meer dan in welke koers dan ook.

Het is ondenkbaar dat zo'n groot aantal renners zo'n regelmaat in hun rapportcijfers van een koers kunnen overhandigen als het echt een loterij zou zijn.

Of niet?


Foto: Bij een goede voorbereiding hoort een uitvoerige verkenning van het parcours. 
Hier de jongens van Saxo op de donderdag voor de koers in 2011.

maandag 23 maart 2015

Peter Post: 1964

Voor Peter Post heb ik altijd een enorme zwak gehad. Dat begon in 1970. Ik was zelf net 14 geworden en de overstapt gemaakt van de jeugdrenners naar de adspiranten.
We reden op de Coolsingel (Rotterdam) in het voorprogramma van de profs die daar een dernykoers reden.
Post reed tot twee maal toe lek en beëindigde wedstrijd op een van mijn wedstrijdwielen.
Ik ben verre van een handtekeningenjager, maar dit was toch een moment dat ik Post het programmaboekje liet tekenen. Natuurlijk heb ik dat nog steeds.
Ik was er ook bij toen Post z'n zware valpartij maakte op het Siberische hout van Ahoy. Uitgerekend zijn eigen terrein werd het einde van z'n carrière.
Op de baan haalde Post maar liefst 65 overwinningen in zesdaagsen en zeer veel titels waarbij hij vooral liet zien erg hard achter de derny te kunnen rijden. Snoeihard!

Naast zijn successen op de baan was Post bij het grote publiek vooral bekend als de stuwende kracht achter de succesvolle Raleigh formatie.
De successen van deze formatie zijn het op zich al waard een een hele blog aan te wijden.
Denk eens aan de Tour van 1980? 11 etappes en geel in Parijs!
Menig wielerliefhebber kijkt ook met heimwee terug naar deze zeer kleurrijke periode in de geschiedenis van de Nederlandse wielersport.



Foto: Uit m'n persoonlijke plakboeken: Op de Coolsingel in Rotterdam wordt
Peter Post geholpen door Wim Bravenboer met het wisselen van een wiel.
Het voorwiel - wat dus van mij is - was reeds gewisseld.


Veel minder bekend van Peter Post zijn de overwinningen op de weg.
Zonder enige twijfel is zijn overwinning in Parijs-Roubaix de mooiste.

In 1964 hadden de heren er echt zin in. De wind stond uit de goede hoek en het aantal kassseistroken was flink afgenomen.
Neemt niet weg dat je nog wel zelf moet trappen en dat deden de mannen. Niet zomaar mannen maar kleppers als Benoni Beheyt, Simpson, Desmet, Altig, Zilioli, Jan Jansen en Rik van Looy,
Beheyt die tot woede van half België het jaar ervoor wereldkampioen was geworden en heel brutaal Van Looy in de spurt achter zich had gelaten.

Beheyt was de week voor Parijs-Roubaix al tweede geworden in de Ronde van Vlaanderen. Benoni wilde bewijzen dat de regenboogtrui geen toeval was. Toch zou Benoni weer op een tweede plaats eindigen.
De hele dag is het volle bak en een select gezelschap bereikt met een onwaarschijnlijk gemiddelde van dik 45 per uur het velodroom van Roubaix.
Beheyt is bijna zegezeker, maar Post is nog behoorlijk fris en beschikt over de meeste ervaring op de piste.
Vrij makkelijk laat Post z'n medevluchters in de sprint achter zich en met een nonchalant en tikje arrogant gebaar bolt Post met de arme wijd in de lucht over de streep.

Een blik die ik van hem ken toen hij mij wiel wilde lenen. Een blik waar je geen nee tegen zegt.
Peter Post had een enorm charisma en - zoals ze in Vlaanderen zo prachtig zeggen - je ging echt niet met z'n voeten spelen.
Die zondag in April gebeurde dat ook niet en Post haalde z'n mooiste succes op de weg.

Podium 1964
1 Peter Post
2 Benoni Beheyt
3 Yvo Molenaars

Met het gemiddelde van 45.129 won Post tevens de gele wimpel. Dit is en onderscheiding voor de snelste klassieker. Er is inmiddels een aantal keer harder gereden in Parijs-Tours, maar Peter Post heeft nog steeds het record van de snelste Parijs-Roubaix.


Foto: Zelden heeft een ploegleider een merk en een kleur zo op de kaart gezet.
Menig (Nederlands) wielerliefhebber zal ook met weemoed terugdenken aan deze gouden jaren.

Holland Sport

Dit is toch een van de beste sportprogramma's die we de afgelopen jaren in Nederland op TV hebben gehad.
Vorig jaar stond Holland Sport op de strook van Mons-en-Pévèle met een extra goeie (snelle) camera opgesteld en ze hebben er dit weergaloos mooie filmpje gemaakt:

zondag 22 maart 2015

Toertocht Kasseien Vreten 11 april 2015

Dit blijft een erg leuk kleinschalig evenement. Vooral geschikt voor de wielertoerist die persoonlijke benadering weet te waarderen.
Een belangrijk deel van het parcours van Parijs-Roubaix werk je af op de dag voor de grote koers.
Afstanden zijn 65, 115 en 145.
In de 145 zitten zoveel kasseistroken dat je bijna kan spreken van een volwaardige Parijs-Roubaix. De 115 is ideaal voor de wielertoerist die afgelopen winter wat minder aan de conditie heeft kunnen doen. De 65 is vooral bedoel als familietocht maar bedenk: kasseien zijn wel kasseien.

Gestart wordt er in Templeuve en dan bedoelen we het Franse Templeuve en niet het nabij gelegen Belgische dorpje. Omwille van de inkoop van de bevoorrading en het beperken van de administratieve rompslomp op de dag zelf is inschrijven vooraf verplicht.

Ik ben zelf aan het herstellen van blessures en ga dit jaar wellicht een keer de korte Parijs-Roubaix Challenge rijden, maar ga misschien wel helemaal niet die kant op.
ik heb zelf twee keer aan Toertocht Kasseien Vreten deelgenomen en kan deze een ieder van harte kan aanbevelen.

Website Kasseien Vreten
Facebookpagina Kasseien Vreten

Zie ook:
Verslag 2012
Verslag 2013


Foto: Op de dag voor de koers zijn er al veel - vooral Vlaamse - supporters en dat 
geeft een geweldige sfeer en extra kick. (editie 2012)

Carrefour de l'Arbre

2100 meter - 5 sterren

Dit is wellicht de meest cruciale strook van Parijs-Roubaix. Als het hier fout gaat heb je nauwelijks nog kans om het goed te maken. Na deze 2100 meter kasseien is het immers nog slechts 15 kilometer tot aan de finish.
De huidige vorm van Carrefour de l'Arbre zit pas sinds 1980 in de koers, maar de strook is inmiddels een legende op zich.
Dit vooral omdat op deze strook vaak de beslissing valt.
Mannen die niet zo snel in de sprint zijn proberen hier snellere medevluchters te dumpen.
Renners die de zoete smaak van een solo willen proeven wagen hier een laatste kans.


Foto: Hier in het begin van de strook. Let op het hoogteverschil van de kasseien. 
Ook is goed zichtbaar dat "reparatie" met andere kasseien is uitgevoerd.

Het oprijden van de strook is niet zonder risico en in deze bocht kan je een fatale fout maken. Vraag het maar aan Flecha die in 2009 hier z'n kansen verspeelde.
Het eerste deel van de strook is zeer, zeer slecht. Een aantal bochten maken het erg lastig om de juiste lijn te rijden.
Toch zal een ieder die deze strook een aantal keren goed verkend ontdekken dat ook dit deel van Carrefour prima te nemen is.
De zeer slechte sectie met de bochten is ongeveer een halve kilometer lang.
Dan volgt er een halve kilometer die nagenoeg recht is, maar er liggen geen twee kasseien netjes naast elkaar.
Grote verschillen in hoogte en stenen die ontbreken. Dit is een stuk stenen voor de allersterkste. Hier wordt het verschil gemaakt.
Wie sterk is moet hier vol gas geven. De zwakste gaan hier echt overboord. Hier kan je in 500 meter je tegenstanders volledig uitschakelen.
Je mag hier niet aarzelen. Wil je Parijs-Roubaix winnen dan moet je hier vol op het gas.
De bocht die volgt is enorm lastig. Hushovd verspeelde hier in 2009 z'n kansen door deze bocht verkeerd in te schatten.
Als je Parijs-Roubaix wilt winnen moet je deze bocht in een verkenning drie, vier waarom geen tien keer doen.
Aan de binnenkant van de bocht zitten diepe kuilen. Die probeer je te vermijden maar daardoor loop je het risico te ver naar buiten uit te komen.
Deze laatste bocht wordt in de volksmond inmiddels wel de Hushovdbocht genoemd.


Foto: Hier is goed te zien hoe het eerste zeer slechte deel overgaat in de laatste kilometer die er wat beter ligt. 
Goed is ook te zien dat dit een bocht is waar een foutje snel gemaakt is. 
Zeker als het stampvol staat met supporters en je overzicht beperkt is.

Na deze bocht is het nog één kilometer tot aan Restaurant de L'Arbre. Als je het restaurant zo zielig in het verlaten landschap ziet staan, dan vraag je je af welke optimist hier een horecagelegenheid begonnen is.
Het valt overigens niet mee om hier een afspraak te maken. Vaak dicht en rond evenementen alleen voor speciale gasten.
De kilometer tot het restaurant loopt iets op en na 250 kilometer koers doet dat extra zeer.
De kasseien liggen hier wat beter en het publiek schreeuwt je naar het einde. Vaak is het hier toch extra zwaar omdat in negen van de tien gevallen wind op kop hebt.

Wie voor het eerst hier koerst denkt er bij het restaurant te zijn, maar je mag dan nog een voetbalveld tot de provinciale weg.
Nog 100 meter van die verduivelde stenen. Menig renners zal zich hier moedeloos en zuchtend naar het einde slepen.
Geen tijd om bij te komen want 180 meter verder is het de beurt aan de strook naar Gruson.

Carrefour de L'Arbre zorgt altijd voor schade en hier wordt ieder die misplaatst in de kopgroep zit overboord gesmeten. Als een afgedankte bidon gaan ze in de kant.

Niet ieder zal de behoefte hebben hier te gaan fietsen, maar ga er toch eens wandelen. Misschien niet de meest romantische plek om met uw lief te gaan wandelen maar wel boeiend.
In de velden staat immers nog genoeg wat aan oorlogen doet herinneren. Wandel deze strook eens af op een dag dat er geen koers is.
Probeer vanaf de boerenhoeve - waar de renners de stenen oprijden - je eens een voorstelling te maken dat hier gekoerst wordt. Probeer je eens voor te stellen hoe je hier zelf zou fietsen.


Foto: Na het restaurant is het nog 100 meter verduivelde stenen voor je het verlossende asfalt bereikt.

Een prachtige quote over deze strook is van Michel Wuyts: "Dit is de strook waar den Duvel z'n Moortgat opentrekt!" Helaas is dat voor het massaal opgekomen publiek het signaal om iets teveel bier te drinken.
Op deze strook is het jaarlijks namelijk bom en bomvol met supporters en niet een ieder weet zich even goed te gedragen.
Daarom is al een paar jaar tijdens de koers deze strook een biervrije zone. Jammer dat een paar prutsers het voor de rest verstieren.
Neemt niet weg dat een nuchter kijk op Carrefour de L'Arbre überhaupt niet mogelijk is.
Je moet wel een sadist zijn om hier renners te laten koersen. Wie dit in een parcours opneemt had ook regisseur van horrorfilms kunnen zijn. De meeste beschaafde jongens leren hier vloeken. Hier ben je in de achtertuin van de duivel.

Afbeelding: De strook loopt van het dorpje Champin en Pevele naar de D90

Op het restaurant hangt een plaquette dat de strook is genoemd naar Jean Marie Leblanc, maar ieder zal toch liever de inmiddels mythische naam gebruiken: Carrefour de L'Arbre.

Filmpje valpartij Hushovd 2009

vrijdag 20 maart 2015

Ciao Ballero

Wie aan Ballerini denkt komt automatisch terecht bij Parijs-Roubaix. Aan de andere kant als je de uitslagen van Parijs-Roubaix doorloopt stuit je ook meermaals op Ballerini.

Ballerini is altijd een van m'n helden geweest en m'n maag draaide om op de 7e februari 2010 toen ik het nieuws vernam.
Ex-renner, rally amateur, bondscoach, maar vooral echtgenoot en vader van twee kinderen.
Te jong en nog teveel dromen..........

Later in 2010 ben ik ook naar z'n graf gegaan. Dat helpt. Je komt er niet omheen. Het is echt waar.
Ballerini is echt dood!

De uitgave van La Gazetta dello Sport helpt ook bij zoiets een plek te geven. Begrijpen ga je het nooit maar het moet wel een plek krijgen.
Want JOUW helden gaan niet dood!

In Ciao Ballero geeft La Gazzetta in honderd beklijvende pagina's een prachtig, maar ook zeker realistisch beeld van Ballerini.
Tachtig zorgvuldig uitgekozen foto's vertellen het beeldverhaal van Ballerini als jonge prof tot z'n massaal bezochte begrafenis.

Natuurlijk komt Parijs-Roubaix ruimschoots onder de aandacht. Alleen daarom al is dit boekje een must voor de Parijs-Roubaix verzamelaar.
Prachtig fotowerk van Luca en Roberto Bettini. De laatste was trouwens maar net bekomen van de dood van zijn motorrijder tijdens de Giro in 2009.

In het boekje dus ruime aandacht voor Parijs-Roubaix, maar meermaals wordt duidelijk gesteld dat Franco meer in z'n mars had. "Non solo Roubaix!"
In het boekje wordt dan ook ruim ingegaan op de volledige erelijst van Franco.
Vooral met veel fotowerk en de pagina's met droge lijstjes zijn gelukkig compact gehouden.
Uiteraard wordt ook uitvoerig ingegaan om z'n uitzonderlijke klasse als bondscoach.

Franco was een allemansvriend. Oprecht! Niet een opportunist, maar iemand die echt van mensen hield.
Dat beeld wordt door de foto's in dit boekje ook beslist opgeroepen. Een allemansvriend moet je ook een beetje zijn als je een Italiaanse coalitie naar een wereldkampioenschap moet sturen.
Ballerini was een meester in het samensmelten van belangen. Opmerkelijk hierbij is toch wel dat een renner die het in een individuele koers als Parijs-Roubaix het zo goed deed, als bondscoach ineens een enorme overstijgende teamplayer kan zijn.

Franco staat in dit boekje werkelijk met iedereen op de foto en dan begrijp je gelijk waarom zijn dood de Italiaanse wielersport zo geraakt heeft.

Ciao Ballero is een erg fraai eerbetoon dat iedere Ballerini (en PR) fan moet hebben. Met een prijs van net geen 10 Euro heb je ook niet het gevoel dat ze even makkelijk een paar centen aan z'n dood willen verdienen.

Aanrader!

Ciao Ballero

Espace Charles Crupelandt

300 meter - 1 ster

Als Crupelandt vanuit de hemel naar de hel kijkt zal hij toch met een glimlach de strook voor de wielerbaan aanschouwen.
Dat kijken moet dan wel figuurlijk gezien worden want toen Crupelandt in 1955 overleed waren niet alleen beide benen geamputeerd, maar was hij ook nog eens blind.
Vergruisd door wat smokkelklusjes in de Eerste Wereldoorlog heeft deze doorzetter nooit de eer gekregen die normaal een sporter in zijn stad zou krijgen.
Slachtoffer van het arrogante en formalistische Parijs moest Crupelandt na de oorlog z'n heil zoeken bij een kleinere wielerbond.
Uiteindelijk - veel Fransen uit WWI zijn alsnog gerehabiliteerd - kreeg Crupelandt toch de erkenning die hij verdient.
Met twee overwinningen (1912 en 1914) in de stenenklassieker en twee soortgelijke Tour etappes heeft deze inwoner van Roubaix absoluut recht op de laatste strook.
De strook heeft voor de koers geen invloed, maar toch is het een zeer bijzondere en symbolische strook. Van alle winnaars ligt er immers een plaquette in deze strook.
Wat een symboliek: als toekomstig winnaar rij je over alle voorgangers op een strook die genoemd is naar een van de grootste helden uit de begin periode van deze koers. Ook nog iemand uit Roubaix!

Voor Crupelandt zal de strook wat tam zijn, maar het moet dan ook gezien worden als de ultieme vereffening.


Foto: Van alle winnaars ligt er een dergelijke plaquette in deze strook. 
Hier die van Joseph Fisher de eerste winnaar van Parijs-Roubaix.